thumb|Het Friese taalgebied thumb|Oorspronkelijke verspreiding van het Fries thumb|oude Friese taal uit 1345. thumb|Tweetalig plaatsnaambord (2008) thumb
De Friese talen (Westerlauwers Fries: Frysk; Saterfries: Fräisk; Noord-Fries: Friisk, fresk, freesk, frasch, fräisch, freesch) zijn een groep van drie nauw verwante talen die behoren tot de Noordzeegermaanse tak van de West-Germaanse talen en gesproken worden langs delen van de Nederlandse en Duitse Noordzeekust.
De talen zijn taalgenetisch nauw verwant aan het Engels en worden ook wel geschaard onder de Noordzeegermaanse ofwel Ingveoonse talen, hoewel het Fries, door eeuwen van taalbeïnvloeding, in de praktijk veruit de grootste overeenkomsten heeft met het Nederlands.Charlotte Gooskens & Wilbert Heeringa: The Position of Frisian in the Germanic Language Area, 2012, pp. 22-23. Naast het feit dat de Friese talen op lexicaal gebied sterke overeenkomsten vertonen met het Engels, hebben de Noordzeegermaanse talen – en daarmee in mindere mate tevens het Nederlands – ook hun eigen karakteristieke "Ingveoonse" klankverschuivingen ondergaan – de zogenaamde nasaalspirantenwet of Ingvaeonic nasal spirant law.
De Friese talen worden gesproken door (minstens) 425.000 mensen. waarvan het overgrote deel (415.000) in de Nederlandse provincie Friesland, ruim 2.000 in Saterland, 5.000 tot 10.000 in Noord-Friesland en op Helgoland, verder een onbekend aantal in andere delen van Nederland en Duitsland. Deze talen zijn genetisch nauw verwant, maar hebben zich apart van elkaar ontwikkeld, waardoor er geen of slechts beperkt sprake is van wederzijdse verstaanbaarheid tussen de taalgroepen onderling.Piet Hemminga, 'Language Policy in Germany and the Netherlands. A Comparison with Regard to the Three Frisian Languages', in: Ethnos Nation 7 (1999), p. 81-94: citaat: “For a common speaker of one of the Frisian variants the three languages are too dissimilar to understand the other variants.”Femke Swarte, Nanna Haug Hilton & Charlotte. Gooskens, 'Onderlinge verstaanbaarheid tussen Noord- en Westerlauwers Fries'. in: Us Wurk, tydskrift foar Frisistyk 62 (2013), p. 21-46. Voor het Noord-Fries geldt zelfs dat enkele van de hiertoe gerekende varianten onder elkaar tot op zekere hoogte niet wederzijds verstaanbaar zijn.Alistair Walker, 'Extent and Position of North Frisian', in: Munske, Handbuch des Friesischen, 2001, p. 263-284, hier p. 266.
In Nederland is het (Westerlauwers) Fries sinds 1956 officieel erkend als tweede rijkstaal, daarnaast geniet het bescherming onder het Europees Handvest voor regionale en minderheidstalen. Het Saterlands en Noordfries genieten in Duitsland onder hetzelfde handvest een soortgelijke bescherming en status. In beide landen is het gebruik van de Friese talen binnen het onderwijs, de rechtspraak en overheidscommunicatie wettelijk verankerd binnen het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden.
Aantallen sprekers In Friesland gaf in 2020 64% van de ondervraagden aan het Fries "goed" tot "heel goed" te kunnen spreken. Op grond daarvan kan het aantal Friestaligen in 2019 op ongeveer 415.000 mensen worden geschat.De Fryske Taalatlas 2020. De Friese taal in beeld, Leeuwarden: Provincie Friesland, 2020..Charlie Robinson-Jones & Ydwine R. Scarse, D1.39 Report on the West Frisian Language, Dublin: Europe Language Equality, 2022, p. 3.Voor oudere cijfers: De Fryske Taalatlas 2015 (gearchiveerd). De Fryske Taalatlas 2011. De Fryske Taalatlas 2007. Zie ook: Met inbegrip van de groep die zegt het Fries "vrij aardig" te kunnen spreken, gaat het om 480.000 inwoners. Deze percentages zijn al sinds 1984 vrij stabiel. Ruim de helft van de ondervraagden (57,4%) gaf aan het Fries (mede) als moedertaal te hebben, hetgeen zou neerkomen op 370.000 mensen. Andere publicaties noemen een getal van 330.000 moedertaalsprekers van het Fries in Friesland.Emre Yilmaz e.a.,'Open Source Speech and Language Resources for Frisian', in: Proceedings Interspeech 2016, p. 1536-1540, naar: Provinsje Fryslan, “De Fryske taalatlas 2015. De Fryske taal yn byld,” 2015.
Voor minder dan de helft van de inwoners is het Fries de thuistaal die met partner en/of kinderen wordt gesproken. Een ander onderzoek stelt dat 22% aangeeft uitsluitend Fries te spreken.Katry Rys e.a., Onderzoeksrapport. Staat van het Nederlands. Over de taalkeuzes van Nederlanders en Vlamingen in het dagelijks leven, Amsterdam / Gent 2017, p. 17. Volgens een rapport van de Taalunie geldt als norm dat in de gezinnen meest Fries wordt gesproken, of Nederlands indien nodig, buitenshuis meest Nederlands, en Fries als het kan.Katry Rys e.a., Onderzoeksrapport. Staat van het Nederlands. Over de taalkeuzes van Nederlanders en Vlamingen in het dagelijks leven, Amsterdam / Gent 2017, p. 24.Vgl. Edwin Klinkenberg, Reitze Jonkman & Nika Stefan, Taal yn Fryslân: de folgjende generaasje, Leeuwarden: Fryske Akademy, 2018 Deze flexibele houding werd eerder binnen de Friese beweging bekritiseerd vanuit de gedachte dat Friestaligen soms te gemakkelijk zouden toegeven aan het terugdringen van het Fries.Vgl. Marc van Oostendorp, '"De grootste vijanden van het Fries zijn de gewone Friezen". Het Fries en de Friese beweging in de 21ste eeuw'. in: Onze Taal 75 (2006), p. 134-136. Het citaat is ontleend aan een woordvoerder van de Ried fan de Fryske Beweging.
Enkele grensdorpen in het Groninger Westerkwartier (De Wilp, Opende, Kornhorn en Marum) zijn eveneens gedeeltelijk Friestalig. Daarentegen worden in de Stellingwerven en delen van Kollumerland Nedersaksische dialecten gesproken (Stellingwerfs, Kollumerlands en Kollumerpompsters).
In Duitsland worden andere variëteiten van het Fries gesproken. Dit betreft de Duitse gemeente Saterland in de Landkreis Cloppenburg (Nedersaksen), het eiland Helgoland en delen van de Kreis Nordfriesland (Sleeswijk-Holstein) aan de grens met Denemarken. Het aantal sprekers in Saterland werd in 1997/98 geschat op 1.500 tot 2.250.Jörg Peters, ’Saterfriesisch’, in: Rahel Beyer & Albrecht Plewnia (red.), Handbuch der Sprachminderheiten in Deutschland, Tübingen 2020, p. 139-170, hier p. 157 (tabel 2).Dieter Stellmacher, 'Zum soziolinguistischen Status des Saterfriesischen nach den Ergebnissen einer direkten Befragung', in: Us Wurk 67 (2008), p. 170-175, hier p. 171 (2.250 in 1998). Het aantal sprekers in Noord-Friesland bedraagt volgens officiële opgaven 10.000, maar is volgens een wetenschappelijke schatting uit 2007 niet groter dan 5.000 (waarvan 250 op Helgoland, daarnaast nog 1.500 tot 2.000 sprekers elders).Nils Århammar, 'Das Nordfriesische, eine bedrohte Minderheitensprache in zehn Dialekten: eine Bestandsaufnahme', in: Horst Haider Munske (red.), Vorträge am Interdisziplinären Zentrum für Dialektforschung an der Friedrich-Alexander-Universität Erlangen-Nürnberg, 22.10.–10.12.2007, Erlangen 2008 In de landstreek Oost-Friesland wordt geen Fries meer gesproken.
De variëteit die in Nederland wordt gesproken, wordt wetenschappelijk aangeduid als Westerlauwers Fries, buiten Nederland vaak als Westfriesisch of West Frisian, Hierbij staat Westerlauwers voor de ligging ten westen van het riviertje de Lauwers, dat de grensrivier tussen Friesland en Groningen is. In Nederland verwijst de naam West-Fries echter naar het dialect van de regio West-Friesland in Noord-Holland. Het Fries dat in Nederland op scholen wordt onderwezen en in officiële stukken wordt gebruikt, wordt Standaardfries genoemd. Dit Standaardfries bevat minder onregelmatige vormen en meer Nederlandse woorden dan de Friese omgangstaal.
Er bestaat geen recent onderzoek naar de vraag hoeveel mensen wereldwijd een variant van het Fries spreken. In een publicatie uit 1976 werd het aantal sprekers van het Westerlauwers Fries, dat verreweg de meeste sprekers heeft, geschat op ongeveer 700.000, waarvan 300.000 buiten de provincie zouden leven.Meic Stephens, Linguistic Minorities in Western Europe, Llandysul: Gomer Press, 2976, p. 567.. Schattingen in de recente vakliteratuur variëren tussen de 400.000 en 500.000 sprekers.Rolf H. Bremmer Jr, An Introduction to Old Frisian: History, Grammar, Reader, Glossary, Amsterdam & Philadelphia: John Benjamins, 2009; p. 12. (tabel 1)Nanna Haugh Hilton, Goffe Jensma & Willem Visser, 'Frisian', in: Lenore Grenoble, Pia Lane & Unn Royneland (red.), Linguistic Minorities in Europe Online: A Born-Digital, Multimodal, Peer-Reviewed Online Reference Resource, Berlijn 2020.
Op het gebied van taalsociologie bestaan grote verschillen tussen de drie Friese talen. In Nederland beschikt het Fries, vanuit het oogpunt van taalvitaliteit, over een gezond aantal sprekers. Hoewel de positie van het Fries als geschreven medium hier ten opzichte van het Nederlands relatief zwak is, speelt de gesproken taal een grote rol in de privésfeer en in het openbare leven. Het Standaardfries is in Nederland bovendien erkend als officiële taal, dit in tegenstelling tot de situatie die geldt voor de beide in Duitsland gesproken taalvariëteiten.
De Friese taalgemeenschappen in Duitsland zijn vele malen kleiner van omvang dan in Nederland. Het Saterlands en de Noord-Friese varianten worden vrijwel uitsluitend gesproken binnen agrarische of rurale gemeenschappen, waardoor deze talen vanuit taalsociologisch perspectief als dialecten beschouwd kunnen worden.Vgl. Rolf H. Bremmer Jr, An Introduction to Old Frisian: History, Grammar, Reader, Glossary, Amsterdam & Philadelphia: John Benjamins, 2009; p. 1. Citaat: «In both countries (The Netherlands & Germany, red.), the language (Frisian, red.) has a limited status. In the Netherlands, nevertheless, Frisian is recognized by law as an official language beside Dutch. As a spoken language, it enjoys a relatively healthy existence, owing to a fair-sized number of speakers (comparable e.g., to the number of speakers of Icelandic). As a written medium for all domains of the language, however, its position is weak, threatened as it is by Dutch. For the varieties of Frisian spoken in Germany, the situation is much worse. The fact that it is the language there of mainly agrarian communities which lack the support of a sizeable, well-educated group of speakers and writers has brought about that, sociolinguistically speaking, Frisian functions on the level of a dialect.» Een Friese standaardtaal die in het openbare leven een rol zou kunnen spelen, bestaat hier niet. In plaats daarvan kreeg het Duits, hoewel dit in taalkundig opzicht relatief ver van de Friese variëteiten afstaat, al vroeg de positie van voertaal in veel maatschappelijke bereiken (onderwijs, bedrijfsleven, overheid). In de praktijk fungeert het Duits, net als voorheen het Nederduits, als daktaal voor het Saterfries en de Noord-Friese dialecten.Jörg Peters, ’Saterfriesisch’, in: Rahel Beyer & Albrecht Plewnia (red.), Handbuch der Sprachminderheiten in Deutschland, Tübingen 2020, p. 139-170.Alistair Walker, ‘Die Friesen und das Friesische in Nordfriesland’, in: Rahel Beyer & Albrecht Plewnia (red.), Handbuch der Sprachminderheiten in Deutschland, Tübingen 2020, p. 65-138.
Classificatie Indo-Europees Germaans West-Germaans Noordzeegermaans (Anglo-Fries) Fries
Geschiedenis