thumb|right|Graf van Oskar Pastior Oskar Pastior (Hermannstadt (tegenwoordig Sibiu, Roemenië), 20 oktober 1927) - Frankfurt am Main, 4 oktober 2006) was een Roemeens-Duitse journalist, dichter, schrijver en vertaler. Hij schreef voornamelijk in het Duits.
Levensloop Pastior behoorde in Roemenië tot de Duitse minderheid. Nadat Roemenië tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog door de Sovjet-Unie was veroverd werd hij in januari 1945 naar diverse goelags gedeporteerd. Pas in 1949 mocht hij naar Roemenië terugkeren.
Na allerlei werkkringen te hebben gehad (hij was onder andere betonwerker) en tussentijds via schriftelijk onderwijs zijn middelbareschooldiploma te hebben behaald, studeerde hij van 1955 tot 1960 Duits aan de universiteit van Boekarest. Hierna werd hij journalist bij de Duitstalige afdeling van de Roemeense staatsradio.
In de jaren zestig verschenen zijn eerste, in het Roemeens geschreven gedichten waarvoor hij een tweetal literaire prijzen ontving. In 1968 vluchtte hij tijdens een studiereis naar Wenen naar het westen. Hij kwam ten slotte in München terecht en vervolgens in Berlijn waar hij vanaf 1969 aan het schrijven ging.
Oskar Pastior overleed op 78-jarige leeftijd tijdens een bezoek aan de Frankfurter Buchmesse.
Literaire activiteiten Het werk van Pastior geniet een grote reputatie in de huidige Duitstalige literatuur. Zijn speelse poëzie vertoont raakvlakken met de zogeheten 'onzinpoëzie'. Hij heeft een grote invloed ondergaan van het dadaïsme en de 'beperkende literatuur'. Ook toonde hij een grote interesse in anagrammen, palindromen en dergelijke.
Pastior was lid van diverse literaire verenigingen waaronder sinds 1992 - het voor de rest Franstalige - Oulipo.
Behalve zelf literair bezig te zijn heeft hij ook literaire werken van anderen in het Duits vertaald, vooral van bekende Roemeense auteurs. Op hun beurt zijn ook diverse van zijn werken vertaald.
Prijzen Pastior heeft tal van prijzen in ontvangst mogen nemen waaronder: 1988 - Hörspiel des Monats, een hoorspelprijs voor "Mordnilapsuspalindrom". 2006 - de zeer hoog aangeschreven Georg-Büchner-Preis (postuum)
Werken Fludribusch im Pflanzenheim - 1960 Offne Worte - 1964 Ralph in Bukarest - 1964 Gedichte - 1965 Vom Sichersten ins Tausendste - 1969 Gedichtgedichte - 1973 Höricht - 1975 An die neue Aubergine - 1976 Fleischeslust - 1976 Der krimgotische Fächer - 1978 Ein Tangopoem und andere Texte - 1978 Wechselbalg - 1980 33 Gedichte - 1983 (bewerkingen van gedichten van Francesco Petrarca) Sonetburger - 1983 Anagrammgedichte - 1985 Ingwer und Jedoch - 1985 Lesungen mit Tinnitus - 1986 Römischer Zeichenblock - 1986 Teure Eier - 1986 Jalousien aufgemacht - 1987 Modeheft des Oskar Pastior - 1987 Anagramme - (samen met Galli) Kopfnuß, Januskopf - 1990 Neununddreißig Gimpelstifte - 1990 Eine Scheibe Dingsbums - 1990 Feiggehege - 1991 Urologe küßt Nabelstrang - 1991 Vokalisen & Gimpelstifte - 1992 Eine kleine Kunstmaschine - 1994 Das Unding an sich - 1994 Gimpelschneise in die Winterreise-Texte von Wilhelm Müller - 1997 Das Hören des Genitivs - 1997 Come in to frower - 1998 (samen met Veronika Schäpers en Silke Schimpf) Der Janitscharen zehn - 1998 Standort mit Lambda - 1998 Pan-tum tam-bur - 1999 (samen met Uta Schneider) Saa uum - 1999 O du roher Iasmin - 2000 Villanella & Pantum - 2000 Ein Molekül Tinnitus - 2002 (samen met Gerhild Ebel) Werkausgabe - Bd. 2. „Jetzt kann man schreiben was man will!“ - 2003 Bd. 3. „Minze Minze flaumiran Schpektrum“ - 2004 Bd. 1. „...sage, du habest es rauschen gehört“ - 2006 Gewichtete Gedichte. Chronologie der Materialien - 2006
Categorie:Duits dichter Categorie:Duits schrijver Categorie:Duits vertaler Categorie:Roemeens dichter Categorie:Roemeens journalist