Het Groot-Seltsjoekenrijk (Turks: Büyük Selçuklu Devleti; Perzisch: دولت سلجوقیا was een middeleeuwse staat met een Turks-Perzische cultuur.Aḥmad of Niǧde's "al-Walad al-Shafīq" and the Seljuk Past, A. C. S. Peacock, Anatolian Studies, Vol. 54, (2004), 97; With the growth of Seljuk power in Rum, a more highly developed Muslim cultural life, based on the Persianate culture of the Great Seljuk court, was able to take root in Anatolia., gesticht door Turkse nomaden van het Huis van Selçuk (Seltsjoek). Het Groot-Seltsjoekenrijk bestreek een uitgestrekt gebied van de Hindoekoesj tot in Anatolië.

thumb|360px|Groot-Seltsjoekenrijk op zijn hoogtepunt in 1092 Het rijk werd later onderverdeeld in kleinere staten: Kirman-Seltsjoekenrijk, Irak-Seltsjoekenrijk, Syrië-Seltsjoekenrijk en het sultanaat Rûm in Anatolië. De Seltsjoeken regeerden tussen 1038-1157. Op het hoogtepunt omvatte het rijk een gebied tussen Oost-Anatolië en het huidige Pakistan.

Oorsprong en komst naar Midden-Oosten De dynastie van Seltsjoek (Selçuk) was oorspronkelijk een stam van de Oghuz-Turken die in de 9e eeuw woonachtig was ten noorden van de Kaspische Zee en Mongolië. Vandaar migreerden de Seltsjoeken richting Anatolië waar ze hun rijk stichtten.

De Turkse migraties naar het huidige Midden-Oosten vonden plaats in twee grote golven. Tijdens de eerste migratiegolf rond 985 was een deel van de nomadische Oğuz-Turken uit hun thuisland tussen het Aralmeer en de rivier de Syr Darja (Jaxartes in Transoxanië) weggetrokken. Daar hadden ze in 766 de staat Oğuz Yabgu gevestigd, die uit een confederatie van tweeëntwintig Oğuzstammen bestond. Dukak, de vader van Selçuk (Seltsjoek), de stichter van de dynastie, was een subasi (legeraanvoerder) in deze staat. Toen zijn vader stierf, werd Selçuk aangesteld als de nieuwe subasi. Maar de vorst van Oğuz Yabgu was ontstemd door Selçuks groeiende prestige. Toen Selçuk vreesde voor zijn leven vanwege de interne conflicten, verliet hij (rond 985) met zijn stam zijn vaderland en kwam naar het Midden-Oosten.Peter B. Golden, An Introduction to the History of the Turkic Peoples, 188-94, 205-11. Op deze manier, leidde Selçuk de eerste migratiegolf van de Turkse nomaden en vestigde zijn joert (nomadentent) in Jend in de provincie Buchara. De Seltsjoeken stamden af van de Kınıkstam van de Oguzen.Faruk Sümer, ‘Oğuzlar’, Islam Ansiklopedisi, vol. 9, 380-81 Afstammelingen van deze Oğuznomaden raakten onder het Huis van Selçuk betrokken in de politieke machtsstrijd in de islamitische wereld in Eurazië en creëerden een machtig rijk, het Groot-Seltjoekenrijk.

De moslimwereld voor de Seltsjoeken In de 10e eeuw, voor de komst van de Seltsjoeken, was de politieke eenheid in de moslimwereld uiteengevallen in een reeks lokale staten. De macht en het prestige van de Abbasidische kaliefen was geslonken. Verder heerste er een sektarische verdeeldheid; sjiitische groepen zoals de Zaydis en de Twaalvers kwamen op en zij deden hun macht gelden onder het bewind van de Boejiden in Irak en Iran.B. Spuler, “The disintegration of the caliphate in the East” in: The Cambridge History of Islam, vol.1, ed. P.M. Holt, Ann Lambron, Bernard Lewis (London, 1977) 149, 152. De Fatimiden die de autoriteit van de Abbasidische kalief hadden verworpen, verwierven machtsbases in Egypte, Syrië en Noord-Afrika.Bernard Lewis, “Egypt and Syria”, The Cambridge History of Islam, vol.1, 184 Dit proces versnelde de neergang van de macht van de kalief, die niet meer dan een marionet in de handen van de strijdende militaire en sektarische klieken was geworden.

Het kalifaat werd voorts blootgesteld aan een reeks aanvallen van alle kanten. In de oostelijke Middellandse Zee namen de Byzantijnse offensieven toe. De Byzantijnen heroverden Cyprus, Kreta en Syrië en trokken verder tot aan Jeruzalem.Spuler, The disintegration of the caliphate, pagina 194. De Georgiërs wisten in de Kaukasus een staat te stichten en begonnen van daaruit de moslimlanden binnen te vallen. In Europa werd het kalifaat van Al-Andalus in Spanje bedreigd. Een gevolg van dit alles was dat de eens bloeiende handel met China via de zijderoute bijna geheel stil gevallen was.Bernard Lewis, The Middle East. A Brief History of the Last 2.000 Years (New York, 1995) 86-89

Precies rond deze tijd, toen de moslimwereld een politieke, culturele en economische crisis doormaakte, transformeerde de komst van de Turkse Oğuznomaden uit de Centraal-Aziatische steppen het lot en de toekomst van de moslimlanden. Binnen enkele generaties verwierven de nomadische Seltsjoeken macht over een agrarische samenleving met een sedentaire cultuur en stichtten zij het Grote Seltsjoekenrijk (ca. 1040-1194). De Grote Seltsjoekendynastie was een van de machtige Turkse dynastieën die heersten in de islamitische wereld. Het Grote Seltsjoekenrijk bracht een nieuwe politieke stabiliteit in de islam, die grotendeels opnieuw was verenigd onder één enkele staat, voor het eerst sinds de vroege jaren van de Abbasiden. Met zijn centrum in Iran controleerde het Grote Seltjoekenrijk aan het einde van de 11e eeuw een gebied dat zich uitstrekt van het Hindoekoesjgebergte tot in Anatolië en van Centraal-Azië tot de Perzische Golf.Claude Cahen, Pre-Ottoman Turkey: a general survey of the material and spiritual culture and history, c. 1071-1330 (California, 1968); George Makdisi, History and Politics in 11th-Century Baghdad (Aldershot, 1991); Aziz Başan, The Great Seljuqs: A History (New York, 2010); Andrew C.S. Peacock, Early Seljuq History: A New Interpretation (New York, 2010); Christian Lange and Songül Mecit ed., The Seljuqs: Politics, Society and Culture (Edinburgh, 2011); Songül Mecit, The Rum Seljuqs: Evolution of a Dynasty (New York, 2013).

Vroege periode Togrul Beg (1040-1063) thumb|left|220px|De Toren van Togrul, een 12e-eeuws monument ten zuiden van Teheran in Iran, ter nagedachtenis van Togrul Beg. De stamvader van de dynastie was Selçuk (Seltsjoek), maar als de eigenlijke grondlegger van de staatsmacht geldt diens kleinzoon Togrul Beg. De vroege Seltsjoeken waren aanvankelijk betrokken als hulptroepen in het politieke conflict tussen de tanende regionale staten van de Samaniden, Ghaznaviden en de Karahaniden.Erdoğan Merçil, Müslüman-Türk Devletleri Tarihi (Ankara, 1991) 45-48. Na hun overwinning op de Ghaznaviden in de slag bij Dandanaqan in 1040, maakten Çağrı Beg en zijn broer Togrul Beg een eind aan de Ghaznaviden, die omstreeks het jaar 1000 de eerste Turkse staat in Khorassan hadden opgericht. Aldus kwam het Grote Seltsjoekenrijk tot stand. In 1040 werd Togrul Beg uitgeroepen tot sultan van de prille Seltsjoekenstaat. Maar zijn positie was nog niet veilig. Hij worstelde met de andere dynastieleden om de steun van de tribale nomaden te winnen.Osman Turan, Selçuklular Tarihi ve Türk-Islam Medeniyeti (Ankara, 1965), 66-68.

Onder Çağrı en Togrul Beg werd het Grote Seltsjoekenrijk bestuurd volgens de oude Turkse politieke traditie. Çağrı en Togrul verdeelden de landen die zij hadden veroverd, onder elkaar, maar er was één overkoepelende soeverein. Çağrı Beg bleef in het oosten, waar hij zijn basis vestigde in Merv en werd later opgevolgd door zijn zoon Alp Arslan toen hij stierf in 1060. Togrul Beg ging verder naar het westen en nam in 1055 Bagdad, de hoofdzetel van de Abbasidische kalief. De kalief in Bagdad wilde zich bevrijden van de heerschappij van de sjiitische Boejidische emir. Door Bagdad te veroveren maakte Tuğrul een eind aan de Boejidische heerschappij. Als wederdienst verleende de kalief in 1058 aan Togrul Beg de titel van 'Sultan van het Oosten en Westen'. Door de titel van sultan gaf de kalief hem volle macht als soeverein. Omgekeerd erkende Togrul het geestelijke gezag van de kalief. De titel 'Sultan van Oost en West' was nooit eerder gebruikt door een moslimvorst. Deze nieuwe titel had zijn wortels in het nomadische steppeconcept van de universele heerschappij, als een symbool van soevereiniteit dat zich uitstrekt van de plek waar de zon opkomt tot waar zij ondergaat.Nicola Di Cosmo, Warfare in Inner Asian History (Leiden, 2002) 112.

Sultan Togrul Beg begon vervolgens nauw samen te werken met de kalief in Bagdad om zijn hegemonie te legitimeren in de moslimwereld. En om de samenwerking tussen de Seltsjoekse en Abbasidische dynastieën te verzegelen, trouwde de kalief met een nicht van de sultan en Togrul trouwde met de dochter van de kalief.Turan, Selçuklular Tarihi, 92-93.

Alp Arslan (1063-1072) De tweede sultan van de dynastie van de Seltsjoeken in de moslimwereld, en achterkleinzoon van Seltsjoek, de stichter van de dynastie, koos voor de naam Mehmed (= Mohammed) toen hij zich bekeerde tot de islam. Wegens zijn militaire dapperheid verkreeg hij de bijnaam Alp Arslan, wat „moedige leeuw“ betekent.

Toen Togrul Beg in 1063 stierf, had hij geen erfgenamen nagelaten. Daarop volgde zijn neef Alp Arslan hem op als sultan van de verenigde Seltsjoekse territoria. Tijdens het bewind van sultan Alp Arslan en zijn zoon en opvolger, Sultan Malik Sjah I, werd het Grote Seltsjoekenrijk stevig gevestigd en het groeide uit tot de dominante macht in de moslimwereld. De consolidatie van staatsmacht ging gepaard met de creatie van een staand leger en een bureaucratie.

De architect van deze centrale instellingen was de beroemde Seltsjoekse grootvizier, Nizam al-Mulk, die diende onder sultan Alp Arslan en Melik Sjah. Nizam-ul Mülk, een van de eminente staatslieden in de moslimgeschiedenis, was lid van de Perzische bureaucratie, die uit Ghaznavidische in Seltjoekse dienst was gekomen. Hij voerde de Perzische-islamitische concepten van het bestuur en het koningschap in die onder de Ghaznaviden waren ontwikkeld en werden verfijnd onder de Seltsjoeken.Mecit, The Rum Seljuqs: Evolution of a Dynasty, 4. Op vraag van Sultan Malik Sjah, formuleerde Nizam-ul Mülk zijn politieke en bestuurlijke ideeën in zijn beroemde Siyaset-name (Boek van Bestuur). Dit 'Boek van Bestuur' – een mengeling van politieke traktaat en vorstenspiegels – weerspiegelde tegelijk de Grote Seltsjoekenideologie van koningschap. De officiële Seltsjoekse staatsideologie ontwikkelde zich als een mix van Turkse politieke concepten, de islamitische principes en Perzische idealen. Het presenteerde de Seltsjoeken als de hoeders van de islamitische wereld en als verdedigers van de soennitische islam tegenover de sjiitische rivalen in het westen.Mecit, The Rum Seljuqs: Evolution of a Dynasty, 5. De ideologische en politieke tegenstanders van de Grote Seltsjoeken waren de sjiitische Boejiden in Irak en de sjiitische Fatimiden in Egypte. Daarom probeerden de Seltsjoeken hun claim op macht en hun snelle expansie naar Syrië en Egypte te legitimeren met het argument dat zij de hoeders van de islam waren.Ibidem, 65.

In de geschiedenis van de islam leidde de Groot-Seltsjoekse periode ook een nieuw tijdperk in. Het was onder de Groot-Seltsjoeken dat de soennitische islam een nieuw leven werd ingeblazen. De eminente geleerde al-Ghazali verzoende het soefisme met het soennisme, en er werden voor het eerst medreses of islamitische universiteiten gesticht. Het religieuze beleid van de Groot-Seltsjoeken paste zich aan de veranderingen van de politieke omstandigheden aan.Peacock, Early Seljuq History, 100-120. Hun religieuze visie werd geconstrueerd door bestuurders in plaatsen die door de staat werden gesponsord, zoals de medreses, wat de complexe relatie aantoont tussen politieke macht en religieuze kennis. De Groot-Seltsjoeken probeerden om een duurzame politieke aanwezigheid te vestigen door de krachten te bundelen met wetenschappers en bekende soefi leiders die gebruik maakten van de patronage van de staat.Omid Safi, The Politics of Knowledge in Premodern Islam. Negotiating Ideology and Religious Inquiry (Chapel Hill, 2006).

De Slag bij Manzikert (1071)