Dit artikel geeft een overzicht van de (menselijke) geschiedenis van het werelddeel Europa. Deze valt ruwweg chronologisch in te delen in de prehistorie, de klassieke oudheid, de middeleeuwen, de nieuwe tijd, de moderne tijd en de hedendaagse tijd.

Een Europese economische eenheid bestond in de oudheid in de vorm van het Romeinse handelsnetwerk; dit besloeg vooral het zuidelijk deel van het continent, ofwel het noordelijk deel van het Middellandse Zeegebied. Met name sinds de opmars van de islam in het Middellandse Zeegebied en als reactie daarop de kruistochten in de middeleeuwen en vervolgens de strijd tegen het Ottomaanse Rijk in Zuidoost-Europa in de 16e en 17e eeuw is een groeiende culturele eenwording waar te nemen, die hand in hand ging met de verspreiding van het christendom over het gehele continent; dit verdrong langzaamaan vrijwel alle andere religies, ook in de gebieden die niet tot het Romeinse Rijk hadden behoord, zij het dat het noordelijk deel veel langer aan de oude cultusDit door de christenen tot heidendom gewaarmerkt geloof hield het langst stand in de Scandinavische landen, en werd door een IJslands geleerde min of meer te boek gesteld in de Edda. vasthield. Enige mate van economische samenhang, vergelijkbaar met die in de Romeinse tijd, werd pas weer bereikt in de 16e eeuw met de opkomst van het kapitalisme. Desondanks werd Europa nooit een staatkundige eenheid, maar was het toneel van een bloedige strijd, die zijn dieptepunten vond in de Eerste en Tweede Wereldoorlog; deze beide Europese conflicten verspreidden zich tevens naar andere delen van de wereld.

Vanaf de 16e eeuw begonnen Europese koloniale mogendheden andere delen van de wereld in onderlinge rivaliteit te overheersen, hetgeen in de 19e eeuw leidde tot een Europese hegemonie op het wereldtoneel. In de wetenschappelijke en industriële revoluties ontstane nieuwe ideeën en technieken konden door deze hegemonie vanuit Europa over de rest van de wereld worden verspreid.

De opkomst van de Verenigde Staten (van oorsprong een Europese kolonie) en de Sovjet-Unie (die deels in Europa lag) en de twee wereldoorlogen verdeelden het continent in de tweede helft van de 20e eeuw grofweg in twee gescheiden economisch-politieke blokken. Tegelijkertijd begon een groeiende groep landen door middel van economische en politieke samenwerking aan een proces dat de Europese eenwording wordt genoemd, vanuit de wens verdere oorlogen binnen Europa te voorkomen. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1990-1991 groeide enerzijds de toenadering tussen de Oost- en Westeuropese landen, maar anderzijds ook de politieke en economische verwijdering met Rusland.

Benaming De benaming Europa voor dit werelddeel werd aanvankelijk niet gebruikt. Deze vond pas later ingang. Uit de Middeleeuwen is een kaart van Europa bekend van Isidorus van Sevilla waarop de naam nog niet voorkomt.

Sinds begin 16e eeuw na de eerste grote Europese ontdekkingsreizen de atlascartografie ontstond en er wereldkaarten met de diverse continenten werden gepubliceerd, waaronder de Universalis Cosmographia van de Duitse cartograaf Martin Waldseemüller met daarop ook de recentelijk bekend geworden delen van Noord- en Zuid-Amerika, groeide het besef van Europa als een afzonderlijk continent.

In de sedert 1471 door de druk verbreide uitgaven van oude kaarten was er geen van Europa als geheel: Europa werd verdeeld in tien afzonderlijke deelkaarten, “Tabulae Europae”, zonder overzichtskaart. Pas in de Mappae Europae van 1536 en in de Ptolemaeus-editie van Sebastian Münster van 1540 komt een in houtsnede gedrukt Europa-kaartje voor. De oudst bekende volwaardige kaart van het continent als zodanig met de duidelijke vermelding Europa betreft de kaart die Abraham Ortelius in 1570 in de eerste atlas Theatrum Orbis Terrarum opnam.

Pre- en protohistorie De prehistorie (de tijd voor de geschiedschrijving) wordt ingedeeld in grofweg: steentijd (vanaf 2 miljoen jaar terug tot ca. 5000 jaar geleden), bronstijd (vanaf ca. 3000 v.Chr. tot 1200 jaar voor het begin van de christelijke jaartelling) en wordt dan gevolgd door de protohistorische ijzertijd. In noordelijk Europa begon de ijzertijd pas rond 800 v.Chr.

Tegen 375.000 v.Chr. waren de meeste gebieden bewoond, behalve Scandinavië, de Alpen en het noorden van Eurazië.

Steentijd De geschiedenis van Europa begint met de komst van de mens. De eerste periode in de geschiedenis van Europa is de steentijd. In de steentijd maakte de mens gebruiksvoorwerpen van steen, maar waarschijnlijk ook van hout, hoorn en been. De steentijd wordt op zijn beurt ingedeeld in 'oude steentijd' (paleolithicum) en 'nieuwe steentijd' (neolithicum). Daartussenin geldt vooral voor noordelijk Europa een 'tussensteentijd' (mesolithicum).

Paleolithicum thumb|Venus van Laussel De oudste menselijke resten zijn ongeveer twee miljoen jaar oud: Homo georgicus.A. Vekua, D. Lordkipanidze, G. P. Rightmire, J. Agusti, R. Ferring, G. Maisuradze, et al. (2002). A new skull of early Homo from Dmanisi, Georgia. Science, 297:85–89.

Uit de periode van Homo erectus, tegenwoordig vaak als Homo ergaster ingedeeld, zijn in Europa slechts een klein aantal materiële vondsten en geen skeletvondsten bekend.

Duidelijker wordt het beeld vanaf Homo antecessor en met name bij Homo heidelbergensis, waarvan tot in Noord-Europa meerdere vondsten zijn gedaan.

Vanuit Homo heidelbergensis ontwikkelde zich in Europa de neanderthaler. Schedels en zelfs hele geraamtes hiervan werden in heel Europa ontdekt. Hij maakte hier twee ijstijden door, waarna de anatomisch moderne mens Europa rond 45.000 BP zou bereiken. e.a., The genetic history of Ice Age Europe, in: Nature, 2 mei 2016,

Deze eerste moderne Europeanen zijn binnengekomen vanuit West-Azië. e.a., Pleistocene Mitochondrial Genomes Suggest a Single Major Dispersal of Non-Africans and a Late Glacial Population Turnover in Europe, in: Current Biology, vol. 26, nr. 6, 21 maart 2016, blz. 827–833, Deze populatie heeft weinig genetische verwantschap met de huidige Europeanen. Ze werd 37.000 jaar geleden opgevolgd door een bevolking die archeologisch tot het Aurignacien behoorde en waarvan het oudste specimen tot nog toe leefde in de Belgische grotten van Goyet.Belgisch fossiel van vroegste Europese voorouders, Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, 2 mei 2016. Gearchiveerd op 5 juni 2023. Deze cultuur werd later verdrongen door nieuwe migratie van een genetisch onderscheiden Gravettienbevolking, maar rond 25.000 jaar geleden doken haar nazaten terug op in Spanje als dragers van een Magdaléniencultuur. Naarmate de ijskappen smolten, verspreidden ze zich vanaf 19.000 BP terug over Europa.Grote genetische studie legt vroege voorouders Europeanen bloot, deredactie.be, 2 mei 2016

De neanderthaler en Homo sapiens kwamen een tijdlang samen voor en verwekten ook gemengde nakomelingen. Alle nu levende mensen hebben 1 tot 4 procent van hun DNA overgehouden aan neanderthalers die in het verre verleden in de stamboom terug te vinden zijn.Neanderthals, Humans Interbred, National Geographic Bij de vroegste moderne Europeanen was dit zelfs 3 tot 6 procent, maar door natuurlijke selectie is dit later verminderd.

Een volgende migratiegolf begon rond 12.000 v.Chr. Vanuit Zuidwest-Azië kwam een bevolking binnen die onder meer het gen voor blauwe ogen meebracht. Tot dan toe hadden de Europeanen donkere gelaatstrekken en ogen.Ice Age Europeans had brown eyes & dark complexion – DNA research, Russia Today, 3 mei 2016

In Zuid-Europa bracht de mens grotschilderingen aan en maakt beeldhouwwerken, waarvan de Venus van Laussel in de Dordogne het bekendste is.

Mesolithicum

Het mesolithicum (middensteentijd) is de aanduiding voor de cultuurperiode in Noord-Europa die begint na het aflopen van de laatste ijstijd ca. 10.500 v.Chr. en eindigt wanneer een samenleving overschakelt op akkerbouw en veeteelt en tal van nieuwe technologieën ontwikkelt of overneemt (neolithicum). Jagen, vissen en verzamelen waren de middelen van bestaan van de mensen in mesolithische culturen, die doorgaans als rondtrekkende jagers-verzamelaars leefden; nederzettingen zijn zeldzaam en meestal tijdelijk. Vondsten uit het mesolithicum tonen aan dat steenbewerkingstechnieken verfijnder werden en dat magisch-religieuze gebruiken veelvuldiger voorkwamen.

Mesolithicum in Europa(uitklapbaar) Periode Noordelijk en West-Europa Zuidelijk en Oost-Europa11.350 v.Chr.IJstijdHet Weichselien (de laatste ijstijd) raakt ten einde. In Noordwest-Europa is er geen ijs en sneeuw, maar toendra. De mensen in deze streken van de paleolithische Hamburgcultuur en Magdalénien, jagen op kuddes trekkende rendieren. Zelfs op mammoeten, tot zelfs op de drooggevallen Doggersbank van de Noordzee.11.350 – 10.700 v.Chr.AllerødDan volgt een wat warmere periode, Allerød-interstadiaal met bijna de huidige temperaturen. De mensen hier van de laat-Paleolithische Federmessercultuur, Magdalénien, en Ahrensburgcultuur, jagen op rendieren. In Noord-Amerika smelten gletsjers en ontstaan reusachtige glaciale meren.10.500 v.Chr.MesolithicumEinde van de ijstijd.10.000 v.Chr. Jonge DryasVan ongeveer 10.000 v.Chr. tot 9000 v.Chr. heerst in de noordelijke delen van Europa de zogenaamde Jonge Dryas-stadiaal, waardoor het klimaat in Nederland en België overeenkomt met een poolwoestijn. De Jonge Dryas is een koude periode die het warmer worden van het klimaat aan het einde van de ijstijd tijdelijk onderbreekt. Ahrensburgcultuur in Noord-Duitsland en het zuiden van Scandinavië.Dit millennium en het volgende zijn een tijd van grote veranderingen in klimaat, geografie en fauna. De zeespiegel begint te stijgen. Hoewel dit zich over een langere periode uitstrekt sterven vele dieren uit, vooral de grotere zoals mammoet, wolharige neushoorn, sabeltandtijger, grondluiaard en het Amerikaanse paard en kameel.9560 v.Chr.De jonge Dryas hield plotseling op. Binnen een paar decennia werd het veel warmer.8000 v.Chr.De Fosna-Hensbackacultuur (ca. 8300-7300 v.Chr.) in Zweden en Noorwegen maakt de overgang van Paleolithicum naar Mesolithicum en wordt opgevolgd door de Nøstvet- en Lihultcultuur.8000–7000: Sauveterrien7500 v.Chr.In Noordwest-Europa ontstaat de mesolithische Maglemosecultuur (7500 – 6000 v.Chr.)Rond 7500 ontstaat de nederzetting Çatal Hüyük in Anatolië. In Griekenland ontstaat de Sesklocultuur, 7400 – 6200 v.Chr. Vanaf hier loopt de verspreiding van het Neolithicum over heel Europa.

Neolithicum

thumb|Europa in het late neolithicum.thumb|left|100px|Vrouwelijk figuur met kind van terracotta, Sesklocultuur In het neolithicum, de nieuwe steentijd, bestonden er in het algemeen matrilineaire samenlevingsvormen van plaatselijke volksstammen, die soms enige samenhang vertoonden, waardoor er van een "cultuur" sprake kon zijn. Het neolithicum begon in Centraal-Europa al in het 6e millennium v.Chr., terwijl het vanwege de zich terugtrekkende ijstijd pas duizend jaar later in Noord-Europa zou aanbreken.

Na het einde van de ijstijd leefden de mensen in het noorden van Europa nog lange tijd overwegend van jagen en verzamelen. Meer in het zuiden van Europa begon het neolithicum – gekenmerkt door de overgang op landbouw en veeteelt – al vroeg. De eerste vaste huizen die zijn gevonden, bij Sesklo in Griekenland, dateren uit het 7e millennium v.Chr: de Sesklocultuur.