thumb|Koningspel van Ur links speelbord, rechtsboven pionnen en rechtsonder dobbelstenen

Het Koningsspel van Ur is een bordspel van de Sumerische beschaving. Speelborden voor dit spel werden in de jaren twintig van de twintigste eeuw voor het eerst door de archeoloog Sir Leonard Wooley gevonden. Hij leidde een expeditie van het British Museum en de universiteit van Pennsylvania. Hij vond er tijdens de expeditie verschillende exemplaren van, allemaal in de graftombe van rijke Sumeriërs. Men vermoedt dat de speelborden de doden begeleidden op hun weg naar de andere wereld. Aangenomen wordt dat dit spel een van de voorlopers is van de spellen die op backgammon zijn gebaseerd.

Het spel is gemakkelijk zelf te maken. Het bord kan van bijvoorbeeld van hout of triplex worden gemaakt of op een stuk papier worden getekend en de pionnen kunnen van papier of karton worden gevouwen.

Regels thumb|Regeltablet, gedateerd 177 v.Chr

De spelregels waren tot in de jaren '80 onbekend. Curator Irving Finkel van het British Museum vertaalde toen een kleitablet waarop in het spijkerschrift de spelregels door de Babylonische schriftgeleerde Itti-Marduk-balāṭu waren uitgeschreven.. Ancient Board Games in Perspective Voor deze vertaling voorhanden was, zijn er diverse regels voor het spel bedacht.

Het Koningsspel van Ur wordt met twee spelers gespeeld. Elke speler krijgt zeven pionnen en drie dobbelstenen van zijn kleur.

De dobbelstenen hebben de vorm van een viervlak met twee gemarkeerde hoekpunten. Er wordt met de drie dobbelstenen tegelijk gegooid en de bovenop liggende hoekpunten bepalen de waarde: Drie gemerkte hoeken boven: 5 punten Twee gemerkte hoeken boven: 1 punt Een gemerkte hoek boven: 0 punten Geen gemerkte hoeken boven: 4 punten

De winnaar is hij die als eerste zijn zeven pionnen over het speelbord heeft laten gaan.

Door de dobbelstenen te gooien wordt bepaald wie er begint. Als een speler 1 of 5 punten gooit mag die speler een pion op het eerste of vijfde hokje zetten. De pionnen lopen vervolgens steeds het gehaalde aantal ogen.

Pionnen beginnen hun weg naar boven met de stippen naar boven gedraaid. Als een pion op een met een rozet gemarkeerd vakje komt, mag de speler een nieuwe pion inbrengen. Wanneer een pion op het veertiende hokje terechtkomt of er voorbij wordt die omgedraaid en begint de weg terug.

Op één hokje kunnen zoveel pionnen geplaatst worden als de speler wil. Pionnen op de middelste baan en die in het bovenste gedeelte van het speelbord kunnen worden geslagen. Een pion die op een door de tegenstander bezet hokje komt, slaat alle pionnen die daar staan. Deze moeten opnieuw beginnen. Alleen de pionnen die op de rozetten en op het laatste vakje staan zijn veilig. Op die vakjes mogen pionnen van beide kleuren tegelijkertijd staan. Ze kunnen niet worden geslagen.

Pionnen op weg naar boven, met de stippen naar boven gedraaid, de eerste veertien vakjes, kunnen alleen door pionnen worden geslagen die ook naar boven gaan. Omgedraaide pionnen kunnen alleen worden geslagen door andere omgedraaide pionnen.

Om uit het spel te worden gehaald moet die eerst precies op het laatste vakje komen en daarna moet de speler een vier gooien. Staan er meer pionnen van een speler, dan mogen die bij het gooien van een vier allemaal in één keer van het bord af.

Categorie:Bordspel