Elio Di Rupo (Morlanwelz, 18 juli 1951) is een Belgische politicus voor de Parti Socialiste (PS). Van 6 december 2011 tot 11 oktober 2014 was hij premier van België en werd meermaals minister en minister-president van de Waalse Regering.

Achtergrond, opleiding en eerste politieke stappen Di Rupo is de jongste zoon in een kroostrijk gezin van Italiaanse immigranten. Zijn ouders waren afkomstig uit San Valentino in Abruzzo Citeriore in de regio Abruzzen. Elio was de enige van het gezin die in België geboren werd; zijn broers en zussen werden allen in Italië geboren. Toen hij een jaar oud was, overleed zijn vader nadat hij werd aangereden door een tankwagen en moest zijn moeder alleen voor de zeven kinderen zorgen. Om financiële redenen werden drie kinderen in een nabijgelegen weeshuis geplaatst. Zijn jeugd bracht Di Rupo door in Morlanwelz.

In 1970 voltooide Di Rupo de humaniora, na studies aan het Atheneum en daarna het Technisch Instituut van Morlanwelz, waarna hij met een studiebeurs wetenschappen ging studeren aan de Université de Mons-Hainaut in Bergen. In 1975 behaalde hij er een licentiaatsdiploma in de scheikunde en in 1978 een doctoraat in de scheikunde, met als titel De studie van het reactieve sinteren van zirkonium- en aluminiumoxide-alfa. Van 1975 tot 1977 werkte Di Rupo als wetenschappelijk onderzoeker aan de Université de Mons-Hainaut en van 1977 tot 1978 werkte hij als assistent en lector aan de Universiteit van Leeds in het Verenigd Koninkrijk. Van 1978 tot 1979 was Di Rupo assistent op de Dienst Algemene Chemie en Materiaalwetenschappen van de Université de Mons-Hainaut, van 1979 tot 1982 wetenschappelijk onderzoeker aan het Institut interuniversitaire des matériaux en van 1982 tot 1985 onderzoeksdirecteur aan de Université de Mons-Hainaut. Van 1989 tot 2006 was hij aan deze universiteit ook hoofddocent aan de Faculteit Psychopedagogische Wetenschappen.

In 2015 kreeg hij een eredoctoraat in de internationale politieke en administratieve wetenschappen aan de universiteit van het Italiaanse Teramo.

Politieke carrière Kabinetsmedewerker Tijdens zijn universitaire studies kwam Di Rupo voor het eerst in contact met de socialistische beweging. In 1977 werd hij actief bij de jongerenafdeling van de PS, waar hij werd opgemerkt door partijkopstuk Robert Urbain, die hem in 1978 uitnodigde om een federaal congres van de PS bij te wonen. Van 1981 tot 1982 werkte hij als kabinetsmedewerker van Jean-Maurice Dehousse, toenmalig Waals minister van Economie, en daarna was hij van 1982 tot 1985 attaché en van maart tot juli 1985 adjunct-kabinetschef van Waals minister van Begroting en Energie Philippe Busquin. Na zijn periode als kabinetsmedewerker was Di Rupo van 1985 tot 1987 hoofdinspecteur bij de energie-inspectie van het ministerie van het Waals Gewest.

Lokale politiek in Bergen Zijn eerste verkozen politiek mandaat kwam er in oktober 1982, toen hij tot gemeenteraadslid van Bergen verkozen werd. In oktober 1986 werd hij in die stad schepen voor Gezondheid, Stadsvernieuwing en Sociale zaken en bleef dit tot in maart 1988, enkele maanden nadat hij was verkozen tot volksvertegenwoordiger. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 1988 behaalde Di Rupo het meeste aantal voorkeurstemmen op de PS-lijst in Bergen, waarmee hij stukken beter scoorde dan lijsttrekker Maurice Lafosse. Hij schoof zichzelf daarop naar voren als kandidaat-burgemeester, maar werd daarin niet gesteund door de lokale afdeling. Di Rupo aanvaardde geen schepenambt en werd fractieleider in de gemeenteraad. Begin 2001 volgde hij Lafosse uiteindelijk op als burgemeester van Bergen, hetgeen hij bleef tot in december 2018.Fiche Di Rupo, connaitrelawallonie.be. Van 2005 tot 2007 en van 2011 tot 2014 moest Di Rupo zich gedurende zijn ministeriële functies laten vervangen als burgemeester, omdat een combinatie van het burgemeesterschap met een ministerfunctie wettelijk is verboden.

Bij de lokale verkiezingen van oktober 2018 was hij in Bergen lijstduwer en haalde eerste schepen Nicolas Martin er als lijsttrekker meer voorkeurstemmen. Di Rupo liet de sjerp dan ook over aan Martin. Wel bleef hij tot in december 2024 in de gemeenteraad van Bergen zetelen.

Parlementslid In december 1987 werd Elio Di Rupo voor het arrondissement Bergen verkozen in de Kamer van volksvertegenwoordigers. Door de toen bestaande dubbelmandaten kwam hij hierdoor eveneens in de Waalse Gewestraad en Franse Gemeenschapsraad terecht. In de Kamer was Di Rupo lid van de commissies Financiën (1988-1989), Justitie (1988-1989) en Handels- en Economisch Recht (1989), in de Waalse Gewestraad lid van de commissies Energie, Leefmilieu en Landbouw (1988-1989) en Economie, KMO's en Openbaar Ambt (1989).

Bij de Europese verkiezingen in juni 1989 bekleedde Elio Di Rupo de eerste opvolgersplaats op de PS-lijst. Omdat de verkozen Anne-Marie Lizin aan haar mandaat verzaakte, kon hij in juli 1989 zitting nemen in het Europees Parlement, waardoor hij ontslag moest nemen uit zijn nationale parlementaire mandaten. Di Rupo bleef Europarlementslid tot in december 1991 en zetelde in de commissie Milieubeheer, Volksgezondheid en Consumentenbescherming, waarna hij terugkeerde naar de nationale politiek. Bij de verkiezingen van november 1991 werd hij immers verkozen tot rechtstreeks gekozen senator voor het arrondissement Bergen-Zinnik. Di Rupo bleef lid van de Senaat tot in mei 1995 en maakte toen de overstap naar de Kamer van volksvertegenwoordigers.

De PS-politicus bleef Kamerlid tot in januari 2001, van juni 1995 tot juni 1999 en van juli 1999 tot april 2000 onderbroken door zijn ministeriële functies, en nam toen ontslag om zich aan zijn functies als burgemeester van Bergen en partijvoorzitter te wijden. Van mei 2003 tot juni 2009 zetelde Di Rupo voor de kieskring Henegouwen opnieuw in de Kamer, weliswaar van oktober 2005 tot juni 2007 onderbroken door zijn functie als Waals minister-president. Na de Waalse verkiezingen van juni 2009 zetelde Di Rupo tot in juni 2010 een jaar lang voor het arrondissement Bergen in het Waals Parlement en het Parlement van de Franse Gemeenschap. In juni 2010 werd Di Rupo opnieuw verkozen in de Kamer van volksvertegenwoordigers, om er tot aan het begin van zijn premierschap in december 2011 te zetelen. Na de verkiezingen van mei 2014 werd hij weer Kamerlid en bij de federale verkiezingen van mei 2019 werd hij een laatste keer verkozen als lijsttrekker voor zijn partij in de kieskring Henegouwen. In september 2019 kwam zijn lidmaatschap van de Kamer ten einde toen hij Waals minister-president werd.

Bij de Europese verkiezingen van juni 2024 was Di Rupo lijsttrekker voor zijn partij.Elio Di Rupo trekt Europese lijst van de PS en verlaat dus (wellicht) de Belgische politiek, VRT NWS, 17 december 2023. Met 181.797 stemmen werd hij verkozen voor het Europees Parlement. De PS-politicus trad er toe tot de commissie Buitenlandse Zaken en de subcommissie (vanaf januari 2025 commissie) Veiligheid en Defensie.

Ministerschappen In januari 1992 nam Elio Di Rupo op 40-jarige leeftijd in de regering van de Franse Gemeenschap zijn eerste ministerfunctie op met Onderwijs en vanaf mei 1993 ook Audiovisuele Media en Openbaar Ambt onder zijn bevoegdheid. Als minister voerde hij met zijn collega-minister van Hoger Onderwijs Michel Lebrun een belangrijke hervorming door in het Franstalig onderwijs.

Toen de PS-ministers Guy Coëme, Guy Spitaels en Guy Mathot in januari 1994 aftraden omdat ze genoemd werden in het Agustaschandaal, een corruptiezaak rond de aankoop van legerhelikopters, stapte Di Rupo over naar de federale regering als vicepremier en minister van Verkeer en Overheidsbedrijven, twee functies waarin hij Guy Coëme opvolgde. Na de verkiezingen van mei 1995 bleef Di Rupo in juli 1995 vicepremier in de regering-Dehaene II. Als vakminister werd hij tot in juli 1999 bevoegd voor Economische en Telecommunicatie en had hij vanaf juli 1998 ook Buitenlandse Handel als bevoegdheid. Als federaal vicepremier werkte Di Rupo mee aan de uitvoering van het Globaal Plan, het sociaal-economisch herstelplan dat België in de eurozone moest loodsen. Ook kreeg hij de gedeeltelijke privatisering van telecombedrijf Belgacom op zijn bord, net als de onderhandelingen die leiden tot de verkoop van vliegmaatschappij Sabena aan het Zwitserse Swissair. Daarnaast beheerde hij de dossiers rond de aanpak van de schuldenproblematiek bij de spoorwegmaatschappij NMBS en de reorganisatie van De Post.

Beschuldigingen van pedofilie In de nasleep van de zaak-Dutroux, het pedofilieschandaal dat het vertrouwen in de politieke en gerechtelijke instellingen ernstig onder druk zette, lekte in november 1996 uit dat hij ervan werd beschuldigd seksuele betrekkingen te hebben gehad met een minderjarige. Het Hof van Cassatie opende met toestemming van een bijzondere commissie in de Kamer een gerechtelijk onderzoek. Di Rupo hield zijn onschuld staande en ontkende met klem de beschuldigingen. Omdat de situatie voor de federale regering onhoudbaar dreigde te worden door de intensiteit van de verdachtmakingen, zou premier Jean-Luc Dehaene aan Di Rupo gevraagd hebben om af te treden, maar zegde hem toch zijn steun toe toen hij dit niet deed. "Waarom is reden affaire-Trusgnach nooit degelijk onderzocht?", deredactie.be, 18 februari 2014 Na het gerechtelijke onderzoek, dat in december 1996 werd afgerond, bleek dat de beschuldigingen nergens op gebaseerd waren. De persoon die Di Rupo had beschuldigd, ene Olivier Trusgnach, bleek de aantijgingen volledig te hebben verzonnen.Britten openen klopjacht op Olivier Trusgnach

Partijvoorzitter en Waals minister-president Na de federale en regionale verkiezingen van juni 1999, waarbij mede door de dioxinecrisis de christendemocraten zware verliezen leden, voerde Di Rupo mee de onderhandelingen met de Vlaamse socialisten van de sp.a, de liberalen en de groenen voor de vorming van de paarsgroene regering-Verhofstadt I. Zelf nam hij de functie van minister-president van het Waals Gewest op, waarbij hij tevens werd belast met de bevoegdheden Structurele Fondsen en Internationale Betrekkingen, maar reeds in oktober van dat jaar verkozen de partijleden hem tot partijvoorzitter als opvolger van Philippe Busquin en in april 2000 nam hij ontslag als minister-president ten voordele van Jean-Claude Van Cauwenberghe. Tijdens zijn korte minister-presidentschap lanceerde hij het "Toekomstcontract voor Wallonië", die de reconversie van de Waalse economie moest stimuleren en zich richtte op een diversifiëring van de economie met een focus op duurzame ontwikkeling. In 2002 kreeg Di Rupo de eretitel Minister van Staat. Ook is hij ridder in de Leopoldsorde en was hij vanaf november 1999 ondervoorzitter van de Socialistische Internationale en in 2002 lid van de Conventie over de Toekomst van Europa.