Het Grand Orient de France (Grootoosten van Frankrijk, afgekort G.O.d.F.) is een Franse obedientie, oftewel een koepelorganisatie van vrijmetselaarsloges die werken in de drie basisgraden van leerling, gezel en meester. Anno 2025 is zij de oudste en grootste obediëntie in Frankrijk met 55.000 leden. Vele presidenten, premiers, ministers en staatssecretarissen zijn of waren vrijmetselaar en lid van het G.O.d.F. Haar hoofdzetel bevindt zich in Parijs. Van oorsprong was de obediëntie alleen toegankelijk voor mannen, maar vanaf 2010 mogen de loges zelf beslissen of zij gemengd willen werken.

Het Grand Orient de France behoort tot de zogenaamde liberale of adogmatische strekking binnen de vrijmetselarij. Dat betekent dat zij elk dogma of verplicht geloof in een opperwezen afwijst. Het staat de leden vrij te geloven of niet, de gewetensvrijheid van de leden gaat echter boven alles. De obediëntie staat daarbij een absolute scheiding van kerk en staat voor.

Het Grand Orient de France beschikt over een grote bibliotheek bestaande uit meer dan 20.000 volumes, genaamd La Bibliothèque du Grand Orient de France. In haar hoofdzetel in Parijs is tevens het Musée de la Franc-Maçonnerie gevestigd, een museum over de vrijmetselarij. De obediëntie doet aan filantropie middels de Fondation du Grand Orient de France

Het Grand Orient de France telt anno 2025 ruim 1400 loges. De meerderheid hiervan bevindt zich in Frankrijk en haar (voormalige) koloniale gebieden, daarnaast zijn er loges in vrijwel alle werelddelen, bijvoorbeeld ook in Noord-Amerika.

Riten en graden Binnen het Grand Orient de France mag een loge zelf bepalen welke ritus zij wil toepassen in de drie basisgraden. Er zijn meerdere riten in gebruik, de belangrijkste zijn: de Franse Ritus de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus de Gerectificeerde Schotse Ritus de Oude en Primitieve Ritus Memphis-Misraïm De meerderheid van de loges past de Franse Ritus toe.

Daarnaast kent het Grand Orient de France binnen haar schoot het Grand Collège des Rites waar organisaties onder vallen die hogere gradenstelsels beheren:: de Suprême Conseil du Rite écossais ancien et accepté du G.O.d.F. voor de dertig hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (A.A.S.R.) het Grand Chapitre Général du G.O.d.F. voor de vier hogere graden van de Franse Ritus het Grand Prieuré Indépendant de France du G.O.d.F. voor de vijf hogere graden van de Gerectificeerde Schotse Ritus de Grand Ordre Egyptien du G.O.d.F. voor de zesennegentig hogere graden van de Oude en Primitieve Ritus Memphis-Misraïm

Geschiedenis

Ontstaan thumb|Lodewijk Filips van Orléans, eerste Grootmeester van het Grootoosten van Frankrijk|283x283pxNadat in 1725 de eerste vrijmetselaarsloge in Frankrijk in Parijs was opgericht nam het aantal loges daarna snel toe. In 1728 verenigden zij zich waarbij Philip Wharton, 1e hertog van Wharton (1698-1731) en voormalig grootmeester van de Premier Grand Lodge of England, als eerste onofficiële grootmeester wordt genoemd. Rond 1738 was voor het eerst sprake van de Grande Loge de France, waarbij Louis de Pardaillan de Gondrin, hertog van Antin (1707-1743) tot grootmeester werd verkozen.

In 1773 ontstond een scheuring binnen de Franse vrijmetselarij en het Grand Orient de France zag het levenslicht, waar een groot aantal loges van de Grande Loge de France naar toe overging. De eerste grootmeester was Lodewijk Filips van Orléans (1747-1793), hertog van Orléans en Valois. De resterende loges van de Grande Loge de France gingen verder als de Grande Loge de Clermont, genoemd naar de eerder overleden grootmeester Louis, graaf van Clermont (1709-1771).

Zowel het Grand Orient de France als de Grande Loge de Clermont moesten hun activiteiten staken tijdens de periode van het Schrikbewind (1792-1794) van de Franse Revolutie, en de hertog van Orléans stierf onder de guillotine. Nadat de werkzaamheden waren hervat was het aantal loges van beide obediënties sterk teruggelopen. Onder leiding van Alexandre Roëttiers de Montaleau (1748-1807) die daarna ook grootmeester werd, werden beide obediënties samengevoegd tot het Grand Orient de France op 10 juni 1799.

Loge Les Neuf Sœurs was een prominente loge van het Grand Orient welke een belangrijke rol speelde in het organiseren van Franse steun voor de Amerikaanse Revolutie (1765–1783) en later in de ontwikkelingen die leidden tot de Franse Revolutie. De Amerikaanse wetenschapper en politicus Benjamin Franklin was lid van deze loge toen hij werkte in Parijs.

Van 1805 tot 1814 was Joseph Bonaparte (1768-1844), een oudere broer van Napoleon Bonaparte grootmeester van het Grand Orient de France. Dankzij zijn broer werd hij koning van Napels (1806–1808) en vervolgens van Spanje (1808–1813). Onder het bewind van Napoleon nam het aantal loges in Frankrijk sterk toe.

De Schotse Ritus Verschillende vrijmetselaars die behoorden tot de Grande Loge de Clermont waren hiermee niet akkoord, en richtten hun eigen loge op, de Loge Mére Écossaisse de France, ook wel Loge Saint-Alexandre d'Écosse genoemd. Deze vormde zich in 1804 om tot Grande Loge Génerale Écossaise de France. Tegelijkertijd werd de Suprême Counseil de France pour le Rite Écossais Ancien et Accepté opgericht, de eerste opperraad in Europa voor de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (A.A.S.R.), op initiatief van Alexandre Francois Auguste de Grasse, graaf de Grasse-Tilly (1765-1845). Deze obediënties bleven echter in de schaduw van het Grand Oriënt de France werken.

Nog in datzelfde jaar wilde het Grand Orient de France ook de hogere graden volgens de A.A.S.R. gaan beoefenen en trad daarmee in concurrentie met beide andere obediënties. Dit leidde tot een conflict, dat in 1805 voorlopig werd opgelost door een compromis: het Grand Oriënt de France werkte in de basisgraden van leerling, gezel en meester en oefende daarnaast voortaan de jurisdictie uit over de 4e tot en met de 18e graad van de A.A.S.R. Aan de andere kant oefende de Suprême Counseil de France de jurisdictie uit over de 19e tot en met de 33e en laatste graad van de A.A.S.R. De Grande Loge Génerale Écossaise de France werd op last van Napoleon samengevoegd met het Grand Orient de France.

Deze oplossing bleef bestaan tot in 1815, in dat jaar richtte het Grand Oriënt de France haar eigen, alternatieve opperraad of Suprême Counseil op voor alle hogere graden van de A.A.S.R. Hierdoor staakte de Suprême Counseil de France haar activiteiten tot in 1821. In dat jaar hervatte ze haar activiteiten weer en wilde ook in de drie basisgraden opereren. Onder haar impuls werd hiertoe vervolgens een nieuwe obediëntie opgericht, de Grande Loge Centrale de France.

Tijdens het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870) trachtte Napoleon III zijn macht op te leggen aan de Franse vrijmetselarij en benoemde eerst prins Lucien Murat en later maarschalk Bernard Pierre Magnan (1791-1865) tot hoofd van de Grand Orient de France om elke vorm van oppositie tegen het regime te voorkomen. Hoewel Magnan zelf geen vrijmetselaar was, werd hij ingewijd en ontving hij alle 33 graden in twee dagen. Later kreeg het G.O.d.F weer meer autonomie.

In 1875 vond in het Zwitserse Lausanne een Universeel Convent van de Opperraden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus plaats. Men trachtte er de ritus te moderniseren, waarbij de rol van de Opperbouwmeester des Heelals centraal stond. Dit gaf uiteindelijk aanleiding tot het schisma tussen reguliere en liberale obediënties, wat tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat. In datzelfde jaar besloot het Grand Orient de France - onder atheïstische invloeden - alle religieus getinte formules uit haar rituelen te verwijderen en de gewetensvrijheid van haar leden centraal te stellen. Dit alles leidde ertoe dat de United Grand Lodge of England de banden met het G.O.d.F. verbrak in 1877 en de obediëntie werd niet langer als regulier erkend.

Aan het eind van de negentiende eeuw was de politieke en maatschappelijke betrokkenheid van het Grand Orient de France groot. Zij nam het voortouw in talrijke initiatieven, zoals de Liga voor de Rechten van de Mens, de organisatie van onderlinge hulp- en gezondheidszorgverenigingen, arbeiderscoöperaties, volksuniversiteiten enzovoorts.

Twintigste eeuw Begin 20e eeuw was het Grand Orient de France betrokken in een groot politiek schandaal, de zogenaamde Affaire des fiches. In opdracht van de Franse minister van defensie, een vrijmetselaar, werden er dossiers opgesteld in de schoot van het G.O.d.F. over alle militairen van het Franse leger. Op basis van deze dossiers werden in groten getale liberale en vrijzinnige militairen benoemd in belangrijke sleutelposities binnen het leger, met uitsluiting van katholieke militairen.

In 1913 splitsten een aantal loges en vrijmetselaars zich af van het Grand Orient de France en richtten onder de naam Grande Loge Indépendante et Régulière een nieuwe obediëntie op, die wel erkend werd als regulier door de United Grand Lodge of England. In 1948 hernoemde zij zichzelf als de Grande Loge Nationale Française.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de vrijmetselarij in Frankrijk - zoals in alle bezette gebieden - verboden door de Duitse bezetter, vele vrijmetselaars sloten zich aan bij het verzet.

Internationaal In 1986 nodigde het Grand Orient de France 235 obediënties uit de hele wereld uit om deel te nemen aan het Rassemblement Maçonnique International dat plaatsvond te Parijs van 14 tot 16 mei 1987. Dit internationaal vrijmetselaarscongres vond plaats onder de bescherming van de Franse president François Mitterrand en stond in het teken van de wereldvredeToespraak van François Mitterrand voor het I. Rassemblement Maçonnique International op 15 mei 1987..

In 2007 nodigde het Grand Orient de France 150 liberale obediënties uit de hele wereld uit om deel te nemen aan een tweede Rassemblement Maçonnique International te Straatsburg van 2 tot 3 mei. Het internationale congres vond plaats onder de titel Construire l'Europe, construire le monde en stond onder de bescherming van Abdou Diouf, voormalig president van Senegal en secretaris-generaal van de Organisation Internationale de la FrancophonieToespraak van Abdou Diouf voor het II. Rassemblement Maçonnique International op 2 juni 2007..

Het Grand Orient de France. was mede-oprichter en tot 1996 lid van de vrijzinnige internationale vrijmetselaarskoepel Centre de Liaison et d’Information des Puissances maçonniques Signataires de l’Appel de Strasbourg (C.L.I.P.S.A.S.). Later was zij van 2010 tot 2019 opnieuw lid hiervan. In 1998 stond ze mede aan de wieg van de eveneens vrijzinnige vrijmetselaarskoepel Secrétariat International Maçonnique des Puissances Adogmatiques (S.I.M.P.A.), welke echter vanaf 2010 een slapend bestaan leidt.

Aanwezigheid in België Gedurende de Franse Tijd in België (1794-1814) kende de vrijmetselarij aldaar een nieuwe bloei, nadat onder de Oostenrijkse Nederlanden alleen nog loge Les Vrais Amis de l'Union te Brussel was overgebleven. Tijdens deze periode werd een groot aantal loges (her-)opgericht onder jurisdictie van het Grand Orient de France, eind 1813 kenden de Zuidelijke Nederlanden ruim dertig loges. Een deel van deze loges verdween weer snel, anderen werden na de Belgische revolutie in 1830 opgenomen in het nieuw gevormde Grootoosten van België.

Anno 2026 zijn er geen actieve loges van het Grand Orient de France in België.

Aanwezigheid in Nederland Tijdens de Franse Tijd in Nederland (1794-1814) was het Grand Orient de France daar eveneens actief en wilde de Nederlandse loges annexeren. De Grootloge der Zeven Verenigde Nederlanden, welke in 1798 omgedoopt werd tot Grootoosten der Bataafse Republiek en in 1807 in Grootoosten van de Vrijmetselaren in Holland en onderhorige landen, wist haar zelfstandigheid echter te bewaren. Desondanks werden er toch enkele loges door het G.O.d.F. opgericht: Saint Napoleon (1810-1835), Ste. Marie-Louise d'Autriche en L'Aigle Français te Amsterdam Le Berceau du Roi de Rome (1811-1813) te Den Haag