De Maleise bladneusvleermuis of diadeembladneus (Hipposideros diadema) is een vleermuis uit het geslacht Hipposideros die voorkomt in Zuidoost-Azië, Melanesië en Noordoost-Australië. Het is een van de meest wijdverbreide soorten van zijn familie, de bladneusvleermuizen van de Oude Wereld (Hipposideridae).

Het dier onderscheidt zich van andere Hipposideriae door de vorm van het neusblad, de grote puntige oren en de kleine ogen. Hij voedt zich vooral met grotere insecten en foerageert in diverse omgevingen. De soort wordt verdeeld in een relatief groot aantal ondersoorten; de geldigheid van veel van deze ondersoorten is echter onduidelijk.

De vleermuis is een carnivoor die leeft van kleine ongewervelden maar soms ook grotere dieren zoals vogels buitmaakt. Het is net als andere soorten vleermuizen een bewoner van grotten die vooral 's nachts actief is. In vergelijking met andere soorten die in het leefgebied voorkomen is het een vrij grote soort die een lichaamslengte bereikt tot 96 millimeter en tot 57 gram zwaar kan worden.

Naamgeving en taxonomie De geslachtsnaam Hipposideros is afgeleid van de Griekse woorden voor "paard" (ἳππος, hippos) en "ijzer" (σίδηρος, sideros) en betekent "hoefijzer", een verwijzing naar het ingewikkelde neusblad waar soorten van dit geslacht door gekenmerkt worden. De soortnaam diadema is Latijn voor "hoofdband" of "diadeem".Flannery, T.F. 1995. Mammals of the South-West Pacific & Moluccan Islands. Chatswood: Reed Books, 464 pp.

Ook in andere talen wordt verwezen naar de diadeem-achtige vorm van het neusblad, zoals het Engelse 'diadem leaf-nosed bat' en het Poolse 'płatkonos diademowy'.

Verwantschappen De Maleise bladneusvleermuis is waarschijnlijk het nauwste verwant aan H. demissus uit San Cristóbal in de Salomonseilanden en H. inornatus uit het Australische Noordelijk Territorium, twee vormen die voorheen als ondersoorten van H. diadema werden gezien. Volgens een fylogenetische analyse van morfologische kenmerken is de soort daarnaast het nauwst verwant aan H. lylei, H. pratti en H. turpis, die allemaal in Zuidoost-Azië voorkomen. Deze groep was verwant aan een grote clade die andere grote Aziatische, Australische en Afrikaanse Hipposideros-soorten, de drietandbladneusvleermuis (Asellia tridens) en leden van de fossiele geslachten Palaeophyllophora en Pseudorhinolophus omvatte.Hand, S.J. & Kirsch, J.A.W. 2003. Archerops, a new annectent hipposiderid genus (Mammalia: Microchiroptera) from the Australian Miocene. Journal of Paleontology 77(6):1139-1151.

Ondersoorten De soort Hipposideros diadema wordt verdeeld in veertien ondersoorten, onderstaand opgesomd met auteur en verspreidingsgebied: De geldigheid van veel van deze ondersoorten (bijvoorbeeld H. d. trobrius) is echter onduidelijk, en sommige populaties (zoals die uit Sumatra en Misima) zijn niet in een ondersoort geplaatst.Koopman, K.F. 1982. Bats from eastern Papua and the East Papuan islands. American Museum Novitates 2747:1-34. De ondersoort Hipposideros diadema reginae wordt door sommigen als een aparte soort gezien. Het aantal ondersoorten varieert hierdoor afhankelijk van de bron, soms worden vijftien ondersoorten vermeld en soms slechts drie.

In de onderstaande tabel zijn de erkende ondersoorten weergegeven, met de wetenschappelijke naam, de auteur en het verspreidingsgebied.

Wet. naam Auteur Verspreidingsgebied Wet. naam Auteur Verspreidingsgebied H. d. ceramensis Laurie & Hill, 1954 Ceram en Buru H. d. custos K. Andersen, 1918 Kai-eilanden H. d. diadema É. Geoffroy, 1813 oostelijke Kleine Soenda-eilanden H. d. euotis K. Andersen, 1905 Halmahera en omliggende eilanden H. d. griseus Meyen, 1833 Nieuw-Guinea en de Filipijnen H. d. masoni Dobson, 1872 Zuidoost-Azië H. d. mirandus Thomas, 1914 Manus H. d. natunensis Chasen, 1940 Natuna en Bungaran H. d. nicobarensis Dobson, 1871 Nicobaren H. d. nobilis Horsfield, 1823 Borneo, Java, Bali en westelijke Kleine Soenda-eilanden H. d. oceanitis Andersen, 1905 Salomonseilanden, Bismarck-archipel H. d. reginae Troughton, 1937 Queensland H. d. speculator K. Andersen, 1918 Celebes H. d. trobrius Troughton, 1937 Trobriand-eilanden

Uiterlijke kenmerken thumb|Kopprofiel van de vleermuis. Bladvleermuizen zijn vernoemd naar de complexe structuur van de neus, die dient ter ondersteuning van de voor vleermuizen kenmerkende echolocatie.

Lichaam De Maleise bladneusvleermuis is een zeer grote bladneusvleermuis; in veel delen van zijn verspreidingsgebied is H. diadema de grootste van alle daar voorkomende Hipposideridae. De kop-romplengte bedraagt ongeveer 74 tot 96 millimeter, het lichaamsgewicht is ongeveer 31 tot 57 gram. Bij volwassen exemplaren zijn mannetjes meestal wat groter dan vrouwtjes. De rug is veelal donker- of goudbruin, zoals in de Filipijnen; de Australische exemplaren hebben daarentegen een lichtbruine rug. De buikzijde van de vleermuis heeft een witte tot lichtbruine kleur. Op de schouders en de rug komen vaak witte vlekken voor.

Kop De vorm van het neusblad verschilt van die van andere soorten: er zijn namelijk drie kleine neusbladen aanwezig aan de zijkant en in het midden is een grote, ronde knopachtige structuur te zien. Een opstaande richel in het midden van de neus, de sella of zadel genoemd, ontbreekt bij de Maleise bladneusvleermuis. De vleermuis heeft grote, puntige oren dankzij de sterk vergrote antitragus, dit is een stuk kraakbeen aan de buitenzijde van het oor. Een tragus, eveneens een kraakbeen dat meer aan de binnenzijde van het oor is gelegen, ontbreekt. De vleermuis heeft relatief zeer kleine ogen. De oorlengte bedraagt 23 tot 35 millimeter.

Poten en staart De achterpoten dragen grote klauwen, terwijl de voorpoten slechts een enkele klauw bezitten de vingers bestaan uit twee kootjes. De voorarmlengte is 65 tot 93 mm, de tibialengte 31 tot 36 mm. De vleugelspanwijdte is 15 tot 22 centimeter. De staart is vrij kort, de staartlengte varieert van 41 tot 60 millimeter. De staart is grotendeels verborgen onder het uropatagium, dit is de vlieghuid tussen de achterpoten.

Variaties In onderstaande tabel zijn de lengtematen en het lichaamsgewicht van H. diadema in een gedetailleerde opgave naar verspreidingsgebied opgenomen; ter vergelijking zijn ook gegevens over de verwante soorten H. demissus en H. inornatus in de tabel geplaatst. Het gemiddelde wordt tussen haakjes na de extremen gegeven. Voor de meetwaarden uit Nieuw-Guinea en Nieuw-Brittannië en voor H. demissus zijn de gemiddelden voor mannetjes en vrouwtjes apart aangegeven. Enkele waarden zijn niet in de tabel opgenomen omdat er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn. Dat geldt voor de lichaamslengte, die alleen voor H. d. natunensis is gepubliceerd (144 mm) en de achtervoetlengte, die alleen voor Nieuw-Guinese populaties (10,8-17,7, gemiddelde voor vrouwtjes 15,4 en voor mannetjes 14,6) en de populatie op Mount Isarog op Luzon is gepubliceerd (17-19, gemiddeld 18). Lengte en gewicht naar verspreidingsgebied. Populatie Aantal exemplaren Kop-romplengte (mm) Staartlengte (mm) Voorarm-lengte (mm) Tibialengte (mm) Oorlengte (mm) Lichaamsgewicht (g) Natuna(H. d. natunensis)Chasen, F.N. 1940. A handlist of Malaysian mammals. Bulletin of the Raffles Museum 15:i-xx+1-209. 1 (holotype) - 48 88 33,5 23 - Borneo(H. d. nobilis)Chasen, F.N. & Kloss, C.B. 1931. On a collection of mammals from the lowlands and islands of North Borneo. Bulletin of the Raffles Museum 6:1-82. 1 - - 81 33 - - Bali(H. d. nobilis) 7 - - 87,5-93,0 (90,3) - - - Java(H. d. nobilis) 24 - - 80,0-90,7 - - - Timor(H. d. diadema) 2 81-95 54-55 82,3-86,2 - 30-31 - Tanimbar-eilanden(H. d. diadema) 7 - - 77,4-83,4 - - 39,0-42,0 Noord-Celebes(H. d. speculator) 2 - - 85,3-86,5 - 33,4-34,3 31,5 Sangihe-eilanden(H. d. speculator) 1 - - 79,1 - 32,4 - Talaud-eilanden(H. d. speculator) 1 - - 85,1 - 33,0 - Nieuw-Guinea(H. d. griseus) 7(2 ♀ en 5 ♂) 81-89 (♀: 84,4; ♂: 82,2) 41-52,4 (♀: 51,8; ♂: 48,8) 75,4-81,2 (♀: 81,1; ♂: 77,7) - 26-29,8 (♀: 29,1; ♂: 28,1) 33,5-43 (♀: 38,8; ♂: 36,5) Luzon(H. d. griseus)Heaney, L.R., Balete, D.S., Rickart, E.A., Utzurrum, R.C.B. & Gonzales, P.C. 1999. Mammalian diversity on Mount Isarog, a threatened center of endemism on southern Luzon Island, Philippines. Fieldiana Zoology (n.s.) 95:1-62. 3 - 45-50 (47) 78-83 (81) - 28-30 (29) 31-50 (39,7) Australië(H. d. reginae) - 74-96 (84) - 77-85 (82) - 25-30 (26) 34-53 (44) Misima (H. d. ssp.) 8 - - 65-72 - - - Kiriwina(H. d. trobrius) 3 - - 72-75 - - - Nieuw-Brittannië(H. d. oceanitis) 10 (5 ♀ en 5 ♂) 77,1-90,5 (♀: 84,4; ♂: 82,2) 46,0-59,8 (♀: 50,5; ♂: 58,7) 72,5-92,0 (♀: 76,3; ♂: 78,0) 31,2-36,0 (♀: 33,5; ♂: 34,2) 25,2-29,0 (♀: 27,4; ♂: 27,7) 34,0-42,0 (♀: 38,6; ♂: 34,8) Voormalige ondersoorten H. demissus 10 (5 ♀ en 5 ♂) 64,8-70,3 (♀: 67,6; ♂: 68,2) 34,1-42,6 (♀: 38,4; ♂: 36,9) 64,0-67,6 (♀: 65,2; ♂: 66,3) 26,5-28,1 (♀: 27,1; ♂: 27,6) 20,6-24,5 (♀: 23,1; ♂: 22,7) 22,3-27,0 (♀: 24,8; ♂: 24,9) H. inornatus - 75-79 (77) - 68-73 (71) - 23-27 (25) 22-35 (26,5)

Leefwijze en gedrag thumb|Net als veel andere vleermuizen is Hipposideros diadema 's nachts actief. thumb|De schedel van de vleermuis is aangepast op het eten van insecten. A= onderaanzicht van de schedel en bovenkaak B= Zij-aanzicht van de schedel C= Bovenaanzicht van de onderkaak Net als veel andere vleermuizen zijn ook de leden van deze soort 's nachts actief. Vanuit zijn slaapplaats vliegt het dier maximaal 10 kilometer naar het gebied waar het foerageert. Zoals de meeste vleermuizen jaagt de Maleise bladneusvleermuis voornamelijk op vliegende insecten, die op de vleugel worden gevangen.

De Maleise bladneusvleermuis is een zeer behendige vlieger die zich in veel gebieden heeft aangepast aan het jagen op open plekken in bossen. De vleermuis maakt meestal slechts korte vluchten waarbij het dier in een hinderlaag wacht tot er zich een prooi aandient. Vaak wordt gefoerageerd boven kleine riviertjes in beboste gebieden, vliegen over open water wordt echter vermeden. De vleermuis produceert met behulp van de neus en de neusvleugels een geluid dat varieert van 50 tot 58 kilohertz om prooien op te sporen. Van een aantal vlinders is bekend dat ze eveneens geluiden kunnen waarnemen, variërend van twintig tot vijftig kilohertz, om zo de aanvallende vleermuizen aan te horen komen en zo proberen te ontwijken.

Voedsel De soort voedt zich vooral met grotere insecten, als sprinkhanen, nachtvlinders en kevers. Arkive.org: Diadem roundleaf bat (Hipposideros diadema) Het dier kan de gevangen prooi in zijn wangzakken opslaan. Soms worden ook wel spinnen en zelfs kleine vogels buitgemaakt. Bij prooidieren met een hard exoskelet worden alleen de zachtere delen gegeten, de hardere delen zoals de vleugels en poten wordt afgebroken en gedumpt. Op de afbeelding rechts zijn drie geconserveerde exemplaren uit de collectie van het Naturalis Biodiversity Center. A = onderzijde exclusief onderkaak, B = laterale zijde van de schedel, C = bovenzijde van de onderkaak.

Vijanden Belangrijke vijanden van de dieren in vlucht zijn waarschijnlijk grote roofvogels zoals uilen. Als ze zich hangend aan het plafond in grotten rusten worden ze vermoedelijk belaagd door slangen en rovende zoogdieren zoals de Maleise civetkat (Viverra tangalunga). Daarnaast worden de dieren belaagd door verschillende parasieten, waarmee ze in aanraking komen door het eten van aasetende insecten. Een parasitaire infectie kan vervolgens worden doorgegeven aan andere individuen binnen een populatie.

Ecologie