De Slag bij Straatsburg, ook bekend als de Slag bij Argentoratum vond plaats in 357 tussen het West-Romeinse Rijk onder leiding van de Caesar (plaatsvervangend keizer) Julianus en de confederatie van de Alemannische stammen onder leiding van Chnodomar. De slag vond plaats bij Straatsburg, Argentoratum genoemd in Ammianus Marcellinus' verslag, Argentorate in de Tabula Peutingeriana (deel 2).
Hoewel het in de minderheid was, won het Romeinse leger de veldslag na een zwaarbevochten gevecht met de Alemannen. Zelf leden ze verwaarloosbare verliezen, maar de Romeinen dreven de Alemannen over de Rijn, waarbij ze hen zware verliezen toebrachten. Het Romeinse leger, een keizerlijk leger van Julianus, was klein maar van een hoge kwaliteit. De slag werd gewonnen dankzij de vaardigheid van de Romeinse infanterie hoewel de Romeinse cavalerie in het begin van de slag zwak presteerde.
De slag was de climax van Julianus' veldtochten in 355-57 om de Germaanse plunderaars te verdrijven uit Gallië en om de Romeinse verdedigingslinie van forten langs de Rijn te herstellen, want ze waren grotendeels verwoest tijdens de Romeinse burgeroorlog van 350-53. In de jaren na zijn overwinning bij Straatsburg kon Julianus de forten langs de Rijn herstellen en er garnizoenen plaatsen. Ook legde hij de Germaanse stammen langs de grens belastingen op.
Achtergrond Allemannen thumb|Deze kaart toont de omvang van het gebied van de confederatie van de Alemannen op verschillende tijdstippen. Oorspronkelijk kwamen ze uit de regio rond de Main, maar in de tijd van Julianus bevonden ze zich in de Agri decumates (donkerder rood). Dit had eerder deel uitgemaakt van de Romeinse provincie van Germania Superior, maar was verlaten door de Romeinen in het midden van de derde eeuw.
Tijdens de derde eeuw smolten de kleine en onderling verdeelde stammen van Germania libera ("Vrij Germanië", Germanië buiten het rijk) samen in grote confederaties: de Franken (Noordwest-Germanië), de Alemannen (Zuidwest-Germanië) en de Bourgondiërs (Centraal-Germanië).Goldsworthy (2000) 178 Hoewel ze verdeeld waren door onderlinge strijd konden deze confederaties grote legers op de been brengen en konden ze een grotere bedreiging voor het rijk gevormd hebben dan eerder gedacht werd.
De Allemannen, die oorspronkelijk uit de Mainvallei van Centraal-Germanië kwamen, hadden de Agri Decumates gekoloniseerd (ongeveer de moderne deelstaat Baden-Württemberg in Zuidwest-Duitsland) toen de regio geëvacueerd werd door de Romeinen in het midden van de derde eeuw, nadat ze meer dan 150 jaar had behoord tot de Romeinse provincie Germania Superior. De Alemannen richtten een aantal kleine pagi (gouwen) op. Deze sloten zich later bij elkaar aan en vormden zo koninkrijken (regna) die permanent en erfelijk waren.Drinkwater (2007) 122
De total Germaanse populatie van Alamannia op dat moment moet ongeveer 120-150.000 bedragen hebben. Dit komt overeen met de ongeveer 10 miljoen inwoners van Romeins-Gallië, wat betreft bevolking per vierkante kilometer.Drinkwater (2007) 143; Elton (1996) 73 De Alemannische samenleving was een gewelddadige krijgerssamenleving gebaseerd op clans die elkaar bevochten, wat ervoor zorgde dat de Alemannen veel goede krijgers hadden.Drinkwater (2007) 121
Het lijkt erop dat toen de slag bij Straatsburg plaatsvond de confederatie van de Alemannen onder leiding was van twee koningen: Chnodomar en Westralp.Ammianus XVI.12.1 Chnodomar was de drijvende kracht. Hij was een man met een wonderbaarlijk gestalte, kracht en energie, en hij kreeg de bijnaam Gigas ("de Reus") van de Romeinen.Libanius 143 Hij moet een formidabel zicht geweest zijn met zijn "schitterende" helm (waarschijnlijk bedekt met bladgoud) en paradepantser. Hij wordt beschreven door Ammianus als het "kwaadaardige brein" achter de invasie in Gallië.Ammianus XVI.12.24 Onder de twee hoogste koningen waren er nog 7 andere koningen. Het is mogelijk dat de lagere koningen de heersers waren over de pagi. Onder de heersende klasse bevond zich de adel (optimates genoemd door de Romeinen) en krijgers (armati). De krijgers bestonden uit professionele oorlogsbendes en lichtingen van vrije mannen.Speidel (2004) Elke edelman kon ongeveer 50 krijgers op de been brengen.Drinkwater (2007) 120
Germaanse invasie van Gallië thumb|300px|Noordoost-Gallië en de Rijngrens van het Romeinse Rijk in de tijd van Julianus. thumb|Keizer Constantius II (regeerde van 337-61), Julianus' neef en keizer. Hij was een van de drie zonen en opvolgers van Constantijn I de Grote. Hij overleefde zijn twee broers zodat hij 350 de absolute heerser werd. Hij is afgebeeld met een aureool, zoals de meeste christelijke keizers van die periode. Portret van een manuscript uit de Chronografie van 354, Rome. In januari 350 werd het Romeinse Rijk geregeerd door twee zonen van Constantijn I de Grote, de Augusti (gezamenlijke keizers); Constans heerste over het westen en Constantius II heerste over het oosten (de derde broer, Constantijn II, was eerder al afgezet en vermoord door Constans' agenten in 340).
Maar in die maand werd ook Constans op zijn beurt van de troon gestoten en gedood door de usurpator Magnentius, een laetus uit Gallië die comes (bevelhebber) was geworden van een elitebrigade in Constans' comitatus (mobiel leger).Zosimus II.58 In het oosten was Constantius verwikkeld in een aanslepende oorlog tegen de Perzen onder Shah Shapur II (regeerde van 337-350). Maar hij sloot onmiddellijk een vredesverdrag met hem om Magnentius aan te kunnen vallen. Hij leidde zijn eigen comitatus naar Illyricum, waar hij ook de leiding nam over de lokale comitatus. Hierdoor telde zijn leger nu ongeveer 60.000 man.Zosimus II.59 Magnentius verzamelde een leger bestaande uit de Gallische comitatus (ca. 25.000 man) en waarschijnlijk enkele Frankische en Saksische foederati (bondgenoten) en rukte op tegen Constantius in Illyricum.Elton (1996) 231
De Franken en Alemannen aan de Rijngrens grepen nu de mogelijkheid aan om het grootste deel van Oost-Gallië en Raetia binnen te vallen, omdat de beste Romeinse legers afwezig waren door de burgeroorlog.Ammianus XV.5.2 Libanius schrijft dat ze aangespoord werden om dat te doen door brieven van Constantius, om zo problemen te veroorzaken in de rug van Magnentius.Libanius 133 De barbaren veroverden veel Romeinse forten langs de Rijn, vernietigden hun versterkingen en zetten permanente kampen op op de westelijke oever van de rivier, die ze dan gebruikten als uitvalbasis om Gallië te plunderen tijdens de vier jaar die de burgeroorlog zou duren (350-3). Meer dan 20.000 Romeinse burgers zouden gedeporteerd zijn uit Gallië en gedwongen zijn om te werken op de velden van de Alemannen.Julianus Epistulae ad Athenienses 280Libanius 18.34 Dit zou op zijn beurt het aantal Alemannen dat plunderde in Gallië vergroot hebben omdat velen nu niet meer moesten werken op hun velden.
Ondertussen sneuvelde een enorm aantal van de beste troepen van Rome, waaronder het grootste deel van de Gallische comitatus en misschien de helft van het oostelijke/Illyrische leger tijdens de burgeroorlog. In de slag bij Mursa in Pannonië (351), een van de bloedigste in de geschiedenis van Rome, verloor Magnentius geschat 24.000 man (twee derde van zijn leger). Hoewel het de overwinning had behaald, leed Constantius' leger zelfs echter nog grotere verliezen (ongeveer 30.000).Britannica Online Battle of Mursa Een beslissende veldslag bij Mons Seleucus in de Alpen zorgde voor nog meer zware verliezen. Zulke enorme verliezen van de beste troepen zorgden ervoor dat deze niet snel of gemakkelijk zouden kunnen vervangen worden. Constantius, wiens hoofdstad nu in Mediolanum (Milaan) lag, had nu nog een keizerlijk leger van ongeveer 30.000 man, maar Illyricum en het oosten hadden nu geen comitatus meer. Door hernieuwde Perzische aanvallen was het oosten de eerste prioriteit voor versterkingen en Illyricum de tweede.Jones (1964) In deze omstandigheden kon Constantius slechts 13.000 man achterlaten in de Gallische comitatus, wat ongeveer de helft is van zijn vroegere sterkte. De Frankische generaal Silvanus werd aangeduid als opperbevelhebber (magister equitum). Door zijn eigen comitatus te gebruiken kon Constantius de Alemannen uit Raetia drijven (354) en de koningen van het zuiden van Alemannië, Vadomarius en Gundomadus aan zich binden met een verdrag of alliantie.Ammianus XV.4 Ondertussen kon Silvanus ook grote vooruitgang boeken bij het stabiliseren van de situatie in Gallië. Maar in het volgende jaar (355) werd Silvanus door valse beschuldigingen uit het keizerlijke hof aangespoord om zichzelf keizer te verklaren in Colonia Agrippina (Keulen) en om zijn mannen in een opstand tegen Constantius te leiden. Constantius antwoordde door een groep protectores domestici (keizerlijke stafofficieren) naar Colonia Agrippina te sturen, waaronder de toekomstige historicus Ammianus zelf, onder leiding van Ursicinus. Deze kwamen al snel overeen dat ze Silvanus zouden vermoorden om zo verdere muiterijen te voorkomen. Maar de keizer besliste dat hij een lid van zijn eigen dynastie (het Huis van Constantijn, bekend aan de Romeinen als de Flavii, naar Constantijn de Grotes nomen gentile) nodig had om het rijk gezamenlijk te regeren. Dit was een moeilijke beslissing voor een paranoïde heerser die al zijn familieleden met erg veel argwaan bekeek en die al 2 nonkels en 7 neven had laten vermoorden, waaronder Julianus' halfbroer Constantius Gallus. Hij stelde zijn neef Julianus aan als Caesar (plaatsvervangend keizer) voor de "Tres Galliae" (de "Drie Galliës": diocees Gallië, Spanje en Britannië) en gaf hem het opperbevel over de legers in Gallië.Ammianus XV.8.1 De aanstelling, hoewel het met enthousiasme ontvangen werd door de troepen te Mediolanum, werd meer gezien als ongeschikt voor Julianus, aangezien hij nog maar 23 jaar oud was, geen militaire ervaring had op dat moment en tot dan toe zijn tijd had doorgebracht met filosofie te studeren in Athene.Ammianus, XV., 8; XVI., 11Libanius 132 Maar Constantius' eigen 'familiezuiveringen' hadden hem weinig keus gelaten: Julianus was zijn enige overlevende mannelijke, dichte familielid.
De taak die Julianus opgelegd had gekregen was erg ontmoedigend. De burgeroorlog had ervoor gezorgd dat Gallië in een chaotische staat achtergelaten was.Ammianus XV.8.1 De defensieve linie van de Rijn was grotendeels ingestort. Volgens Ammianus waren er nog slechts drie versterkingen op de Rijn in Romeinse handen: een toren bij Keulen en twee forten, bij Rigodunum (Remagen) en bij Confluentes (Koblenz).Ammianus XVI.2.12 and XVI.3.1 Grote groepen barbaren zwierven rond in Noordoost-Gallië en plunderden het gebied naar hartenlust, zelfs tot aan de Seine.Ammianus XVI.2.1-7 De groepen plunderende vijanden waren zo groot dat Silvanus door de Romeinen als een dapper man beschouwd werd omdat hij een groot leger (8.000 man) over een weg omringd met bomen had geleid door het hart van Gallië, ondanks het risico op een hinderlaag.Ammianus XVI.2.3-4 Verder waren de Romeinse limitanei (soldaten die instonden voor het verdedigen van de grens) langs de Rijn gedecimeerd door de val van het grootste deel van hun forten, terwijl deze die het hadden overleefd weggevlucht waren van de grens om de steden in Gallië van een garnizoen te voorzien. Cynici in Constantius' hof in Mediolanum zeiden dat hij Julianus een onmogelijke missie had gegeven om zich te ontdoen van een potentiële rivaal voor de troon.Ammianus XVI.11.13 Julianus verraste echter iedereen door zich te bewijzen als een efficiënt militair leider.
Aanloop thumb|Portret van een barbaar. Mozaïekfragment uit het Grote Paleis in Constantinopel. Zesde eeuw. thumb|Romeinse soldaten uit de late vierde eeuw, de meesten waren niet geboren in het Romeinse Rijk. Let op de kettingen met regimentshangers en het lange haar, een stijl geïmporteerd door de barbaarse rekruten, wat sterk in contrast staat met het korte haar van het Principaat.