Emanuel de Witte (Alkmaar, 1617 – Amsterdam, (waarschijnlijk januari) 1692) was een Nederlandse schilder en tekenaar behorend tot de Hollandse School. Hij is vooral bekend vanwege zijn vele, soms niet (geheel) overeenkomstig de realiteit gecomponeerde kerkinterieurs. In tegenstelling tot andere schilders van kerkinterieurs, die het interieur zeer nauwkeurig weergaven, wist De Witte door een gezocht, maar toch schilderkunstig effect een geheel nieuw aspect aan dit onderwerp te geven: hij plaatste figuren in een zonnige belichting. Verder schilderde hij historiestukken, landschappen, zeegezichten, portretten, marktscènes en visstillevens.
Levensloop Emanuel de Witte was de zoon van Pieter de Wit, een schoolmeester, en Jacomyntje Marynus van der Beck; verder is er weinig over zijn jeugd bekend.Manke (1963): pp. 1–6. Hij trad in 1636 toe tot het Sint Lucasgilde in Alkmaar en schilderde mythologische of religieuze voorstellingen en portretten.
Delft De Witte was van 1637 tot 1639 in de leer bij de Delftse schilder Evert van Aelst en hij was in het gildejaar 1639/1640 lid van het Sint-Lukasgilde in Rotterdam. Aanvankelijk wilde hij geschiedenis- en portretschilder worden, en pas rond 1650 stapte hij over op de kerkinterieurs.Wheelock, A.K. jr. (1975–76) 'Gerard Houckgeest and Emanuel de Witte: Architectural Painting in Delft around 1650', Simiolus, 8(3), p. 170 e.v.
In oktober 1641 werd zijn eerste dochter gedoopt in de Oude Kerk; elf maanden later, in september 1642, trouwde hij met haar moeder, Geertje Ariaens van de Velde. Het echtpaar woonde op dat moment kosteloos in een klein huis aan de Choorstraat, vlak achter de Oude Kerk — als tegenprestatie leerde De Witte de neef van de huisbaas, Pieter Leendertsz. van der Vin, het schilderen.
Pas op 23 juni 1642 werd De Witte zelf lid van het Delftse Sint-Lucasgilde. Een tweede dochter werd in februari 1646 gedoopt, eveneens in de Oude Kerk. Van mei 1647 tot mei 1648 huurde hij een huis aan de Markt. In november 1649 verkocht hij twee schilderijen tegen de helft van hun waarde aan de kunsthandelend herbergier Adam Pick, om een speelschuld af te lossen. In maart 1650 huurde hij voor een jaar een huis aan de Nieuwe Langendijk, tegen 140 gulden per jaar.
Amsterdam In 1651 vestigde De Witte zich in Amsterdam op de Nieuwezijds Voorburgwal, toen de Blommarkt. In 1655 stierf zijn vrouw. De Witte hertrouwde in datzelfde jaar met de 23-jarige Lysbeth Lodewycx van der Plass. Lysbeth en zijn dochter Jacomijntje kwamen beiden in opspraak: in 1658 werden de vrouwen aangeklaagd wegens herhaaldelijke diefstal bij de buren. Het was hun gelukt om over de schutting, via het dak of door een gat in de muur, in de woning van een kapitein te komen.Van Eeghen, I.H. van (1976) De familiestukken van Metsu van 1657 en van De Witte van 1678 met vier levensgeschiedenissen. Jaarboek Amstelodamum, p. 88–89. De zwangere Lysbeth werd aan de kaak gesteld en vervolgens voor zes jaar uit de stad verbannen; Jacomijntje werd voor een jaar opgesloten in het Spinhuis.Van Eeghen, P. van (1958) Kinderbescherming 300 en 200 jaar geleden. Maandblad Amstelodamum, december 1958, p. 221–3. Zijn vrouw, die in een hutje buiten de Tweede St. Antoniespoort leefde, liet in het jaar daarop hun kind in een schuilkerk dopen.Doopbewijs van dochter in RK-schuilkerk
Emanuel de Witte, die in voortdurende geldnood verkeerde, ging in 1660 een verbintenis aan met het echtpaar Joris de Wijse, een notaris, en Adriana van Heusden. Zij zouden de schilder kost en inwoning verschaffen en jaarlijks achthonderd gulden uitbetalen, maar daarvoor al het werk van De Witte in handen krijgen. Hij moest Adriana ook schilderen. Toen hij in 1663 verhuisde, nam hij echter vier schilderijen mee. In 1669 spande Adriana, met behulp van haar nieuwe echtgenoot, een proces tegen De Witte aan om de vier schilderijen terug te krijgen.Ekkart, R. & Q. Buvelot (2007) Hollanders in Beeld. Portretten uit de Gouden Eeuw, p. 224.
Emanuel de Witte heeft de Oude Kerk vanuit bijna alle hoeken geschilderd, en de kerkmeesters moeten hem goed hebben gekend.Bijtelaar, M. (1969) De kerkmeesters van de Oude Kerk. Jaarboek Amstelodamum, p. 37. De Witte maakte schetsen en schilderde thuis. In de kerk was het veel te druk, en had hij waarschijnlijk te veel bekijks. Het orgel, de kroonluchters en de balken liet hij weg of verplaatste hij, al naargelang zijn ideeën over de compositie. De Witte gaf nooit het front van het orgel een plaats in zijn schilderijen: in het schilderen van de orgelpijpen had hij geen zin.
De Witte kon zich onberekenbaar gedragen, waardoor ook potentiële klanten of vakbroeders werden afgeschrikt. Nadat hij ruzie kreeg met de schoonzoon van Michiel de Ruyter, sneed hij het bestelde schilderij met een mes in stukken. Met Gerard de Lairesse kreeg hij ruzie vanwege De Wittes gokgewoonte.
In 1678 schilderde De Witte een genrestuk dat sterke gelijkenissen vertoont met een schilderij van Gabriel Metsu, waarop een gezelschap, de familie Hinlopen, staat afgebeeld.Van Eeghen, I.H. van (1976) De familiestukken van Metsu van 1657 en van De Witte van 1678 met vier levensgeschiedenissen. Jaarboek Amstelodamum, p. 78; I. Manke (1963) Emanuel de Witte, p. 57–58. Het schilderij bevindt zich tegenwoordig in de Alte Pinakothek.
De Witte leerde de neef van zijn huisbaas in Delft, Pieter van der Vin (overleden 1655), het schilderen. In 1687 of later leerde hij het vak aan Hendrik van Streeck, bij wie hij tijdelijk inwoonde. Hij beïnvloedde ook Job Berckheyde.
Arnold Houbraken schrijft dat Emanuel de Witte zelfmoord pleegde nadat de huisbaas de huur opeiste.De Grote Schouwburg (1995) Schildersbiografieën van Arnold Houbraken. Samenstelling Jan Konst en Manfred Sellink. De Witte was van plan zich aan de leuning van de Korsjespoortbrug op te hangen, maar het touw brak en hij viel in het Singel. Omdat die avond een strenge vorst inviel, werd zijn lijk eerst elf weken later – nadat de dooi was ingetreden – gevonden bij de Haarlemmersluis. (2006) Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, Deel 5, blz. 178–179. "In 1692 konden de trekschuiten tussen 13 januari en 13 maart niet uitvaren. Schepen die bij Texel lagen, moesten uitvaren om niet vast te vriezen".
Galerij
Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 17e eeuw