thumb|Noordgevel met stadhuis rechts op de voorgrond De Sint-Katharinakerk in Hoogstraten werd gebouwd tussen 1525 en 1550 in opdracht van Antoon van Lalaing en Elisabeth van Culemborg, graaf en gravin van het graafschap Hoogstraten. Het imposante bouwwerk wordt ook wel genoemd als “kathedraal van de Kempen” of in de volksmond “ons Katrien”.

De kerk is in laatgotische stijl opgetrokken. In feite is het een mengvorm tussen Kempense gotiek en Brabantse gotiek naar plannen van architect Rombout II Keldermans (overleden in 1531). De toren is 104,7 meter hoog en vierkant aan de basis. Dit komt overeen met ongeveer 150 Brabantse el want de meter bestond nog niet in de 16e eeuw. De basis van de klokkentoren is vierhoekig die overgaat in een achthoekige (8 is het getal van de oneindigheid) kaars met vlam, een dubbele peerspits bedekt met leien. Witte speklagen uit zandsteen maken de kerk tot een flamboyant geheel.

De kerk was ten tijde van de bouw het vijfde hoogste kerkgebouw in de Habsburgse Nederlanden. Kenmerkend is de rode Kempense baksteen, die zelden gebruikt wordt voor torens van die omvang. De hoogste bakstenen toren in Europa is die van de Martinskirche in Landshut, Duitsland (130,6 meter). De hoogste bakstenen toren van België is die van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Brugge (115 meter). De baksteen die gebruikt is voor de Onze Lieve Vrouwekerk van Brugge is eerder geel van kleur, terwijl de Sint-Katharinakerk van Hoogstraten opgetrokken is in de typische rode baksteen van de streek. Hoewel de Sint-Katharinakerk niet de hoogste bakstenen kerk van België is, bevindt zich hier wel het hoogste punt waarop baksteen in een Belgische kerktoren werd verwerkt.

De kerk had niet te lijden onder de godsdienstrellen in de 16e eeuw, maar op 23 oktober 1944 werd de toren net voor de bevrijding door de terugtrekkende Duitse troepen gedynamiteerd. Het hoogkoor bleef staan en is dus nog origineel. De wederopbouw volgde vanaf 1952 tot 1958 onder impuls van deken Lauwerys.

Sinds 1936 is de kerk een beschermd monument.

Bouwgeschiedenis De Sint-Katharinakerk kwam op dezelfde plaats waar voorheen een kleine romaanse kerk stond. Deze kerk werd in de 13e en 14e eeuw en na een brand in 1442 heropgebouwd in gotische stijl.

Op 18 november 1525 werden de bouwwerken gestart van de huidige kerk. Het waren Antoon I van Lalaing en Elisabeth van Culemborg, graaf en gravin van het graafschap Hoogstraten die opdracht gaven tot de bouw van 'hun grafkerk' . Ze werd gebouwd naar een ontwerp van Rombout II Keldermans. Eerste bouwmeester was Hendrik Lambrechts. Tweede bouwmeester was Antoon III Keldermans, neef van Rombout Keldermans.

De kerk werd in drie fasen gebouwd. Men begon met het hoogkoor, waar het praalgraf en het nieuwe grote koorgestoelte een plaats moesten krijgen. De uitbreiding van het hoogkoor vormde de voornaamste reden voor de verbouwing. Het moest groot genoeg zijn om de ridders van de Orde van het Gulden Vlies te kunnen ontvangen, maar vooral ook een waardige en indrukwekkende plaats bieden aan het praalgraf van het grafelijk echtpaar. Daarop lagen Antoon en Elisabeth uitgebeeld en aan de zijkanten waren acht wapenschilden van vooraanstaande Gulden Vliesridders aangebracht, alsof het graf symbolisch door hen werd gedragen.

De symboliek in dit deel van de kerk stond dan ook sterk in het teken van deze ridderorde. Op het moment dat het koorgestoelte werd gebouwd, telde de Orde van het Gulden Vlies 52 ridders. Omdat er voortdurend een uitbreiding kwam, werden er alvast 54 zitplaatsen in het koorgestoelte voorzien.

Het hoge en rijk versierde koor moest duidelijk maken hoe dicht het echtpaar bij de hoogste macht stond. Elisabeth had als hofdame van de moeder van Karel V diens leven van kindsbeen af meegemaakt, terwijl Antoon als rechterhand van Margaretha van Oostenrijk een vertrouwenspositie aan het hof bekleedde. Elisabeth was zelfs lange tijd eerste hofdame bij Margaretha en verbleef avonden lang aan haar zijde. De vriendschapsband tussen Antoon en Margaretha, en die tussen Elisabeth en Karel V, bleef tot aan hun dood bestaan. Zo onderstreepten het praalgraf, de verwijzingen naar de Gulden Vliesridders en de hoge kerkruimte het uitzonderlijke aanzien dat zij aan het Bourgondisch-Habsburgse hof hadden verworven.

Het dak van het hoogkoor was voltooid in 1529. Dit deel van de kerk werd volledig afgewerkt, met inbegrip van de glasramen, het praalgraf en het koorgestoelte, terwijl de oude kerk nog bleef staan. In de glasramen waren onder meer keizer Karel V, Isabella van Portugal (1503-1539), Filibert II van Savoye, Margaretha van Oostenrijk (1480-1530) en het grafelijk koppel zelf afgebeeld. De glasramen waren giften van de adel om de bouw van de kerk te steunen en gaven de speciale band met het koppel weer.

In 1530 begon men vervolgens met de bouw van de kruisbeuken.

De aanvankelijke plannen waren om een vijfbeukige kerk te bouwen met in de buitenste beuken doorlopende zijkapellen, naar het voorbeeld van de kerk in Bourg-en-Bresse, de grafkerk van Margaretha van Oostenrijk. Deze plannen werden echter herzien en herleid tot een goedkopere driebeukige kerk nadat zij in 1530 gestorven was omdat er toen minder geld binnen kwam. De werken lagen om budgettaire redenen stil tussen 1534 en 1535. Dit lag ook aan externe factoren zoals de brand in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal (Antwerpen). In de nacht van 5 op 6 oktober 1533 werd de kathedraal door brand geteisterd en leden het dak, de pijlers van de middenbeuk en de kruisbeuk grote schade. In de daarop volgende jaren kregen deze herstellingswerken voorrang op andere bouwwerken.Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Nieuwerck Onze-Lieve-Vrouwekathedraal [online], https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/300378 (geraadpleegd op 11 mei 2026). Van de geplande reeks zijkapellen in Hoogstraten werden uiteindelijk slechts twee kapellen gebouwd: de Sint-Mariakapel in de noordbeuk en de Sint-Jozefkapel in de zuidbeuk. Volgens de oorspronkelijke plannen had deze reeks zijkapellen doorgetrokken moeten worden tot aan de westtoren. Niettegenstaande de keuze voor een plaatselijke baksteen De keuze voor rode baksteen hield vermoedelijk verband met het ontbreken van lokaal beschikbare natuursteen. Omdat Hoogstraten niet aan een bevaarbare waterweg lag, was de aanvoer van natuursteen erg kostbaar. Bouwmateriaal kon per schip tot Ginneken, ten zuiden van Breda, worden vervoerd, waarna het met karren naar de bouwplaats moest worden gebracht. als bouwmateriaal zorgde de moeizame levering van witte stenen herhaaldelijk voor bouwvertraging.

In een volgende fase werd het hoogkoor langs de kerkzijde winddicht gemaakt. Daarna bouwde men de nieuwe kerk als het ware over de oude heen, waarna pas vanaf 1537 de oude kerk kon worden afgebroken. De oude middenbeuk bleef het langste staan en werd in 1542 afgebroken. Het volksgedeelte, of kerkschip, bleef ongeveer even groot als voordien. Hoogstraten was in die periode immers geen grote plaats: er waren slechts 288 huizen. In de 15e eeuw schommelde het inwonertal rond de 1700. Bij de bouw van de kerk waren er 2100. Er waren 160 ingeboren poorters (gezinshoofden) tegenover 100 ingeweken poorters. Er was in tegenstelling met grote steden als Antwerpen geen nood aan een groot volksgedeelte. Door de relatief beperkte oppervlakte van het schip kwam de verticale werking van de laatgotische architectuur des te sterker tot uiting. Deze opwaartse gerichtheid sloot aan bij de functie van de kerk als grafkerk.Jozef Lauwerys, "Hoogstraten, economisch centrum der Noorderkempen", in: Jaarboek van de Hoogstratens Oudheidkundige Kring, 1948, p. 151.

De derde bouwfase betrof de oprichting van de toren. De fundering van de nieuwe toren was al in 1536 aangelegd. Omstreeks 1540 kregen Antoon Keldermans en bouwmeester Pieter Willeboerts meer verantwoordelijkheid over het metselwerk van de toren. Hendrik Lambrechts bleef op dat moment de eerste bouwmeester van de kerk. In dezelfde periode kocht Antoon Keldermans het huis De Gulden Coppe in Hoogstraten.

Toen graaf Antoon van Lalaing in 1540 in Gent overleed, was het kerkschip nagenoeg voltooid. De kerktoren heeft hij echter nooit in haar volle glorie kunnen aanschouwen. Bouwmeester Lambrechts zou in 1541 nog bij Elisabeth van Culemborg in haar thuisstad geweest zijn om richtlijnen te vragen voor de verdere bouw van de toren. Mogelijk werd toen besloten om, ter nagedachtenis aan haar echtgenoot, de initialen A(ntoine) en Y(sabeau) in de toren te verwerken.

De kerk werd op 5 oktober 1544 ingewijd. Op dat moment reikte de toren nog maar tot dezelfde hoogte als het kerkschip.

Aan de bovenrand van het metselwerk van de toren is het jaartal 1546 zichtbaar. Dat jaartal verwijst naar het einde van de metselwerken. De kerk werd, ondanks een onderbreking van twee jaar, in ongeveer vijfentwintig jaar opgetrokken. Dat was voor een gebouw van die omvang bijzonder snel. Voor de verdere afwerking van de torenspits en het plaatsen van het kruis waren nog eens vier jaar nodig. Zo komen we op de einddatum 1550. Zie ook: Lijst van hoogste kerktorens.

Doorheen de tijd werd er op toegezien dat het monument geen veranderingen onderging in architectuur of stijl. Steeds werd zoveel mogelijk naar het authentieke terug gegrepen zodat de oorspronkelijke stijl bewaard bleef. In die tijd werden door dezelfde opdrachtgevers het stadhuis, het Gelmelslot Sinds 1931 is het Gelmelslot in gebruik als penitentiaire instelling met een open karakter. Tussen 1880 en 1931 deed het dienst als landbouwkolonie voor bedelaars en landlopers, die men via landbouwarbeid opnieuw op het rechte pad wilde brengen. De gebouwen bevinden zich aan de Gelmelstraat. en het Clarissenklooster Op de plaats van het voormalige Clarissenklooster staat tegenwoordig het Klein Seminarie van Hoogstraten. gebouwd.Adriaensen, E., Segers, G., De Collegiale kerk van de Heilige Katharina te Hoogstraten, uitgeverij Van Hoof-Roelants, 1895, 210 pag.

Vernieling en heropbouw Op het einde van de Tweede Wereldoorlog bij de bevrijding van Hoogstraten (23 oktober 1944) werd de toren opgeblazen door het Duitse leger. Men had net het vierhonderdjarig bestaan van de kerktoren gevierd. De Duitsers vreesden dat de toren dienst kon doen als uitkijkpost voor de geallieerden. De toren vernielde in zijn val de middenbeuk en het stadhuis naast de kerk. Alleen de koorpartij, een gedeelte van de kruisbeuk, de zuilen en de bogen van de middenbeuk bleven toen overeind. Alle aanwezige glaswerken werden vernield. De meeste glas-in-loodramen waren echter sinds 1941 opgeborgen in de grafkelder van rijksvorst Niklaas-Leopold van Salm-Salm en konden in 1952 worden herplaatst. Op 29 maart 1945 werd de kerk een tweede maal getroffen, door een V1-bom die het hoogkoor beschadigde.

De toren en de kerk werden naar origineel plan heropgebouwd onder de leiding van de architecten Jozef-Louis Stynen en Pol Berger. Er werd echter voor een betonnen dakgebinte gekozen. Op 1 juni 1958 was de laatste fase van de werken voltooid.

Restauratie 2017-2026 Sinds 2000 werden steeds vaker vallende stenen van de kerktoren vastgesteld. Regelmatig werden er alpinisten ingezet om de toren vrij te maken van loszittende stenen. Eind juni 2009 ontdekte men dat de toren begon scheef te zakken, weg van de middenbeuk. Dit is zowel binnen als buiten goed te zien door scheuren in de muur. Er vielen ook regelmatig stukken baksteen en zandsteen naar beneden, zodat men gedwongen was een net te spannen. Volgens sommigen is het scheefzakken te wijten aan de mindere kwaliteit van het materiaal dat na de Tweede Wereldoorlog gebruikt werd om de kerk herop te bouwen. Er werd ook betonrot vastgesteld en de leien op de torenspits waren aan vervanging toe.https://www.hln.be/hoogstraten/losse-stenen-zoeken-op-sint-katharinatoren~ad3c65e6/103113821/

De verschillende fasen van de restauratiewerken: Noodrestauratie metselwerk toren (oktober 2017 - september 2019)