thumb|Sparks bij Toppop, 1974 Sparks is een Amerikaanse band waaronder de gebroeders Ron (1945, Culver City) en Russell Mael, (1948, Santa Monica) sinds 1967 verschillende stijlen muziek uitbrengen.
Geschiedenis De beginjaren Sparks was in 1971 het debuutalbum van de band. Het album werd voor het eerst uitgebracht als Halfnelson, tevens de oorspronkelijke naam van de band, en een jaar later opnieuw uitgebracht onder de nieuwe naam van de groep.
Hun allereerste opname samen is een wat surreëel klinkend nummer genaamd "Computer Girl" dat op 14 januari 1967 werd opgenomen in de Fidelity Recording Studios in Hollywood en dat nooit officieel wordt uitgebracht, maar in een Japanse semi-biografie uit 2006 wordt bijgeleverd op cd. In die tijd heette de band The Urban Renewal Project en bestond deze behalve uit de beide broers, uit het echtpaar Fred en Ronna Frank, Raymond Clayton op drums en Harold Zellman. Fred was de beste vriend van Ron Mael in die tijd. Drie andere nummers die op dezelfde dag werden opgenomen, maar nooit uitgebracht waren "The Windmill", "A Quick Thought" en "As You Like It". De vier nummers werden als twee acetaten meegegeven aan de band. Van deze vier nummers is "Computer Girl" het minst orthodox, de andere drie liedjes zijn sterk beïnvloed door de tijdgeest. Ron Mael speelde indertijd lead guitar, Russell was de zanger en speelde ook tambourijn en harmonica. Op "A Quick Thought" speelt hij ook panfluit.
Beide broers studeren in de tijd nog aan de UCLA in Los Angeles en voordat men zich volledig op de muziek richt is Ron Mael ook actief als fotograaf. Pas in 1966 besluit hij zich permanent te voegen bij de band Urban Renewal Project van broer Russell. Een eerdere carnatie is Moonbaker Abbey.
Ron Mael (toen nog Ronnie) is keyboardspeler en de belangrijkste componist van de groep; hij valt op door zijn met Adolf Hitler en Charlie Chaplin gelijkenis vertonende zogeheten tandenborstel-snorretje en zijn psychopathie suggererende mimiek en imago. Zelf verwerpt hij iedere vergelijking met Hitler. Russell is de zanger en valt op door zijn hoge kopstem (falsetto), die in het grootste succesnummer "This Town Ain't Big Enough For Both of Us" moeiteloos naar een hoge d glijdt; beiden leveren in de tijd nog nummers aan, maar die rol zal snel worden overgenomen door Ron. Om belastingtechnische redenen zal in een later stadium ieder nummer worden toegeschreven aan Ron en Russell Mael, maar is de ware componist vrijwel altijd Ron Mael.
Na het uiteenvallen van Urban Renewal Project, plaatsen de Maels een oproep voor een gitarist op het prikbord van hun universiteit (UCLA) en ene Earle Mankey reageert. Mankey is weliswaar geen fantastische muzikant, maar blijkt een waar talent te zijn in opnametechnieken en men begint met het schrijven en opnemen van avant-gardeachtige nummers. Een demo-album wordt opgenomen in 1969, met de hulp van Surly Ralph Oswald op bas en John Mendelssohn op drums. Door de regelmatige afwezigheid van Oswald speelt Russell Mael op de meeste van de 12 nummers de basgitaar. Bij gebrek aan een fatsoenlijk drumstel wordt gebruikgemaakt van kartonnen dozen en Earle Mankey kan zich uitleven in allerlei merkwaardige opnametechnieken die het album een bijzonder interessant en opvallend geluid meegeven.
De opname wordt gefinancierd door manager Michael Berns en men perst enkele exemplaren op vinyl en in een door Ron Mael ontworpen hoes wordt het album naar alle hen bekende Amerikaanse platenmaatschappijen gestuurd met een bijgesloten contract en het verzoek om op de stippellijn te tekenen. Er volgt geen enkele positieve reactie en Oswald en Mendelssohn worden bedankt voor hun diensten. Zij zullen later de band Christopher Milk formeren en laatstgenoemde zal ook nog een ep uitbrengen onder de naam John Mendelsohn's The Pitt. Hij is nog steeds actief als muzikant en woont in Engeland.
Ondertussen leert Russell een van de leden van de GTO's kennen: Miss Christine. Zij raken bevriend en zij is erg onder de indruk van het nummer "Roger" op het demo-album. Ze raadt Russell aan een exemplaar van het album naar haar vriend Todd Rundgren te sturen en hij besluit, samen mijn zijn vriend Thaddeus James Lowe naar Los Angeles te vliegen om Halfnelson te ontmoeten. Na deze ontmoeting, besluit hij hun eerste album te produceren, dat kortweg "Halfnelson" wordt gedoopt. Door zijn contacten met Bearsville Records weet hij een platencontract voor het excentrieke trio voor elkaar te krijgen. De broer van Earle, Jim Mankey wordt aangetrokken op bas en als drummer vindt men Harley Feinstein, die ook aan de UCLA studeert. Halfnelson verschijnt in januari 1971 en verkoopt slechts enkele honderden exemplaren.
Door het gebrek aan succes stelt Albert Grossman, de baas van Bearsville, in 1972 voor om de bandnaam om te dopen in Sparks Brothers, een verwijzing naar de Marx Brothers, waar zij hem aan doen denken. De band weigert, maar accepteert uiteindelijk de naam Sparks en het debuutalbum wordt onder die naam opnieuw uitgebracht, vergezeld door de single "Wonder Girl". Het album verkoopt wederom nauwelijks, maar de single belandt in de staart van de Billboard Top 100 en is in sommige staten zelfs een lokale hit, mede door hun televisie-optreden in Dick Clark's American Bandstand.
Na het opnemen van hun tweede elpee voor Bearsville, "A Woofer In Tweeter's Clothing" wordt Sparks eind 1972 uitgenodigd om een korte tournee door Europa te verzorgen, waar men speelt in Zwitserland, het VK en in het Scheveningse Tiffany, waar door het ontbreken van een voorprogramma de set tweemaal wordt gespeeld, maar in een andere volgorde. De verslaggever van Muziekkrant Oor betuigt lof aan de loepzuivere zangstem van Russell en noteert hoe de band geweigerd wordt in restaurants vanwege hun lange haardracht. Voor deze gelegenheid wordt de Amerikaanse single "Wonder Girl" ook in Nederland uitgebracht, maar bereikt niet de hitlijsten.
Een opvallend televisieoptreden in november 1972 in The Old Grey Whistle Test in het VK en een aantal optredens in de Marquee Club in London, waar een nog onbekende Queen het voorprogramma verzorgt resulteert in een interesse van Island Records. Als blijkt dat bij terugkeer in de VS hun tweede album ook nauwelijks is aangeslagen nemen de Maels een uitnodiging van Island Records aan om een nieuwe band in het VK op te zetten. Zonder hun overige bandleden vertrekken de Maels naar London en plaatsen advertenties in de Melody Maker om een nieuwe band te formeren. Earle Mankey wordt technicus in de Beach Boys studio's, Jim Mankey wordt gitarist bij Concrete Blonde en Harley Feinstein studeert af en wordt advocaat. In 1976 zal Earle Mankey nog eenmaal samenwerken met de Maels als hij het nummer "England" voor hen produceert, een achterkantje van de single "I Want To Hold Your Hand", een Beatles-cover die vrijwel onmiddellijk na de release wordt teruggetrokken.
Nadat ze waren doorgebroken hielpen ze het gerucht de wereld in dat ze de zonen van Doris Day zouden zijn. Een bekende uitspraak van Russell is dan ook: "We are notorious liars".
Europees succes In 1972 raakte de band tevens bekend in Nederland, met een optreden in club Tiffany's te Scheveningen voorafgaand aan een tournee door het Verenigd Koninkrijk. Het album Halfnelson werd als veelbelovend ontvangen.In '63 kwamen The Beatles; nu is het tijd voor Sparks - met de elpee 'Halfnelosn' zou weleens een nieuwe periode in de popmuziek kunnen beginnen, Tubantia, 23 november 1972
Na verscheidene audities in Londen worden Adrian Fisher (gitaar), Martin Gordon (basgitaar) en Norman "Dinky" Diamond (drums) aangenomen en beginnen de Maels aan het componeren en repeteren van hun nieuwe repertoire. Muff Winwood (de broer van Steve) wordt als producer aangesteld. Oorspronkelijk zou het nummer "Barbecutie" als eerste single worden uitgebracht, maar Ron Mael komt op het laatste moment met de klassieker "This Town Ain't Big Enough For Both Of Us", dat in mei 1974, door een optreden in Top of the Pops voor een sensatie zorgt. Ron heeft inmiddels zijn wilde krullen afgeschoren en heeft zijn haar strak naar achteren gekamd. In combinatie met zijn controversiële snor en zijn opvallende stoïcijnse mimiek naast de dandy-achtige Russell wordt Sparks het gesprek van de dag. John Lennon, die de uitzending eveneens bekijkt roept verbaasd uit; "Christ, they've got Marc Bolan and Hitler on the telly!". Uiteindelijk zal het nummer de tweede plaats bereiken in de Engelse top 40 en maandenlang overheerst Sparks de Europese pers en worden er Beatles-achtige taferelen waargenomen tijdens hun optredens, die in juni 1974 in het VK aanvangen. Om hun geluid live wat te kunnen versterken wordt de hulp ingeroepen van "Sir" Peter Oxendale, maar die wordt uiteindelijk niet gebruikt tijdens hun tour. Hun debuutalbum voor Island Records, "Kimono My House" verschijnt in mei en zal uiteindelijk de vierde plaats bereiken.
Een van de personen die geraakt blijkt door Sparks is een nog jonge Morrissey, die in juni een ingezonden brief naar de Melody Maker stuurt;
"Today I bought the album of the year. I feel I can say this without expecting several letters saying I'm talking rubbish. The album is "Kimono My House" by Sparks. I bought it on the strength of the single. Every track is brilliant - although I must name "Equator", "Complaints", "Amateur Hour" and "Here In Heaven" as the best tracks, and in that order." Steve Morrissey, 384 Kings Road, Stretford, Manchester.
Dertig jaar later zou dezelfde Morrissey als organisator van de 2004 versie van het Meltdown Festival Sparks uitnodigen onder de voorwaarde dat ze het hele album uit 1974 live spelen. Sparks weigeren in eerste instantie omdat ze beweren nooit terug te kijken en geven zelf de voorkeur aan hun nieuwste album. Een compromis wordt gesloten door hen beide albums te laten spelen.
In mei 1974 raakt de band tevens bekend in Nederland middels een optreden met hun hit "This Town Ain't Big Enough For Both Of Us" in het tv-programma Toppop.
Een tweede single "Amateur Hour" van hun Island-debuut wordt enkele maanden later uitgebracht en wordt eveneens een hit, zij het dat het minder impact heeft dan hun eerste Island-single. Het bevat de typisch geestige rijmregel "It's a lot like playing the violin/You cannot start out and be Yehudi Menuhin", over een stuntelende beginner in de liefde. Bearsville Records, de Amerikaanse platenmaatschappij die hun eerste twee albums verzorgde, probeert een graantje mee te pikken van het plotselinge succes van de Maels en brengt via een rush-release het nummer "Girl From Germany" uit in het VK, Duitsland en Frankrijk, maar dit blijft vrijwel onopgemerkt. Ook worden de beide eerste elpees als dubbelelpee opnieuw door Bearsville in het VK uitgebracht onder de titel "Two Originals of Sparks".
Onder druk van de fans en de pers wordt eind 1974 een tweede album voor Island uitgebracht, Propaganda genaamd. Ook deze verkoopt goed, mede door de van het album getrokken singles "Something For The Girl With Everything" en "Never Turn Your Back On Mother Earth", dat een opvallend rustig en ingetogen nummer is in vergelijking met hun vorige singles.
In november wordt wederom door Groot-Brittannië getoerd en wordt ook het vasteland aangedaan. In Nederland spelen ze in december 1974 in een uitverkocht Concertgebouw in Amsterdam.
Inmiddels zijn Martin Gordon en Adrian Fisher vervangen door respectievelijk Ian Hampton en Trevor White. Beide muzikanten komen van de band The Jook en hebben, net als Sparks John Hewlett als manager. John Hewlett was de oorspronkelijke bassist van John's Children, een Engelse band uit de jaren 60 waar ook Marc Bolan nog een paar maanden deel van uitmaakte.
Adrian Fisher is later terug te vinden in de band Boxer, maar zal nooit van het grote succes proeven. In 2001 overlijdt hij in Thailand waar hij nog steeds actief was als muzikant in lokale zaaltjes.