Dit artikel handelt over de geschiedenis van Korea van de prehistorie tot heden. thumb|Een replica van de Bangudae-petrogliefen in het Gyeongju Nationale Museum|466x466px Prehistorie
Archeologisch bewijs toont aan dat Homo erectus reeds 700.000 jaar geleden het Koreaanse schiereiland bewoonde. Vondsten van stenen werktuigen uit het Paleolithische tijdperk (700.000 v.Chr. tot 40.000 v.Chr.) zijn teruggevonden in het huidige Noord Hamgyong, Zuid P'yongan, Gyeonggi en in de noordelijke en zuidelijke provincie Chungcheong.
Omstreeks 40.000 v.Chr. bereikte de vroege moderne mens het schiereiland. Deze mensen waren oorspronkelijk grotbewoners en gebruikten vuur om eten te koken en om zich aan te warmen. Zij waren jagers, voedselvergaarders en visten met stenen werktuigen.
Het vroegste aardewerk uit Korea dateert van rond 8000 v.Chr. of zelfs nog eerder. Aarden kommen van de Yungimuncultuur zijn teruggevonden over heel het schiereiland. Een voorbeeld van het Yungimun-tijdperk is de site van Gosan-ni in Jeju-do. Jeulmun- of kammotief-potten zijn teruggevonden na 7000 v.Chr. Aardewerk met kammotief over de volledige lengte van de potten is teruggevonden in West-Centraal-Korea en dateert van 3500 tot 2000 v.Chr. Deze is de Jeulmun-aardewerkperiode genoemd toen het Koreaanse schiereiland reeds vele nederzettingen telde. Dit aardewerk is gelijkaardig aan wat is teruggevonden in de Russische Maritieme Provincie, Mongolië en aan de monding van de Amoer- en Songhua-rivier in Mantsjoerije.
Gojoseon
Volgens de Samguk Yusa, geschreven in de 13de eeuw, zou de eerste Koreaanse dynastie de Hwanguk geweest zijn. De tweede dynastie, Gojoseon (of Joseon 2333 v.Chr. tot de 2de eeuw v.Chr.) was gesticht door Dangun in zuidelijk Mantsjoerije en het noordelijke gedeelte van het Koreaanse schiereiland. Rond 2000 v.Chr. ontstond er in Mantsjoerije en noordelijk Korea een nieuwe keramische cultuur met geschilderde motieven. Intensieve landbouw en complexe maatschappelijke vormen vonden hun oorsprong gedurende het Mumun-tijdperk (circa 1500 - 300 v.Chr.).
Hoewel niet algemeen aanvaard in Korea, tonen latere Chinese archieven aan dat Gija, een oom van de laatste koning van de Shang-dynastie, naar Gojoseon migreerde rond de 12de eeuw v.Chr. Veel Koreaanse geleerden geloven echter dat de verhalen van Gija Joseon verfraaiingen waren van Chinese geschiedkundigen toen China en Gojoseon in oorlog waren met elkaar. Sommige geleerden beschouwen Gija Joseon als een aparte entiteit gelijklopend met Gojoseon, mogelijkerwijs als een westelijke tegenhanger van Gojoseon, gebaseerd op de Samguk Yusa, Sima Qians Shi Ji en de geografische sectie van Hanshu.
Het Bronzen Tijdperk zou in Korea rond 1500 - 1000 v.Chr. geweest zijn. Recentelijke archeologische vondsten suggereren dat het zelfs nog vroeger geweest zou zijn, namelijk rond 2500 v.Chr. Bronzen degens, spiegels en bewapening zijn teruggevonden, alsook bewijzen van ommuurde gemeenschappen. Rijst, rode bonen, sojabonen en gierst werden verbouwd. Rechthoekige kuilhuizen en in toenemende mate grotere begraafplaatsen met dolmens kan men terugvinden over heel het schiereiland. Hedendaagse bevindingen suggereren dat Gojoseon zich ontwikkelde van een feodale federatie van ommuurde dorpen en steden naar een gecentraliseerd koninkrijk. Dit op zijn minst voor de 4de eeuw v.Chr.
In de 3de eeuw v.Chr. ontwikkelde zich de ijzercultuur en begonnen de oorlogvoerende staten van China vluchtelingen meer en meer naar het oosten en het zuiden te verdringen. Rond dezelfde periode ontstond de staat Jin in het zuidelijke gedeelte van het Koreaanse schiereiland. Veel is er over de Jinstaat niet terug te vinden, maar Jin knoopte wel relaties aan met Han China en exporteerde goederen naar de Japanse Yayoi. Ondanks de geringe informatie die terug te vinden is, geloven sommigen dat een koning van Gija Joseon naar Jin vluchtte na de coup van de Wiman en dat dit later evolueerde in de Samhanconfederatie.
Teloorgang en de val van Gojoseon Het verloop van de teloorgang en de uiteindelijke val van de Gojoseon wordt door geschiedkundigen verschillend beoordeeld, afhankelijk van hoe ze de theorie van Gija bekijken. Een mogelijke weergave van de teloorgang van Gojoseon is dat het uiteenviel tegen de 1ste eeuw v.Chr. en geleidelijk de controle verloor over zijn tegenstanders. Hierdoor ontstonden geleidelijk aan meerdere kleinere staten zoals Buyeo, Okjeo, Dongye, Guda-guk, Galsa-guk, Gaema-guk, Hangin-guk, etc. De oorsprong van Goguryeo en Baekjae is terug te vinden in de Buyeo.
Drie Koreaanse proto-koninkrijken De vroegste periode van het drie-koninkrijkenperiode, voordat deze staten dominante gecentraliseerde koninkrijken werden, wordt soms de Proto-drie-koninkrijkenperiode genoemd (2de eeuw v.Chr. - 3de eeuw na Chr.).
Na de val van de Gojoseon, ontwikkelde de Jin in het zuidelijk gedeelte van het schiereiland zich in drie losse confederaties: Mahan, JInhan en Byeonhan (gezamenlijk de Samhan).
Rond de 2de eeuw v.Chr. was in het noorden Goguryeo gesticht vlak tegen de huidige grens van Noord-Korea met China. Zij beweerden de erfgenaam te zijn van een tak van de Buyeo. De Goguryeo veroverden naast een aantal kleinere staten ook Okjeo, Dongye en de restanten van de Buyeo. De laatste Chinese commanderij in Lelang werd vernietigd in 313 na Chr.
Mahan werd later opgenomen in Baekje in de 4de eeuw na Chr., Jinhan werd opgenomen in Silla en Byeonhan werd opgevolgd door Gaya. Deze laatste werd volledig geannexeerd door Silla in 562 na Chr.
Drie-koninkrijkenperiode
De drie koninkrijken (3de eeuw na Chr. - 668 na Chr.) refereren aan Koguryo, Paekche en Silla. Alhoewel de periode ter discussie staat, bestonden Buyeo en Gaya elk tot respectievelijk de 5de en de 6de eeuw na Chr. Oorlogen werden in deze periode onderling uitgevochten, maar ook tegen China. Vooral tegen China werden deze voornamelijk uitgevochten in Koguryo, maar ook in Mantsjoerije tegen de Koreaanse grens.
De eerste unificatie naar een Verenigd Silla van het Koreaanse schiereiland was in 668 na Chr. met behulp van China.
Koguryo (37 v.Chr. - 668 na Chr.)
Koguryo, ook wel Goguryeo, werd als eerste gesticht en was eveneens ook het grootste van de drie. Koguryo werd gesticht in 37 v.Chr. door Dongmyeongseongwang. Zijn geboortenaam was Jumong. Hij reisde vanuit het zuiden van Mantsjoerije om zijn broer Daeseo te ontvluchten die hem wou doden. In noordelijk Korea verenigde Jumong al de oorlogvoerende staten in Koguryo. Jumong werd een zeer sterk leider en na de val van Mantsjoerije door China heroverde hij zijn land en vormde hij Koguryo om tot een machtige staat.
In de 5de eeuw na Chr. bereikte Koguryo zijn hoogtepunt toen Keizer Gwanggaeto de Grote en zijn zoon Jangsu een expansie doorvoerden tot in het overgrote gedeelte van Mantsjoerije en delen van Mongolië. Zij namen ook de regio Seoel af van de Paekche waardoor Koguryo een van de machtigste staten werd van Oost-Azië. Gedurende hun regering onderwierpen zij ook de Paekche en de Silla waardoor zij een losse unificatie creëerden van Korea. Munjamyeon, de kleinzoon van Jangsu, veroverde Buyeo in 494 na Chr. De Koguryo keizers overheersten niet alleen de Koreanen, maar ook Chinese en andere Tunguskische stammen in Mantsjoerije en noordelijk Korea.
Koguryo versloeg een massieve Chinese invasie in de Koguryo-Sui-Oorlog (598 na Chr. - 614 na Chr.) wat bijdroeg tot de val van de Sui. Hij weerstond ook de Tang-dynastie die Koguryo aanviel uit wraak. Hierdoor beschermde Koguryo het volledige Koreaanse schiereiland van een invasie.
Na de veelvuldige oorlogen verzwakte Koguryo en na een interne machtsstrijd werd het veroverd door een alliantie van Silla en Tang in 668 na Chr.
Koguryo was het allereerste koninkrijk dat boeddhisme aannam als een staatsreligie en wel in 372 na Chr.
Paekche (18 v.Chr. - 660 na Chr.) thumb|Een van de twee gouden diademen die gedragen werden door de koning van Paekche Mureong
De stichting van Paekche, ook wel Baekje, door koning Onjo in 18 v.Chr. volgde die van zijn buren en rivalen Goguryeo en Silla. Het bestaan van dit zuidwestelijk koninkrijk is veelvuldig gedocumenteerd in de Chinese archieven van 345 of 372 na Chr. Er zijn zelfs vroegere Chinese teksten die melding maken van een Paekche-staat onder de Mahan-confederaties in de 1ste eeuw v.Chr. De Sanguo Zhi vermelden ook een Mahan-rijk dat Paekche werd genoemd. Ondanks de onzekerheid van zijn oorsprong, was het derde koninkrijk zeker en vast als een stadstaat ontstaan. Deze als een lid van de Mahan-confederatie in de monding van de Han-rivier (dicht bij het huidige Seoel). Daarna begon het zich uit te breiden naar het zuidwesten toe (provincies Chungcheon en Jeolla). Daardoor werd het een belangrijke politieke en militaire macht. Hierdoor kwam het in een hevig conflict met Goguryeo en de Chinese commanderijen.
Op zijn hoogtepunt in de 4de eeuw, had het alle Mahan-staten geabsorbeerd en het grootste gedeelte van het westelijke Koreaanse schiereiland aan zich onderworpen (inclusief de hedendaagse provincies Gyeonggi, Chunchon en Cholla en grote delen van Hwanghae en Kangwon). Deze werden beheerd via een centrale regering. Gedurende deze veroveringen nam het de Chinese cultuur en technologie over via contacten met de Zuidelijke Dynastieën.
Paekche speelde een belangrijke rol in het overbrengen naar Japan van culturele ontwikkelingen zoals het Chinese schrift, Boeddhisme, ijzerverwerking, geavanceerd aardewerk en ceremoniële begrafenisriten. Andere culturele aspecten werden ook overgebracht toen Paekche zich overgaf aan Japan. Paekche werd uiteindelijk verslagen door een coalitie van Silla en Tang legers in 660 na Chr.
Silla (57 v.Chr. - 935 na Chr.)
Volgens de legende werd het koninkrijk Silla opgericht door de eenmaking van 6 stammen van de Jinhan confederatie in de buurt van Bak Hyeokgeose in 57 v.Chr. De huidige locatie van Silla is in het zuidoosten van Korea terug te vinden. Deze bevatte onder andere de havenstad Busan en hierdoor verkreeg Silla later ook een zeemacht die verantwoordelijk was voor de vernietiging van de Japanse piraten. Vooral tijdens de periode van Verenigd Silla.
Silla-artefacten, waaronder een uniek gouden metaalwerk, toont de invloed van de noordelijke nomadische steppen met minder invloed dan werden getoond bij Goguryeo en Baekje. Silla expandeerde snel door de bezetting van de Han rivier en door het verenigen van de stadstaten.
In de 2de eeuw na Chr. bestond Silla uit een grote staat die alle naburige stadstaten aan zich onderwierp en zodoende een grote invloed had op hun. De opkomst van Silla begon met de annexatie van de Gaya confederatie in 562 na Chr. De Gaya confederatie was een klein koninkrijk tussen Baekje en Silla. Silla weerstond vele malen de expansiedrift van Baekje en Japan en wisselde regelmatig van bondgenootschap tussen Baekje en Goguryeo.
Koning Muyeol van Silla gaf in 660 na Chr. het order aan zijn leger om Paekche aan te vallen. Generaal Kim Yu-shin, geholpen door de Tang strijdkrachten, veroverde Paekche. In 661 na Chr. probeerden Silla en de Tang-strijdkrachten Goguryeo aan te vallen, maar werden afgeslagen. Koning Munmu, zoon van Muyeol en neef van generaal Kim, beval zijn oom om een nieuwe campagne te voeren in 667 na Chr. en hierdoor werd Goguryeo verslagen in 668 na Chr. De opkomst van Silla leidde tot de allereerste vereniging van het Koreaanse schiereiland toen het Goguryeo en Baekje had verslagen. Deze periode is gekend als Verenigd Silla.
De periode van Noordelijke en Zuidelijke staten Verenigd Silla (668 na Chr. - 935 na Chr.) Verenigd Silla heeft het 267 jaren uitgehouden totdat het werd vervangen door Goryeo in 935 na Chr. Het wordt ook wel de Noord-Zuidstaat genoemd met betrekking tot Balhae.
Opkomst van Silla