Narsarsuaq is een kleine plaats in Groenland met ongeveer 160 inwoners. De belangrijkste lokale werkgevers zijn de luchthaven en een hotel. In de ruime omgeving wonen verder een paar honderd mensen, die werken als schaapherder en/of visser. De dichtstbijgelegen plaatsen zijn Narsaq en Qaqortoq, die echter door het volledig ontbreken van wegen slechts bereikbaar zijn per schip of helikopter.

Klimaat Narsarsuaq kent een subarctisch klimaat (Klimaatclassificatie van Köppen: Dfc), net geen poolklimaat zoals de rest van Groenland. De plaats ligt in het uiterste zuiden van Groenland. Hier kunnen schepen het hele jaar door vrijwel ongehinderd kunnen varen omdat er geen zee-ijs ligt. De grote temperatuurverschillen in het gebied, dat is tussen de koude zee en de warme binnenlanden in de zomer en tussen de warme zee en het koude binnenland in de winter, leiden tot een lokaal maar dominant moessonsysteem in de fjorden, met zeebries in de zomer en wind van het land in de winter. De hoeveelheid neerslag is hoog met regen in de zomer en sneeuw in de winter.

260px|miniatuur|De omgeving van het dorp is een van de meest bosrijke van Groenland. Narsarsuaq is een van de weinige plaatsen in Groenland met natuurlijk groeiende bomen. Dit is te danken aan de hoge bergen in het westen die bescherming bieden tegen de gure subpolaire winden en er is een sterke invloed van de oceaan die resulteert in een vrij stabiele en constante hoeveelheid neerslag gedurende het hele jaar. In Narsarsuaq ligt de enige botanische tuin van Groenland, het "Groenlandse Arboretum".

Luchthaven Narsarsuaq is de derde internationale luchthaven van Groenland. Wekelijks is er een vlucht naar Kopenhagen in Denemarken. Driemaal per week zijn er vluchten naar Nuuk en verder een tiental helikoptervluchten per week naar Qaqortoq en Narsaq, eenmaal per week naar Kangilinnguit (verder naar Paamiut) of rechtstreeks naar Paamiut. Icelandair vliegt seizoensgebonden naar Reykjavik-Keflavik. Er is een luchtvaartmuseum, een hotel en een kantoor van Air Greenland in de terminal aanwezig.

Het vliegveld werd in 1941 aangelegd door het Amerikaanse ministerie van Defensie voor militaire doeleinden. Het ligt halverwege tussen Goose Bay in Canada en Reykjavik op IJsland, een goede plek voor een tussenlanding voor vliegtuigen. In juni 1941 arriveerde de eerste schepen met arbeiders en materieel en de bouw ging in september 1941 daadwerkelijk van start. Het eerste vliegtuig landde in januari 1942. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was dit vliegveld de basis voor PBY Catalinas en B-25 Mitchells, die werden gebruikt voor bescherming van schepen van de geallieerden en jacht op Duitse onderzeeboten. Geschat wordt verder dat destijds meer dan 10.000 vliegtuigen hun weg vonden via dit vliegveld. In juni 1945 werden drie bases in de omgeving gesloten, alleen Narsarsuaq bleef open.

In 1951 werd overeengekomen dat Denemarken en de Verenigde Staten gezamenlijk toezicht zouden houden op de luchtmachtbasis. In 1958 werd de basis gesloten, maar in 1959 weer heropend door de Deense regering als Narsarsuaq Airport. De stad en vliegveld bleven tot in de tweede helft van de 20e eeuw een belangrijk onderdeel van de Groenlandse luchtvaart. Hier konden grote vliegtuigen gebruik van maken. Door het vliegveld kon een toerisme-industrie zich ontwikkelen, maar dan vooral in de zomer. Verder was het vliegveld een tankstation voor kleine vliegtuigen die niet in een keer de Atlantische Oceaan konden oversteken.

In 2018 werd besloten een nieuw vliegveld in de buurt aan te leggen, Qaqortoq Airport. Mede als gevolg hiervan besloot de Groenlandse regering in 2022 dat Narsarsuaq Airport alleen nog door helikopters gebruikt mocht worden. De laatste vlucht met een vliegtuig was op 15 april 2026. In het veiligheidsakkoord, gesloten tussen Groenland, Denemarken en de Verenigde Staten in september 2026, staat dat de Amerikanen hier weer een basis mogen openen.

Categorie:Plaats in Groenland Categorie:Kujalleq