Binjamin Ze'ev Ben Jaakob (Theodor) Herzl (Hebreeuws: בנימין זאב הרצל, Binyamin Ze'ev Herzl; Hongaars: Herzl Tivadar) (Boedapest, 2 mei 1860 - Edlach, Reichenau an der Rax, 3 juli 1904) was een Oostenrijks-Hongaars joods ideoloog, journalist en publicist. Hij wordt als de vader van het moderne zionisme beschouwd.
Vroege leven en studie Theodor Herzl werd geboren in het Hongaarse gedeelte van de toenmalige dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije als zoon van Jacob Herzl en Jeanette Diamant, die in 1858 gehuwd waren. Zijn moeder kwam uit een textielfamilie en dweepte met de Duitse cultuur. Zijn vader was reeds een welgesteld zakenman die duidelijk wilde laten weten Hongaar te zijn. In 1859 kregen zij een dochter, Pauline. Zijn ouders waren niet orthodox, maar vierden in elk geval wel de joodse feesten. Theodor werd dan ook besneden en kreeg van de rabbijn de namen Benjamin Zeev. Later ging hij naar een joodse instelling voor lager onderwijs.
Zijn ouders stimuleerden hem om zijn talenten te benutten en goede prestaties te leveren. Met beiden had hij een goede band.Theodor Herzl, Paul Morren, Garant, Antwerpen/Apeldoorn, 2004, blz. 47 Na de Normalschule ging hij eerst naar een technisch college, maar algauw stapte hij over naar het Evangelisches Gymnasium (hoewel hij altijd een technische belangstelling zou houden). Al op dertienjarige leeftijd gaf hij blijk van literair talent. Hij schreef toen zijn eerste verzen en speelde met zijn zus toneelstukjes die hij zelf had bedacht.Ibidem, blz. 49
Op 7 februari 1878 overleed zijn zus aan tyfus. Eerder was zijn eerste liefde Madeleine Kurz al overleden. In hetzelfde jaar verhuisde hij met zijn familie naar Wenen. Op de universiteit studeerde hij vervolgens rechten en werd hij zelfs lid van een sterk nationalistische Burschenschaft. In 1884 promoveerde hij er tot doctor.
Als student had hij enkele antisemitische ervaringen. Hij moest zelfs ontslag nemen bij zijn studentenclub na een anti-joodse manifestatie. Na een moeizame aanloop had hij enkele successen als schrijver van toneelstukken.
Na zijn studie begon Herzl een journalistieke loopbaan bij de Oostenrijkse krant Neue Freie Presse. Voor dit blad werkte hij eerst in Wenen en later in Parijs. In beide steden kwam hij onder de indruk van het felle antisemitisme dat er heerste. Vooral de rechtszaak van Dreyfus in Frankrijk waarvan hij verslag uitbracht, maakte diepe indruk op hem. Assimilatie van de joden in Europa kwam hem daardoor voor als een illusie, de enige oplossing was volgens hem de oprichting van een eigen Joodse staat. Hij schreef: "Het beloofde land ligt daar waarheen wij het dragen. De Joden die het willen, zullen hun staat hebben, en zij zullen die ook verdienen."Mak, Geert (2004) In Europa. Reizen door de 20e eeuw. Uitgeverij Atlas Contact Hiertoe publiceerde hij in 1896 het boek Der Judenstaat (= De Jodenstaat), waarin hij de aanzet gaf tot het georganiseerd zionisme. Hij argumenteerde dat het probleem dat joden ondervonden een nationaal en geen individueel probleem was. Bovendien ging hij niet uit van een op de joodse godsdienst geënt religieus zionisme, maar was zijn zionisme seculier van aard. thumb|Theodor Herzl tijdens het Eerste Zionistische Congres in Bazel (1897)
Zaak-Dreyfus De anti-Dreyfuspers in Frankrijk schreef dagelijks over de perfide rol van 'het syndicaat', een groot complot van de joden, vrijmetselaars, socialisten en buitenlanders, die Frankrijk wilden verscheuren met list, bedrog, omkoping en vervalsing. Toen Dreyfus werd gedegradeerd, schreeuwde een menigte voor de hekken: À mort, à mort les juifs! (= Dood aan de joden). Herzl was in die tijd in Parijs de correspondent voor de Weense krant Neue Freie Presse. Hij was zo geschokt dat hij naar huis ging en de eerste zinnen schreef van zijn traktaat Der Judenstaat: de joden moesten een eigen staat krijgen. De allereerste kiem van het ontstaan van de staat Israël ligt hier, in de zaak-Dreyfus.
Oprichting van de zionistische beweging Herzls boek Der Judenstaat vertoonde weliswaar overeenkomsten met dat van Leon Pinsker, die enige decennia eerder met zijn "Autoemanzipation" soortgelijke gedachten had verspreid, maar het bijzondere van Herzl was dat hij persoonlijk een zionistische beweging oprichtte en in deze beginfase een van de weinige joden was die de noodzakelijke maatregelen met betrekking tot de organisatie van de zionistische bijeenkomsten nam en contacten met staatshoofden uit het Duitse Rijk, het Ottomaanse Rijk en het Verenigd Koninkrijk onderhield.
Zijn ideeën sloegen vrijwel meteen aan bij een minderheid onder de joden in Europa, die veel te lijden hadden onder het aanhoudend racisme. Joden werden als groep en vaak ook als individuelen gediscrimineerd door een hoogtijvierend nationalisme, met name in Rusland. Vanuit Oost-Europa was inmiddels een lokaal georganiseerde, kleine emigratiestroom naar Palestina ontstaan - naast een grote emigratie naar Noord-Amerika - in verband met de pogroms die vrij frequent joodse slachtoffers eisten en het verbranden van joods bezit tot gevolg hadden.
Aanvankelijk was niet zeker waar de staat het best gesticht zou kunnen worden. In Der Judenstaat noemde Herzl twee mogelijkheden die hij als het meest reëel zag: Palestina en Argentinië. Diverse plaatsen, zoals Oeganda en Suriname, werden door koloniale heersers voorgesteld. Echter, al bij het eerste Zionistisch Congres, dat in 1897 in de Zwitserse stad Bazel werd gehouden (het congres kwam door zijn toedoen tot stand, en ook tegenwoordig worden deze congressen nog georganiseerd) bleek een voorkeur te bestaan Palestina als plaats van vestiging te kiezen, waartoe vooral afgevaardigden uit Oost-Europa om religieuze redenen verzochten. Herzl kon zich hierin vinden, zij het dat hij een andere vestigingsplaats ook acceptabel vond, en in 1903 alsnog een keuze voor Oeganda verdedigde.
Der Judenstaat
Eind 1895 schreef Herzl Der Judenstaat. Het kleine boek werd gepubliceerd op 14 februari 1896 in Leipzig (Duitsland) en Wenen (Oostenrijk) door Max Breitensteins Verlagsbuchhandlung. Het heeft als ondertitel: "Versuch einer modernen Lösung der Judenfrage" (= "Poging tot een moderne oplossing voor het Joodse vraagstuk").
Herzls oplossing is de creatie van een Joodse staat. In zijn boek schetst hij zijn redenering voor de noodzaak om de historische Joodse staat te herstellen. Herzls ideologie klinkt als volgt: "We zijn één land - één volk". In zijn boek is duidelijk te merken dat Herzl gefrustreerd is over het feit dat het Joodse volk nergens thuis hoort en verstoten wordt. Hij pleit er dan ook zeer gedreven voor dat het Joodse volk aan een eigen staat moet gaan werken, waarbij hij vooral aan Palestina of (een deel van) Argentinië denkt. De hiernavolgende passages zijn hier een duidelijk voorbeeld van:
"We hebben oprecht geprobeerd op te gaan in de ons omringende gemeenschappen en slechts het geloof van onze vaderen te behouden. Het is ons niet toegestaan. Vergeefs zijn wij loyale patriotten, vergeefs brengen wij dezelfde offers van goed en bloed als onze medeburgers, vergeefs doen wij moeite om de roem van onze vaderlanden in kunsten en wetenschappen en hun rijkdom door handel en verkeer te verbeteren. In onze vaderlanden waar wij eeuwen geleefd hebben worden wij nog steeds voor vreemdelingen uitgekreten, dikwijls door mensen wier families nog niet in het land waren toen onze vaders daar al zuchtten (...)"
Herzl noemt zijn plan “unendlich einfach”.Der Judenstaat, Theodor Herzl in: Wenn ihr wollt, ist es kein Märchen, herausgegeben und eingeleitet von Julius Schoeps, Jüdischer Verlag im Athenäum Verlag, Kronberg/Ts, 1978, blz. 211-213 Men geve ons de soevereiniteit over een stuk aardoppervlak dat bij de behoeften van ons volk past, voor de rest zullen wij zelf zorgen. Men moet zich de emigratie van de joden (…) niet voorstellen als één grote volksverhuizing. Het zal geleidelijk gaan en tientallen jaren in beslag nemen. Allereerst gaan de armsten om het land te ontginnen. Herzl ziet dan een samenleving ontstaan. (…) Het land neemt toe in waarde. De joden zullen snel inzien dat voor hun (… )(in Europa gehate) ondernemingslust een nieuw blijvend gebied ontsloten is. De joden, die zich tot onze staatsidee bekennen, verzamelen zich om de Society of Jews. Deze krijgt daardoor tegenover regeringen de autoriteit om in naam van de joden te spreken en te onderhandelen. Zij wordt (...) als staatsvormende macht erkend. Daarmee is de staat eigenlijk al gevormd. Tonen de wereldmachten zich bereid (…) dan gaat de Society over het te nemen land onderhandelen. Twee gebieden komen in aanmerking: Palestina en Argentinië. Vervolgens waarschuwt Herzl ervoor het gebied (dat het wordt) niet “geleidelijk” te “infiltreren”. Dat zal slecht aflopen: want het komt regelmatig voor dat de regering, daartoe geprest door de zich bedreigd voelende bevolking, een verdere toevloed van joden verhindert. Emigratie heeft pas zin op basis van onze zekergestelde soevereniteit. De Society of Jews zal met het landsbestuur onderhandelen en wel unter dem Protektorate der europaïschen Mächte, zodra die de zaak begrijpen. Een Joodse staat zal voor de buurlanden groot voordeel hebben.
"Palestina is ons onvergetelijk historisch thuisland (...)"
"Argentinië is een van de natuurlijk rijkste landen op aarde, met een reusachtige oppervlakte, met weinig bevolking en een gematigd klimaat. De Argentijnse Republiek zou er het grootste belang bij hebben ons een stuk grondgebied af te staan."
"De Joden die het echt willen, zullen hun eigen staat krijgen. Zo zullen wij tenminste leven als vrije mensen op onze eigen grond, en vredig sterven in onze eigen woningen. De wereld zal bevrijd worden door onze vrijheid, verrijkt worden door onze rijkdom en versterkt worden door grootheid (...)"
Altneuland Herzls laatste literair werk, Altneuland (= Het Oude Nieuwe Land), daterend uit 1902, is een roman gewijd aan het zionisme. Herzl besteedde drie jaar van zijn vrije tijd aan het schrijven van dit boek. Het is meer een voorspelling dan een roman en beschrijft wat kan worden verwezenlijkt binnen één generatie. De roman geeft de visie van Herzl op een Joodse staat weer, en wordt daarmee een van de teksten die aan de basis staan van het zionisme. Altneuland is geschreven voor zowel joden als niet-joden: zo wilde Herzl de niet-joodse opinie winnen voor het zionisme.
Herzl stelde zich een Joodse staat voor die een combinatie was van een moderne joodse cultuur, gecombineerd met het beste van het Europese erfgoed. Herzl noemde zijn model "Mutualisme", en het was gebaseerd op een gemengde economie, met publiek bezit van het land en natuurlijke bronnen, landbouwsamenwerkingen, sociale welvaart, wat overeenkwam met communistische of socialistische visies, hoewel ook privébezit werd aangemoedigd. Als echte modernist verwierp Herzl het Europese klassensysteem, maar bleef hij het Europese culturele erfgoed trouw. Hij ging er ook van uit dat er meerdere talen zouden worden gesproken, maar Hebreeuws zou niet de hoofdtaal zijn. Voorstanders van een joodse culturele wedergeboorte, zoals Ahad Ha'am, waren kritisch ingesteld ten opzichte van Altneuland.
In het boek voorzag Herzl geen conflict tussen joden en Arabieren. Een van de personages is een ingenieur uit Haifa, Reshif Bey geheten. Hij is een van de leiders van de 'Nieuwe Gemeenschap' en hij is zijn joodse buren zeer dankbaar voor het verbeteren van de economie van Palestina en ziet geen reden tot conflict: alle niet-joden hebben immers gelijke rechten. De hoofdplot in de roman is dan ook de poging van een fanatieke rabbi om de niet-joodse burgers te ontzetten uit hun rechten.