De Parmavaart was een kanaal in het Waasland van 28 kilometer lang dat Alexander Farnese, ook bekend als hertog van Parma, in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), met name tijdens het Beleg van Antwerpen (1584-1585) eind 1584 liet graven om de bouw van de (afsluitende) schipbrug over de Schelde in Antwerpen te faciliteren.Pierre Guns, Historische evolutie van het polderlandschap langs de linkerschelde, VLIZ, 159 p.

Parmavaart Historische context Tijdens de Tachtigjarige Oorlog komen een aantal calvinistische graafschappen, hertogdommen en steden uit de Spaanse Nederlanden in opstand tegen de tegen de harde bestuursmaatregelen van de Spaanse koning Filips II die als een despoot over hen regeert. Na het vormen van een bondgenootschap met de Unie van Utrecht (1579), zeggen de opstandige gewesten met het Plakkaat van Verlatinghe op 26 juli 1584 hun gehoorzaamheid en eed van trouw aan hun vorst Filips II formeel op. Op dat moment is Alexander Farnese, hertog van Parma, al twee jaar landvoogd der Nederlanden en belast met het opnieuw onder het gezag brengen van de opstandige gewesten. Maar door de geringe getalsterkte van zijn troepenmacht en de beperkte financiële middelen ziet Parma zich genoodzaakt zijn militaire operaties planmatig en strategisch uit te voeren. Om de opstandige steden in het graafschap Vlaanderen en hertogdom Brabant op de knieën te dwingen koos Parma voor de ontwrichting van hun economie door hen eerst te isoleren en hen daarna, verzwakt door uithongering en zonder voorraden, elk afzonderlijk aan te vallen met behulp van o.m. zijn (Spaanse) elitetroepen, de zgn. tercio's. Na de val van de belangrijkste steden langs de Westerschelde zoals Sas van Gent, Axel, Hulst, Eeklo en Rupelmonde startte Parma in de zomer van 1584 met het Beleg van Antwerpen.

Opzet Om de toegang tot Antwerpen voor Parma's troepen te bemoeilijken hadden de belegerde (calvinistische) Antwerpenaren en de soldaten van het Staatse leger op instigatie burgemeester Filips van Marnix van Sint-Aldegonde begin februari 1584 de zeedijk van Saeftinghe aan de (Vlaamse) linkeroever van de Zeeschelde ten noorden van Kallo doorgestoken. Door de polders te inunderen ontstond een overstromingsgebied dat zich uitstrekte van Saeftinghe tot aan de Rode Moerpolder nabij De Klinge en Sint-Gillis-Waas.Michael Gasthuys, Veldslag Beleg van Antwerpen (1584-1585) - De definitieve splitsing van de Nederlanden. Als reactie op deze grootschalige inundaties wilde Parma de volledige controle over de Schelde verwerven teneinde Antwerpen van elke bevoorrading door zijn bondgenoten in Zeeland af te snijden. Om de wurggreep op de metropool nog nauwer aan te spannen vatte Parma in juli 1584 het plan op om een schipbrug over de Schelde te bouwen. Om de werken aan deze vlottende brug te bespoedigen besliste Parma na de Val van Gent in september 1584 om vanuit Gent - via de Moervaart die ten noorden van de stad uitmondde in de Sassevaart - een nieuwe, militaire bevoorradingsroute over water te realiseren, de zgn. Parmavaart. Historische documenten beschrijven het nieuwe kanaal als de "fossa Parmensis" of "De vaert die men maeckt van Steckenen tot aen de Cleijnghe", later ook wel "den (auden) Vaert Van Parma" genoemd. De bedoeling was om de reeds bestaande Stekense Vaart vanaf Stekene te verbinden met het overstromingsgebied rond Sint-Gillis-Waas om finaal Kallo te bereiken. Daar werd op de linkeroever van de Schelde vanuit het Spaanse Fort Sint-Marie de schipbrug gebouwd die Antwerpen hermetisch moest afsluiten. De vaart zou voornamelijk worden gebruikt voor de aanvoer van materialen zoals hout, ankers, gepunte ijzeren voorwerpen, pek, nagels en gereedschap die nodig waren voor de aanleg van de scheepsbrug.Theo Vereecken, De vaert die men maeckt van Steckenen tot aen de Cleijnghe, Annalen Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas - deel 120, Academia.eu, 2017

Traject De Parmavaart zoals die in hedendaagse publicaties wordt bedoeld, liep vanaf het in 1585 gebouwde Fort Sint-Jan nabij het gehucht Trompe te Kemzeke tot aan het Fort De Perel aan de Melkader bij Kallo. De totale lengte van de nieuwe vaart bedroeg ongeveer 28 kilometer (of 19 Romeinse mijl). Het traject van de Parmavaart bestond uit twee delen. Het eerste deel, de 'eigenlijke' Parmavaart, begon waar de Stekense Vaart toen eindigde, met name een eindje voorbij de Stenen Brug en was zo'n 7,4 km lang. Het tweede deel liep doorheen het overstromingsbedied en slingerde zich door droge en natte velden van Sint-Gillis-Waas, Verrebroek, Beveren en tenslotte Kallo over een afstand van zo'n 21 km. Vanaf 1584 verliet een groot deel van de bevolking het Waasland als gevolg van de overstromingen. Veel achterblijvers werden ingezet als arbeidskrachten (‘pioniers’) voor werkzaamheden ten behoeve van Farnese’s leger. Sommige historische bronnen, zoals historicus Pieter Christiaenszoon Bor (1559-1635), vermelden dat bij het graven van de Parmavaart ruim 600 arbeiders ingezet werden. Het traject van de Parmavaart werd uitgezet door landmeter Boudewijn Zaman uit Sinaai naar een ontwerp van de Italiaanse ingenieur-kapitein Propercio Barozzi. De werken aan de Vaart, die begonnen waren eind oktober 1584 en onder supervisie stonden van Adriaen Hauwe, hoofdschepen van het Land van Waas, werden voltooid midden december 1584.

Bij de aanleg van de Gentsevaart in 1628, toen nog de ‘Vaart van Stekene naar Hulst’ genoemd, werd gebruik gemaakt van het westelijk gedeelte van de Parmavaart tot op de wijk De Trompe. Vervolgens werd noordwaarts een nieuw stuk gegraven tot aan Hulst.

Heden Door de aanleg van de Parmavaart en de daarmee gepaard gaande ontbossing van het omliggende gebied nodig voor de houtvoorziening (voor de bouw van ertvelders, brandstof en constructies) verminderde het land in waarde en veranderde de landbouwstructuur van het Stropersbos sterk. In het natuurgebied De Stropers zijn nog over twee kilometer relicten van het kanaal zichtbaar.

De kreken, wielen, dijken, kragen (omringdijk of vingerling) en geulen van het Saleghem Krekengebied in Sint-Gillis-Waas zijn thans nog de stille getuigen van deze militaire onderwaterzettingen.Kreken van Saleghem, Natuurpunt

'Parmavaart' in Moerbeke In het westen van het Waasland werd de naam Parmavaart in het verleden verward met en sindsdien ten onrechte gebruikt voor een waterloop tussen de Moervaart en het Fort Francipani ten noordwesten van Moerbeke. In feite gaat het om een overblijfsel van de Linie van de Nieuwe Vaart, een onderdeel van de Staats-Spaanse Linies.Annelies Van Caenegem, Grote Kreek en Pereboomsgat, Onroerend Erfgoed Vlaanderen, 2014

Categorie:Geschiedenis van Vlaanderen Categorie:Geschiedenis van de Nederlanden in de 16e eeuw Categorie:Kanaal in Oost-Vlaanderen