Johan de Witt (Dordrecht, 24 september 1625 – 's-Gravenhage, 20 augustus 1672), heer van Zuid- en Noord-Linschoten, Snelrewaard, Hekendorp en IJsselvere, was in de Gouden Eeuw tijdens het Eerste Stadhouderloze Tijdperk negentien jaar lang raadpensionaris van het gewest Holland en daarmee de belangrijkste politicus van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Hij was tevens een begenadigd wiskundige en wordt beschouwd als een van de grondleggers van de verzekeringswiskunde. Johan werd samen met zijn broer Cornelis door orangisten vermoord en op gruwelijke wijze verminkt. Hoewel hedendaags Nederland hem met zijn voornaam kent als Johan, noemden zijn vrouw en veel tijdgenoten hem Jan.
Privéleven Afkomst De Witt stamde uit de regentenfamilie De Witt. Hij was de zoon van de Dordtse regent en houthandelaar Jacob de Witt. Zijn moeder was Anna van den Corput en afkomstig uit Breda. Zij was een nichtje van de militair Johan van den Kornput. De ruwaard en regent Cornelis de Witt was zijn twee jaar oudere broer. Raadpensionaris Andries de Witt van Holland was zijn oom.
Opleiding De Witt kreeg zijn opleiding aan de Latijnse school in Dordrecht, die later naar hem vernoemd werd. Op 21 oktober 1641 schreef hij zich in aan de rechtenfaculteit van de Universiteit Leiden. Het was indertijd de gewoonte dat rijke jongelingen na hun studie een grand tour door Europa maakten. Johan trok met zijn twee jaar oudere broer Cornelis vanaf 14 oktober 1645 door Engeland, Frankrijk en de Republiek Genève. Het was gebruikelijk om onderweg in Frankrijk te promoveren. De Witt deed dat op 22 december 1645 in Angers in de rechten. Na zijn terugkomst op 27 juli 1647 tot zijn aanstelling als pensionaris van Dordrecht vestigde hij zich in Den Haag als advocaat.
Huwelijk en kinderen thumb|150px|Echtgenote Wendela Bicker in 1659, geschilderd door Adriaen Hanneman. Nadat hij bij de dochter van de beroemde Amsterdamse arts en latere burgemeester Nicolaes Tulp een blauwtje had gelopen, trouwde De Witt in 1655 met Wendela Bicker, de dochter van Jan Bicker en Agneta de Graeff van Polsbroek. Zijn schoonvader stamde uit het roemrijke regentengeslacht Bicker en was een welgestelde scheepsbouwer, koopman en latere burgemeester van Amsterdam, die fel anti-Oranje was. Zijn schoonmoeder was een zus van Cornelis de Graeff, heer van Zuidpolsbroek; de meest succesvolle Amsterdamse burgemeester uit de Gouden Eeuw. De bruiloft werd gevierd in het huis van De Witts schoonmoeder aan de Keizersgracht in Amsterdam.
Johan de Witt en Wendela Bicker kregen acht kinderen, zes dochters en twee zonen. Drie dochters stierven erg jong: Anna de Witt (1655–1725), trouwt Herman van de Honert, burgemeester van Dordrecht Agnes de Witt (1658–1688), trouwt Simon van Teresteyn van Halewijn, onder andere burgemeester van Dordrecht en gezant van koning Willem III van Engeland Maria de Witt (1660–1689), trouwt Willem Hooft, de latere burgemeester van Delft en familie van de schrijver P.C.Hooft Johan de Witt jr. (1662–1701), Heer van Noord- en Zuid-Linschoten, Snelrewaard en IJsselvere, trouwt met Wilhelmina de Witt, een dochter van Cornelis de Witt (de broer van zijn vader). Johan jr. was schepen, vroedschap en secretaris van Dordrecht Jacob de Witt (1667–1685), ongehuwd gebleven
Na de moord op De Witt werd in 1672 zijn zwager Pieter de Graeff voogd over de vijf kinderen. Hij was getrouwd met een zus van Wendela Bicker.
De Ware Vrijheid Na de plotselinge dood van stadhouder Willem II wilden Holland en Zeeland geen nieuwe stadhouder van het Huis van Oranje. Deze gewesten trokken Utrecht mee. Het Eerste Stadhouderloze Tijdperk was een feit. De Witt was er een groot voorstander van. Hij noemde het de periode van "De Ware Vrijheid". Beslissingen die de hele Republiek aangingen, werden door regenten van de zeven provincies gezamenlijk genomen, weliswaar op basis van meerderheid van stemmen, maar onder strakke leiding van Holland. Bij erg belangrijke zaken diende er eenstemmigheid te zijn. De provincies zelf bleven autonoom, evenals de steden.
Johan de Witt was met zijn broer Cornelis de leider van de staatsgezinden, een anti-orangistische groepering, die door Johan de Witt de partij van de vrijheid genoemd werd. Sinds zijn vader, die ook tot de staatsgezinden behoorde, met zes andere voormannen door Willem II korte tijd vastgehouden werd in de staatsgevangenis slot Loevestein, werden de staatsgezinden in de wandelgangen Loevesteiners genoemd., Redeloos, Radeloos, Reddeloos. De Geschiedenis van het Rampjaar 1672 (1998) "Vertrouw nooit een Oranje", had zijn vader hem na zijn vrijlating toevertrouwd. De waarschuwende woorden zouden hem vormen om de Orangisten uit belangrijke posities te houden.
Raadpensionarisschap Benoemingen De Witt volgde op 21 december 1650 Nicolaas Ruys op als pensionaris van zijn geboortestad Dordrecht. In die hoedanigheid was hij de fiscaal adviseur van Dordrecht en afgevaardigde namens de stad naar vergaderingen van de Staten van Holland. Vanaf 30 juli 1653 was De Witt raadpensionaris van Holland. Wat in zijn voordeel werkte, was dat hij zijn voorganger Adriaan Pauw enkele keren bij diens afwezigheid vervangen had., Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, p. 1461 In Dordrecht werd hij opgevolgd door Govert van Slingelandt.
Cornelis de Graeff Voor de benoeming tot raadpensionaris was De Witt afhankelijk van de nadrukkelijke instemming van Amsterdam dat onder leiding stond van Cornelis de Graeff, van wie hij twee jaar later aangetrouwde familie zou worden. De voorbeeldige samenwerking tussen de twee was een belangrijke factor in het succes van De Witts politiek en de herleving van de economische vooruitgang na de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog.
De Witt erkende de macht van De Graeff en deed zijn best om aan de Amsterdamse wensen tegemoet te komen. Dat sloot geschillen tussen de twee niet uit. Toch bleef de verstandhouding uitstekend. De Witt begreep de opmerking van een andere Amsterdamse burgemeester "dat zonder den heer van Zuidpolsbroek in niets iets te doen was".
King John Als raadpensionaris had De Witt geen werkelijke macht. Hij was altijd afhankelijk van anderen, maar wist desondanks door zijn familienetwerk te bewerkstelligen dat hij de belangrijkste politicus van het land werd. Naar huidige maatstaven was De Witts positie te vergelijken met een combinatie van minister-president, minister van Binnenlandse Zaken, minister van Financiën en minister van Buitenlandse Zaken. Alle lopende zaken regelde hij zelf. In Engeland werd meer dan eens over hem gesproken als 'King John' en Aziatische vorsten, die nog nooit van de functie raadpensionaris gehoord hadden, noemden hem koning., Ruwaard der Vrijheid (1977) De Franse ambassadeur Godefroi d'Estrades schrijft in januari 1663 in een brief aan Lodewijk XIV van Frankrijk dat Johan de Witt in Holland beschouwd werd als een almachtige God.
Zijn salaris bedroeg 3000 gulden per jaar, te vergelijken met twintig keer het loon van een arbeider. Na de dood van zijn vrouw in 1668 overwoog hij af te treden. Om hem te behouden, werd zijn loon verdubbeld en als extraatje ontving hij een gratificatie van 60.000 gulden., Rotterdam en het rampjaar 1672 (jaartal onbekend). Gearchiveerd op 25 januari 2022. Aan het eind van zijn leven had hij omstreeks 450.000 gulden vergaard. Daarmee was hij een van de rijkste inwoners van de Republiek. Hij had zijn kapitaal deels verdiend door geldhandel. Zo leende hij van particulieren grote sommen geld en kocht er gewilde staatsobligaties van, waarvoor hij een hogere rente ontving dan hij afdroeg aan zijn geldschieters. Hij bewerkstelligde dit doordat hij als ambtenaar voorrang kreeg bij de uitgifte van obligaties.
Geschenken stuurde hij altijd terug. Dat heeft bij veel historici de indruk gewekt dat hij 'onkreukbaar' was. Het enige dat hij accepteerde was een warme maaltijd als hij bij iemand thuis een bijeenkomst had. Daar staat tegenover dat hij toestond dat anderen uit hun overheidsfunctie wel financieel gewin behaalden. Toen zijn broer Cornelis na terugkomst van de Tocht naar Chatham niet tevreden was over een gouden beker als dankbetuiging en in de plaats daarvan geen nieuwe titel als ruwaard kon bemachtigen, hielp hij hem aan een overheidsgift van 30.000 gulden.
Interest van Holland thumb|Johan de Witt Johan de Witt redigeerde grondig het manuscript voor het boek Interest van Holland van de Leidse jurist Pieter de la Court. Het boek wordt beschouwd als een van de belangrijkste 'receptenboeken' voor economisch en politiek succes in de zeventiende en achttiende eeuw en heeft een significante invloed gehad. De la Court identificeerde vrije handel en de republikeinse vorm van regering als de leidende factoren voor economisch en politiek succes. Oorlog en geografische expansie moesten voorkomen worden en waren alleen toegestaan als het niet anders kon.
De Witt schreef zelf het 29e en 30e hoofdstuk. Hij noemde het een godsgeschenk dat Willem II overleden was en bij zijn dood geen nazaat achterliet. Hij schreef dat Holland daardoor zijn enorme nationale schulden kon afbetalen en anders zeker failliet was gegaan., Interest van Holland (1662). In plaats daarvan groeide de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden uit tot de grootste handelsnatie ooit. Interest van Holland werd in de tijd van Johan de Witt het de facto manifest van de republikeinse regering.Bron: Engelstalige Wikipedia over Pieter de la Court
Het boek werd gepubliceerd in 1662 en was meteen een bestseller in Holland en later ook elders. Interest van Holland werd vertaald in het Duits (1665), Engels (1702) en Frans (1709). Het werd gelezen en gebruikt door politici als Jean-Baptiste Colbert, James Madison en Turgot. Aangenomen wordt dat het een van de bronnen van inspiratie is geweest voor Adam Smith's boek 'Wealth of Nations'.
IJverig politicus De Witt bleek een ijverig politicus. Zo had hij in 1668 geteld dat hij als raadpensionaris 22.191 vellen aan resoluties had volgeschreven., De Ware Vrijheid. De levens van Johan en Cornelis de Witt (2005) Dat was ruim vier keer zoveel als zijn voorgangers. De Witt regelde in overleg met zijn broer Cornelis dat de staatsgezinde regenten in de belangrijkste steden de touwtjes strak in handen hielden en hun posten niet overdeden aan Orangisten. De Witt leefde zuinig en zo regeerde hij ook. Overal probeerde hij op te besparen, behalve op de zeevloot die uitgroeide tot de sterkste ter wereld.
In het begin van zijn raadpensionarisschap lukte het hem de rente op de staatsobligaties terug te brengen van vijf naar vier procent. Het geld dat hij overhield, besteedde hij aan de afbetaling van de schulden uit de Tachtigjarige Oorlog die in 1648 beëindigd was. In 1661 leidde hij de onderhandelingen met Spanje over de verdeling van de Landen van Overmaas, die werd vastgelegd in het Partagetraktaat.
Akte van Seclusie De Republiek ging in het Eerste Stadhouderloze Tijdperk een welvarende periode tegemoet, maar niet zonder machtsvertoon en oorlogen. Jaarlijks werd een kleine expeditie uitgezonden tegen de Algerijnse zeerovers. thumb|links|305px|Standbeeld van Johan de Witt in Den Haag, gemaakt door Fré Jeltsema in 1916. De rechterhand verwijst waarschijnlijk naar de eedaflegging bij de Vrede van Breda. In zijn linkerhand houdt hij wellicht het document vast.