thumb|Zicht op het gedeelte ten zuiden van de A76 vanuit een vliegtuig
Chemelot is een groot geïntegreerd industrie- en kenniscomplex voor de chemische industrie en materialentechnologie in de Nederlandse provincie Limburg. Het terrein ligt hoofdzakelijk in de gemeente Sittard-Geleen, tussen Geleen en Stein, rondom het knooppunt Kerensheide van de A2 en A76. De haven- en afvalwaterzuiveringsvoorzieningen liggen deels in de gemeente Stein.
Chemelot bestaat uit het Chemelot Industrial Park en de Brightlands Chemelot Campus. De site beslaat meer dan 880 hectare en omvat ongeveer zestig fabrieken. Volgens Chemelot waren er in 2026 meer dan 200 bedrijven en organisaties gevestigd en werkten er circa 8.500 medewerkers, 3.000 kennismedewerkers en 1.200 studenten. Het industriepark is sterk geïntegreerd: fabrieken wisselen grondstoffen, tussenproducten, energie en andere voorzieningen uit en maken gebruik van gezamenlijke infrastructuur en dienstverlening.
Chemelot maakt deel uit van het zogeheten ARRRA-cluster, de chemische industriezone Antwerpen–Rotterdam–Rijn–Ruhr.
Geschiedenis
Staatsmijn Maurits thumb|Het voormalige hoofdkantoor van Staatsmijn Maurits
De voorgeschiedenis van Chemelot ligt bij de Staatsmijn Maurits. De voorbereidingen voor de aanleg van de mijn begonnen in 1915. Het hoofdkantoor werd in 1924 gebouwd. Het gebouw, dat gedeeltelijk werd ontworpen door architect J.H.W. Leliman en invloeden van de Amsterdamse School vertoont, is het laatste bewaard gebleven hoofdgebouw van de vier oorspronkelijke Nederlandse staatsmijnen en is aangewezen als rijksmonument.
De officiële opening van Staatsmijn Maurits vond plaats op 1 januari 1926. Chemelot gebruikt deze datum als het beginpunt van de geschiedenis van de huidige locatie. De Maurits groeide uit tot een zeer grote en voor haar tijd moderne tweeschachtenmijn. In de jaren vijftig werkten er duizenden mensen onder- en bovengronds.
De steenkool uit de Maurits was voor een belangrijk deel geschikt voor industriële verwerking tot cokes. Hierdoor ontwikkelde zich naast de mijnbouw al vroeg een chemisch-industrieel complex. De daaruit voortgekomen chemische activiteiten bleven bestaan nadat de kolenwinning was beëindigd.
Tot de nog aanwezige herinneringen aan de mijnperiode behoren het voormalige hoofdkantoor, de constructiewerkplaats, de watertoren, de Mauritsberg, het Mijnmonument, het Mozaïekmonument Mijn Maurits en het Barbaramonument.
Tweede Wereldoorlog In de nacht van 5 op 6 oktober 1942 werd de Staatsmijn Maurits met de omliggende bebouwing getroffen tijdens een Britse luchtaanval. De bommenwerpers hadden Duitse doelen moeten aanvallen maar kwamen boven Zuid-Limburg terecht. De mijn raakte zwaar beschadigd en lag ongeveer een week geheel stil; pas na ongeveer zeven maanden was de normale productie hersteld. In Geleen kwamen 83 mensen om het leven en in Zuid-Limburg als geheel bijna honderd.
Op 1 september 1944 werd de grote gashouder bij de cokesfabriek door een geallieerd vliegtuig in brand geschoten. Hierdoor kwam de productie van cokesgas en daarmee een belangrijk deel van de chemische productie stil te liggen.
De Nederlandse regering besloot in 1965 tot beëindiging van de steenkolenwinning. Staatsmijn Maurits sloot in 1967. De chemische productie op het terrein werd daarentegen voortgezet en verder uitgebreid.
Uitbouw tot chemisch complex van Staatsmijnen en DSM thumb|Petrochemische installaties op het voormalige DSM-terrein, later onderdeel van SABIC
De overgang van mijnbouw naar chemie begon al vóór de sluiting van de mijn. In 1929 werd een cokesfabriek in bedrijf genomen. Bij de verwerking van de kolen ontstond cokesovengas, dat onder meer als grondstof voor de productie van ammoniak kon worden gebruikt. Daarmee ontstond de basis voor de grootschalige productie van stikstofhoudende kunstmest.
Een belangrijke rol in de verdere ontwikkeling van de chemische activiteiten speelde het Centraal Laboratorium van de Staatsmijnen. Het laboratorium werd in 1940 geopend en groeide onder leiding van onder anderen Gerrit Berkhoff en later Dirk van Krevelen uit tot een belangrijk centrum voor industrieel chemisch onderzoek. Onderzoekers werkten er onder meer aan reactorkunde, fysische technologie, katalyse en polymeren. Onderzoek op de locatie droeg later bij aan onder andere de ontwikkeling van Dyneema en Stanyl en aan verbeteringen van processen voor de productie van caprolactam en ureum.
De onderzoeksorganisatie groeide sterk. In 1945 werkten er ongeveer tweehonderd onderzoekers; in de jaren zestig waren dat er meer dan duizend. Delen van het voormalige Centraal Laboratorium zijn later opgenomen in de Brightlands Chemelot Campus. In juni 2025 wees de Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging het complex aan als de achtste locatie van het Nationaal Chemisch Erfgoed.
Na de Tweede Wereldoorlog werd het terrein verder ontwikkeld voor de productie van chemische grondstoffen en materialen. Er verschenen installaties voor onder meer ureum, caprolactam, polyetheen, EPDM, melamine en lysine. De activiteiten maakten deel uit van de geleidelijke verandering van de Staatsmijnen, later DSM, van een mijnbouwonderneming in een internationaal chemieconcern.
In 1973 werd de bereikbaarheid van het terrein verbeterd door de voltooiing van knooppunt Kerensheide, waar de A2 en A76 elkaar kruisen. Vanaf de jaren zeventig richtte DSM zich naast bulkchemie in toenemende mate op fijnchemie en hoogwaardige materialen. Op het terrein kwamen onder meer activiteiten rond voedingsingrediënten, farmaceutische grondstoffen en technische kunststoffen. In de jaren tachtig werden er onderzoeks- en productieactiviteiten ontwikkeld voor onder meer Dyneema, aspartaam en technische kunststoffen.
In 1985 vestigde Carbolim zich als een van de eerste afzonderlijke ondernemingen op het tot dan toe vrijwel volledig door DSM gebruikte terrein. Het bedrijf produceert vloeibare koolstofdioxide die afkomstig is uit industriële processen op Chemelot. Vanaf het einde van de jaren tachtig verkocht DSM verschillende productieactiviteiten aan andere ondernemingen. Daarmee ontstond geleidelijk een terrein met meerdere industriële eigenaren en gebruikers.
DSM-ramp van 1975
Op 7 november 1975 vond tijdens het opstarten van naftakraker NAK II de DSM-ramp plaats. Door een breuk in een leiding ontsnapte ongeveer 5.500 kilogram van een mengsel van onder meer propaan, propeen, butaan en butadieen. Het gas vormde met de lucht een explosieve wolk, die bij een van de kraakfornuizen ontbrandde. De explosie kostte veertien mensen het leven en verwondde meer dan honderd anderen. De naftakraker werd grotendeels verwoest en een groot deel van het naastgelegen tankpark brandde uit.
Het technische onderzoek wees aanvankelijk twee mogelijke oorzaken voor de leidingbreuk aan, maar stelde toen nog niet vast welke daarvan de oorspronkelijke breuk had veroorzaakt. Nabestaanden en een journalist voerden later langdurige procedures om openbaarmaking van het interne onderzoeksrapport van DSM te verkrijgen. In 2002 oordeelde de Raad van State dat het rapport, met uitzondering van vertrouwelijke bedrijfsgegevens en persoonsgegevens, openbaar moest worden gemaakt. De ramp was tevens een belangrijke aanleiding voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse rampenbestrijding en de wettelijke verplichting voor gemeenten om rampenplannen op te stellen.
Ontstaan van Chemelot Aan het einde van de jaren negentig besloot DSM zich sterker te concentreren op hoogwaardige materialen, voeding en andere gespecialiseerde activiteiten. In 2000 presenteerde het concern onder de naam Vision 2005 een nieuwe strategie voor de Geleense locatie.
In 2002 verkocht DSM zijn petrochemische activiteiten in Geleen aan het Saoedi-Arabische SABIC. Daardoor veranderde het terrein definitief van een locatie van één concern in een zogenoemde multi-usersite, met verschillende industriële ondernemingen. Vanaf dat moment werd de naam Chemelot voor het terrein gebruikt.
De naam is gevormd met een verwijzing naar chemie en naar Camelot, het legendarische kasteel uit de verhalen rond koning Arthur.
In de daaropvolgende jaren werden ook andere voormalige DSM-activiteiten zelfstandig of kwamen zij in handen van nieuwe eigenaren. De historische integratie van de installaties bleef daarbij voor een belangrijk deel behouden: ondernemingen leveren elkaar grondstoffen, tussenproducten, energie en diensten via een uitgebreid leiding- en infrastructuurnetwerk.
Ontwikkeling van de campus De ontwikkeling van een afzonderlijke kennis- en innovatiecampus begon in de jaren 2000. In 2005 werd een convenant gesloten tussen onder andere DSM, de provincie Limburg, de gemeente Sittard-Geleen en de FNV met als doel het terrein verder open te stellen voor andere ondernemingen. Deze ontwikkeling leidde uiteindelijk tot de institutionele vorming van Chemelot Campus.
Provincie Limburg, Universiteit Maastricht en DSM richtten Chemelot Campus B.V. op. Provinciale documenten noemen 2011 als oprichtingsjaar; de verdere campusontwikkeling kreeg vanaf 2012 haar huidige vorm. De drie partijen namen ieder ongeveer een derde van de aandelen.
Vanaf circa 2014 maakt de locatie deel uit van het netwerk van Brightlands-campussen in Limburg. De campus richt zich op onderzoek, onderwijs en bedrijvigheid op het gebied van onder andere duurzame en circulaire materialen, chemische procestechnologie en biomedische materialen.
Eind 2013 ging het Aachen-Maastricht Institute for Biobased Materials (AMIBM) van start, een samenwerkingsverband van de Universiteit Maastricht en de RWTH Aken. In 2014 werd het voormalige fabrieksgebouw 110 als campusvoorziening in gebruik genomen. Het gebouw kreeg onder meer ontmoetingsruimtes, laboratoriumvoorzieningen en onderwijsfuncties.
Een belangrijk centraal gebouw is Center Court, ontworpen door Ector Hoogstad Architecten. Het biedt onderdak aan onderwijs- en onderzoeksvoorzieningen en gemeenschappelijke campusfaciliteiten. Op de campus zijn daarnaast laboratoria, cleanrooms, pilotinstallaties en gebouwen voor startende en gevestigde ondernemingen gevestigd.
De campus groeide in de jaren 2010 sterk. In 2014 waren er 57 kennisintensieve bedrijven met ongeveer 1.540 werknemers gevestigd. Begin 2019 waren dat ongeveer tachtig bedrijven, 2.000 werknemers en 750 studenten. Deze aantallen zijn historische momentopnamen; de totale Chemelot-site telt tegenwoordig volgens Chemelot ongeveer 3.000 kennismedewerkers en 1.200 studenten.
Terrein en infrastructuur thumb|Opslagtanks op Chemelot
Het Chemelot-complex omvat het Chemelot Industrial Park en de Brightlands Chemelot Campus. Het huidige terrein is groter dan de circa 800 hectare die jarenlang in publicaties werd genoemd; Chemelot vermeldt tegenwoordig een oppervlakte van meer dan 880 hectare.
Tot het complex behoren ook logistieke en utiliteitsvoorzieningen buiten het eigenlijke fabrieksgebied. Daaronder valt de haven van Stein aan het Julianakanaal, die onderdeel is van de Chemelot-vergunning en wordt gebruikt voor de aan- en afvoer van onder meer gassen, vloeibare koolwaterstoffen en droge bulkgoederen. Via de haven wordt jaarlijks ongeveer vijf miljoen ton materiaal overgeslagen.
Ook de Mauritsberg, de voormalige steenberg van de Staatsmijn Maurits, ligt bij het complex.
Chemelot Industrial Park thumb|left|165px|Plastomeerkorrels, geproduceerd in Geleen
Op het industriepark staan ongeveer zestig fabrieken. Chemelot beschreef in 2024 negentien industriële productiebedrijven op het terrein. Tot de huidige bedrijven op Chemelot behoren onder meer SABIC, OCI Nitrogen Europe, Arlanxeo, Fibrant, AnQore, Borealis, Vynova, Envalior, Aurorium, Sekisui S-Lec, Carbolim, LyondellBasell, RWE, Basic Pharma, Air Liquide en Utility Support Group. Daarnaast zijn tientallen technische, logistieke, onderhouds- en dienstverlenende ondernemingen op het terrein actief.