thumb|Concessiegebieden in Nederland Concessies in het Nederlandse openbaar vervoer zijn pakketten van lijnen en/of andere vervoersdiensten die, exclusief en onder bepaalde voorwaarden, door een ov-autoriteit (een provincie of een plusregio) worden gegund aan vervoerders.

Aan een concessie zijn rechten en plichten verbonden. Soms moet een vervoerder voor een concessie betalen, soms wordt een vervoerder ervoor betaald. Een concessie is meestal opgeknipt in de volgende jaarlijkse periodes.

Geschiedenis In 1998 werd het beheer van het Nederlandse stads- en streekvervoer gedecentraliseerd van de rijksoverheid naar de provincies en plusregio's. Met de invoering van de Wet personenvervoer 2000 op 1 januari 2001 is marktwerking geïntroduceerd. Het openbaar vervoer in Nederland wordt sindsdien per regio of per verbinding na een bepaalde periode opnieuw aanbesteed. De winnende vervoersmaatschappij krijgt het exclusieve, maar tijdelijke recht op het verrichten van het openbaar vervoer binnen een regio. Directe concurrentie, zoals in het Verenigd Koninkrijk, is hierdoor niet mogelijk.

Tot de jaren 60 hanteerden vervoerders hun eigen huisstijl op het materieel. Met de introductie van de CSA-bussen, de standaardstreekbus en Spoorslag '70 kwam er een uniforme kleurstelling. Aan het eind van de jaren 80 verdween dit echter weer, en gingen vervoerders hun eigen huisstijl hanteren. Na de invoering van de Wet personenvervoer 2000 kan de opdrachtgever eisen stellen aan de huisstijl, waardoor er nu landelijke en regionale huisstijlen zijn. Zo kan het zijn dat de vervoerder verandert, maar het uiterlijk van de voertuigen (nauwelijks) verandert. Een voorbeeld daarvan is de uniforme rode/witte/grijze provinciale huisstijl in Noord-Brabant, die zowel door Arriva als Hermes gehanteerd wordt.

Concessies Artikel 20 van de Wet Personenvervoer 2000 bepaalt dat ov-autoriteiten (provinciale en regionale overheid) concessies verlenen voor ander openbaar vervoer dan per trein. Het Rijk verleent concessies voor het openbaar vervoer per trein, behalve voor bij algemene maatregel van bestuur of ministerieel besluit aangewezen vervoersdiensten die de daarbij aangegeven stations verbinden; hiervoor worden concessies verleend door de betreffende ov-autoriteit. Zo is er bijvoorbeeld het Besluit aanwijzing vervoersdienst provincie Zuid-Holland regionaal openbaar vervoer per trein.

Er zijn verschillende soorten concessies, te weten gebieds- en lijnconcessies. Daarnaast is de breedte ook verschillend. Er bestaan namelijk concessies in Nederland, die zowel het regionale busvervoer als het treinvervoer omvatten. Dit houdt in dat niet de NS het treinvervoer regelt, maar de vervoerder die ook het busvervoer in dat gebied verzorgt. Dat geldt bijvoorbeeld voor de MerwedeLingelijn die bij de DMG-concessie hoort. Het kan ook de vervoerder zijn die de concessie voor het treinvervoer in een bepaald gebied heeft gewonnen, bijvoorbeeld de Noordelijke Nevenlijnen die niet bij de GD-busconcessie of bij de busconcessies in Fryslân behoren maar als treinconcessie bij de provincie Groningen en de provincie Fryslân.

In 2025 moeten alle nieuwe bussen in het openbaar vervoer rijden op elektriciteit of waterstof. Staatssecretaris Dijksma van Infrastructuur en Milieu maakte op 15 april 2016 afspraken met alle vervoersregio's over de vervanging van vervuilende Nederlandse bussen.Nederlands OV stapt over op 100 procent uitstootvrije bussen

Gebiedsconcessie Een gebiedsconcessie, i.e. een vergunning om in een bepaald gebied het regionale en lokale vervoer (voor een deel) te mogen exploiteren, wordt normaliter eens in de 6 à 10 jaar aan een vervoerbedrijf toebedeeld. De vervoerder dient het vervoer af te stemmen met de dienstregeling van de NS (Hoofdrailnet) en met die van de vervoerders die concessies hebben voor nabijgelegen gebieden.

Ook als twee aangrenzende gebieden verzorgd worden door verschillende vervoerders moeten de aansluitingen zo goed mogelijk zijn. Veelal zal het daarbij een vervoerder zijn toegestaan het aangrenzende gebied binnen te rijden (bijvoorbeeld naar een station waar meerdere lijnen van verschillende gebieden bijeenkomen), zoals in Heerenveen.

Met een openbare aanbesteding wordt door de verantwoordelijke ov-autoriteit (in Nederland is dat een provincie of plusregio) een programma van eisen opgesteld. Aan de hand van het voorlopig ontwerp is er gelegenheid om hierop te reageren. Daarna wordt er een bestek geschreven, waarop de inschrijvende partijen een offerte kunnen maken. Degene die de beste prijs-kwaliteitverhouding kan bieden wint de aanbesteding.

Soms worden deze concessies verlengd of ingekort. Een verlenging of een mogelijkheid tot verkorting dient wel vooraf in de vergunning te worden opgenomen. In uitzonderlijke gevallen wordt een langere concessieduur dan de maximale 10 jaar toegestaan. Redenen kunnen zijn: omvangrijke investeringen, samenvoeging van concessiegebieden en combinatie met de aanbesteding van regionale treindiensten. Voor de aanbesteding van regionale treindiensten geldt in ieder geval een concessieduur van vijf, tien of maximaal vijftien jaar.

De omvang van een concessie kan op verschillende manieren beoordeeld worden. Bijvoorbeeld door te kijken naar de hoeveelheid dienstregelinguren, instappers, reizigerskilometers of de omzet (totaal of exploitatiebijdrage overheid).

De GD-concessie (voor regio Groningen-Drenthe) is het omvangrijkst van de aanbestede concessies (ruim 40 miljoen euro exploitatiesubsidie per jaar; circa 80 miljoen euro omzet per jaar). De concessie Arnhem-Nijmegen heeft een reizigersopbrengst van 35,5 miljoen euro per jaar en de exploitatiesubsidie zal naar schatting in dezelfde orde van grootte liggen. Amstelland-Meerlanden krijgt een exploitatiesubsidie van 34 miljoen euro per jaar, het busvervoer van Almere krijgt exploitatiesubsidie 25 miljoen euro per jaar en Noord-Holland Noord krijgt exploitatiesubsidie 19 miljoen euro per jaar (voor verwerking bezuinigingen van 2011). Andere grote concessies zijn bijvoorbeeld Zuid-Holland Noord en de concessies in de provincie Utrecht. Voorbeelden van kleinere concessies zijn Vlieland / Terschelling / Ameland (1,5 miljoen euro per jaar), Lelystad (exploitatiesubsidie 2,2 miljoen euro per jaar), Zaanstreek (exploitatiesubsidie 8 miljoen euro per jaar) en Gooi en Vechtstreek (exploitatiesubsidie 9,5 miljoen euro per jaar voor verwerking bezuinigingen van 2011).

De opdrachtgever bepaalt bij deze onderhandse aanbesteding van tevoren welke vervoerder de concessie zal krijgen. Meestal is dit de vervoerder die reeds het vervoer in deze concessie uitvoert. Men beroept zich dan op de jarenlange ervaring die de vervoerder in deze concessie heeft opgebouwd, ook in een tijd waarin het openbaar vervoer nog niet werd aanbesteed. Het meeste stadsvervoer in de grote steden wordt nog altijd onderhands gegund. Het kabinet wil dat Amsterdam, Rotterdam en Den Haag het openbaar vervoer voortaan openbaar aanbesteden. Aangenomen is de Wet tot wijziging van de Wet personenvervoer 2000 teneinde inbesteding van openbaar vervoer mogelijk te maken in een plusregio die de gemeente Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht omvat (Wet aanbestedingsvrijheid OV grote steden).

Lijnconcessie Sommige lijnen worden apart aanbesteed. Zo'n verbinding wordt dan opgenomen in een lijnconcessie en valt dan niet onder de gebiedsconcessie van het gebied waar de lijn zich bevindt. Het kan ook een lange buslijn of lokale treinverbinding zijn die meerdere ov-autoriteiten doorkruist.

Lijnconcessies worden met name gemaakt voor gedecentraliseerde treindiensten,kaartje vervoerders 2013 openbaar vervoer te water en bepaalde hoogwaardige en snelle busroutes.

Voorbeelden zijn de Noordelijke Nevenlijnen, de Fast Flying Ferry en diverse Qliner-verbindingen.

Overzicht van concessies per regio/verbinding De concessie IJsselmond 2014-2023 was de honderdste aanbesteding die sinds de invoering van de Wet Personenvervoer 2000 leidde tot een gunning van een concessie aan een vervoerbedrijf.Honderd Europese aanbestedingen van OV-concessies die tot een geslaagde gunning hebben geleid, Kennisplatform Verkeer & Vervoer

Hieronder een overzicht van alle Europese, openbare en onderhandse aanbestedingen door de jaren heen.

Sommige gebieden zijn pas later na de invoering van marktwerking voor het eerst openbaar aanbesteed, eerdere gunningen staan dan vaak niet in de tabel vermeld omdat dit een onderhandse gunning was.

De informatie op deze pagina is onder meer afkomstig van de concessieposters van het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV).Concessieposters vanaf 2005

Aquabus is een samenwerking tussen Arriva en Rederij Doeksen Hermes en OV Regio IJsselmond zijn 100% eigendom van Connexxion, onderdeel van Transdev. NS Reizigers is een dochteronderneming van de Nederlandse Spoorwegen; RegioNS was dat ook. Qbuzz is voor 100% eigendom van de BusItalia. Syntus is voor 100% eigendom van Keolis, dat voor 70% van SNCF is. Arriva is voor 100% eigendom van I Squared Capital. EBS is voor 100% eigendom van het Israëlische Egged. Alle plusregio's zouden opgeheven worden per 1 januari 2013 en de taken overgeheveld naar de provincie. Door de val van kabinet-Rutte I is deze datum niet meer gehaald.Wgr-plusregio's worden opgeheven, Binnenlands bestuur, 2 maart 2012

Legenda van de gekleurde kolom: = Voormalig openbaarvervoercontract (niet of onderhands aanbesteed). = Huidig openbaarvervoercontract (niet of onderhands aanbesteed). = Nieuw openbaarvervoercontract (niet of onderhands aanbesteed). = Voormalig openbaarvervoercontract op basis van (Europees) aanbestede concessie. = Huidig openbaarvervoercontract op basis van (Europees) aanbestede concessie. = Nieuw openbaarvervoercontract op basis van (Europees) aanbestede concessie.

Bij enkele concessies staat onderhandse gunning. Deze concessie is dan zonder aanbesteding aan de vervoerder toegekend. Tegenwoordig is dit nog in beperkte mate toegestaan. Sommige concessies zijn/worden verlengd. De verlenging staat tussen haakjes achter de oorspronkelijke contracttermijn vermeld. Als de verlenging nog niet definitief is dan staat er bijvoorbeeld +2 (oftewel optie is 2 jaar verlenging).

Rijksoverheid Er zijn een aantal concessies die onder het beheer van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vallen.

Het hoofdrailnet (HRN), eerder aangeduid als het kernnet, is het spoornet waarop de Nederlandse Spoorwegen alleenrecht heeft voor het rijden van reizigerstreinen (behalve op de korte overlappende trajecten Groningen – Groningen Europapark, Elst – Arnhem – Arnhem Velperpoort en Venlo – Blerick). Vanaf 11-12-2016 zal in de provincie Limburg verandering komen in deze situatie, dan zullen alle stoptreinen gereden worden door Arriva en de intercity's door NS. Hierdoor zijn er twee vervoerders op het hoofdrailnet. In 2004 is dit lijnenpakket voor het eerst aanbesteed, maar onderhands gegund aan de NS (termijn 01-01-2005 – 31-12-2014). Ook de concessie voor het hoofdrailnet 2015-2025 (termijn 01-01-2015 – 31-12-2024) is onderhands gegund aan de NS, tegen de zin van de regionale vervoerders. Hetzelfde geldt voor de concessie voor het hoofdrailnet 2025-2033 (01-01-2025 – 24-12-2033). Onderhands gunnen blijft volgens de Nederlandse regering nog mogelijk, maar daarvoor gelden wel nieuwe, strikte voorwaarden van de PSO-Verordening, waarbij de keuze voor onderhandse gunning onderbouwd moet worden.Kamerbrief over gunning concessie voor het hoofdrailnet 2025-2033 Op 14 juli 2023 heeft de Europese Commissie laten weten een ingebrekestellingsprocedure te starten tegen het besluit om het contract opnieuw onderhands aan NS te gunnen. Deze procedure heeft geen opschortende werking en de gunning kan daarom vooralsnog doorgaan zoals gepland.Concessie Hoofdrailnet: NS behoudt alle binnenlandse trajecten, maar verliest alleenrecht op internationale verbindingenConcessie voor het Hoofdrailnet 2025-2033