De pseudowetenschappelijke en pseudohistorische rassenleer van de theosofie verklaart met ras de gehele totaliteit van mensen die de aarde bevolken gedurende een lange periode van "evolutie" in de betekenis van emanatie: in de orde van grootte van honderden miljoenen jaren. Men kent ook onderverdelingen die men wortelrassen noemt; een wortelras zou vele miljoenen jaren bestaan.

Theosofie Tijdsperioden Voor een beter begrip hiervan kan men de tijdsperioden uit het hindoeïsme nemen, dat waarschijnlijk Blavatsky mede heeft geïnspireerd. De occultiste Helena Petrovna Blavatsky (1831-1891) is een grondlegger van deze leer. Ze beschreef de leer over rassen in het tweede deel van De Geheime Leer, Het ontstaan van de mens (1888). Ze zegt hierbij te zijn geholpen door Mahatma's (wijzen, 'oudere broeders', letterlijk: 'grote zielen') en geeft toelichtingen op de 'archaïsche' stanza's van Dzyan, oorspronkelijk geschreven in het Senzar.

Geest en Stof Bij de theosofie gaat men ervan uit dat de geest (purusha) de oorsprong is, dus primair, terwijl de stof (prakriti) gevormd en gestructureerd wordt door een hiërarchie van geestelijke wezens (dhyani's, aartsengelen). De eeuwige geest en eeuwige stof komen van het Absolute, de kwintessens van beide. Deze drie-eenheid werd bij de vroege christenen de heilige drie-eenheid van vader, zoon en heilige geest.De Mahatmabrieven, Nederlandse vertaling, 1979, p.153,154 Totaal anders dus dan de huidige wetenschap die ervan uitgaat dat de stof primair bestaat en bij een bepaalde (toevallige) gestructureerdheid (zoals bij de hersenen) "bewustzijn" of "geest" gaat vertonen. Met mensen bedoelt men dus niet de lichamelijke verschijningsvormen, zoals in het normale spraakgebruik, maar de "menselijke individualiteit" (monade, atman).

Zeven wortelrassen met elk zeven onderrassen Tijdens deze vierde 'Ronde' bestaan er na elkaar zeven 'wortelrassen' op een continent, dat, het eerste uitgezonderd, om de beurt door vuur of water verdwijnt. Zo verging het vierde, Atlantis door water (de Zondvloed) en zal ons (vijfde) continent in de verre toekomst door vuur (onderzeese vulkanen) ten ondergaan, eerst de Britse eilanden, dan Frankrijk en andere landen. Maar de landen zullen in de toekomst ook weer boven water komen. Dan zal het zevende onderras van het zesde wortelras zijn bloeitijd hebben op de herrezen continenten Lemurië en Atlantis.De Mahatmabrieven, 1979, p.169

Het eerste (wortel)ras dat in ons universum "ontwaakte" zou zeer ijl (etherisch) zijn geweest en zou ook miljarden jaren geleden hebben bestaan. Dit eerste ras van chhaya's (schaduwen) kwam voort uit de 'maanvoorouders' (maanpitri's). Ook hier kan men een parallel vinden in het hindoeïsme. De periode Satya Yuga kan men zien als een begin van een wortelras, waarin de mens zijn goddelijke essentie emaneert. Ook de Grieken en Romeinen kenden hun vijf 'Tijdperken van de Mens', de Azteken hun 'Vijf Zonnen'. Het eerste Romeinse tijdperk was de 'Gouden Eeuw'. De rassen werden. naarmate de cycli verstreken, kleiner en hun fysieke omhulsel steeds steviger. De evolutie van de eerste, stoffelijke mens, de 'Lemuriër', had 18.000.000 jaar geleden plaats.De Geheime Leer, Deel II, p.50

Mensen ontvingen hun manas-beginsel (denkvermogen) tijdens het Lemurische ras, nadat ze zich, net als de dieren, in mannen en vrouwen hadden gescheiden. Daarvóór waren ze androgyn (met dubbel geslacht, 'eierleggend' of 'zweetgeboren') en zelfs aseksueel. Op het vijfde onderras van het vijfde (arische) wortelras zullen nog twee onderrassen volgen, en twee wortelrassen, waarna een pralaya (rustperiode) een einde aan de manvantara maakt. Er zijn zeven 'ronden' en het huidige is de vierde.

Vanaf het dieptepunt halverwege het Atlantische ras (drieëneenhalve ras, 'de neerwaartse boog'), werd de mensheid steeds 'geestelijker' ('de opwaartse boog'). Op het eerste ras van doorschijnende reuzen op het 'Onvergankelijke Land', volgden de 'Hyperboreeërs', de 'Lemuriërs', de 'Atlantiërs' en de 'Ariërs' ('nobelen').

Goddelijke koningen Bij klassieke schrijvers (als Herodotus en Manetho) werden drie dynastieën van bovenmenselijke koningen genoemd: van goden, van halfgoden en van helden of reuzen. 'Deze 'drie dynastieën' zijn de drie Rassen'. Ze zijn de deva's (goden), kimpurusha's (hemelse geesten) en de danava's en daitya's (reuzen of titanen) van de hindoemythologie.De Geheime Leer, II, p.416,417 In de Chinese overleveringen zijn de Tien-hoang de 'koningen van de hemel' en volgens de Chinese Y-King onderwezen de 'hemelse genii' aan de mensen voor het eerst de landbouw.II, p.416,423

'Deze wezens verschijnen eerst als 'goden' en scheppers; dan gaan zij op in de wordende mens, om tenslotte als 'goddelijke koningen en heersers; tevoorschijn te komen.'II, p. 413

Zonne- en maanvoorouders Goden incarneerden in de mens. Dit is de zogeheten 'Val van de Engelen' (Lucifer, de 'lichtbrenger' wordt in de 'hel' op aarde gestort), of van de 'zonen van God' (Elohim) of hun 'val in de stof': het geestelijke daalt tot het stoffelijke neer en helpt de stof tot het goddelijke terug te keren. Nu zijn er volgens De Geheime Leer twee soorten 'zonen van god', de 'maanvoorouders' en 'zonnevoorouders' (manasaputra's). De maanvoorouders gehoorzamen en scheppen de mens van het eerste wortelras uit hun eigen 'schaduw' en gaan op in de mens. De zonnevoorouders weigeren mensen te scheppen en nageslacht voort te brengen en worden 'als straf', maar volgens karmische wet, gedwongen zelf in het derde wortelras (de Lemuriërs) te incarneren en de mensheid het denkend beginsel (manas, vuur, licht) te schenken (als de titaan Prometheus, die de mensen vuur bracht en als straf aan de Kaukasus geketend werd en dagelijks gefolterd wordt, omdat Zeus' adelaar Ethon hem de lever uitpikt).

Hiermee kan de tekst in Genesis.6:4 in de Bijbel worden verklaard, waar staat: ' 'Er waren in die dagen reuzen op aarde; en ook daarna toen 'de zonen van god' (b'ne-aleim, elohim) tot de dochters van de mensen kwamen en zij hun kinderen baarden; dit zijn de geweldigen uit de voortijd, mannen van naam' (of reuzen)', de Nephilim. Hieruit maakt Blavatsky op, dat er al reuzen waren voordat de 'andere zonen van god [de maanvoorouders], met een lagere natuur, op aarde seksuele verbintenissen aangingen (zoals Daksha deed, toen hij zag dat zijn manasaputra's de aarde niet wilden bevolken)'.II, p.423

De gnostici gaven volgens Blavatsky op hun eigen wijze de oeroude 'universele leer' door. Bij de gnostici zijn het de archonten van Jaldabaoth (de blinde en jaloerse 'god' van het aardse paradijs en het Oude Testament en zijn zonen, de scheppers van de mens), die hun lust botvieren op de 'schaduw van Eva' en nageslacht voortbrengen: 'En toen zij [de archonten] de beeltenis van die vrouw naast hem [Adam] zagen, geraakten ze in grote beroering, omdat ze dachten dat het de echte Eva was. En ze handelden roekeloos, naderden haar, grepen haar beet en stortten hun zaad in haar. (..) Het was slechts de afbeelding die de machten en hun engelen op allerlei manieren hadden bezoedeld. (..) Omwille van (de aardse) Eva ontstond er een plan, dat de door de machten geschapen vormen tot omheiningen voor het licht zouden worden, waarin dit (licht) hen zou veroordelen door middel van hun eigen vormen.'Slavenburg, J. en Glaudemans W.G. (1995), Nag Hammadi geschriften, Deel II, Oorsprong van de Wereld, p.81

Vijfde wortelras 'Ariërs' (nobelen) zijn het zogenoemde 'vijfde wortelras', dat zich in Midden-Azië ontwikkelde, waar nu de Gobi woestijn is en zich van daaruit in verschillende 'onderrassen' verspreidde. Onder deze arische of Indo-europese volkeren worden onder meer Indiërs, Perzen (Iraniërs), Kelten, Germanen (Scandinaviërs) en Slaven gerekend. De Germanen en Slaven behoren tot het vijfde onderras van het vijfde Arische wortelras. De arische rassen met haar Semitische zijtakDeel II, p.300 variëren nu, volgens de Geheime Leer van het oosten, 'van donkerbruin, bijna zwart, rood-bruin-geel tot de witste roomkleur'.Deel II, p.281

Atlantische kolonisten behoorden tot het eerste onderras van het vijfde wortelras, terwijl later immigranten van het vijfde wortelras (de 'grote Arische rassen') uit het oosten kwamen:

Stanza XII, 47: 'Weinig (mensen) bleven. Enkele gele, enkele bruine en zwarte, en enkele rode bleven over. (..)

48: 'Het vijfde ras, voortgebracht uit het heilige geslacht (bleef). Het werd bestuurd door zijn eerste goddelijke koningen.'

'De zin: 'Enkele gele, enkele bruine en zwarte, en enkele rode bleven over' verwijst naar de onderverdelingen van dit eerste onderras van het vijfde Wortelras.'De Geheime Leer, II, p.396 'De meeste hiervan ['veel van de verondersteld vroeg-neolitische grotten, van de kolossale driehoekige, piramidale en kegelvormige menhirs in de Morbihan en in Bretagne in het algemeen, veel van de Deense grafheuvels en zelfs van de 'reuzengraven' van Sardinië met hun onafscheidelijke metgezellen, de nuraghi ' waren 'enigszins onhandige kopieën' van de piramiden 'aan de vier hoeken van de wereld'] zijn het werk van de eerste kolonisten op het pasgeboren continent en de eilanden van Europa, de - 'enkele gele, enkele bruine en zwarte en enkele rode' - rassen die overbleven na het verzinken van de laatste Atlantische continenten en eilanden (850.000 jaar geleden), met uitzondering van het Atlantische eiland van Plato [Poseidonis] en vóór de komst van de grote Arische rassen; terwijl andere werden gebouwd door de eerste immigranten uit het oosten.'De Geheime Leer, II, p.397

Niet-Indo-europese volkeren Niet-Indo-europese volkeren stammen af van eerdere (wortel)rassen (het Lemurische of Atlantische). Zo zouden de Aboriginals van Australië bijvoorbeeld van de Lemuriërs afstammen. Lemurië strekte zich uit vanaf de Grote Oceaan. Van Aboriginals kunnen we dus leren over een zeer oude (gemeenschappelijke) cultuur, want alle wereldreligies stammen van de 'archaïsche oerwijsheid', die vanaf het 'begin' aan de mensheid werd onderwezen door goden of 'goddelijke koningen'. Oude rassen gaan op in nieuwe en de laatste overlevenden sterven uit. Maar hun monaden vinden altijd een nieuwe 'behuizing', want er is geen einde aan ontwikkeling.

Neo-theosofie In 1896 (dus vijf jaren na het overlijden van Blavatsky) verscheen The Story of Atlantis, in 1904 The Lost Lemuria, in 1925 een gebundelde uitgave van William Scott-Elliot. Daarin worden de zeven onderrassen van het vierde, Atlantische wortelras besproken: 1. Rmoahal; 2. Tlavatli; 3. Tolteken; 4. Eerste Turaniërs; 5. Oorspronkelijke Semieten; 6. Akkadiërs; 7. Mongoliërs. Er werden ook landkaarten bij gepubliceerd, die via Leadbeater 'doorkwamen' tijdens 'astrale helderziendheid': twee van Lemurië en vier van Atlantis. Na Blavatsky's overlijden in 1891 viel de Theosophical Society al snel uiteen (1895) en verloren de 'leiders' contact met de Mahatma's. De 'Indiase' afdeling onder Annie Besant (1847-1933) en Charles Webster Leadbeater (1854-1934) kwam met het idee van een 'Wereldleraar', eerst in 1912 in de persoon van Krishnamurti, toen die vanaf 1929 niet wilde van bodhisattva 'Maitreya' ('Christus') zelf. Rudolf Steiner verliet daarom in 1912 de 'Theosophical Society Adyar'. Leadbeater stichtte in 1916 de Vrij-Katholieke Kerk, terwijl Blavatsky in haar leven fel tegen het rooms-katholicisme gekant was en vurig tegenstander was van jezuïeten. Daarbij waarschuwde ze 'Christus' niet persoonlijk op te vatten. De persoon Jezus was volgens haar een profeet en 'adept' van een hoge orde. Wat er na haar overlijden als 'theosofisch' is gepubliceerd dient daarom onderscheiden te worden van wat er tijdens haar leven werd uitgegeven.

Misverstanden