thumb|300px|The Tempest, Act I, Scene 1. Gravure uit 1797 gebaseerd op een schilderij van George Romney. Rechts staan de magiër Prospero die de storm oproept, en zijn dochter Miranda. De storm (Engelse titel: The Tempest) werd lange tijd traditioneel gezien als William Shakespeares laatste toneelstuk, maar volgens modern onderzoek zouden Henry VIII, Cardenio en The Two Noble Kinsmen van nog latere datum zijn.The Riverside Shakespeare 2nd edition: 'Chronology and sources'. Deze drie stukken schreef hij waarschijnlijk in samenwerking met John Fletcher. Waarschijnlijk was het wel het laatste stuk dat hij alleen schreef. The Tempest is een van Shakespeares 'late romances'. Het werd voor de eerste keer opgevoerd in 1611 en gepubliceerd in de First Folio van 1623. Daarin kreeg het als openingsstuk een ereplaats, wellicht doordat het de recentste komedie was en omdat het bij trouwfeesten zo populair was sinds het ter gelegenheid van prinses Elizabeths huwelijk in 1612 was opgevoerd.

Datering De eerste opvoering van het stuk was door de King's Men, het gezelschap waartoe Shakespeare behoorde, op 1 november 1611 in het Palace of Whitehall in Londen. Een andere bekende opvoering is die tijdens het huwelijksfeest van Elizabeth Stuart en Keurvorst Frederik V van de Palts in de winter van 1612-1613. Het zou ook opgevoerd zijn in het Globe Theatre en het Blackfriars Theatre.

Bronnen en invloeden Shakespeare maakt in The Tempest gebruik van bronnen die niet vóór 1610 beschikbaar waren, zodat hij het zeker na die datum schreef. Wat de hoofdplot betreft, zijn er geen bekende bronnen. Shakespeare maakte wel gebruik van: William Stracheys True Repertory of the Wrack and Redemption of Sir Thomas Gates (gedateerd op 15 juli 1610, maar pas gepubliceerd in 1625) Sylvester Jourdains A Discovery of the Bermudas (1610) Virginia Council: True Declaration of the Estate of the Colony in Virginia (1610) Michel de Montaignes Essais (1603), hoofdstuk XXX in Livre I: Des Cannibales. Ovidius' Metamorfosen, Boek VII, en Arthur Goldings vertaling ervan uit 1567 Het materiaal voor The Tempest lijkt te zijn samengesteld uit een amalgaam van bronnen. Zo lijken sommige woorden en uitbeeldingen in het stuk afkomstig te zijn uit Richard Edens: The Decades of the New World Or West India (1555), en Erasmus Naufragium (1523). Sommige onderzoekers menen ook parallelle beeldspraak aan te treffen in William Stracheys ooggetuigenverslag van de schipbreuk van de Sea Venture in 1609 op de eilanden van Bermuda toen ze op weg was naar Virginia.

left|thumb|Prospero en Miranda door William Hogarth, ca. 1728 Strachey schreef zijn verslag in 1610, maar het werd pas gepubliceerd in 1625. Het werk circuleerde weelderig in manuscriptvorm, en leden van de Shakespearegenootschap geloven dat William Shakespeare waarschijnlijk door zo'n manuscript werd geïnspireerd. Literatuurwetenschappers als Kenneth Muir verklaren echter dat de invloed van de 'Bermudapamfletten' op het werk van Shakespeares The Tempest, toch niet zo sterk was. Muir citeert 13 thematische en verbale parallellen tussen The Tempest, en een werk over een schipbreuk op Malta. Studenten van de Oxford Universiteit zouden dan weer eerder de invloed van Erasmus en Eden voorrang geven op het werk van William Strachey.

Het stuk is ook beïnvloed door de traditie van de romance. Romances werden typisch gebaseerd op thema’s zoals het bovennatuurlijke, verlangen en ontdekkingen. Ze speelden zich vaak af in kustrijke regio's en typische exotische locaties rondom weerkerende thema's als verlies en terugkomst, verbanning en reünie. Vandaar dat The Tempest in de First Folio-uitgave van 1623 origineel ingeschreven werd als een komedie. Moderne onderzoekers plaatsen komedies als The Tempest nu vaak in een aparte categorie werken met een eigen aard, de late romances van Shakespeare.

De algemene structuur ontleent het stuk mogelijk uit de traditionele commedia dell'arte opvoeringen. Een van Gonzalo's dialogen uit het tweede bedrijf is een bijna woordelijke weergave van een fragment uit Des Cannibales (Over de kannibalen) een essay van Michel de Montaigne dat de samenleving schetste van de Caribische bevolking. Shakespeare las het in een vertaling van John Florio uit 1603 met de titel On cannibals. De beschrijving die Montaigne geeft van een soort ideale staat, superieur aan die van Plato, wordt weerspiegeld in Gonzalo's beschrijving van zijn ideale commonwealth. De vertaling van John FlorioMontaigne's Essays, Translation by John Florio (1553-1625) luidt: It is a nation ... that hath no kinde of traffike, no knowledge of Letters, no intelligence of numbers, no name of magistrate, nor of politike superioritie; no use of service, of riches, or of poverty; no contracts, no successions, no dividences, no occupation but idle;

Shakespeares 'Caliban' is blijkbaar ook een anagram van 'Cannibal', maar hij neemt afstand van Montaignes verheerlijking van het primitivisme door van zijn Caliban een mismaakte slaaf te maken. Andere toespraken van Prospero zijn dan bijna weer woord voor woord overgenomen uit Ovidius' Metamorphosen.

Lijst van personages thumb|Prospero en Ariel naar een schilderij van William Hamilton, ca. 1797 Alonso: koning van Napels Sebastian: broer van Alonso Prospero: de rechtmatige hertog van Milaan, en hoofdrolspeler van het stuk Antonio: broer van Prospero, de onderdrukkende hertog van Milaan die Prospero heeft verbannen Ferdinand: zoon van de koning van Napels Gonzalo: optimistische, eerlijke adviseur van de koning Caliban: slaaf van Prospero en zoon van Sycorax De naam komt van Carabieën, en uitgaande van een 17de-eeuwse spelling is het een anagram van kannibaal. Beide suggereren dat Caliban de inheemse bevolking van de nieuwe wereld representeert. Trinculo: een nar en een van de twee dronkaards is in het toneelstuk Stephano: een dronken butler Stephanos of Στέφανος is Grieks voor Kroon of Krans Miranda: dochter van Prospero, door Caliban een nonpareil (onvergelijkbare) genoemd Ariel: een luchtgeest De naam suggereert het element lucht, en staat tegenover de aarde die volgens Prospero wordt vertegenwoordigd door Caliban. In het Hebreeuws betekent de naam leeuw van God. Sycorax: heks en moeder van Caliban (maar zij is al overleden als het stuk begint) De naam is een afleiding van het Latijnse woord voor raaf, een dier waarmee ze vaak verbonden wordt in het stuk. Het eerste deel van de naam klinkt als het Engelse woord sick (ziek) en het tweede deel als het Engelse woord voor wrakken wracks. Ziekelijkheid sickness en van mensen wrakken maken wracking people zijn twee van de meer sinistere termen om te beschrijven dat Prospero zijn eigen magie gebruikt. Adrian en Francisco: edellieden Claribel: dochter van Alonso

thumb|Miranda en Ferdinand door Angelica Kauffmann, ca. 1782

Plot The Tempest onderscheidt zich van andere toneelstukken van Shakespeare doordat hij de neoklassieke stijl navolgt en dus deze keer de eenheid van tijd, plaats en handeling respecteert. Shakespeares andere stukken spelen zich vaak af op verschillende locaties en de actie bestrijkt soms jaren. In The Tempest komt de vertelde tijd overeen met de echte tijd zoals het publiek die ervaart.

Het hele stuk door heeft Prospero de touwtjes in handen. Hij gedraagt zich als een machtige regisseur die alle gebeurtenissen en alles wat de personages overkomt tot in details regelt. Hij is ook op de hoogte van alle complotten en intriges die de drenkelingen onder elkaar en tegen hem smeden doordat de onzichtbare geest Ariel voor hem spioneert. Op die manier zijn de andere personages, zonder dat ze zich ervan bewust zijn, slechts machteloze marionetten in het spel dat Prospero bedacht heeft. Nadat zijn broer Antonio hem als rechtmatige hertog van Milaan heeft afgezet, spendeert Prospero al zijn tijd op het eiland om zijn magische kunsten te vervolmaken. Na twaalf jaar studie is hij klaar om zijn vijanden te verslaan en wanneer het lot hun schip tot nabij de kust van het eiland brengt, ontketent Prospero met zijn magie een storm, waaraan het stuk zijn titel ontleent.

Synopsis Prospero is de rechtmatige hertog van Milaan. Hij wijdt zijn leven aan de studie van de magie en laat beheerszaken over aan zijn broer Antonio. Deze trekt echter met behulp van Alonso, de koning van Napels alle macht naar zich toe en laat Prospero en zijn driejarige dochter Miranda verbannen. Ze worden op een gammel bootje op zee gezet en stranden op een klein eiland. Prospero maakt van de tijd op het eiland gebruik om zijn magische krachten te ontwikkelen. Dankzij Gonzalo, de raadsheer van de hertog, beschikt hij nog over al zijn magische boeken. Op het eiland bevrijdt hij ook een luchtgeest, Ariel, die door de heks Sycorax gevangen is gezet in de holte van een boom. Prospero verzekert zich van de loyaliteit van Ariel door herhaaldelijk te beloven om de luchtige geest te verlossen van de dienstbaarheid. Berekenend schuift hij echter die belofte vooruit naar een vage toekomstige datum, zoals in act 1, scène 2, vv. 574-577:

Prospero: Thou shalt be free As the mountain winds; but then exactly do All the points of my command. Ariel: To the syllable

Sycorax' zoon Caliban is een misvormd monster en de enige niet-spirituele bewoner van het eiland voor de komst van Prospero. Aanvankelijk is Prospero vriendelijk tegenover het wezen, en geeft hem water en voedsel. Caliban leert Prospero hoe hij moet overleven op het eiland, terwijl Prospero en Miranda hem onderwijzen in hun eigen taal. Omdat Caliban in het verleden heeft gepoogd om Miranda te verkrachten, verplicht Prospero hem nu om als slaaf te dienen, om hout te sprokkelen en 'varkensnoten' (eikels) te zoeken. Caliban ziet de tovenaar als een tiran en heeft een diepe afkeer van zowel hem, als zijn dochter. Prospero en Miranda wantrouwen en verafschuwen op hun beurt Caliban.

Het toneelstuk opent met Prospero, die erachter komt dat zijn broer Antonio op het schip is dat het eiland passeert. Het schip is op terugreis van het huwelijk tussen Alonso's dochter Claribel met de koning van Tunis. Prospero doet een storm ontsteken waardoor het schip zinkt. Op het schip zijn aanwezig: Antonio, hertog van Milaan en broer van Prospero Antonio's vriend en samenzweerder, Alonso, de koning van Napels Sebastian: Alonso's broer Gonzalo: de koninklijke adviseur Ferdinand: de zoon van Alonso. Prospero slaagt er met zijn toverspreuken en met de hulp van Ariel in om de overlevenden van het wrak in verschillende groepjes op het eiland te laten aanspoelen. Alonso en Ferdinand raken van elkaar gescheiden en geloven ieder dat de ander dood is.

Het toneelstuk heeft vervolgens drie subplots. In het eerste subplot valt Caliban Stephano en Trinculo bij, twee dronken matrozen, waarvan Caliban gelooft dat ze van de maan komen. Hij besluit met hen een opstand te ontketenen tegen Prospero, wat uiteindelijk mislukt.

In het tweede subplot werkt Prospero om een liefdesrelatie tot stand te laten komen tussen Ferdinand en Miranda. Deze twee worden onmiddellijk verliefd op elkaar, maar Prospero maakt zich zorgen om het feit dat ze het te gemakkelijk krijgen. Prospero behandelt Ferdinand daarom aanvankelijk streng en zorgt er zo voor dat die zijn dienaar wordt.

In het derde subplot beramen Antonio en Sebastian een samenzwering om Alonso en zijn adviseur Gonzalo te vermoorden. Wanneer zij dit proberen, worden ze op Prospero's bevel tegengewerkt door Ariel. Ariel verschijnt aan de drie mannen van zonde als een harpij, om hen wederom te straffen voor hun verraad aan Prospero. Alonso, Sebastian en Antonio zijn diep aangedaan terwijl Gonzalo stoïcijns blijft.