Een verslaving is een toestand waarin een persoon fysiek of mentaal van een gewoonte of middel afhankelijk is. Wanneer de persoon deze gewoonte of substantie niet heeft, zal het gedrag van de persoon voornamelijk gericht zijn op het verkrijgen en innemen van het middel of het handelen naar de gewoonte, ten koste van andere activiteiten. Als het lichaam deze stof of gewoonte moet loslaten kunnen er ernstige ontwenningsverschijnselen optreden bij de betreffende persoon. Verslaving kan ook digitale media betreffen, door een overmatig schermgebruik.
Soorten Verslavingen kunnen bestaan uit een verslaving aan een gedrag, gebruik of handeling, of een middel.
Gedragsverslaving Een gewoonteverslaving is een verslaving aan een handeling die voor een persoon van belang is om zich goed te voelen of een kick te krijgen. Roken en drinken zijn vaak ook vormen van gedrag, maar zijn meestal een middelenverslaving. Enkele voorbeelden van een doorgeslagen gewoonte. Gokken Internet, Gamen, Online chatten (Digibesitas) Seks Zelfverwonding Eten Kopen / Consumeren Stelen (Kleptomanie) Werken
Middelenverslaving Een middelenverslaving is een verslaving die in stand gehouden wordt door het gebruik van een drug of substantie, die op zichzelf verslavend is doordat het een directe werking in de hersenen heeft. Dit noemt men een psychoactief middel of drug. Er zijn grofweg drie soorten middelen, namelijk: Stimulerend - Amfetamine (speed), cocaïne en nicotine (tabak) Verdovend - bijvoorbeeld alcohol, heroïne, GHB, ketamine, slaapmiddelen en andere opiaten. Psychedelica - Bewustzijnsveranderende of geestverruimende middelen, zoals THC (voornamelijk marihuana), psilocybine (paddo) en LSD. Hieronder een tabel met een overzicht van middelengebruik in Nederland, met een overzicht van het problematische gebruik. Dit is lastig in te schatten, omdat niet iedereen hulp zoekt bij een verslaving. Het is ook niet bekend welk percentage de mensen in behandeling bij klinieken vormen van het totaal aantal gevallen waar vermoedelijk sprake is van een verslaving ofwel probleemgebruik (afhankelijkheid en misbruik). Middelengebruik in Nederland (>18 jaar)(bron: CBS (2023) / Nationale drugsmonitor (2024) (Jan23: 13 116 429)Soort drugOoitAfgelopen jaarMaandelijks / wel eensDagelijksProbleem gebruik (pers)Aantal probleemgebruikers is geschat. Geen correctie voor dubbeltellen, men kan meerdere middelen gebruiken Vermoedelijk probleemgebruikIn behandelingAlcohol86,2%73,6%47% <1/dag10,4%(>6 1x/w)380k2,9% afgelopen jaar27087Tussenrapportage Kerncijfers Verslavingszorg 2016-2021 - © Stichting IVZ - Geraadpleegd op 13 jan 2025Tabak48,4%18,1% 4% (e-sigaret)16,2% (wel eens)12,6% (9,3 p/d)328k2,5% >20 sigaretten per dag0Cannabis23%7,5%4,8%1,4%170k1,3% (cannabisstoornis)9231Slaapmiddelen18,9%9,6% (3,6%zonder recept)5,6% (1,8%zonder recept)n.n.b.65kmisbruik: 0,3%De Graaf R, Ten Have M, Tuithof M, Van Dorsselaer S. (2012) Incidentie van psychische aandoeningen: Opzet en eerste resultaten van de tweede meting van de studie NEMESIS-2 - Data (2007-2009). Trimbos-instituut Utrecht afhankelijk: 0,2%1053XTC10%3,5%1,1%n.n.b.n.n.b.onbekend/geen diagnoseNationale Drug Monitor, editie 2025. Ecstasy (MDMA) 6.4 Problematisch gebruik - Geraadpleegd op: 6 januari 2025. Trimbos-instituut, Utrecht & WODC, Den Haag.139Cocaïne (incl base/crack)6,1%2,0%0,7%n.n.b.131k1% (16% met afh.heid van ooit gebruikt) crack: 0,5%7358Paddo's5,6%1,0%0,2%n.n.b.n.n.b.OnbekendOnbekendAmfetamine4,6%1,2%0,5%n.n.b.157k1,2% (mogelijk)1816Ketamine3,3%1,2%0,3%n.n.b.65001/6e van gebruikers (geschat)83 (onvolledig)Lachgas6,8%0,8%0,2%n.n.b.n.n.b.OnbekendOnbekend3MMC2,1%1,3%0,5%n.n.b.n.n.b.OnbekendOnbekendLSD1,7%0,4%0,1%n.n.b.n.n.b.OnbekendOnbekendGHB1,6%0,3%0,1%n.n.b.n.n.b.Onbekend963Heroine (opiaten)0,3%<0,1%<0,1%n.n.b.n.n.b.Onbekend +-4200 (6698 opiaten)
* Deze substraten zijn minder verspreide verslavingen. Verslaving aan benzodiazepinen (slaapmiddelen) en ook opioïde pijnstillers is een groot maatschappelijk probleem in Verenigde Staten, waar sprake is van een epidemie: de opioïdencrisis. Inmiddels zijn daar honderdduizenden dodelijke slachtoffers, vooral als gebruik van fentanyl maar ook bijvoorbeeld oxycodon. Ook in onder andere Europa worden opioïde pijnstillers steeds meer als problematisch beschouwd. Voorbeelden van angstdempers of slaapmiddelen zijn (bijv. alprazolam, lorazepam, diazepam, oxazepam, temazepam en alprazolam). Bij beide geldt meestal dat stilzwijgend jarenlang herhalingsrecepten worden voorgeschreven. Als de patiënt niet meer genoeg heeft aan zijn dosis zoekt men vaak andere wegen om de verslaving in stand te houden.
Kenmerken van een verslaving Binnen de verslaving aan een stof wordt er ook gesproken over een lichamelijke of geestelijke verslaving. Verder zijn tolerantie, gewenning en afhankelijkheid begrippen die belangrijk zijn voor het bepalen of iemand mogelijk verslaafd is.
Een lichamelijke verslaving houdt in dat het menselijk lichaam gewend is geraakt aan de stof die intensief gebruikt wordt, en zich heeft aangepast aan die stof. Wordt er in zo'n geval gestaakt met het gebruiken van die stof, dan ontstaan er ziekteverschijnselen zoals koorts, slapeloosheid en braken. Dit noemt men ontwenningsverschijnselen. Na een detox (oftewel stoppen) nemen deze verschijnselen na een aantal dagen af in hevigheid..
Geestelijke verslaving betekent dat iemand een stof denkt nodig te hebben of denkt lekker te vinden en niet meer zonder dit gevoel (high) kan. Bij geestelijke verslaving verlangt iemand zodanig naar een stof dat een groot deel van alle gedachten draait om het gebruiken en/of verkrijgen van die stof. Dit noemt men craving, een tijdelijk bijna onbedwingbare hunkering naar de drugs. Bij verslaving heeft men weinig tot geen controle meer op het gebruik, ondanks (zeer) negatieve geestelijke en lichamelijke gevolgen. Dit is het meest intens bij onthouding. Een geestelijke verslaving kan jaren aanhouden, deze gedachten komen en gaan in golven.
Tolerantie of gewenning - Een ander effect van drugs en medicijnen kan zijn het steeds meer nodig hebben van een stof om hetzelfde lichamelijke effect te bereiken. Dit noemt men tolerantie. Het is afhankelijk van het type drugs. Tolerantie kan zich bij ontwenning van sommige drugs snel afbouwen en kan een risico vormen tot overdosis bij hernieuwd gebruik door het nemen van een te hoge dosering na een periode van abstinentie (onthouding).
Probleemgebruik of misbruik Verslaving wordt in de hulpverlening vaak aangeduid met 'problematisch middelengebruik'. Dat duidt erop dat er ook middelengebruik is dat minder of helemaal geen problemen veroorzaakt. Verder zijn ook de DSM-V criteria (onder tabel) belangrijk voor een complete diagnose.
De meerderheid van de bevolking gebruikt 'roeswekkende middelen', waaronder drugs, zonder zichzelf of anderen schade te berokkenen. Zo is het zogenaamde 'sociaal drinken', gematigde en (vermeend) verantwoorde alcoholconsumptie, ingeburgerd. Voor illegale middelen is, met uitzondering van cannabis, maatschappelijk aanvaard en geïntegreerd gebruik veeleer minimaal en dus marginaal.
Bij een minderheid van de bevolking is middelengebruik een probleem bij het uitvoeren van dagelijkse taken en het leiden van wat de meerderheid van de bevolking een 'normaal' leven noemt.
De impact van het problematisch gebruik van deze minderheid op onze samenleving is groot. Dit is niet alleen de lichamelijke of geestelijke schade bij de gebruiker, maar kan leiden tot verhoogde kosten in de ziektekostenverzekering, (intrafamiliaal) geweld en andere maatschappelijke problemen.
Risico's Het meten van verslavingsrisico's is moeilijk. Volgens een ranking door experts uit 2009 zijn de meest verslavende drugs heroïne en crack gevolgd door tabak, methamfetamine, cocaïne, alcohol, amfetamine, benzodiazepinen, GHB, cannabis, ketamine, Qat, XTC, paddo's, truffels en LSD.Welke drug is de gevaarlijkste?, Jellinek.nl, bezocht 3 november 2018alt=Schadelijk- en afhankelijkheid van diverse drugs.|miniatuur|Schadelijkheid en afhankelijkheid van verschillende soorten drugs volgens deskundigen.
Rationele schaal om de schade van recreatief drugsgebruik te beoordelen Drug Drugsklasse Fysiekeschade Verslavings-gevoeligheid Socialeschade Gem.schade Methamfetamine CZS stimulantia 3,00 2,80 2,72 2,92 Heroïne Opioïde 2,78 3,00 2,54 2,77 Cocaïne CZS stimulantia 2,33 2,39 2,17 2,30 Barbituraten CZS depressivum 2,23 2,01 2,00 2,08 Methadon Opioïde 1,86 2,08 1,87 1,94 Alcohol CZS depressivum 1,40 1,93 2,21 1,85 Ketamine Dissociatief anestheticum 2,00 1,54 1,69 1,74 Benzodiazepinen Benzodiazepine 1,63 1,83 1,65 1,70 Amfetamine CZS stimulantia 1,81 1,67 1,50 1,66 Tabak Tabak 1,24 2,21 1,42 1,62 Buprenorfine Opioïde 1,60 1,64 1,49 1,58 Cannabis Cannabinoïde 0,99 1,51 1,50 1,33 Oplosmiddelen Inhalatiemiddel 1,28 1,01 1,52 1,27 4-MTA Designer SSRA 1,44 1,30 1,06 1,27 LSD Psychedelica 1,13 1,23 1,32 1,23 Methylfenidaat CZS stimulantia 1,32 1,25 0,97 1,18 Anabole steroïden Anabole steroïde 1,45 0,88 1,13 1,15 GHB Neurotransmitter 0,86 1,19 1,13 1,06 Ecstasy Empathogene stimulantia 1,05 1,13 1,09 1,09 Poppers Inhalatiemiddel 0,93 0,87 0,97 0,92 Qat CZS stimulantia 0,50 1,04 0,85 0,80 De scores voor Fysieke schade, Verslavingsgevoeligheid en Sociale schade werden elk berekend als het gemiddelde van drie verschillende beoordelingen. De hoogst mogelijke schadewaardering voor elke schaal is 3,0. Fysieke schade is het gemiddelde van de scores voor acute binge-gebruik, chronisch gebruik en intraveneus gebruik. Verslavingsgevoeligheid is het gemiddelde van de scores voor intensiteit van plezier, psychologische afhankelijkheid en fysieke afhankelijkheid. Sociale schade is het gemiddelde van de scores voor drugintoxicatie, zorgkosten en andere sociale schade. Gemiddelde schade is berekend als het gemiddelde van de scores voor Fysieke schade, Verslavingsgevoeligheid en Sociale schade.
DSM-IV-criteria In het diagnostisch handboek DSM-IV-TR staan de middelen-gerelateerde stoornissen beschreven op As I, Klinische stoornissen. Diagnostische criteria voor drugsmisbruik en afhankelijkheid (DSM-IV-TR):
Middelenmisbruik: Misbruikpatroon van het middelengebruik leidt tot klinisch significante beperkingen of distress wat zich laat zien door een of meer van de volgende karakteristieken binnen een periode van 12 maanden: Terugkerend middelenmisbruik wat resulteert in het niet kunnen voldoen aan grote eisen van het werk, op school of thuis. Terugkerend middelenmisbruik in situaties waarin het fysiek gevaarlijk is Terugkerend middelenmisbruik-gerelateerde legale problemen Doorgaan met het middelenmisbruik, ondanks terugkerende sociale of interpersoonlijke problemen te hebben die veroorzaakt zijn door of verergerd zijn door de effecten van het misbruik. Middelenverslaving leidt tot drie of meer van de volgende symptomen die zich tegelijkertijd voordoen binnen 12 maanden: Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreedt bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen of te minderen Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel of het gebruiken van het middel Belangrijke sociale activiteiten, werk en vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.
Oorzaken