|thumb|Westvleugel van kasteel Alden Biesen met tuin van de landcommandeur |- |thumb|Waterkasteel en voorhof |- |thumb|Alden Biesen in 1749 met de afsluitende voorburchten, tekening van Remacle Leloup |- |thumb|Noordvleugel van waterburcht, gezien vanuit de Franse tuin |- |thumb|Algemeen gezicht op Alden Biesen gezien vanuit het oosten |- |thumb|Alden Biesen en zijn 12 onderhorige commanderijen in 1700 |- |thumb|Detail van ets perspectiefgezicht op Alden Biesen in 1700 vanaf het zuiden gezien |- |thumb|Westgevel van erekoer met middenrisaliet onder driehoekig fronton |- |thumb|Kerk van Alden Biesen gezien vanuit de Franse Tuin |- |thumb|Grafplaat van bisschop Edmund von Werth in kerk van Alden Biesen |- |thumb|Gezicht op kerk, gaanderij en buitenhof met drenkplaats op Dag Oude Muziek 2012 |- |thumb|Gezicht op oostvleugel waterburcht met toegangspoort naar erekoer |- |thumb|Plan van verbouwingsontwerp (1716) van waterburcht, noordrichting naar boven |- |thumb|Bibliotheek van landcommandeur Ferdinand von Sickingen in noordoostelijk gelegen hoektoren |- |thumb|Salon van landcommandeur Edmond Godfried von Bocholz |- |thumb|Binnengezicht van tiendenschuur tegenover de rijschool |- |thumb|Rentmeesterij |- |thumb|De brand van 8 maart 1971 |- |thumb|Zuidgezicht op Alden Biesen met Minervatempel (voor 2018) |- |thumb|Engelse Tuin rond Minervatempel, 2018 |- |thumb|Nieuwe brug in Engelse Tuin (2018) |- |thumb|Zomerpaviljoen met ijskelder in Engelse Tuin |- |thumb|Loterijaffiche, Brussel 1819/1822, privéverzameling
Alden Biesen is de vroegere landcommanderij van de Duitse Orde in Rijkhoven, Bilzen en tot 1795 de hoofdzetel van de balije Biesen. Alden Biesen is nu uitgebouwd tot een cultuurcentrum van de Vlaamse Overheid. De architecturale uitwerking van het geheel geeft blijk van een verrassende dualiteit tussen enerzijds een middeleeuwse besloten waterburcht met krijgskundige betekenis en anderzijds geeft het geheel vorm aan een weids openliggend classicistisch opgevat kasteel.
Alden Biesen vroeger De landcommanderij Alden Biesen met aan het hoofd een landcommandeur, was de hoofdzetel van de balije Biesen van de Duitse Orde in het land van Maas en Rijn vanaf 1220 tot het einde van het ancien régime. Deze balije bevatte het priesterconvent en administratief centrum Commanderij Nieuwen Biesen te Maastricht (in 1468 overgegaan van Kleine Biesen te Geleen naar Maastricht) en de Commanderij van Sint-Andreas, een stadsresidentie te Luik, waar het hoofd van de balijepriesters, de grootpastor resideerde. De tien onderhorige commanderijen (bevattende stadsresidenties, kastelen en pachthoeven met uitgestrekte landerijen), werden elk van hen beheerd door een commandeur, onder het gezag van de landcommandeur. De twaalf verschillende commanderijen lagen verspreid over het huidige Belgisch Limburg, Nederlands Limburg, Vlaams-Brabant, Noord-Brabant en het huidige Duitse Noord-Rijnland. De landcommandeur zelf stond onder het gezag van de grootmeester van de Duitse Orde.
De twaalf onderhorige commanderijen van Alden Biesen, in volgorde van verwerving en aanhechting aan de landcommanderij waren: Commanderij Bekkevoort bij Diest (in 1229-1230) Commanderij van Bernissem of Bernshem, bij Sint-Truiden (rond 1235) Commanderij van Sint-Pieters-Voeren (1242) Commanderij van Sint-Andreas in Luik (1254) Commanderij Siersdorf in het Rijnland (1255) Commanderij Gemert; bestaande uit de Rijksheerlijkheid Gemert in Noord-Brabant (1270) Commanderij Ordingen onder Sint-Truiden Commanderij Sint-Aegidius of Commanderij Sint-Gilles in Aken (1328) Commanderij Nieuwen Biesen in Maastricht (1362) Commanderij Ramersdorf bij Bonn (1371) Commanderij van Gruitrode in de Limburgse Kempen (1417) Commanderij Jungen Biesen bij Keulen
De commanderijen situeerden zich bijna alle op de Oost-Westverbinding tussen Keulen, Aken, Maastricht en Leuven met als uitzondering de Rijksheerlijkheid Gemert in het hertogdom Brabant.
De jongste commanderij, onderhorig aan Alden Biesen, was de Commanderij Aschaffenburg die door toedoen van landcommandeur Damian Hugo Philipp von Schönborn in 1749 toegevoegd werd aan Alden Biesen.
Op een ets uit omstreeks 1700 van de hand van Romeyn de Hooghe opgevat als een wandkalender staan de gebouwen van de landcommanderij afgebeeld. De waterburcht is nog voorzien van gesloten en met een slotgracht omringde voorburchten met buitenhof en kerk. Rondom de centraal geplaatste afbeelding van de landcommanderij staan de 12 onderhorige commanderijen afgebeeld met titel en wapen.
Lijst van de Biesense landcommandeurs
De bouwgeschiedenis, brand en renovatie Algemeen Het gebouwenbestand van Alden Biesen, gegroepeerd rond drie hoven (buitenhof, voorhof en tuin orangerie) vormt een organisch geheel dat via bedachte verkeersassen goed aansluit op het bestaande wegennet naar Hoeselt en Bilzen en weidser naar Maastricht.
De opbouw van de landcommanderij De zes eeuwen durende uitbouw van deze landcommanderij is sterk verweven met het wel en wee van de Duitse Orde. Na het debacle in Palestina verplaatste de ridderorde haar activiteiten naar West- en Oost-Europa. De orde groeide in de eerste helft van de 13e eeuw via door keizer en paus toegelaten schenkingen onder grootmeester Herman van Salza uit tot een politieke factor van groot belang. De orde verwierf alzo een enorm arsenaal aan bezittingen zoals stadsresidenties, kastelen, pachthoeven van Spanje tot het Balticum.
In de eerste helft van de 13de eeuw stond er in Rijkhoven (nu deelgemeente van Bilzen) een kapel waar zich een Mariadevotie met bedevaarten naar een miraculeus Mariabeeld ontwikkelde. In een groots gebaar van gulheid schonken graaf Arnold III van Loon en zijn zus Mechtildis van Are, de abdis van Munsterbilzen, met instemming van haar kapittel, in 1220 die kapel te Biesen met al haar rechten en aanhorigheden aan de Duitse Orde. Hugo II, prins-bisschop van Luik, bekrachtigde via een oorkonde de Acta vero sunt hec anno dominice incarnationis MCCXX deze schenking.Grauwels, J., Regestenlijst der oorkonden van de Landkommanderij Oudenbiezen en onderhorige kommanderijen, Deel I, p.1, Rijksarchief, Hasselt, 1966.
Rondom de kapel kwamen, met ondersteuning door ridders en priesters van de Duitse Orde, gebruikelijke bijgebouwen, zoals een gasthuis ter verzorging van de passanten op weg naar Santiago de Compostella. Biesen was immers gelegen op een belangrijke handelsroute: de grote Oost-Westverbinding van het Maas-Rijnland via Brabant naar Vlaanderen. Die zorgde voor een toenemende populariteit.
De naam Biesen komt van het zompige gebied begroeid met biezen waarin het goed gelegen was.
Na de schenking van het goed aan de Fratres Domus Hospitalis Sanctae Mariae Teutonicorum in Jerusalem of de Broeders van het Hospitaal van Onze-Lieve-Vrouw der Duitsers in Jeruzalem, bouwden de ridders van de orde een nederzetting uit op de geschonken gronden. Dit kon dankzij de inkomsten in geld en natura van schenkingen. Biesen groeide alzo in het begin van de 14e eeuw uit tot hoofdzetel van de balije Biesen, die in de loop der eeuwen twaalf onderhorige commanderijen in het Maas-Rijngebied zou tellen.
Omstreeks 1362 verliet de Duitse Orde het onveilige en vochtig gelegen Biesen om in de Commanderij Nieuwen Biesen in Maastricht haar nieuwe hoofdzetel van de balije Biesen te vestigen. De oude nederzetting, allengs Alden Biesen genoemd, bleef troosteloos achter en raakte in verval.
In 1543 keerde de Orde terug naar Alden Biesen en liet de toenmalige landcommandeur Winand van Breill op het vervallen domein een goed verdedigbare met water omgeven kloosterburcht bouwen met een robuust en gesloten karakter. Met de bouw van de klokkentoren was dit kasteel, opgetrokken in de traditie van de laat-middeleeuwse beveiligde waterburchten, in 1566 voltooid. In 1571 werd met de voorburchten begonnen die het toenmalige voorhof afsloten. Alden Biesen herrees. Het zou tot het einde van de 18e eeuw een permanente bouwwerf blijven waarbij elke nieuwe landcommandeur in de stijl van de tijd zijn eigen stempel drukte op de uitbouw van de landcommanderij.
In 1616 werd het zogenaamde gasthuis van Alden Biesen gebouwd. Daarin hield een priester van de Duitse Orde school voor de omwonende jeugd. Het werd in 1716 een herberg voor ambachtslui, winkeliers, bezoekers en vreemd personeel.
Onder landcommandeur Godfried Huyn van Geleen verrees er een nieuwe barokke kerk, de Onze-Lieve-Vrouw-Geboortekerk van Alden Biesen (gebouwd in 1634-1638) ter vervanging van de oude middeleeuwse O.-L.-Vrouwekapel. Aan de rijke stoffering ervan werkten Luikse ambachtslui. In het gaanpad naar het altaar is het middeleeuwse graf van de bisschop van Koerland, Edmund von Werth aangebracht en afgedekt met kalkstenen grafplaat met de beeltenis van bisschop in pontificaal ornaat. Staande en zegenend in een gotisch kerkportaal verwelkomt de erboven aangebrachte wenkende hand Gods de aflijvige bisschop naar hogere sferen met aan weerszijden zwevende engeltjes. Een aantal stijlkenmerken van de grafplaat verwijzen naar een belangrijk Maaslands atelier zoals de verzorgde afwerking van de inkervingen, de soepele houding van de figuur en de kunstig uitgewerkte hogels. De beide bouwheren-landcommandeurs Amstenrade en Geleen liggen in het koor onder een eenvoudige grafsteen begraven.
Bij de kerk sluit een galerij met Toscaanse zuilen aan, die in 1635 voltooid werd. De westelijk gelegen muur sluit de Franse tuin af. Op de verdiepingen boven deze galerij werd in de traditie van de Duitse Orde een nieuw en ondertussen afgebroken hospitaal gebouwd dat direct aansloot op de achterwand van de kerk. In deze achterwand zijn de dichtgemetselde doorgang en twee raamopeningen nog zichtbaar. De landcommanderij bezat vanaf toen de typische kenmerken van een kloosterhospitaal van de Duitse Orde: een Godshuis in directe verbinding met een versterkte commanderij.
Door deze zichtbare op een as gelijnde ordening van de gebouwen nl kerk, hospitaal en burcht geeft dit gebouw de fundamenten weer waarop de Duitse Orde gebouwd werd: religieuze inspiratie, charitatieve zending en strijdbaar voor het Christelijk geloof m.a.w. helfen, heilen und wehren.
Het indrukwekkende poortgebouw, 30 m hoger gelegen dan de waterburcht, was de hoofdingang van het domein. De poorttoren van 1652 kijkt uit op Maastricht via de Maastrichterallee. In de aansluitende trompetterswoning van 1663 logeerde de poortwachter. Het apostelhuis aan de andere kant was in 1720 geconcipieerd als verblijfplaats voor twaalf behoeftigen uit de omgeving. Die functie heeft het evenwel nooit vervuld. De oost-west gerichte Maastrichterallee is aan één zijde afgeboord met een hoge bakstenen muur waarachter de zogenoemde hertenberg met een boomgaard met hoogstambomen ligt. Op deze muur, bekleed met folie, gedijen vetplanten zoals muurpeper (sedum acre) en wit vetkruid (sedum album).
Onder landcommandeur Hendrik van Wassenaer Warmond werd omstreeks 1700 de Franse tuin, samen met het oranjeriegebouw, aangelegd. De waterburcht werd gemoderniseerd. Omstreeks 1706 verbouwde deze landcommandeur het noordoostelijk gedeelte van de waterburcht tot een appartement.
Het renaissanceslot werd onder landcommandeur Damian Hugo von Schönborn in 1715-1716 getransformeerd tot een adellijke residentie. De westvleugel van de waterburcht werd omgebouwd tot corps de logis, met in het midden de eretrap. Grote Franse ramen maakten het kasteel transparant. Sporen van de oorspronkelijk gemetselde rollagen boven de raampartijen zijn in de oostelijke buitenwand van de waterburcht nog zichtbaar. De oostvleugel van de waterburcht huisvestte de kanselarij met archief en griffie. Ook het voorhof werd grondig gerenoveerd.