miniatuur|ViVest X1 AED halfautomatisch thumb|Semi-automatische Lifeline-AED van het bedrijf Defibtech. thumb|Semi-automatische Powerheart AED G3 van het bedrijf Cardiac Science. thumb|start=614|end=742|Hoe moet je een aed gebruiken? - Universiteit van Nederland

Een automatische externe defibrillator (aed) of hartstarter is een draagbaar toestel dat wordt gebruikt bij de reanimatie van een persoon met een hartstilstand (circulatiestilstand). Indien de hartstilstand het gevolg is van bepaalde levensbedreigende ritmestoornissen (ventrikelfibrilleren of polsloze ventrikeltachycardie) kan een elektrische schok van een aed het gestoorde hartritme doen stoppen. Dan krijgt het normale hartritme de kans om de controle terug over te nemen. In tegenstelling tot een gewone (manuele) defibrillator werkt een aed automatisch en kan zo ook door EHBO'ers, burgerhulpverleners en bedrijfshulpverleners gebruikt worden in een noodsituatie. Aed's worden daarom als eerstehulpmiddel geplaatst op openbare plaatsen zoals luchthavens, treinstations of sportaccommodaties of aan boord van bijvoorbeeld brandweerwagens of politiewagens. Het inzetten van een aed is een belangrijke schakel in de overleving van slachtoffers met een hartstilstand. De aanschafprijs van de meeste aed's ligt ongeveer tussen de 1.200 en 1.500 euro (anno 2018).

Een aed is echter geen hartmassageapparaat. Bij een reanimatie moet men steeds hartmassage (borstcompressies) en indien mogelijk ook mond-op-mondbeademingen toepassen; dit noemt men cardiopulmonale reanimatie (CPR). Het aanleggen van een aed is geen vervanging voor het toepassen van CPR maar werkt er aanvullend op. Door het toepassen van CPR wordt een minimale bloedcirculatie in het lichaam in stand gehouden om de vitale organen in leven te houden. Door het toepassen van defibrillatie met een aed (indien aangewezen) kan men het hart opnieuw op een normaal ritme laten kloppen om de normale bloedcirculatie te herstellen. Professionele medische hulpverleners (bijvoorbeeld ambulanceverpleegkundigen) kunnen naast defibrillatie bijkomende handelingen stellen om het hart weer op gang te brengen, zoals het toedienen van bepaalde medicatie.

Aed's worden in de wetenschappelijke literatuur ook wel Public Access Defibrillators (PAD's) genoemd vanwege hun terbeschikkingstelling op openbare plaatsen.

Geschiedenis De draagbare defibrillator werd ontwikkeld door de Noord-Ierse cardioloog dr. James Francis ("Frank") Pantridge (1916 – 2004). Hij was verbonden aan het Royal Victoria Hospital en was ook professor aan de Queen's Universiteit in Belfast. In de jaren 50 nam het aantal patiënten met hartaandoeningen gestaag toe, waarop ziekenhuizen gespecialiseerde hartafdelingen begonnen te openen. Epidemiologische gegevens toonden echter aan dat de meeste hartdoden buiten het ziekenhuis en onverwacht vielen, waardoor dr. Pantridge hun nut in twijfel trok. Het was bekend dat de meeste doden het gevolg waren van ventrikelfibrilleren. Dr. Pantridge redeneerde dat als het probleem buiten het ziekenhuis lag, het buiten het ziekenhuis al ter plaatse diende opgelost te worden door defibrillatie. Hij was van mening dat iedereen die in staat was CPR toe te dienen, ook in staat moest zijn defibrillatie toe te passen. De noodzakelijke apparatuur daarvoor was toentertijd echter enkel voorhanden in ziekenhuizen en was afhankelijk van het elektriciteitsnet.

Hierop ontwikkelde hij samen met zijn collega dr. John Geddes en technicus Alfred Mawhinney in 1965 de eerste draagbare defibrillator, die werkte op autobatterijen en 70 kg woog. Deze werd in een ambulance in Belfast geplaatst waarmee de eerste Mobile Intensive Care Unit een feit was; een mijlpaal voor de prehospitaal medische hulpverlening. Tegen 1968 had hij in samenwerking met bio-ingenieur dr. John Anderson zijn ontwerp verfijnd tot het nog maar 3 kg woog, tevens gebruik makend van een condensator die ontwikkeld was voor de NASA. Zijn uitvinding werd bekend als het 'Pantridge plan' en vond snel ingang in Ierland en de VS. Om te voorkomen dat een leek die het apparaat gebruikte een schok zou toedienen wanneer dit niet nodig was, moest het een ingebouwd veiligheidsmechanisme hebben. Daartoe nam hij het circuit over dat ontwikkeld was voor een implanteerbare cardioverter-defibrillator door de Amerikaanse cardioloog dr. Michel Mirowski uit Baltimore. Hiermee was de eerste automatische externe defibrillator geboren. Voor zijn uitvindingen werd dr. Pantridge onder andere geprezen in het medisch-wetenschappelijk tijdschrift The Lancet in 1967.

Kosten De aanschafkosten zijn particulier en kunnen niet worden vergoed door een ziektekostenverzekeraar. De aed dient jaarlijks te worden gekeurd op werking en toestand van de batterij. Ook hieraan zijn kosten verbonden. Het komt steeds meer voor dat een aed gezamenlijk door de bewoners van een woonwijk wordt aangeschaft en in de openbare ruimte wordt opgehangen.

Aanschafkosten De prijs van een aed varieert afhankelijk van het merk, de retailer en de functies, maar ligt gemiddeld tussen de € 950 en € 2.000. Dit kan een drempel vormen voor particulieren, maar er zijn creatieve oplossingen om deze kosten te delen en de toegankelijkheid te vergroten.

Jaarlijkse keuring en onderhoud Een aed moet jaarlijks worden gecontroleerd om te garanderen dat deze optimaal functioneert. Tijdens een keuring worden de werking van het apparaat, de status van de batterij en de houdbaarheid van de elektroden gecontroleerd. Afhankelijk van de fabrikant en het type onderhoudscontract kunnen de kosten voor een jaarlijkse keuring variëren van € 75 tot € 150. Deze kosten zijn essentieel om ervoor te zorgen dat de aed betrouwbaar is in geval van nood.

Vervanging van onderdelen Ook wanneer een aed niet wordt gebruikt, hebben sommige onderdelen zoals de elektroden en batterijen een beperkte levensduur en moeten deze periodiek worden vervangen. De vervangingstermijn varieert per model, maar is doorgaans 2 tot 5 jaar. Elektroden kosten gemiddeld € 50 tot € 100 per set, terwijl een nieuwe batterij tussen de €150 en €300 kan kosten.

Subsidies en fondsenwerving In sommige gemeenten zijn subsidies beschikbaar voor de aanschaf van een aed. Ook zijn er mogelijkheden om via crowdfunding of lokale acties fondsen te werven.

Bij gebruik is een vergoeding van de plaatselijke Regionale Ambulance Voorziening (RAV) mogelijk.

Productie In juli 2022 is de aed vanwege grondstoffentekorten toegevoegd aan de lijst van FDA van apparaten met een tekort. Dit tekort is ontstaan vanwege een stijgende vraag, tekort aan grondstoffen en personeelstekorten in de productieketen. De verwachting is dat de productie vertraging zal oplopen tot eind 2023.

Gebruik Iedereen mag een aed gebruiken, maar is in de praktijk voorbehouden aan burgerhulpverleners. Deze hebben een EHBO-opleiding Algemene voorwaarden burgerhulpverleners en AED-beheerders, HartslagNu. Gearchiveerd op 3 juli 2021. en een jaarlijkse bijscholing gevolgd om de aed vaardig en adequaat te kunnen bedienen en het slachtoffer te kunnen begeleiden. Vanuit de alarmcentrale 112 worden een of meer burgerhulpverleners bij alarm gewaarschuwd, waarna zij naar de dichtstbijzijnde aed worden gestuurd en vanuit hier zich naar het slachtoffer kunnen spoeden.

Werking thumb|Aanleggen van de elektroden van een aed. Elektrische schok Aed's zijn een bepaald soort defibrillatoren die, wanneer ze aangelegd worden bij een patiënt, zelfstandig en automatisch het hartritme beoordelen en bepalen of een elektrische schok noodzakelijk is. De apparaten bestaan onder andere uit een microprocessor, een batterij en twee zelfklevende elektrodenpads. De elektroden worden aangebracht op de borstkas van de patiënt (een op de linkerzij en een onder het rechtersleutelbeen) en verzamelen informatie over het ritme van het hart. Die informatie wordt door de microprocessor geïnterpreteerd. Als er sprake is van ventrikelfibrillatie of ventrikeltachycardie zal de microprocessor beslissen tot het toedienen van een schok om het hart te defibrilleren. Met toediening van de elektrische schok wordt getracht het myocard (hartspierweefsel) te depolariseren (ontladen), om zo de sinusknoop weer de kans te geven de controle over het hartritme terug te krijgen, zodat het weer normaal gaat kloppen. De batterij levert de nodige energie voor de schok.

Volautomatisch en semiautomatisch Om het gebruik van een aed zo makkelijk mogelijk te maken voor ongetrainde gebruikers, beschikken deze ook over een gesproken stem die instructies geeft over hoe de aed moet worden aangelegd vanaf het moment dat de gebruiker hem opent of inschakelt. De stem van de aed zal ook aangeven wanneer de hulpverleners het slachtoffer niet mogen aanraken zodat de aed het hartritme op een correcte manier kan analyseren. Tijdens deze korte analyse moet de CPR dus even onderbroken worden. Ook mag niemand het slachtoffer aanraken tijdens het toedienen van de schok om enerzijds de correcte toepassing van de defibrillatie niet te verstoren en anderzijds om zelf niet onbedoeld een schok te krijgen. Voor wat betreft het toedienen van de schok kunnen aed's in twee categorieën onderverdeeld worden:

Volautomatische aed's: deze hebben geen knop die men moet indrukken om de schok toe te dienen. Ze beoordelen volledig zelf of een schok nodig is en dienen deze volledig automatisch toe indien nodig. Dergelijke aed's kunnen detecteren wanneer iemand anders het slachtoffer aanraakt, om te voorkomen dat anderen buiten het slachtoffer onbedoeld ook een schok krijgen. Semiautomatische aed's: deze hebben een schokbevestigingsknop die de gebruiker moet indrukken om een schok toe te dienen. De aed zal nog steeds zelfstandig oordelen of een schok nodig is, maar heeft een extra duw op de knop nodig om deze ook effectief toe te dienen. Bij het gebruik van deze aed's is het dan ook aan te raden om te waarschuwen wanneer de knop wordt ingedrukt en de schok dus daadwerkelijk zal worden toegediend, zodat mensen die het slachtoffer aan het behandelen zijn weten dat ze het slachtoffer op dat moment moeten loslaten. Op deze manier kan voorkomen worden dat zij door het indrukken van de knop onbedoeld ook een schok krijgen.

Gebruikers van een aed dienen niet bang te zijn om een schok toe te dienen wanneer dat niet nodig is. Als de aed oordeelt dat een schok niet nodig is (of niet zou helpen) zal het apparaat geen schok geven. Ook zal een aed regelmatig het hartritme opnieuw analyseren en al dan niet een (nieuwe) schok voorstellen. Het correcte hartritme is namelijk niet noodzakelijk na de eerste schok hersteld. Defibrillatoren die beschikken over een beeldscherm waarop het hartritme te zien is of over de mogelijkheid manueel een schok toe te dienen zonder enige analyse worden niet beschouwd als automatische externe defibrillatoren. Hun gebruik is over het algemeen voorbehouden aan deskundigen zoals artsen of verpleegkundigen. Aed's slaan bij hun gebruik alle geregistreerde hartritmes en uitgevoerde handelingen op in een geheugen, opdat deze later door een deskundige kunnen uitgelezen worden voor analyse en controle.

Veiligheid en betrouwbaarheid