George David Eduard Johan Hotz (Bodegraven, 12 augustus 1886 – Den Haag, 6 juli 1964) was een Nederlands kolonel der infanterie en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Loopbaan Hotz was kapitein der infanterie in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger geweest en keerde voor de oorlog terug naar Nederland. Hij was in de mobilisatieperiode van 1939-1940 commandant van het 11e Regiment Infanterie.
Tijdens de bezetting was Hotz actief in de Ordedienst. Hij werd door deze organisatie naar Overijssel afgevaardigd waar hij de taak kreeg om meerdere verzetsorganisaties te bundelen. Daarnaast was hij actief in het verzet en werd commandant van Regio 4 van het georganiseerd verzet in Twente. Hij was betrokken bij gewapende overvallen, spionage, sabotage en de wapendistributie en assisteerde de geallieerden bij de bevrijding. Na de oorlog werd hij kolonel in het Nederlandse leger. Na de oorlog ontving hij op 26 maart 1953 van de Amerikaanse regering de Medal of Freedom with Bronze Palm te Den Haag. Ook werd hij door de Engelse regering benoemd op 15 oktober 1947 tot Honorary Officer in the Military Division of the Most Excellent Order of the British Empire. In Nederland was hij al in 1937 benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau met de zwaarden.
Hij werd gecremeerd op Westerveld.
Vrijmetselaar Hotz was een vrijmetselaar en lid van de Loge Tidar te Magelang, de bouwhut Sint Jan te Bandoeng in 1937 en de bouwhut Prins Frederik in Den Haag.
Categorie:Nederlands verzetsstrijder in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Militair in het KNIL Categorie:Nederlands vrijmetselaar Categorie:Nederlands kolonel