Poppo (674-734), ook Popo of Bubo genoemd, was een Friese heerser uit de 8e eeuw. Hij is na Aldgisl en Radboud de derde Friese heerser die genoemd wordt in schriftelijke bronnen. Hoewel Frankische schrijvers Poppo aanduiden als dux (legerleider of hertog) wordt hij soms beschouwd als koning van de Friezen ten oosten van het Vlie. De keuze voor de titel dux weerspiegelt waarschijnlijk eerder de politieke terminologie van het Frankische koninkrijk dat andere heersers aan zich onderwierp, dan Poppo’s werkelijke positie, die we tegenwoordig eerder zouden omschrijven als chief of leider van een chiefdom.

Opvolger van koning Radboud? De schriftelijke bronnen uit de vroege middeleeuwen vermelden niet of koning Radboud werd opgevolgd en zo ja, door wie. Poppo kennen we als de aanvoerder van een Friese legermacht die ten strijde trok tegen de Franken, en om die reden wordt hij aangemerkt als mogelijke opvolger van Radboud, en misschien zelfs zijn zoon. Overtuigend bewijs voor deze stelling ontbreekt.

De Duitse historicus trachtte uit de schaarse schriftelijke bronnen een rechte afstammingslijn van de oudste Friese koningen naar de Hollandse graven op te stellen. Volgens hem was Poppo een zoon van Radboud en was de latere graaf Alfbad van Oostergo weer een zoon van Poppo., Die Grafen von Mittelfriesland aus dem Geschlechte Konig Ratbods, (Gotha, 1895), blz. 78-79. Jaekel baseert zijn stelling op het feit dat de Karolingers de Friese adel inschakelden bij het bestuur van het veroverde land. Herre Halbertsma heeft aangevoerd dat het ontbreken van mannelijk nageslacht juist de reden was voor het huwelijk van Radbouds dochter met Grimoald II in 711., Frieslands oudheid: Het rijk van de Friese koningen, opkomst en ondergang, Utrecht, 2000, blz. 126.

Volgens historici als Pieter Boeles (1927-1951) en Herre Halbertsma (1982) strekte Radbods rijk zich uit over heel Frisia, van Zwin tot Wezer, met als eerste de archeoloog Wim van Es (1990), stelden dat zijn macht beperkt bleef tot de Hollandse kuststreek en delen van het Midden-Nederlandse rivierengebied., Dorestad centred, in: (red.), Medieval Archaeology in the Netherlands, Studies presented to H.H. van Regteren Altena (Assen/Maastricht, 1990), blz. 151 - 182. Op grond daarvan moet worden aangenomen dat Poppo een lokale heerser was die (wellicht los van Redbad) Frisia tussen Vlie en Lauwers beheerste. Dit ideaalbeeld van het koninkrijk Friesland wordt nu als achterhaald beschouwd.

Poppo’s machtsgebied was kleiner dan die van Redbad. De gebieden rond Utrecht en Dorestad waren inmiddels grotendeels in Frankische handen gekomen. Poppo lijkt vooral gezag te hebben uitgeoefend over het noordelijke Friese kerngebied, waaronder Westergo en Oostergo. Ondanks deze beperkte machtsbasis wist hij gedurende ruim een decennium weerstand te bieden aan de Frankische expansie. Dat wijst erop dat hij kon rekenen op aanzienlijke militaire steun en op de loyaliteit van de Friese elite in deze regio.

Inlijving van Friesland door Karel Martel Het Friese Rijk heeft ten tijde van koning Radboud zijn grootste uitbreiding bereikt. Die gebiedsuitbreiding was ten koste gegaan van het Frankische Rijk. Door hofmeier Karel Martel werd aan die situatie een eind gemaakt door kort na de dood van Radboud een deel van de Friezen te onderwerpen. Tijdstip en plaats van een beslissende zee- of veldslag worden niet opgegeven, maar vanaf 720 was het Friese gebied ten westen van de Vlie (Zeeland, Holland en Utrecht) in Frankische handen. Het ontbreken van een geschikte opvolgingskandidaat heeft de Friezen bij dit verlies parten gespeeld. Er zijn aanwijzingen dat de plaatselijke elite betrokken is geweest bij de machtsovername door de Franken.D.P. Blok, De Franken in Nederland, blz. ? Vermoedelijk kozen zij de kant van de Franken en hebben zij Poppo niet gesteund als opvolger van Radboud. Aangenomen wordt dat Poppo na de nederlaag tegen de Franken een verdrag met Karel Martel heeft gesloten.

Onder Poppo hebben de Friezen tussen Vlie en Lauwers nog een korte periode vrede gekend met de Franken. Aan die toestand kwam een einde toen Karel Martel de Friezen in 733 opnieuw aanviel. Met een vloot stak hij over naar het huidige Friesland en sloeg hun terug naar Oostergo. Het jaar daarop (734) keerde hij terug en versloeg het Friese leger geleid door Poppo in de Slag aan de Boorne, waarbij de Friese koning sneuvelde. In de voortzetting van de kronieken van Fredegarius wordt deze veldslag als volgt omschreven:

Toen het gruwelijke Friese zeevolk opnieuw een vreselijke opstand ontketende, ondernam Karel zonder aarzeling een stoutmoedige zeetocht, voer met de benodigde schepen overzee en rukte op naar de Friese eilanden Westergo en Oostergo. Op de oever van de Boorne sloeg hij zijn kamp op. De heidense aanvoerder Bubo, hun onbetrouwbare raadgever, werd gedood en hun leger verslagen. Karel vernielde hun heiligdom en brandde het plat en keerde als overwinnaar met een omvangrijke buit naar het Frankische rijk terug.De voortzettingen van de Kroniek van Fredegarius IV 17 (= (ed.), Monumenta Germaniae Historica, Scriptores rerum Merovingicarum, II, Hannover, 1888, p. 176).

Religie Net als Redbad bleef Poppo vasthouden aan de heidense religie van de Friezen. In de Frankische en kerkelijke bronnen verschijnt hij als de leider van het Friese verzet tegen de christelijke missionering. Voor de Franken waren politieke onderwerping en kerstening nauw met elkaar verbonden. De tegenstand van Poppo was daarom niet uitsluitend religieus van aard, maar had ook een duidelijke politieke betekenis. Na de overwinning vernietigden de Franken verschillende heidense heiligdommen en werd er een aanvang gemaakt met de kerstening. Dit proces zou tientallen jaren in beslag en verliep niet altijd vreedzaam. Desalniettemin kwam er een eind aan de macht van de Friese koningen.

Categorie:Koning der Friezen Categorie:Persoon in de 8e eeuw