Robrecht I van Vlaanderen (geboren vóór 1028, overleden in 1093) was graaf van het graafschap Vlaanderen van 1071 tot zijn dood. Hij wordt vaak Robrecht de Fries genoemd, omdat hij van 1063 tot 1070 graaf-gemaal van West-Friesland was, in afwachting van de meerderjarigheid van Dirk V.
Jeugd thumb|"Robrecht I" bijgenaamd "de Fries" volgens de Flandria illustrata (1641)
Robrecht was de eerstgeboren zoon van graaf Boudewijn V van Vlaanderen. Zijn moeder is niet bekend; ze was alleszins niet Adela van Mesen want Robrecht wordt vermeld als een halfbroer van Boudewijn VI van Vlaanderen.Giselberti, Chronicon Hanoniensi, MGH Scriptores XXI, 491: Balduinus sepenominatus, princeps illustris et potens, comes Flandrie et Hanonie, fratrem habebat, sed non germanum, Robertum nomine, agnomine vero Frisonem quia in Frisia adultus fuit. In de erfopvolging kregen de (jongere) nakomelingen uit het laatste huwelijk steeds voorrang op de (oudere) nakomelingen uit eventuele voorgaande huwelijken. Om deze reden stond vast dat niet Robrecht maar Boudewijn hun vader moest opvolgen als graaf van Vlaanderen.
Volgens de 11e-eeuwse kroniekschrijver Lambert van Hersfeld trok Boudewijn bij zijn meerderjarigheid (±1042) naar Galicië om mee te vechten in de Reconquista. Hij kreeg een veroverde heerlijkheid toegewezen maar verloor deze titel weer door een Moorse herovering. Hij keerde terug naar Vlaanderen; een tweede expeditie mislukte vanwege een schipbreuk. Daarna zette hij zijn zinnen op Byzantijns Griekenland, maar hij borg zijn plannen op door de gebeurtenissen van 1044–1045.
Graafschap Zeeland Robrecht kon de grafelijke titel niet erven, maar werd wel al vroeg graaf van het graafschap Zeeland (toen nog niet gescheiden in Zeeland Bewestenschelde, onder Vlaamse controle, en Zeeland Beoostenschelde, onder Hollandse controle). Er is gesuggereerd had hij het graafschap als apanage ontving, maar zulks zou betekenen dat zijn vader Boudewijn het gebied had losgemaakt uit het patrimonium van het Huis Vlaanderen, wat binnen dit Huis atypisch was omdat het de positie van latere opvolgers verzwakte.Léon Vanderkindere (1899). La formation territoriale des principautés belges volume 1 p. 480/126.
Mogelijk hield de gebiedsoverdracht verband met de deelname van Boudewijn V van Vlaanderen aan de eerste opstand van Godfried II van Lotharingen (1044–1045), die uitdraaide op een mislukking. De keizer verklaarde Boudewijn voor afgezet in zijn Rijkse bezittingen Zeeland en Valencijn. Het is bekend dat één of beide zonen ermee begiftigd werden.Aantekeningen van de Hofdag te Goslar (april 1045): (...) per filium Baldwini militem manus accepit illique marcham suae terrae conterminam. Wellicht werd Robrecht toen door de keizer aangeduid als de nieuwe graaf van Zeeland.
Graaf-gemaal van West-Friesland In 1061 sneuvelde graaf Floris van West-Friesland, het latere graafschap Holland, in zijn strijd tegen prins-bisschop Willem van Utrecht. Floris' weduwe Gertrude vluchtte met haar minderjarige kinderen naar het Hof van Robrecht. In 1063 trouwden Gertrude en Robrecht. Robrecht verwierf hierdoor rechten op West-Friesland, als graaf-gemaal, en veroverde het gebied namens zijn stiefzoon Dirk.
De positie van Robrecht werd ernstig verzwakt toen zijn halfbroer Boudewijn VI van Vlaanderen en Henegouwen overleed (juli 1070). De nieuwe graaf, zijn neefje Arnulf III van Vlaanderen, was op dat moment nog minderjarig. Hertog Godfried III van Lotharingen greep het moment aan om de kwestie in West-Friesland te beslechten. Het leger van Robrecht werd verslagen buiten Leiden (najaar 1070). Robrecht en Gertrude trokken naar het hertogdom Saksen en werden opgevangen door Gertrudes broer Ordulf.
Graaf van Vlaanderen Richilde van Henegouwen, de regentes over Vlaanderen en Henegouwen namens Arnulf III van Vlaanderen, hertrouwde met Willem FitzOsbern. Een deel van de adel beschouwde het echtpaar als een bedreiging voor hun zelfstandigheid en verzocht Robrecht om alsnog hun graaf te worden. Met een Saksisch leger trok Robrecht langs Gent, Brugge, Ieper, Rijsel en Kassel en werd er gehuldigd als graaf. Richilde verzocht Filips I van Frankrijk om het erfrecht van haar zoon op Vlaanderen te verdedigen, maar Robrecht versloeg het Frans-Henegouwse leger in de Slag bij Kassel (1071). Richilde werd gevangengenomen. Robrecht besloot het Franse leger te achtervolgen maar werd daarbij zelf gevangengenomen door de inwoners van Sint-Omaars. Ze lieten hem vrij in ruil voor Richilde.
Na zijn overwinning verzoende Robrecht zich met koning Filips, schonk hem de hand van zijn stiefdochter Bertha, en werd door hem erkend als de wettige erfgenaam van zijn overleden halfbroer Boudewijn VI van Vlaanderen. Robrecht en zijn aanhangers controleerden nu Kroon-Vlaanderen en de Oosterbant, twee lenen van het koninkrijk Frankrijk, evenals Valencijn en Bergen, twee lenen van het Heilige Roomse Rijk. Dietwin van Luik en Godfried III van Lotharingen kwamen op voor Richilde en bemiddelden dat Robrecht de twee Rijkse lenen weer ontruimde (najaar 1071). Over de Oosterbant werd geen akkoord gesloten. Daarom wou Richilde opnieuw ten strijde trekken, maar Robrecht was haar voor en vernietigde haar leger te Broqueroie (1072).
Kort vóór 1076 sloot Robrecht vrede met Boudewijn II van Henegouwen, intussen meerderjarig. Nu had hij zijn handen vrij om de strijd in West-Friesland te hervatten. In februari 1076 gaf hij opdracht tot een aanslag op hertog Godfried. In juni 1076 versloeg hij de nieuwe bisschop Koenraad van Utrecht in de Slag bij IJsselmonde. Na deze overwinning kon zijn stiefzoon Dirk, intussen meerderjarig, eindelijk het bestuur in West-Friesland op zich nemen.
Binnen het graafschap Vlaanderen probeerde Robrecht de macht van de clerus te breken. Dit leidde tot veel ontevredenheid, in die mate dat paus Gregorius VII aan Arnold van Soissons moest vragen om te bemiddelen. Arnold bezocht Vlaanderen in 1083 en 1087. Robrecht was een bondgenoot van de paus, en werd door hem geprezen als "getalenteerd in de literatuur". Toch hield Robrecht weinig rekening met de Gregoriaanse hervorming, onder meer wanneer het aankwam op de politieke benoeming van bisschoppen.Nieuwenhuijsen (2022), p. 173 e.v.
Willem van Normandië In 1071 had Willem de Veroveraar – getrouwd met Mathilde van Vlaanderen, die een halfzus van Robrecht was maar ook een schoonzus van Richilde – partij gekozen voor Richilde. Na 1071 bleven Willem en Robrecht nog jarenlang in conflict. Toen Willem de Normandische verovering van Engeland voorbereidde, steunde Robrecht de aanspraken van Knoet IV van Denemarken. Hij schonk Knoet zelfs de hand van zijn dochter Adela. In 1085 verzamelden Knoet en Robrecht een vloot en troepen om Engeland te veroveren, maar Knoet werd tegengewerkt door zijn broer Olaf. Olaf werd verbannen naar het Hof van Robrecht. In 1086 werd Knoet echter vermoord en keerde Olaf terug als de nieuwe koning van Denemarken.
Vanwege zijn avontuurlijke jeugd, of uit vrees voor represailles van Willem de Veroveraar na het wegvallen van de Deense bereidheid om Willem te bestrijden, liet Robrecht het bestuur over aan zijn gelijknamige zoon. Met zijn gevolg en een klein leger trok hij op pelgrimstocht naar Palestina (1086–1090).De Boer, D.E.H. & Cordfunke, E.H.P. (2010), Graven van Holland, Walburg Pers, Zutphen, p. 39 Op hun reis zouden ze verblijven in Jeruzalem, op de Sinaï en in Constantinopel. Hij hielp de Byzantijnse keizer in de strijd tegen de Seltsjoeken, The First Crusade (Cambridge: Cambridge University Press, 1980), blz. 32 en tegen de Bulgaren. Zijn toewijding, door hem gegarandeerd met een schriftelijke waarborg op militaire bijstand, was een van de voorbeelden die zouden leiden tot de Eerste Kruistocht.
Robrecht overleed op 13 oktober 1093. Na de Slag bij Kassel (1071) had hij op de Kasselberg de Sint-Pieterskerk laten bouwen. In de crypte onder deze kerk werd hij begraven. De kerk en crypte verdwenen tijdens de Franse Revolutie.
Nageslacht Van Robrecht en Gertrude zijn vijf kinderen bekend: Adela van Vlaanderen trouwde met Knoet IV van Denemarken. Hun zoon Karel zou over Vlaanderen heersen van 1119 tot 1127. Robrecht II volgde Robrecht op als graaf (van 1093 tot 1111). Daarna zou diens zoon Boudewijn kortstondig heersen (van 1111 tot 1119). Filips van Lo. Ogiva van Mesen. Gertrudis trouwde met Hendrik III van Leuven (±1090) en Diederik II van Lotharingen (±1100).
Voorouders OvergrootoudersArnulf II van Vlaanderen (960-988) ∞ 968 Suzanna van Italië (950-1003)Frederik van Luxemburg (965-1019) ∞ 995 Irmtrud van de Wetterau (ca. 987-1020)? ∞ ?? ∞ ? GrootoudersBoudewijn IV van Vlaanderen (980-1035) ∞ 1012 Otgiva van Luxemburg (986-1030)? ∞ ?OudersBoudewijn V van Vlaanderen (1013-1067) ∞ voor 1028 onbekend
Literatuur C. VERLINDEN, Robert Ier le Frison comte de Flandre, De Sikkel, Antwerpen, 1935. J. DHONDT, Korte geschiedenis van het ontstaan van het graafschap Vlaanderen van Boudewijn de IJzeren tot Robrecht den Fries, Brussel – Den Haag, 1943. G. VAN DE WOUDE & R. WATTHY, Vlaanderen's territoriale en militaire ontwikkeling onder de graven, Antwerpen, 1944. F. L. GANSHOF, Vlaanderen onder de eerste graven, Antwerpen, 1944. A. C. F. KOCH, Het graafschap Vlaanderen van de 9de eeuw tot 1070, in: Algemene geschiedenis der Nederlanden I. Haarlem, 1981, 354-383. T. DE HEMPTINNE, Vlaanderen en Henegouwen onder de erfgenamen van de Boudewijns 1070-1244 in: Algemene geschiedenis der Nederlanden II. Haarlem, 1982, 372-398. Bram BRUTSAERT, Boudewijn VII Hapkin, een Witte Ridder uit de 12de eeuw, graaf van Vlaanderen (1111 - 1119), licentiaatsthesis (onuitgegeven), Katholieke Universiteit Leuven, 2004. Frans BAEKELANDT, Robrecht de Fries, in: Kontaktblad Gidsenbond Brugge en West-Vlaanderen, mei, 2007 - idem in: Historische opstellen, Brugge, 2011. Kees NIEUWENHUIJSEN, Robrecht de Fries. Graaf van Vlaanderen, held van Holland, Omniboek, Utrecht, 2022.
Categorie:Graaf van Vlaanderen Categorie:Huis Vlaanderen