De Admiral Hipper was een Duitse zware kruiser uit de Tweede Wereldoorlog. Het schip is genoemd naar admiraal Franz Ritter Von Hipper, die ten tijde van de slag van de Doggersbank en de slag bij Jutland in de Eerste Wereldoorlog het bevel voerde over het Duitse slagkruisereskader.
Het is het eerste schip van de Hipperklasse. Net als de zusterschepen, de Blücher en de Prinz Eugen, werd het schip in het midden van de jaren dertig gebouwd na het afsluiten van het Brits-Duits vlootverdrag van 1935.
De Admiral Hipper was zonder twijfel het actiefste kapitale schip van de Kriegsmarine, de kruiser was aanwezig op alle strijdtonelen: eerst tijdens Operatie Weserübung, de invasie van Noorwegen in 1940, dan met twee raids tijdens de slag om de Atlantische Oceaan en ten slotte in Noorwegen met acties in de Noordelijke IJszee.
Na het debacle van de Kriegsmarine in de slag in de Barentszzee werd de kruiser buiten dienst gesteld. Uiteindelijk werd de kruiser vernietigd in het droogdok te Kiel bij luchtaanvallen.
Ontwerp en Bouw links|miniatuur|De Admiral Hipper met rechte boeg links|miniatuur|De Admiral Hipper in het dok te Brest 1941. De klipperboeg is duidelijk herkenbaar. De kiellegging vond plaats op 6 juni 1935 op de Blohm & Voss werf te Hamburg met bouwwerfnummer 501. Al op 6 februari 1936 gebeurde de tewaterlating, maar de afwerking liep vertraging op: zo bleken de ketelruimtes voor de stoomturbines te klein bemeten en moesten die alsnog vergroot worden, wat ten koste ging van de bunkercapaciteit voor stookolie. In maart 1939 werd de eerste testvaart gehouden en op 29 april 1939 werd het schip in dienst gesteld.Breyer, p.4-5
De tegenslag met de ketelruimtes had er al voor gezorgd dat de actieradius van het schip verminderd was, maar tijdens de proefvaarten bleek ook dat het brandstofverbruik van de nieuwsoortige hogedrukketels veel hoger lag dan verwacht. Als gevolg daalde actieradius nog verder.Brennecke, p.27
Nog tijdens de bouw kwam aan het licht dat de rechte, atlantische boeg waarmee de grote, recent gebouwde Duitse schepen mee waren uitgerust, in de praktijk niet voldeed. Toch werd de boeg van de Hipper niet direct aangepast; gezien de spanningen op het politieke wereldtoneel in het voorjaar van 1939 wou men zo snel mogelijk de kruiser in dienst nemen en de boegaanpassing zou te veel vertraging veroorzaken. Pas nadat het schip in de vaart genomen werd en het schip weer ingedokt moest worden tussen 6 november 1939 en begin januari 1940 voor de afwerking, werd de boeg aangepast en werd de rechte vorm veranderd naar een kromme klipperboeg. Ook werd er een schuine schoorsteenkap gemonteerd om te verhinderen dat de rook de commandotoren te veel zou hinderen. De admiraalsbrug werd dichtgemaakt en verglaasd zodat het commando niet aan de elementen overgeleverd was.Breyer, p. 8Brennecke, p.31
De schepen van de Admiral Hipper-klasse waren de eerste Duitse schepen met een vliegtuighangar. Eerdere schepen hadden enkel een katapult waarop een vliegtuig geparkeerd werd. De vliegtuighangar moest oorspronkelijk plaats bieden aan twee operationele toestellen, maar uiteindelijk moest een van de twee toestellen gedemonteerd worden (en was dus niet direct inzetbaar) om alle twee de toestellen in de hangar te krijgen. Ook bleef er een vliegtuig geparkeerd op de katapult, zodat in totaal drie toestellen meegevoerd werden.Breyer, p.19
Bij raids op de Atlantische Oceaan werd de hoofdmast versterkt, om er een uitkijkpost op 38 m hoogte te kunnen inrichten. Pas in begin 1940 kreeg de Admiral Hipper een FuMo-22-radar op de draaistand van de afstandsmeter op de voormars. Later in 1941 werd die vervangen door een FuMo-26 en werd ook een bijkomende FuMo-26 op de achterste afstandsmeter geïnstalleerd.Breyer, p. 17
Operationele Dienst De Admiral Hipper werd volledig operationeel verklaard op 17 februari, en al de volgende dag startte de eerste actie: als deel van Operatie Nordmark werd tussen 18 februari en 20 februari een uitval gedaan in de Noordzee tegen het konvooiverkeer tussen Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk.Rohwer, p.15
De invasie van Noorwegen miniatuur|Duitse soldaten schepen zich in op de Admiral Hipper. miniatuur|De Britse torpedobootjager Glowworm draait naar de Admiral Hipper toe om hem te rammen.|links Bij Operatie Weserübung, de invasie van Noorwegen in 1940, maakte de Admiral Hipper deel uit van het eskader dat de haven van Trondheim moest veroveren. Daarvoor werden 1700 soldaten ingescheept op de kruiser en vier torpedobootjagers. Op weg naar Noorwegen werd het eskader ontdekt door de Britse torpedojager HMS Glowworm. In een verbeten gevecht bracht de Admiral Hipper met zijn superieure bewapening de Glowworm tot zinken, maar kwam daarbij niet ongeschonden uit de strijd; voordat de Glowworm zonk, ramde hij de Admiral Hipper, wiens kapitein Hellmuth Heye via het Rode Kruis aan de Royal Navy schreef dat hij onder de indruk was van de moed van Gerard Broadmead Roope, de commandant van de Glowworm, die bij dit gevecht omkwam. Dit droeg bij aan het toekennen van een postuum Victoria Cross aan Roope, het eerste van de Tweede Wereldoorlog.Brennecke, p.37-64
De schade aan de Admiral Hipper viel op het eerste gezicht mee en de missie werd verdergezet. Een van de boordvliegtuigen werd in zwaar weer gelanceerd om te controleren of geen andere Britse eenheden de weg versperden. Nadat het vliegtuig zijn verkenning uitgevoerd had en de weg had geklaard, kon het niet weer bij het schip landen door het zware weer, het moest doorvliegen naar de Noorse kust en daar noodlanden.
Door op hoge snelheid op Trondheim aan te sturen, en door de signalen met de Noorse kustverdediging zo veel mogelijk te rekken, kon het eskader de Noorse kustbatterijen verschalken en de haven binnensturen. Daar werden de troepen ontscheept en zodra die de kustbatterijen hadden veroverd, konden de Duitse schepen terugkeren. Maar er waren nog twee problemen: de tanker die het eskader had moeten bevoorraden met stookolie was niet in Trondheim geraakt, en buiten de Noorse kust lag de gealarmeerde Britse vloot op de loer. Op 10 april in de namiddag landde een van de boordvliegtuigen van de Scharnhorst langs de Admiral Hipper in Trondheim. Het vliegtuig bracht instructies van de Duitse vlootchef om samen met het Duitse slageskader door te breken naar Duitsland. Die nacht werd tijdens stormweer de thuisreis met halflege stookoliebunkers aangevat.Brennecke, p.65-93
Operatie Juno miniatuur|Het lege troepentransportschip Orama wordt tot zinken gebracht tijdens operatie Juno. Na een kort verblijf in het droogdok om de schade toegebracht door de Glowworm te repareren, was de Admiral Hipper begin juni weer operationeel. Aangezien de strijd in Noorwegen nog niet beslecht was, besloten de Duitsers het geallieerde steunpunt bij Harstad aan te vallen. Het Duits eskader bestond uit de slagkruisers Scharnhorst en Gneisenau, de zware kruiser Admiral Hipper en vier torpedobootjagers. Tijdens de eerste fase van de operatie bracht het eskader drie Britse schepen tot zinken: de bewapende trawler Juniper, de tanker Oil Pioneer en het lege troepentransportschip Orama.Brennecke p.100-105 Dan splitste het eskader zich: de slagkruisers gingen zich bevoorraden bij een tanker en zetten de missie voort, maar de kruiser en de torpedobootjagers keerden terug naar Trondheim, om de Duitse troepen daar te steunen en te beschermen. Nadat beide slagkruisers een Brits eskader bestaande uit het vliegdekschip Glorious en de torpedobootjagers Ardent en Acasta had vernietigd, moesten ze eveneens terugkeren naar Trondheim omdat de Scharhorst een ernstige torpedotreffer had opgelopen in datzelfde gevecht.Rohwer, p. 26 miniatuur|Katapultstart van een Arado 196A boordvliegtuig De Admiral Hipper liep terstond weer uit op 10 juni met de Gneisenau en de torpedobootjagers, maar ze keerden na twee dagen al terug want de gezochte doelen hadden ondertussen een zwaar escorte gekregen.Brennecke, p.105
Op 20 juni maakte hetzelfde eskader vanuit Trondheim een uitval naar IJsland. Men wou de indruk geven door te breken naar de Atlantische Oceaan, om zo de Britse vloot weg te lokken van Noorwegen en de beschadigde Scharnhorst een kans te geven naar Duitsland terug te keren. De Gneisenau werd echter getorpedeerd door een onderzeeër en moest beschadigd terug naar Trondheim kruipen. Na voorlopige reparaties keerde ook de Gneisenau terug naar Duitsland en bleef de Admiral Hipper als enig groot schip over in Noorwegen.Brennecke, p. 107
Om het schip niet nutteloos in de Noorse fjorden te houden, wordt op initiatief van de kapitein van de Admiral Hipper een operatie opgezet om handelsverkeer in de Arctische wateren te onderscheppen.Rohwer, p. 34 Op 25 juli verliet de kruiser zonder escorte Trondheim en zette koers naar het Noorden. De volgende dag al kan een verkenningsvliegtuig een schip rapporteren, maar dat bleek een neutrale Fin te zijn. Op 31 juli verongelukt een van de verkenningsvliegtuigen bij het landen. Maar op 1 augustus heeft de Admiral Hipper succes: bij het inspecteren van het Finse schip Esther Torsen wordt driekwart ton goud als contrabande gevonden en het schip wordt opgebracht.Brennecke, p. 107-113miniatuur|Landing van een boordvliegtuig Na deze bescheiden operatie keerde de Admiral Hipper op 10 augustus terug naar Wilhelmshaven voor een hernieuwd verblijf in het droogdok, ter voorbereiding op de invasie van Engeland. De Admiral Hipper had die operatie niet rechtstreeks moeten ondersteunen, aangezien de Britse vloot veel te sterk was, maar de kruiser zou voor een afleidingsmanoeuvre (Operatie Herbstreise) moeten zorgen. Voor deze operatie liep de Admiral Hipper twee keer uit naar de Noordzee, maar bij de tweede poging brak er brand uit in de machinekamer, de machines moesten gestopt worden en de kruiser dreef enkele uren stuurloos rond. De Britse verkenning liet het afweten, het schip werd niet ontdekt en kon terugkeren naar Duitsland voor reparaties.Brennecke, p.120-125
De Atlantische Oceaan miniatuur|De Admiral Hipper ingedokt te Brest, 1941 Toen de invasie van Engeland afgelast werd, spitste de Duitse marine zich toe op de slag om de Atlantische Oceaan. De bedoeling was om Groot-Brittannië af te snijden van zijn bevoorrading. Al vanaf het begin van de oorlog had Engeland een konvooisysteem ingevoerd om koopvaardijschepen te kunnen beschermen. Schepen die te traag of snel genoeg waren, moesten alleen reizen. In deze periode had Engeland nog geen escorteschepen genoeg om de konvooien van begin tot eind te beschermen. Alleen op het stuk dicht bij Engeland was een escorte voorzien tegen duikboten, op andere stukken was er enkel een hulpkruiser als escorte tegen kaperschepen. Om een gemakkelijk konvooi te pakken te krijgen moest men dus verder de Atlantische Oceaan op.