miniatuur|Symbool Aloude en Aangenomen Schotse Ritus De Aloude en Aangenomen Schotse Ritus (A.A.S.R.), ook wel onterecht gereduceerd tot Schotse Ritus, is wereldwijd de meest toegepaste vrijmetselaarsritus. Zij wordt vooral in de hogere gradenvrijmetselarij gebruikt maar ook in de symbolieke of basisgraden van leerling, gezel en meester. De ritus kent drieëndertig graden van inwijding en bevat elementen uit uiteenlopende stromingen als de antieke wijsbegeerte, de gnostiek, het hermetisme, de kabbala en de alchemie. De ritus heeft daarmee een hoog gehalte aan syncretisme, omdat het verschillende symbolen en cultuurtradities samenvoegt, wat hem universeel toegankelijk maakt. Hij wordt wereldwijd toegepast door een veelheid aan obediënties en is zeer populair in de Verenigde Staten en in Europa.

Waar de symbolieke of basisgraden ook wel worden aangeduid als de 'blauwe graden', is de belangrijkste kleur binnen dit gradenstelsel rood. Het symbool van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus is een dubbelkoppige adelaar, deze symboliseert zowel het hoogste gezag als het zich verheffen boven de materie. In zijn klauwen houdt de adelaar een zwaard vast met daaraan een banderol met de Latijnse tekst Deus Meumque Jus wat staat voor 'God en mijn recht'. Dit is een verwijzing naar het recht van de mens om zelf naar waarheid te zoeken, wat hem gegeven is door de Allerhoogste. De belangrijkste zinspreuk van de ritus is Ordo ab chao, wat staat voor 'Orde uit chaos'.

Ondanks zijn naam heeft de ritus niets met Schotland te maken. Dit berust op een mystificatie die is ontstaan naar aanleiding van een verhandeling van de Britse schrijver en filosoof Andrew Ramsay uit 1737, die de oorsprong van de vrijmetselarij in verband bracht met Schotland en de tempelierssymboliek, wat echter nergens op steunt. Sindsdien hebben tal van maçonnieke structuren en graden zich 'Schots' genoemd.

Geschiedenis Ontstaan miniatuur|Maçonniek diploma van loge La Parfaite Harmonie, 1766. Collectie Musee de la Franc-Maçonnerie, Parijs. De oorsprong van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus ligt in Frankrijk. Nadat in de Engelse vrijmetselarij rond 1730 een afzonderlijke Meestergraad was ingevoerd – tot op dat ogenblik was de graad van Gezel-vrijmetselaar de hoogste graad – ontstond op het Europese continent al snel de behoefte aan een verdiepende en verbredende uitwerking daarvan. Dit gaf met name in Frankrijk aanleiding tot het ontstaan van diverse graden met een onmiskenbaar esoterische inslag. Men verbond hieraan de benaming ‘Écossais’ – ‘Schots’ -, wellicht omdat edellieden en militairen uit Schotland aan de logearbeid deelnamen en hun invloed deden gelden.

Een van de eerste loges die naast de symbolieke graden ook de Schotse graden verleende was de loge ‘La Parfaite Harmonie’ welke in 1743 werd opgericht te Bordeaux. Vanaf circa 1751 bevatte het stelsel van de zogenaamde ‘Écossais’-reeks 14 graden die werden beoefend onder de benaming Loge de Perfection.

Een belangrijke rol voor de verdere verspreiding van de Schotse graden was weggelegd voor de wijnkoopman Etienne (Stephen) Morin (1693-1771). Deze richtte in 1745 te Bordeaux de Schotse loge Les Élus Parfaits op, later ook wel La Mere Loge Écossais de Bordeaux genaamd. Hij onderhield de nodige relaties met de Franse overzeese gebieden op het westelijk halfrond en in 1748 richtte hij in de Franse kolonie Saint-Domingue - tegenwoordig Haïti - op het eiland Hispaniola de loge Saint-Jean de Jérusalem Écossaise op, de eerste Schotse loge aldaar.

De Grande Loge de France in Parijs verleende in 1761 Morin de autoriteit om de vrijmetselarij verder te verspreiden in de rest van de wereld. Hij creerde vervolgens de Rite du Royal Secret, ook wel Ordre du Royal Secret of Rite de Perfection welke 25 graden telde. In 1763 arriveerde hij opnieuw in Saint-Domingue en stichtte daar loges die werkten volgens de Rite du Royal Secret. Hij raakte bevriend met de van Nederlandse afkomst zijnde Hendrik Andries (Henry Andrew) Francken (1728-1795) die in Jamaica werkte voor de douane en benoemde hem tot Senior Deputy Inspector General van de Rite du Royal Secret.

Naar Amerika en terug naar Europa miniatuur|Albert Pike, ca. 1865-1880. Collectie Library of CongressNadat Francken in 1767 werd overgeplaatst naar Amerika stichtte hij daar een Schotse loge in Albany, New York. Daarnaast vertaalde hij alle beschikbare Franse ritualen van de Rite du Royal Secret in het Engels, en benoemde een zestal Deputy Inspectors om te helpen de ritus verder te verspreiden. Hiermee werd de basis gelegd voor de bekendheid van de Schotse graden onder de kolonisten in het Britse gebied in Amerika.

Het aantal graden werd in Amerika geleidelijk uitgebreid tot 33 en in mei 1801 werd in Charleston, South Carolina door elf vrijmetselaars de eerste Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus opgericht, the Supreme Council of the Ancient and Accepted Scottish Rite, Southern Jurisdiction, de - nog steeds bestaande - Opperraad van de Zuidelijke Jurisdictie. De advocaat, schrijver en militair Albert Pike (1809-1891) werd in 1859 gekozen tot Sovereign Grand Commander (Soeverein Grootcommandeur) van deze Opperraad en bleef dit voor de rest van zijn leven. Hij bracht een groot deel van zijn tijd door met het herzien en verder ontwikkelen van de rituelen van de Orde en wordt gezien als verantwoordelijk voor de sterke groei en internationale erkenning van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus vanaf het midden van de negentiende eeuw. Zijn magnum opus Morals and Dogma of the Ancient and Accepted Scottish Rite of Freemasonry is nog steeds een standaardwerk als het gaat om de Schotse Ritus.

In 1762 waren de constituties - de grondregels - vastgesteld voor de 25 graden van de Rite de Perfection. Toen de ritus werd uitgebreid naar 33 graden moesten deze worden aangepast, wat leidde tot de Grote Constituties van 1786. Beide constituties worden nog steeds door vrijwel alle obedienties die de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus toepassen als basisdocumenten beschouwd.

Op 21 februari 1802 verleende de Opperraad van de Zuidelijke Jurisdictie aan een van haar oprichters, Auguste de Grasse graaf Tilly, de autoriteit om de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus verder te verspreiden in Zuid-Amerika en Europa. Dit resulteerde in de oprichting van een Opperraad in Frankrijk in 1804, en later in andere Europese landen.

In 1875 vond in het Zwitserse Lausanne een Universeel Convent van de Opperraden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus plaats. Men trachtte er de ritus te moderniseren, waarbij de rol van de Opperbouwmeester des Heelals centraal stond. Dit gaf uiteindelijk aanleiding tot een schisma tussen reguliere en liberale obediënties, wat tot op de dag van vandaag nog steeds bestaat.

Invoering in België en Nederland miniatuur|Eugène Goblet d'Alviella Op 16 maart 1817 - ten tijde van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden - werd te Brussel een Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus geconstitueerd voor het Koninkrijk, de Supréme Conseil pour le Royaume des Pays Bas. De functie van Soeverein Grootcommandeur werd gereserveerd voor prins Frederik, op dat moment grootmeester van het Grootoosten der Nederlanden. Deze weigerde echter de functie te aanvaarden, de prins was van mening dat de symbolieke graden het zwaartepunt moesten vormen van de vrijmetselarij waardoor hij kritisch stond ten opzichte van vervolgpaden.

Na de Belgische Revolutie in 1830 en de afscheiding van de Zuidelijke Nederlanden richtte de Opperraad zich met name op België, de naam werd in 1833 dan ook gewijzigd in Supréme Conseil pour la Belgique. De toepassing van de Schotse Ritus ontwikkelde zich in de loop van de negentiende eeuw in België steeds verder, in Nederland gebeurde op dit gebied echter vrijwel niets mede onder de invloed van prins Frederik.

Na het overlijden van de prins in 1881 kwam de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus ook steeds meer in zwang in de Nederlandse vrijmetselarij/ Dit leidder er toe dat op 21 december 1912 een Opperraad van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus in Nederland werd geconstitueerd, in een rituele bijeenkomst onder leiding van de Soeverein Grootcommandeur van de Opperraad voor België, Eugène graaf Goblet d'Alviella. Als eerste Soeverein Grootcommandeur van de Opperraad in Nederland werd Simon Marius Hugo van Gijn verkozen, op dat moment grootmeester van alle obediënties in Nederland.

In de loop der tijden zijn er verschillende herwerkingen geweest van de ritus, sommige liberale obediënties hebben het gradenstelsel daarbij in grote mate ontdaan van haar christelijke symboliek. In België is binnen het Grootoosten van België zo de Gerenoveerde Schotse Ritus ontstaan, ook wel de Schotse Ritus van 1962 genoemd.

Graden De Aloude en Aangenomen Schotse Ritus telt drieëndertig graden, die opgedeeld zijn in vier kapittels. Kapittel van de graden van de blauwe vrijmetselarij Dit kapittel omvat de eerste drie graden welke verleend worden in symbolieke of 'blauwe' loges. Deze eerste drie graden, worden in de regel verleend binnen loges en obediënties die exclusief met deze graden werken. Dit kan volgens het ritueel van de A.A.S.R., maar ook volgens het ritueel van een andere ritus.

De dertig hogere graden van de ritus worden vervolgens verleend door een opperraad, ook wel Supreme Council of Suprême Conseil genoemd, welke optreedt als obediëntie voor deze graden. De hogere graden kunnen alleen toegekend worden aan meester vrijmetselaars.

Kapittel van de graden van de rode vrijmetselarij miniatuur|Cordon en voorschoot Schotse Ritus 4e graad Dit kapittel omvat de vierde tot en met de achttiende graad en welke worden verleend in perfectieloges of vervolmakingsloges (vierde tot en met veertiende graad) en souvereine kapittels (vijftiende tot en met achttiende graad). In sommige landen en/of jurisdicties bestaan geen perfectieloges: daar verlenen de soevereine kapittels alle graden van de vierde tot en met de achttiende graad. De vierde tot en met de veertiende graad worden ook wel volmakingsgraden genoem, omdat zij gezien kunnen worden als vervolg van op de kennis die is opgedaan in symbolieke loges.

Kapittel van de wijsgerige graden of zwarte vrijmetselarij Dit kapittel omvat de negentiende graad tot en met de dertigste graad welke worden verleend in areopagi (meervoud van areopagusareopagus is de Latijnse vorm van het Griekse Ἄρειος πάγος (Areios Pagos, hooggerechtshof)). Men spreekt van aeropagusgraden of wijsgerige graden, omdat deze graden elementen uit verschillende wijsgerige stromingen bevatten.

Kapittel van de administratieve graden of witte vrijmetselarij Dit kapittel omvat de eenendertigste en tweeëndertigste graad welke worden verleend in een consistorie en de drieëndertigste graad welke wordt verleend in de opperraad.

In onderstaande tabel een overzicht van alle graden.