De Franse marine, officieel Marine nationale, is het maritieme onderdeel van de Franse krijgsmacht en is naar personeel gemeten de grootste zeemacht van West-Europa. Ze bestaat uit een compleet assortiment aan schepen, van patrouilleboten tot fregatten die kruisvluchtwapens kunnen lanceren. Ze heeft ook een nucleair aangedreven vliegdekschip en vier nucleaire onderzeeboten die ballistische raketten kunnen lanceren.
Het motto van de Franse marine is Honneur, Patrie, Valeur, Discipline (Eer, Vaderland, Moed, Discipline). Deze woorden zijn te vinden op elk schip van de marine.
De huidige Franse marine
Onderdelen De Franse marine is verdeeld in vijf onderdelen: De Force d'Action Navale, oppervlaktevloot. De Forces Sous-marines, strategische nucleaire onderzeebootvloot. De Aviation Navale, marineluchtvaartdienst, zowel op het land als op zee gestationeerd. De Fusiliers marins, voor de beveiliging van maritieme installaties op het land en de Commandos marine, voor amfibische operaties, worden samen FORFUSCO genoemd. De Gendarmerie Navale, politietaken en kustwacht.
Bases De Franse marine opereert vanuit marinebasis over de hele wereld: Drie in Frankrijk zelf: Brest en Cherbourg-Octeville aan de Atlantische Oceaan, en Toulon aan de Middellandse Zee. Vijf in de Franse overzeese gebieden: Dégrad des Cannes in Frans-Guyana, Fort-de-France in Martinique, Nouméa in Nieuw-Calidonië, Papeete in Frans-Polynesië en de haven van La Réunion. Sinds 2009 is er ook een buitenlandse marinebasis in de Haven van Zayed in Abu Dhabi.
Vloot De Franse marine opereert met moderne schepen van alle typen: Charles de Gaulle: vliegdekschip en het vlaggenschip – 40 600 ton; in 2001 in dienst genomen. Het kan met veertig vliegtuigen en helikopters opereren, en is bewapend met Aster 15- en Mistral-luchtdoelraketten. Volgens de Franse doctrine moet de marine twee vliegdekschepen in dienst hebben. Oorspronkelijk was het plan een conventioneel aangedreven vliegdekschip naar het ontwerp van de Britse Queen Elizabethklasse te bouwen, maar financiële problemen zorgden ervoor dat dit plan in 2013 geschrapt werd. Mistralklasse-landing-helikopter-dok (LHD) – 3 schepen van 21 300 ton; tussen 2005 en 2012 in dienst genomen. Deze schepen hebben een vliegdek waar zes helikopters op kunnen landen. Daaronder hebben ze een dok om amfibische landingen uit te voeren. Daarin is plaats voor twee EDAR-landingsvaartuigen die tot 80 ton aan land kunnen brengen, en vier CTM-landingsvaartuigen die tot 90 ton aan land kunnen brengen. Le Triomphantklasse-strategische kernonderzeeër – 4 boten van 12 685 ton; tussen 1997 en 2010 in dienst genomen. Ze hebben zestien lanceercellen voor M45- en M51-ballistische raketten met kernkoppen. Ze maken deel uit van de Force de frappe, de nucleaire afschrikkingsmacht. Horizonklasse-fregat 1e rang – 2 schepen van ca. 6600 ton die in 2007 en 2009 in dienst werden genomen. Ze zijn bewapend met 48 Aster-luchtdoelraketten. Met wat men in Frankrijk een "fregat van de eerste rang" noemt, wordt elders een torpedobootjager verstaan. De Horizonklasse werd in samenwerking met Italië ontworpen. De Italiaanse marine heeft er ook twee. Aquitaineklasse-fregat 1e rang – 2 van uiteindelijk 8 schepen van 6000 ton. Het eerste werd in 2015 in dienst genomen. Ze zijn bewapend met 32 Aster-luchtdoelraketten en 16 MdCN-kruisraketten. Het is de Franse versie van de FREMM-klasse, die eveneens samen met Italië werd ontworpen. Cassardklasse-fregat 1e rang – 2 schepen van 4950 ton; in 1988 en 1991 in dienst genomen. Ze zijn bewapend met Amerikaanse RIM 66 Standard-luchtdoelraketten. Het is de bedoeling ze te vervangen door de Aquitaineklasse. Georges Leyguesklasse-fregat 1e rang – 5 van oorspronkelijk 7 schepen van 4830 ton; tussen 1979 en 1990 in dienst genomen. Ze zijn bewapend met Crotale-luchtdoelraketten. Een derde schip wordt in de loop van 2017 uit dienst genomen. Ook deze worden vervangen door de Aquitaineklasse. La Fayetteklasse-middelgroot fregat 1e rang – 5 schepen van 3200 ton; tussen 1996 en 2001 in dienst genomen. Het waren toen de eerste fregatten waarop stealth was toegepast. Ze zijn eveneens bewapend met Crotale-luchtdoelraketten. Floréalklasse-fregat 2e rang – 6 schepen van 2950 ton; tussen 1992 en 1994 in dienst genomen. Ze zijn alle gestationeerd in de Franse overzeese gebieden. Rubisklasse-aanvalskernonderzeeër – 6 boten van 2385 ton; tussen 1983 en 1993 in dienst genomen. Ze zijn bewapend met vier 533 mm-torpedobuizen en twee Exocet-antischipraketten. L'Adroit: zeepatrouilleschip van 1450 ton uit de Gowindklasse; in 2012 in dienst genomen. De marine huurt dit schip van constructeur DCNS. Champlainklasse-middelgroot landingsschip – 1 van oorspronkelijk 5 schepen van 1330 ton; van 1974 tot 1987 in dienst genomen. D'Estienne d'Orvesklasse-zeepatrouilleschip – 9 van oorspronkelijk 17 schepen van ca. 1100 ton; tussen 1976 en 1984 in dienst genomen. Zes zijn in 2000-2 verkocht aan de Turkse marine. Le Malin: patrouilleboot van 1000 ton; sinds 2007 in dienst; heeft haar thuishaven in Toulon. In Noorwegen gebouwd als vissersboot, werd de boot nabij de Kerguelen onder Hondurese vlag in beslag genomen wegens illegale visserij en vervolgens overgenomen door de Franse marine. Arago: patrouilleboot – 830 ton; sinds in 1991 in dienst; heeft haar thuishaven in Papeete (Tahiti). Fulmar: patrouilleboot van 550 ton; sinds 1997 in dienst; heeft haar thuishaven in Saint-Pierre en Miquelon, vlak bij Canada. Ook dit schip was oorspronkelijk een vissersboot. La Confianceklasse-zeepatrouilleschip – 1 van uiteindelijk 2 schepen van 700 ton (beladen). Het eerste werd in 2017 in dienst genomen. Ze hebben beide hun thuishaven in Guyana. Eridanklasse-mijnenveger – 11 van oorspronkelijk 13 schepen van 560 ton; sinds 1981 in dienst. Deze klasse werd gezamenlijk met België en Nederland ontworpen, en doet ook dienst bij de Belgische marine en de Nederlandse marine. Drie van de Franse schepen zijn overgenomen van België. Vulcainklasse-mijnenjager – 4 boten van 409 ton; in 1986 en 1987 in dienst genomen. P400-klasse-patrouilleschip – 4 van oorspronkelijk 10 schepen van 373 ton. Het eerste kwam in 1986 in dienst. Ze worden vervangen door de d'Estienne d'Orvesklasse. Twee zijn inmiddels verkocht. De meeste waren gestationeerd in de Franse overzeese gebieden. OPV 54-klasse-patrouilleschip – 3 schepen van 315 ton; alle in 1997 in dienst genomen. Antarèsklasse-mijnenjager – 3 boten van 250 ton; in 1993 en 1994 in dienst genomen. Ze zijn uitgerust met twee sonars om zeemijnen op te sporen.
Verder is er een scala aan ondersteunings- en onderzoeksschepen, waaronder: Monge: raketvolgschip van 17.760 ton; in 1992 in dienst genomen. Het werd gebouwd om de ballistische raketten van de strategische onderzeeërs te volgen. Er worden ook Ariane-raketten met gevolgd. Duranceklasse-bevoorradingsschip – 3 van oorspronkelijk 5 schepen van 7600 ton; tussen 1977 en 1990 in dienst genomen. Het eerste werd in 1999 aan de Argentijnse marine verkocht. Het tweede werd in 2015 uit dienst genomen. Pourquoi pas ?: onderzoeksschip van 6600 ton; in gebruik sinds 2005. Het is in gedeeld eigendom met het maritiem onderzoeksinstituut IFREMER, en doet hydrografisch, oceanografisch en geowetenschappelijk onderzoek. Daarnaast is het uitgerust om onderzeeërs in nood ter hulp te schieten. Dupuy-de-Lôme: inlichtingenschip van 3100 ton; in 2006 in dienst genomen. Het is gebouwd om elektronische signalen te onderscheppen. D'Entrecasteauxklasse – 3 van uiteindelijk 4 schepen van 2300 ton; in 2016-17 in dienst genomen. Beautemps-Beaupré: onderzoeksschip van 2125 ton; sedert 2003 in dienst; heeft zijn thuishaven in Brest. Met twee afwisselende bemanningen aangevuld met wetenschappers is het schip 300 dagen per jaar op zee om hydrografisch en oceanografisch onderzoek te doen. Alizé: ondersteuningsschip voor de marineduikers – 1100 ton; in 2005 in dienst genomen; heeft zijn thuishaven in Cherbourg. Thétis: onderzoeksschip van 900 ton; in 1988 in dienst genomen. Het doet onderzoek naar opsporingsmethoden voor zeemijnen. Lapérouseklasse-onderzoeksschip – 5 schepen van 830-900 ton; van 1988 tot 1991 in dienst genomen. Drie doen hydrografisch onderzoek en één doet onderzoek naar opsporingsmethoden voor zeemijnen. De eerder genoemde Arago doet in Tahiti dienst als patrouilleschip.
Sommige ondersteuningsschepen worden door de marine gehuurd of gechartered, zoals: Jason: kustsleepboot – 2310 ton; in 2005 in Singapore gebouwd en sinds 2009 gehuurd voor inzet aan de Mediterrane kust. Het kan onder meer olievlekken opruimen. Abeille Flandre: reddingssleepboot – 2220 ton; in Noorwegen gebouwd en sinds 1979 in gebruik. Argonaute: kustsleepboot van 2100 ton; in Roemenië gebouwd en sinds 2004 gehuurd voor inzet aan de Atlantische kust. Het kan onder meer olievlekken ruimen en heeft een waterkanon om branden te blussen.
Er zijn ook motor- en zeilschepen om cadetten op te leiden, waaronder: Léopardklasse-opleidingsschip – 8 schepen van 335 ton; in 1982-83 in dienst genomen. Ze hebben plaats voor achttien cadetten. Étoile en Belle Poule: topzeilschoeners – ca. 225 ton; in 1932 tewatergelaten; hebben hun thuishaven in Brest.
De Franse marineluchtvaartdienst telt circa 6800 manschappen en omvat circa 200 toestellen: 43 Dassault Rafale M-gevechtsvliegtuigen voor het vliegdekschip Charles De Gaulle. Ze vervingen de Dassault Étendard IV, Dassault Super-Étendard en de oude Amerikaanse F-8 Crusader. 23 Breguet Atlantic-zeepatrouillevliegtuigen. 20 Westland Lynx-helikopters voor onderzeebootbestrijding vanaf de fregatten. 17 Caïman Marine (NH90) voor onderzeebootbestrijding, reddingsoperaties en transport vanaf de fregatten. 16 Eurocopter Panther AS.565SA-antischipversie voor gebruik met het vliegdekschip en de fregatten. 13 lichte Aérospatiale Alouette III-transporthelikopters. Ze werden vroeger ook voor onderzeebootbestrijding en als reddingshelikopter ingezet. 11 Embraer EMB-121 Xingu-lesvliegtuigen voor de transportvliegtuigen. 9 Socata Rallye-basislesvliegtuigjes. 7 Mudry Cap 10-basislesvliegtuigjes. 8 Dassault Falcon 50 M-verkenningsvliegtuigen. 8 Eurocopter Dauphin SA-365F en -N-reddingshelikopters. Drie opereren als boordreddingshelikopter van het vliegdekschip. 6 Dassault Falcon 10-zeeverkennings- en lesvliegtuigen. 5 Dassault Falcon 200-verkenningsvliegtuigen. 3 Northrop Grumman E-2C Hawkeye AWACS-vliegtuigen. Ze werden tussen 1998 en 2004 aangekocht, en kunnen eveneens vanop vliegdekschepen opereren.
Geschiedenis thumb|links|Een miniatuur van de Slag bij Sluis uit de Kronieken van Jean Froissart De geschiedenis van de Franse marine gaat terug tot de middeleeuwen, toen zij werd verslagen door de Engelsen bij Slag bij Sluis en zij met de hulp van Castiliëde de Engelsen versloeg bij La Rochelle.
De Franse marine werd ook wel La Royale genoemd. De reden daarvoor is niet bekend. Het kan zijn vanwege de connectie met de Franse monarchie, of het was vanwege de locatie van het hoofdkwartier: Rue Royale in Parijs. De marine gebruikte de koninklijke titels niet zoals andere Europese marines, zoals de Britse Royal Navy, deden door scheepsnamen met HMS te beginnen (His/Her Majesty's Ship). Daarentegen begonnen de scheepsnamen met het passend lidwoord "Le" of "La".
17e eeuw De marine werd een samenhangend instrument van macht rond de 17e eeuw onder Lodewijk XIV. Onder toezicht van de "Zonnekoning" was de Franse marine goed gefinancierd en uitgerust. Ze behaalden vele vroege successen in de Negenjarige Oorlog tegen de Royal Navy en de Nederlandse marine. Financiële problemen echter dwongen de marine terug naar de haven waardoor de Engelsen en Nederlanders het initiatief terugkregen. Vóór de Negenjarige Oorlog, in de Nederlands-Franse Oorlog, wist zij een belangrijke zege te behalen op een gecombineerde Spaans-Nederlandse vloot bij de Slag bij Palermo (1676).
18e eeuw