thumb|Stadhuis van Brussel thumb|Broodhuis

De Grote Markt (Frans: Grand-Place) is een monumentaal plein in het centrum van Brussel. Sinds de 14e eeuw is het een geplaveid, rechthoekig plein van 111 × 56 meter.Mario Damen, The town as a stage? Urban space and tournaments in late medieval Brussels, in: Urban History, 2016, nr. 1, 53-54. . Gearchiveerd op 12 augustus 2022.

Geschiedenis Oorspronkelijk Nedermerckt geheten, kreeg het plein zijn huidige naam in de periode 1777-1789.

De marktplaats ontstond op de rechteroever van de Zenne, ten oosten van het Zenne-eiland (huidig Sint-Goriksplein) en van de Werf (de commerciële aanlegplaats, onder het huidige gebouw Brucity). Dit gebied was aanvankelijk drassig en werd bij de aanleg in de twaalfde eeuw drooggelegd. Het oorspronkelijk plaveisel bevond zich 1,20 m lager dan het huidige. Van oudsher komen er zeven straatjes uit op het plein: de Boterstraat, de Guldenhoofdstraat, de Sterstraat (omgedoopt tot Karel Bulsstraat), de Hoedenmakersstraat, de Heuvelstraat, de Haringstraat en de Vlees-en-Broodstraat.

In 1301 kocht het stadsbestuur een pand op de Grote Markt en vestigde er het schepenhuis.Chloé Deligne C., "Édilité et politique. Les fontaines urbaines dans les Pays-Bas méridionaux au Moyen Âge" in: Histoire urbaine, 2008, nr. 2, p. 85-86. Het volgende jaar, vlak vóór een woelige periode, kwam er een fontein op het plein. Geen honderd jaar later was deze uitgegroeid tot een gotisch monument van 16 m hoog, bekroond door een beeld van Sint-Michiel.Pierre Anagnostopoulos, "La fontaine gothique de la Grand-Place de Bruxelles (vers. 1300). Essai de restitution de son architecture et de son ornementation" in: Archaeologia Mediaevalis, 2013, p. 9-10

De bebouwing was aanvankelijk vrij ongelijkmatig. In de 15e eeuw kwam het Bourgondische Hof vast naar Brussel, na een strijd met vooral Leuven. In het kader van die rivaliteit en om de stedelijke macht te affirmeren tegenover het centrale gezag, bouwde de Magistraat van Brussel aan de Grote Markt een prachtig stadhuis. Tegelijk kregen de gilden en naties, die zich sinds de 14e eeuw organiseerden, de kans om een eigen gildehuis te verwerven. Deze doorgaans houten huizen werden na het Bombardement van 1695, dat enkel nog sommige gevelmuren overeind liet, vervangen door nieuwe stenen huizen in barokstijl, die de rijkdom van de gilden moesten weerspiegelen. De heropbouw gebeurde in een Vlaams-Italiaanse stijl. De homogeniteit werd bevorderd door een stedelijke ordonnantie, die bepaalde dat de bouwontwerpen voorafgaand door het stadsbestuur moesten worden goedgekeurd.

In de loop van de 18e eeuw degradeerde het plein echter door de verarming van de gilden. Met de Franse Revolutie werden in 1795 de gilden afgeschaft en de gildehuizen als nationaal goed openbaar verkocht. Beeldhouwwerken werden verwijderd of geplunderd door sansculotten. De nieuwe eigenaars lieten de zaken verder verkommeren, of lieten ze, naar de mode van de tijd bepleisteren en aanpassen.

Vanaf ca. 1850-1860 ontstond er een gevoeligheid voor de erfgoedwaarde van de gebouwen - de kentering was de afbraak van het huis De Sterre in 1852. Het stadsbestuur was dan zelf al bezig met het restaureren van het stadhuis en het opnieuw opbouwen van het Broodhuis. Voor de gebouwen in particulier bezit verleende zij aanvankelijk subsidies voor het herplaatsen of vervangen van het verdwenen beeldhouwwerk aan de gevels. Onder impuls van burgemeester Karel Buls werden alle gebouwen systematisch gerestaureerd, van 1882 tot 1920, door architecten Victor Jamaer en Adolphe Samyn.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de Grote Markt een grote parking. In 1990 werd het plein vrijgemaakt van autoverkeer.De maakbare stad: de Grote Markt, BRUZZ, 18 juli 2022. Gearchiveerd op 21 maart 2023.

Gebouwen rond het plein Het stadhuis

Het stadhuis, dat boven op zijn toren bekroond wordt met een verguld standbeeld van de aartsengel Michaël die een draak velt, werd gebouwd vanaf 1402. Met de toren begon men in 1444. Hij werd 96 m hoog. Het beeldhouwwerk dat het gebouw versiert is volks. De toren staat niet exact in het midden van het gebouw.

Het Broodhuis

In het begin van de 13e eeuw stond er op de Grote Markt een houten constructie waar de bakkers destijds hun broden verkochten. Deze houten barak werd in 1405 vervangen door een stenen gebouw. Gedurende de regeerperiode van keizer Karel V werd het broodhuis opnieuw met de grond gelijkgemaakt en werd zijn hofarchitect Antoon II Keldermans aangesteld om een nieuw gebouw te ontwerpen in Flamboyante gotiek. Op het einde van de jaren zestig van de negentiende eeuw werd het gebouw gesloopt en heropgebouwd in neogotiek. In dit gebouw is nu het Museum van de Stad Brussel gevestigd met een waardevolle collectie van schilderijen, retabels, wandtapijten, beeldhouwwerken, zilverwerk, faience en porselein die een veelzijdig beeld geven van de geschiedenis van Brussel.

De gildehuizen rond het plein thumb|280px|Ligging van de gildehuizen

De Naties van Brussel trokken gildehuizen op rond de Markt. In hun huidige vorm zijn ze grotendeels het resultaat van de heropbouw na het bombardement van 1695.

Tussen de Guldenhoofdstraat en de Boterstraat (West) nr. 1: Den Coninck van Spaignien (gilde der bakkers) Op deze plaats stond in de 13e eeuw het Serhuygskintsteen van Brusselse patriciërsfamilie Serhuygs. Na het bombardement van 1695 liet het gilde der bakkers hier in 1697 een ruim complex bouwen, genoemd naar koning Karel II van Spanje van wie een borstbeeld te zien is op de tweede verdieping. Het oorspronkelijke beeldhouwwerk werd uitgevoerd door Jan Cosijn, aan wie ook het ontwerp wordt toegeschreven. Het gebouw werd gereconstrueerd in 1900-1902 door architect Adolphe Samyn, die onder meer de koepel terugplaatste. Het borstbeeld van de patroonheilige Aubertus is van Jules Lagae. nr. 2-3 : Den Cruywagen (gilde der vettewariërs) De gilde der vettewariërs (vetsmelters) kocht hier in 1439 een houten huis van de familie Serhuygs en liet er in 1644-1645 een stenen gildehuis bouwen. Het werd tegelijk met Den Coninck van Spaignien heropgebouwd door Jan Cosijn. Daarop werd het ook het ontmoetingslokaal van de gilde der kleerkopers en de Sint-Gillisnatie. Het beeld van de patroonheilige Gillis dateert uit 1912. nr. 4: Den Sack (gilde der schrijnwerkers en kuipers) Ook dit huis was oorspronkelijk gebouwd in hout en eigendom van de familie Serhuygs. Het gilde der schrijnwerkers en kuipers betrok het wellicht in 1444, en liet in 1645-'46 in steen heropbouwen. De heropbouw na het bombardement gebeurde door Antoon Pastorana, die van het oorspronkelijke barokgebouw uit 1646 de eerste twee verdiepingen behield, die nog overeind stonden na de brand. Erbovenop bouwde hij een uitbundige geveltop met voluten, gebeeldhouwde vazen, fakkels, schelpen, kariatiden, engelenhoofden, bloemen- en fruitslingers, enz. Een wereldbol met kompas bekroonde het geheel. De sculpturen, die gelijken op versteend houtsnijwerk, werden uitgevoerd door Peter van Dievoet. In 1854-58 en 1882 werd het beeldhouwwerk hersteld. In 1912 werden restauratiewerken uitgevoerd onder leiding van Jean Segers. nr. 5: Den Wolf (gilde der boogschutters) Dit oorspronkelijk houten huis van de familie Serhuygs werd al vernoemd in de 14e eeuw. De Handboogschutters van Sint-Antoon en Sint-Sebastiaan verwierven het en gaven het in 1641 een stenen voorgevel. Na een brand werd het in 1690 heropgebouwd, op basis van de plannen van architect en schilder Pieter Herbosch. Na het bombardement kon het opnieuw worden gebouwd volgens dezelfde plannen. In 1890 werd het gerestaureerd door stadsarchitect Pierre-Victor Jamaer. Boven de deur zie je hoe de wolvin Romulus en Remus zoogt. nr. 6: Den Horen (gilde der schippers) De oorspronkelijke naam van dit huis was Den Berch, maar nadat het destijds houten huis in 1434 in handen kwam van de toenmalige gilde van de binnenscheepvaart, werd het herdoopt naar Den Horen. Na te zijn heropgebouwd in steen in het midden van de 17e eeuw, werd het na het Frans bombardement gerestaureerd door meester-timmerman Antoon Pastorana. Hij gaf het het uitzicht van het achtersteven van een schip. De holronde bogen moesten het smalle gebouw breder doen lijken. Stadsarchitect Adolphe Samyn voerde renovatiewerken uit tussen 1899 en 1902. nr. 7: In den Vos (gilde der kramers) In het midden van de 15e eeuw kwam dit huis met houten voorpuntgevel in het bezit van de gilde der marktkramers, die er medio 17e eeuw een stenen gevel aan gaf. Na het bombardement werd het in 1699 heropgebouwd in Vlaamse Barok met invloeden uit de Lodewijk XIV-stijl. Uit de rekeningen blijkt de bijdrage van Jan van Delen, Cornelis van Nerven en Marc de Vos, zonder verdere duidelijkheid over hun respectieve bijdragen in het ontwerp en het beeldhouwwerk. De Vos werd gerestaureerd door P.V. Jamaer in 1883-1884.

Tussen Karel Bulsstraat en Hoedenmakersstraat (Zuid) nr. 8: De Sterre De Sterre is het kleinste, maar wel een van de oudste huizen rond de Grote Markt. Het werd in de 14e eeuw bewoond door de amman, een magistraat die de toenmalige vorst vertegenwoordigde. In 1852 is het oorspronkelijke gebouw afgebroken om een betere doorgang naar de Grote Markt te voorzien. Er kwamen voorstellen tot reconstructie. In 1897 werd het heropgebouwd onder het burgemeesterschap van Karel Buls en naar plannen van architect Jamaer. De bredere verkeersdoorgang werd behouden en een arcade-galerij werd gebouwd om ook voetgangers doorgang te verlenen. Door de versmalling van de Sterre werd het gebouw enkel toegankelijk via 'de Zwaan', het aanpalende gebouw. In 1899 werd een monument ter ere van Karel Buls opgericht onder de arcade-galerij in opdracht van de Brusselse architecten die mee hadden gewerkt aan de restauratie van de Grote Markt. Het monument werd ontworpen door Victor Horta en uitgevoerd door Victor Rousseau. Er bevindt zich ook een monument ter ere van Everaard t'Serclaes. De Sterrestraat, genoemd naar dit huis, werd omgedoopt tot Karel Bulsstraat. nr. 9: De Zwaan (gilde der Slagers) Dit huis werd gebouwd in de 15e eeuw rondom een toenmalige herberg. Het werd heropgebouwd in 1523 door eigenaars Apollonia van Ouderghem en de gevel werd afgewerkt met hout. Na het bombardement werd het in 1698 herbouwd door financier Pierre Fariseau, die daarvoor een beroep deed op architect Cornelis van Nerven. In 1720 werd het gebouw eigendom van het beenhouwersambacht. In 1874 werd het huis verbouwd tot een hotel. nr. 10: Den Gulden Boom (gilde der Brouwers) Ook dit huis dateert oorspronkelijk uit de 13e eeuw en heette toen Den Hille. In de 15e eeuw kwam het in handen van de gilde van leerlooiers en stoffeerders. Het werd begin 17e eeuw eigendom van de brouwers die het in 1638 in steen lieten heropbouwen. De heropbouw na het Frans bombardement werd uitgevoerd door architect Willem de Bruyn die het bekroonde met een beeld van Maximiliaan van Beieren. In 1752 werd het beeld vervangen door een nieuw beeld in de beeltenis van gouverneur Karel van Lotharingen, die zeer geliefd was bij de Brusselaars. nr. 11: De Roos Dit huis werd door de stad aangekocht in de 14e eeuw en bewoond door de familie Van der Rosen. Na het Frans bombardement werd het heropgebouwd door Jean-Baptiste 't Serstevens in 1702. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de "Nationale Rantsoendienst" hier gehuisvest. nr. 12: In den Bergh Thabor Net als de Roos is dit een van de grotere huizen. Het werd in 1699 gebouwd voor een zekere J.B. Van de Putte door meester-schrijnwerker F. Timmermans en meester-metselaar P. de Roy. Het werd gerestaureerd in 1885.

Tussen de Hoedenmakersstraat en de Heuvelstraat (Oost) nr. 12a: Alsemberg Dit is een alternatieve nummering van het huis in de Hoedenmakersstraat 2-4. nr. 13: De Faem nr. 14: De Cluyse nr. 15: De Fortuine nr. 16: De Windmolen nr. 17: De Tinnepot nr. 18: De Heuvel nr. 19: De Borse