thumb|DAB, DAB+, DMB wereldwijd Digital Audio Broadcasting (DAB, soms ook aangeduid met Terrestrial Digital Audio Broadcasting of T-DAB) is een Europees systeem dat sinds 1993 gedigitaliseerde radio-uitzendingen mogelijk maakt, als alternatief voor analoge radiosignalen.
DAB maakt een storingsvrije ontvangst mogelijk, waarbij bovendien meer zenders mogelijk zijn. Dit kan een oplossing bieden voor capaciteitsproblemen op de FM-band. Bovendien is het mogelijk om tijdens de uitzendingen meer randinformatie door te sturen en (voor de luisteraars) de radioreclames weg te filteren.
Een nadeel van DAB is dat de luisteraar de digitale radioprogramma's alleen kan ontvangen met een radio met DAB-ontvanger. Massaproductie moet de prijs gaan drukken, maar huidige ontvangers zijn nog duurder dan analoge ontvangers. Op termijn zou DAB de uitzendingen van de FM-band kunnen vervangen.
In Nederland zijn de publieke omroepen sinds februari 2004 via DAB en sinds 14 oktober 2013 via DAB+ te beluisteren. Sinds 1 september 2013 zijn de commerciële landelijke omroepen via DAB+ te beluisteren. Ook de meeste publieke regionale omroepen zijn sinds mei 2015 te horen via DAB+. In de Randstad moesten luisteraars wachten tot september 2015 voor het ontvangen van de publieke regionale radiozenders via DAB+. Ook in België zendt de openbare omroep VRT sinds oktober 2017 in DAB+ uit. De Franstalige omroep RTBF en de Duitstalige omroep BRF volgden op 4 november 2019.
Geschiedenis DAB is in ontwikkeling sinds 1981 aan het Institut für Rundfunktechnik (IRT). In 1985 werden de eerste DAB-demonstraties gehouden op het WARC-ORB in Genève en in 1988 werden de eerste DAB-transmissies uitgevoerd in Duitsland. Latere versies van DAB (of Eureka-147) werden ontwikkeld als een onderzoeksproject van de Europese Unie (Eureka Project nummer EU147), dat gestart is in 1987 als initiatief van een consortium samengesteld in 1986. De MP2 (MPEG-1 Layer-2)-audiocodering is ontwikkeld als deel van het EU147-project. DAB was de eerste standaard gebaseerd op de modulatietechniek orthogonal frequency division multiplexing (OFDM) en is sindsdien een van de populairste transmissieprotocollen geworden voor moderne digitale breedbandcommunicatiesystemen.
Technologie DAB De belangrijkste technologieën waarvan DAB gebruikmaakt zijn MPEG1, Layer 2, COFDM (Coded OFDM), MPEG 4/AAC+-codering, en Unequal Error Protection (UEP).
Verschillende radiozenders worden gebundeld in één multiplex en samen uitgezonden op één frequentie. De radio-ontvanger splitst dit signaal weer op in de verschillende stations.
DAB werkt bovendien met een Single-Frequency Network waardoor meerdere zendantennes in een land dezelfde frequentie gebruiken voor dezelfde multiplex, zonder last te hebben van interferentie bij overlappende signalen. Bij FM moeten sommige regio's bepaalde frequenties vrij houden omdat een zender in een naburige regio deze al gebruikt. Bij DAB is overlappende ontvangst juist een voordeel. Een radio kan een zwak signaal van meerdere verschillende zendantennes ontvangen en daar een beter signaal uit samenstellen.
DAB+ Na de ervaringen en kritiek op de oorspronkelijke versie van DAB in de pionierslanden is in 2005 de Technical Committee van WorldDMB gevraagd te studeren op verbeteringen. Een opgewaardeerde versie, met de naam DAB+, is door WorldDMB (vaststeller van DAB-standaarden) in 2007 gepubliceerd. De basis is onveranderd, er wordt nog steeds gebruikgemaakt van multiplexen en een Single-Frequency Network maar in plaats van MPEG1, Layer 2 wordt gebruikgemaakt van de MPEG 4/AAC+-codering, ook bekend als HE-AAC, waardoor op veel lagere bitrates al een goede geluidskwaliteit gehaald kan worden. Daarnaast is de foutcorrectie dankzij het gebruik van Reed-Solomon verbeterd, zodat ook bij mindere ontvangst een betere geluidskwaliteit gegarandeerd kan worden. Door de fors hogere efficiëntie van AAC+ kunnen aanzienlijk meer radiozenders gebruikmaken van dezelfde frequentieruimte in vergelijking met de oude DAB-standaard. Praktijktests in Australië suggereren dat DAB+ ongeveer driemaal zo efficiënt is als DAB.
Oudere DAB-ontvangers zijn niet in staat om DAB+ te decoderen, nieuwe DAB+-ontvangers kunnen beide standaarden aan. Hierdoor zal de oude DAB-standaard in het Verenigd Koninkrijk, waar al relatief veel DAB-ontvangers verkocht zijn, niet snel door DAB+ vervangen worden. Landen waarin DAB niet of zeer beperkt waren ingevoerd – waar weinig ontvangers waren verkocht – zullen bij de (her)invoering direct DAB+ gaan gebruiken. DAB+ is in onder andere Australië, België, Duitsland, Gibraltar, Hongkong, Italië, Malta, Nederland, Tsjechië en Zwitserland in gebruik genomen. In Frankrijk, Ierland, Maleisië, Polen en Zweden lopen DAB+-proefprojecten. In Denemarken en Noorwegen zijn migratietrajecten van DAB naar DAB+ gestart.
Een migratie van DAB naar DAB+ is betrekkelijk eenvoudig. Bestaande DAB-infrastructuur is te gebruiken voor DAB+-uitzendingen en DAB+- en DAB-stations kunnen naast elkaar worden uitgezonden. Oudere DAB-radio’s negeren het DAB+-signaal, modernere radio’s die beide kunnen ontvangen zullen de voorkeur geven aan het DAB+-signaal. In sommige landen worden dezelfde zenders daarom in zowel DAB (voor luisteraars met oudere ontvangers) als DAB+ (in hogere kwaliteit) uitgezonden.
Geluidskwaliteit DAB Bij DAB wordt op 48 kHz bemonsterd stereogeluid gecomprimeerd volgens MPEG1, Layer 2, in de volksmond MP2 Audio genoemd. Een andere naam voor de techniek is Musicam. De gebruikte bitsnelheid voor DAB is doorgaans 128 kb/s, maar hogere bitsnelheden zijn mogelijk; incidenteel komt men 160 en 192 kb/s-uitzendingen tegen. MP2 Audio op 128 kb/s kan een sterk hoorbaar kwaliteitsverlies ten opzichte van ongecomprimeerd geluid hebben.
De analoge FM-band heeft een frequentiebereik van 0–15 kHz. De frequentiemodulatie onderdrukt stoorsignalen; FM is normaal gesproken ruisvrij waardoor het geluid vrijwel verliesvrij overgebracht wordt. Nadeel van FM is dat tonen hoger dan 15 kHz door FM worden verwijderd en ontbreken. Jongere mensen, die signalen boven de 15 kHz kunnen horen, ervaren dit als een kwaliteitsverlies. Bij MP2 Audio zijn deze tonen door de hoge bemonsteringsfrequentie wel aanwezig, wat het vergelijken van de geluidskwaliteit van FM en DAB moeilijk maakt. FM heeft vergeleken met een 128 kb/s-datastroom duidelijk minder vervorming en kan hierom als beter beschouwd worden, maar als men bijvoorbeeld naar muziek luistert waar relatief veel hoge tonen in komen, dan valt DAB te verkiezen. Zeker is dat de veelgebruikte bitsnelheid van 128 kb/s onvoldoende is om de veelvuldig beloofde cd-kwaliteit waar te maken. Bij hogere bitsnelheden wordt de geluidskwaliteit op reguliere ontvangers (niet-Hifi) transparant met een cd-opname.
FM haalt in de ether bij voldoende ontvangst een signaal-ruisverhouding van ongeveer 50 dB, als de ontvanger vlak bij de zender staat is meer dan 80 dB haalbaar. Een cd-opname haalt zo'n 90 dB. DAB haalt de 10 dB nog niet, maar dit komt voornamelijk doordat weggelaten tonen wel meetellen in de signaal-/ruisverhouding, maar volgens het psychoakoestische model, waarop de compressie gebaseerd is, gemaskeerd zijn door andere tonen. Overigens wordt de kwaliteit van popstations doorgaans meer beperkt door de extreme dynamiekcompressie die in de studio wordt toegepast dan door de mogelijkheden van de gebruikte zendtechniek.
Moderne compressietechnieken bieden aanzienlijk betere geluidskwaliteit dan MP2 Audio op 128 kb/s. De reden dat DAB gebruikmaakt van een achterhaalde compressietechniek schuilt in de leeftijd van de techniek: toen DAB in 1993 gelanceerd werd was er weinig beters beschikbaar. Daarnaast is er minder rekenkracht nodig om MP2 Audio te decoderen, wat zowel de prijs als de energiebehoefte van de ontvangers ten goede komt. Ook speelt mee dat MP2 Audio licentievrij kan worden gebruikt in zowel encoders als decoders en beter bestand is tegen fouten bij de ontvangst (met andere woorden: geeft minder hoorbare storing).
DAB+ Tijdens het ontwikkelen van de DAB+-standaard is gekozen voor een forse sprong voorwaarts ten opzichte van MPEG 1, Layer 2 (MP2) en MPEG1, Layer 3 (MP3) met de keuze voor een sub-variant van de moderne MPEG4/AAC-standaard. HE-AACv2, ook wel AAC+ genoemd, is een onderdeel van de AAC-familie die speciaal is geoptimaliseerd voor muziek met een hoge geluidskwaliteit bij lage (<96 kb/s) bitrates.
Bij gestandaardiseerde dubbelblinde MUSHRA-luistertests van de European Broadcasting Union (EBU) gaf het luisterpanel HE-AAC op 48 kb/s een waardering van “Good to Excellent” en op 64 kb/s een waardering “Excellent”. In de praktijk wordt er in landen die DAB+ gebruiken voor spraak veelal gekozen voor 48 kb/s, en voor muziek 64 kb/s of 96 kb/s.
Nadeel is vooral voor draagbare ontvangers het veel hogere energieverbruik (batterij).
Frequenties
Er zijn in Europa twee banden gedefinieerd voor DAB-uitzendingen: Tv-band III (174–230 MHz) (VHF) L-Band (1452–1492 MHz) (UHF) In Nederland en België wordt alleen in band III uitgezonden, maar er zijn in Nederland tests geweest in de L-band. Deze was gereserveerd voor lokale omroepen maar die zenden inmiddels ook op band III uit.
In onderstaande plaatjes zijn de frequentierechten in band III weergegeven die zijn overeengekomen tussen België, Nederland en de buurlanden tijdens de Regionale Radiocommunicatie Conferentie (RRC) in 2006. Sinds 2006 zijn er een klein aantal wijzigingen gemaakt (zoals een 5C - 9C frequentieruil tussen Duitsland en Nederland) die niet in deze plaatjes zijn verwerkt.
De tv-band III loopt van 174 tot 230 MHz en bestaat van oudsher uit 8 analoge televisiekanalen van 7 MHz, namelijk kanaal 5 t/m 12. Deze kanalen zijn in Nederland niet meer in gebruik voor analoge televisie. De analoge televisiekanalen dienen wel als basis voor de huidige DVB- en DAB-kanalen in band III: een DVB-kanaal is ook 7 MHz breed. Een DAB-multiplex gebruikt slechts een kwart van de bandbreedte van een televisiekanaal. Daarom is voor de nummering van de DAB-kanalen elk televisiekanaal in 4 gesplitst met een bijkomende letter A, B, C of D, gerangschikt volgens frequentie. Zo is DVB-kanaal 7 bijvoorbeeld opgesplitst in DAB-kanaal 7A, 7B, 7C en 7D.
In de L-band heeft men de kanalen verdeeld in LA, LB, ... tot LW. In totaal 23 kanalen, waarvan op dit moment de hoogste 7 voorbehouden zijn voor S-DAB (via satelliet, maar is nooit gebruikt).
Een voordeel van DAB ten opzichte van AM en FM is de mogelijkheid om met Single Frequency Networks (SFN) te werken. Dit zijn netwerken waarbij de multiplex door meerdere zenders op dezelfde frequentie wordt uitgezonden. Deze techniek is mogelijk doordat DAB gebruikmaakt van OFDM, net zoals DVB-T en Digital Radio Mondiale. Door deze SFN's is er minder frequentieruimte nodig om hetzelfde aantal radiozenders te kunnen uitzenden en is het betrekkelijk eenvoudig om steunzenders te zetten om het zendbereik te vervolledigen. Alle zenders die onderdeel zijn van een SFN moeten precies dezelfde programma's uitzenden, daar is binnen een SFN geen onderscheid in mogelijk.
Overigens zij opgemerkt dat deze eigenschap voor lokale omroepen een groot nadeel is. Voor uitzendingen op de FM-band kunnen lokale omroepen in Nederland een frequentie aanvragen bij het Agentschap Telecom en vervolgens een zender met een beperkt vermogen ergens in een hoog gebouw midden in hun verzorgingsgebied neerzetten. Door de tijdmultiplexing moeten bij DAB voor een efficiënt gebruik van de beschikbare band verschillende omroepen dezelfde zender gebruiken, wat voor een lokale omroep bijzonder onpraktisch is.
Aanvullende diensten
RadioText+