Allan & Co´s Koninklijke Nederlandsche Fabrieken van Meubelen en Spoorwegmaterieel N.V. was een te Rotterdam gevestigde onderneming die naast een handelspoot (meubelen, meubelstoffen en tapijten) productiebedrijven van meubelen en van rollend materieel omvatte en, met voorlopers, bestond van 1839 tot 1959.
Geschiedenis In 1839 vestigde de Schot William Allan zich in Rotterdam waar hij een meubelwerkplaats tevens handel in tapijten ed begon. De zaak werd na zijn dood in 1877 voorgezet door de weduwe Allan, Mary Ballantine Kellar, en zoon Charles Edward in associatie met de Rotterdamse ondernemers Barend Baljon (tot 1884) en Mattheus Hoefnagels en voortgezet als Allan & Co. De onderneming leverde kwaliteitswerk en verkreeg in 1888 het recht het koninklijk wapen te voeren onder de naam Koninklijke Nederlandsche Stoommeubelfabriek. Vanaf 1890 vervaardigde Allan ook scheepsbetimmeringen. In 1912 werd de onderneming (die toen drie pakhuizen te Rotterdam, magazijnen te Utrecht en 's-Gravenhage en de fabriek te Kralingen omvatte) omgezet in een nv Allan & Co´s Koninklijke Nederlandsche Fabrieken van Meubelen en Spoorwegmaterieel met een nominaal kapitaal van ƒ 2 miljoen. De eerste tien jaren waren redelijk winstgevend en leverden aandeelhouders dividend, de rentelasten op de nieuwbouw te Hillegersberg (1911-16) drukten vervolgens dermate zwaar op de rentabiliteit dat 1923-1940 op 1931 na geen dividenduitkering kende. De verliezen tijdens de crisisjaren leidde per 1938 tot de reductie van het maatschappelijk kapitaal van ƒ 1,5 miljoen tot ƒ 375.000. De naoorlogse periode pakte financieel niet veel beter uit, wel was er een expansie die leidde tot een personeelsbezetting van bijna 1000 begin jaren vijftig. Maar het personeelsbestand liep vervolgens terug tot 350 midden 1958; de arbeiders werden wegens slapte verzocht elders werk te zoeken, de twee directeurennamen ontslag en de aandeelhouders besloten begin 1959 tot liquidatie na een verlies van ƒ 5 miljoen.
Producten (1911-16) Vanaf 1902 ging Allan ook (houten) tramrijtuigen produceren, vooral voor stoomtrambedrijven, vanaf 1905 uitgebreid met de productie van elektrische trams. De grootste afnemer werd de Rotterdamse tram (RETM, later RET), maar ook de HTM in Den Haag stelde in de jaren tot 1927 relatief veel Allan-materieel in dienst.In 1910 vonden de eerste leveranties plaats van spoorwegrijtuigen. Zowel naar de spoorwegen in Nederland als in Nederlands-Indië werd veel materieel geleverd. Ook buitenlandse spoorwegmaatschappijen waren afnemers. Voorts werden tussen 1925 en 1950 ook autobussen geproduceerd, waaronder 66 Crossley-bussen voor de dochterondernemingen van de NS (1947-48). Na de Tweede Wereldoorlog werd nog materieel geleverd aan de RET (Allan-tramstellen van 1948-’51), NS (postrijtuigen, treinstellen mat '46, dieselelektrische rijtuigen 'Blauwe Engelen', Hondekoptreinstellen en diesellocomotieven (NS 2200). Tot de bekendste afnemers in Europa behoorden de Portugese spoorwegen, die een serie rijtuigen afnam waarvan techniek en uiterlijk gebaseerd waren op de Blauwe Engelen.
De productie werd gestaakt in 1959. Het terrein en de gebouwen aan de Kleiweg in Rotterdam werden in 1960 door de RET in gebruik genomen als Centrale Werkplaats. Deze gebouwen zijn, op een grote hal na die naar de SGB in Goes is verplaatst, in 2017 gesloopt; op het leeggekomen terrein is een nieuwe centrale werkplaats met stallingsruimte gebouwd.
Allan-producten
Externe links BEZICHTIGING der „Koninklijke Nederlandsche Stoommeubelfabriek' der firma Allan & Co., Mercurius 7 (1893/94, 120-121 Overzicht van door Allan gebouwd museummaterieel op de Nederlandse Museummaterieel Database N.V. ALLAN & CO'S Koninklijke Nederlandsche Fabrieken van Meubelen en Spoorwegmaterieel, Rotterdam (Holland) Persoonlijk relaas van H.G. Hesselink over de geschiedenis van Allan