thumb|Wapenkaart die hing in het huis van de Ridderschap van Utrecht uit vermoedelijk circa 1675 met de wapens van edelen en de wapens van hun ridderhofsteden Ridderhofstad is in de ruime betekenis de benaming voor de grond waarop zich de woning met bijbehorende gebouwen van een riddermatig man bevindt.
Begin 16de eeuw kreeg het begrip 'ridderhofstad' in het Utrechtse Nedersticht een beperktere betekenis omdat voor de gebruikelijke belastingvrijstelling voor riddermatigen, hogere eisen werden gesteld. Vanaf 1512 werden nog slechts die adellijke huizen die omgeven waren door een gracht en voorzien van een ophaalbrug, en waarvan de eigenaar verschreven was in de ridderschap, aangemerkt als ridderhofstad, wat voorwaarde was voor belastingvrijstelling.Verbandbrief van 20 maart 1512: die rechte ridderschap des Nederstichts voorsz. die vesten ende huysen ende opgetogen bruggen hebben, ende anderen, die de drie Staten voir gerechte ritterschap houden, zellen van hoeren ritterhofsteden, bouhuysen ende wooningen, in sulke hoer ritterwooningen begrepen, van den huysgelden voorsz. vrij wesen. Uit: VandeWater Grootplacaatboek I, p. 262
In 1587 werd het bezit van een ridderhofstad expliciet als tweede voorwaarde gesteld voor zitting in de ridderschap, naast de vereiste dat ouders tot de adeldom behoorden. De dubbele formele voorwaarde werd pas in 1667 in een reglement van toelating tot de ridderschap opgenomen.
Geschiedenis De erkenning als ridder gebeurde door de landsheer (in het Sticht de bisschop, in de heerlijkheid aanvankelijk de Habsburgers Karel V en Filips II). Na de stichting van de Republiek waren de Staten zelf soeverein.
De eerste maal dat het begrip ridderhofstad in het Nedersticht voorkomt is in het jaar 1512. In de zogenaamde Verbandbrief werd bepaald dat bezitters van een ridderhofstad vrijdom van belasting van huisgeld en bieraccijns zouden genieten. Er moest daarom een omschrijving van een "ridderhofstad" worden gegeven. Deze leidde ertoe dat zoveel mensen belastingvrijdom eisten, dat in 1536 het begrip opnieuw gedefinieerd moest worden, en een lijst van ridderhofsteden werd opgemaakt.A.S. Stapel, Inventaris van het archief van de Staten van Utrecht in de landsheerlijke tijd 1375-1581 (Rijksarchief) Met deze nieuwe definitie werd het aantal op 38 vastgelegd, welk aantal in de loop van de jaren overigens weer uitgebreid werd tot 63. In 1587 werd uitdrukkelijk de voorwaarde gesteld dat men in het bezit diende te zijn van een ridderhofstad om het ridderschap te kunnen verkrijgen.
In de tijd van de Republiek moest men als riddermatige voor de deelname aan dit bestuur Nederlands-hervormd zijn, minimaal 24 jaar oud zijn en ten minste 25.000 gulden bezitten.
Met de komst van de Fransen en de vestiging van de Bataafse Republiek werden deze privileges in 1798 afgeschaft.
Bij de invoering van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in 1815 stelde koning Willem I de ridderschap weer in als openbaar lichaam, maar bij het in werking treden van de door Thorbecke opgestelde provinciewet in 1850 werd ze definitief opgeheven.
Andere gewesten Vergelijkbare ontwikkelingen deden zich voor in de andere gewesten. In Drenthe vormde de saelstede net als in het Utrechtse de fiscale basis voor de huisbelasting. In 1622 legde Drenthe de voorwaarde voor verschrijving in de ridderschap, van het bezit een riddermatig huis vast, maar onder de naam havezate. In Overijssel en Gelderland werd de havezate in 1642 als riddermatig huis als een van de voorwaarden voor de ridderschap gesteld. In Holland stelde men in 1666 het bezit van een 'ridderlijke hofstat' als een voorwaarde.
Lijst van erkende ridderhofsteden Nedersticht (Utrecht)Het Utrechts Archief: Lijst van ridderhofsteden Het doel van eigenaren van hofsteden om erkenning als ridderhofstad te verkrijgen was om vrijgesteld te worden van het in 1512 ingevoerde 'huisgeld'. Naast de 'erkende ridderhofsteden' zijn er de ridderhofsteden die al om andere redenen vrijgesteld waren, die daarom niet op de lijsten voorkomen. Dat kan zijn omdat de hofstede in een gebied lag dat niet onder de belastingheffing viel, zoals de sloten (ridderhofsteden) van de landsheer. Dat gold voor Abcoude, Duurstede, Ter Eem, Ter Horst (Rhenen), Stoutenberg en Vreeland. Verder de stadsvrijheden van Amersfoort, Rhenen, Utrecht en Wijk bij Duurstede.
Ook de gebieden die hun eigen hoge heerlijkheid bezaten waren niet belastingplichtig aan de landsheer. Dat gold voor Ameide, Hagestein, Hinswijk, Jaarsveld, Langerak, stad en land van Montfoort en de proosdij van Sint-Jan met onder andere Mijdrecht en Wilnis. Deze komen ondanks dat het potentiële ridderhofsteden betreft niet voor op de lijst van erkenningen.
Erkenningbij resolutie vanNummerNaam ridderhofstadEerste vermeldingWapen 27-10-1536 28. Ter Aa 110644px 26-5-1537 40. Oud-Amelisweerd 110844px 15-2-1538 48. Nieuw-Amelisweerd (Groenewoude) 135044px 1597 Amerongen 131444px 1642 Bergestein 139244px 27-10-1536 8. Beverweerd 129444px 28-5-1537 41. Blikkenburg 1368B. Olde Meierink44px 15-2-1538 55. Bolenstein 134044px 15-2-1538 53. Bottestein 134044px 1629 Broekhuisen 129444px 27-10-1536 37. Huis Doorn ca. 83844px 27-10-1536 34. Drakenburg 1340 1642 Drakesteyn44px 27-10-1536 24. Den Engh 126044px Galesloot 27-10-1536 35. Geerestein 140044px Grauwert44px 23-5-1539 67. Groenestein44px 28-5-1537 42. Groenewoude (Woudenberg) 23-5-1539 59. Gunterstein 130044px 27-10-1536 21. De Haar 116544px 27-10-1536 20. Den Ham 126044px 27-10-1536 5. Hardenbroek 128044px 27-10-1536 25. Harmelen 127244px 27-10-1536 14. Heemstede 132344px 15-2-1538 54. Hinderstein 133044px 8-11-1538 57. Kersbergen44px 1640 Langerak (ZH)44px 27-10-1536 1. Lievendaal 134044px 27-10-1536 27. Loenersloot 115644px 27-10-1536 19. Lockhorst 124044px 15-2-1538 49. Lunenburg 134044px 27-10-1536 32. Ter Meer (Zuylenburg) 139444px 8-11-1539 58. Moersbergen 143544px 27-10-1536 38. Mijdrecht44px 27-10-1536 3. Natewisch 127044px 27-10-1536 26. Ter Horst (Achterberg) 116344px 27-10-1536 30. Nijenrode 132844px 27-10-1536 23. Nijeveld 131144px 1536 Oudaen 135044px 27-10-1536 16. Oudegein 135044px 27-10-1536 36. Renswoude44px 27-10-1536 13. Rhijnauwen 121244px 27-10-1536 31. Ruwiel 130044px 27-10-1536 17. Rijnenburg 132044px 27-10-1536 18. Rijnestein 139244px 27-10-1536 15. Rijnhuizen 137044px 27-10-1536 7. Rijsenburg 124044px 1538 Sandenburg 132044px 27-10-1536 12. Schalkwijk 134644px 27-10-1536 11. Schonauwen 124044px 27-10-1536 6. Sterkenburg 126144px 27-10-1536 22. Huis te Vleuten 141244px 15-2-1538 46. Te Vliet 145644px 23-5-1539 60. Voorn 127944px 1680 Vredelant 7-11-1536 39. Vronestein 1300 15-2-1538 47. Vuijlcop 139244px 1642 Wayenstein 143644px 15-2-1538 52. Weerdesteyn 134044px 1674 Woudenberg 131044px 27-10-1536 10. Wulven 120044px 27-10-1536 9. Slot Zeist 115244px 27-10-1536 4. Zuilenburg (Klein Zuilenburg) 127044px 27-10-1536 33. Zuylen 124744px 27-10-1536 2. Zuylenstein 140044px
Zie ook Havezate (de Drentse, Gelderse en Overijsselse variant) Stins (De Friese variant) Borg (de Groningse variant)
Bronnen P.C. de Boer en J. Dijkstra (2007), Utrecht. Vleuten, Huis te Vleuten, in: Archeologische Kroniek Provincie Utrecht 2004-2005, RotoSmeets GrafiServices, Utrecht, ISSN 1386-8527, blz. 166-181 B. Olde Meierink, G. van Baaren en R.G. Bosch van Drakestein et al. (red) (1995), Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Matrijs, Utrecht, R.J.F. van Drie (1986), 'Inhoud en gebruik van de begrippen ridderschap en ridderhofstad in het Nedersticht gedurende de 16de eeuw' in: Jaarboek Centraal Bureau voor Genealogie Deel 40, p. 67-99 ('s Gravenhage)
Noten