FK Sjachtar Donetsk (Oekraïens: Шахтар Донецьк [ʃɑxˈtɑr doˈnɛt͡sʲk]) is een Oekraïense professionele voetbalclub die van origine uit de Oost-Oekraïense stad Donetsk komt, maar door de Russisch-Oekraïense Oorlog in 2014 gedwongen was haar speelbasis te verleggen naar de West-Oekraïense stad Lviv, vervolgens vanaf 2017 naar Charkiv en vanaf 2020 naar de hoofdstad Kiev, waar ze sindsdien speelt in stadion NSK Olimpiejsky. In 2017 waren al de kantoren en trainingsfaciliteiten naar Kiev verplaatst.

De clubkleuren van Sjachtar zijn oranje-zwart. De club werd in de 21ste eeuw een belangrijke club in Oekraïne, met dertien landstitels. Sjachtar won in 2009 zijn enige internationale prijs: de UEFA Cup.

Geschiedenis 1936–1959: oprichting, oorlog en naamsverandering thumb|Team van 1937 De club werd op 3 april 1936 opgericht onder de naam Stachanovets. De club werd genoemd naar Aleksej Stachanov. De selectie bestond uit spelers van de lokale voetbalclubs Sjachtar Horliv en Dynamo Stalino. Stachanovets speelde zijn eerste wedstrijd op 12 mei 1936, tegen Dynamo Odesa in Horlivka. Mykhailo Pasjtsjenko maakte het openingsdoelpunt, maar de club verloor met 2–3. De club speelde twaalf dagen later in Kazan zijn eerste competitiewedstrijd, die ondanks een doelpunt van Fjodor Manov met 1–4 verloren ging. Vanaf 1938 mocht de club de Donbas vertegenwoordigen op het hoogste niveau van de Sovjet-Unie. De elfde plaats in 1938 werd gevolgd door twaalfde plaatsen. De competitie van 1941 werd onderbroken wegens de Tweede Wereldoorlog toen Stachanovets de vierde plaats bezat. Veel spelers van de club vochten mee in de Grote Vaderlandse Oorlog en sommigen kwamen daarbij te overlijden. Na de oorlog speelde Stachanovets mee in de Pervaja Liga, waar het als vijfde eindigde.

De club veranderde zijn naam in juli 1946 in Sjachtjor, wat in het Russisch mijnwerker betekent. In 1947 eindigde de club als tweede in de Oekraïense zone van de Pervaja Liga. In 1949 keerde Sjachtjor terug naar de Sovjet Top Liga, maar daar eindigde het als laatste, met 18 punten in 34 wedstrijden. In 1950 verbeterden de prestaties met een elfde plaats. Een jaar later wist Sjachtjor knap als derde te eindigen in de competitie. Dat was tot dan toe de beste prestatie van de club. In het bekertoernooi bereikte Sjachtjor de halve finales. Aanvaller Aleksandr Ponomarjov speelde een grote rol bij het succes van 1951. In het daaropvolgende jaar speelde Sjachtjor al zijn competitiewedstrijden in Moskou en degradeerde het naar het tweede niveau. Vervolgens voerde de club grote veranderingen door. Zo beëindigde Ponomarjov zijn spelerscarrière en werd hij trainer van het eerste elftal. In Sjachtjors tweede achtereenvolgende seizoen na de degradatie werd de club kampioen van het tweede niveau, waardoor het ook promoveerde naar het hoogste niveau. Tussen 1955 en 1958 eindigde Sjachtjor steeds op de zevende of achtste plaats in de competitie. In 1959 eindigde Sjachtjor als laatste, maar degradeerde het niet door uitbreiding van de competitie.

1960–1974: Osjenkov-jaren met eerste prijzen gevolgd door degradatie en promotie In 1960 werd Oleg Osjenkov aangesteld als trainer van Sjachtjor. Op 29 oktober 1961 won Sjachtjor de eerste hoofdprijs van zijn clubgeschiedenis. Die dag werd in de finale van de beker met 3–1 gewonnen van Torpedo Moskou. Een jaar later wist de club de bekerwinst te prolongeren; op 11 augustus 1962 won Sjachtjor dankzij twee vroege doelpunten de bekerfinale tegen Znamja Troeda Orechovo-Zoejevo. Ook in 1963 speelde Sjachtjor de bekerfinale, maar ditmaal was Spartak Moskou met 2–0 te sterk. In 1960 was Sjachtjor als zeventiende geëindigd in de competitie. De club groeide door de jaren heen en eindigde in 1964 als vijfde. In 1966 hield Joeri Korotkikh 913 minuten lang zijn doel schoon. In 1969 werd Osjenkov na negen jaar als hoofdtrainer vervangen door Joerij Vojnov. In 1971 eindigde Sjachtjor als laatste in de competitie, waardoor het degradeerde. Sjachtjor wist in 1972 direct terug te promoveren naar het hoogste niveau. In deze jaren werden de hoofdtrainers snel afgewisseld. In het eerste seizoen terug op het hoogste niveau eindigde Sjachtjor als zesde.

1975–1991: eerste deelnamen aan Europees voetbal, laatste jaren van de Sovjet-Unie Onder leiding van Vladimir Salkov eindigde Sjachtjor in 1975 als tweede in de competitie, met een achterstand van vijf punten op Dynamo Kiev. Die tweede plaats was tot dan toe de hoogste eindklassering van Sjachtjor in zijn clubgeschiedenis. Door die tweede plaats mocht de club in 1976 deelnemen aan Europees clubvoetbal. In de UEFA Cup werden er zeges op Dynamo Berlin en Budapest Honvéd geboekt voordat Sjachtjor in de achtste finales werd uitgeschakeld door Juventus, de uiteindelijke winnaar van het toernooi. In de jaren die volgden tot 1982 bleef Sjachtjor steeds in de top 7 eindigen. In 1978 verloor Sjachtjor in de Europacup II van FC Barcelona. In 1979 wist Sjachtjor met Viktor Nosov zijn beste eindklassering in de competitie te evenaren, met een tweede plaats, met een achterstand van twee punten op Spartak Moskou. Vitalij Staroechin werd dat jaar met 26 doelpunten topscorer van de competitie en benoemd tot voetballer van het jaar van de Sovjet-Unie.

Vanaf 1980 wist Sjachtjor niet meer in de top 5 in de competitie van de Sovjet-Unie te eindigen. In 1980 en 1983 werd wel succes geboekt in het bekertoernooi. Op 9 augustus 1980 werd de bekerfinale tegen Dinamo Tbilisi gewonnen en op 8 mei 1983 werd de finale gewonnen van Metalist Charkov. De bekerwinst van 1983 werd op 8 juli 1984 gevolgd door winst in de supercup van de Sovjet-Unie tegen landskampioen FK Dnipro. In de Europacup II verloor Sjachtjor in 1984 de kwartfinale van FC Porto, nadat in eerdere rondes Boldklubben 1901 en Servette FC werden uitgeschakeld.

1992–2001: eerste jaren in onafhankelijk Oekraïne, wisseling van eigenaar Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het uitroepen van de onafhankelijkheid van Oekraïne in 1991 veranderde de club zijn naam van het Russische Sjachtjor naar het Oekraïense Sjachtar. Sjachtar eindigde in de eerste twee edities van de Premjer Liha als vierde. In 1994 plaatste Sjachtar zich voor Europees voetbal door als tweede te eindigen, met een achterstand van zeven punten op Dynamo Kiev. Op 28 mei 1995 won Sjachtar voor het eerst de Oekraïense beker. De finale tegen FK Dnipro eindigde in een 1–1 gelijkspel, waarna Sjachtar de strafschoppenreeks won. In oktober 1995 overleed de eigenaar Akhat Bragin bij een bomaanslag. Hij werd opgevolgd door zijn vice-eigenaar Rinat Achmetov, die grootse ambities had.

In 1996 eindigde Sjachtar teleurstellend als tiende in de competitie, maar een jaar later eindigde de club achter enkel Dynamo Kiev in de competitie en werd de bekerfinale op 25 mei met 1–0 gewonnen tegen FK Dnipro. Tussen 1997 en 2001 eindigde Sjachtar ook steeds als tweede in de competitie, achter Dynamo Kiev. In 1999 werd een voetbalacademie, verbonden aan de club, geopend, die ongeveer 3000 jonge spelers training bood. In hetzelfde jaar werd het nieuwe trainingscomplex "Kirsja" geopend. In 2000 kwam Sjachtar voor het eerst uit in de UEFA Champions League. In de kwalificatierondes werden Levadia Tallinn en Slavia Praag uitgeschakeld. In de groepsfase eindigde Sjachtar als derde in een groep met Arsenal FC, SS Lazio en Sparta Praag. Op 27 mei 2001 won Sjachtar voor een derde keer de Oekraïense beker, door de finale tegen Arsenal Kiev na een verlenging met 2–1 te winnen.

2001–2013: start van binnenlandse dominantie, UEFA Cup-winst onder Lucescu In januari 2002 werd Nevio Scala aangesteld als hoofdtrainer. Onder zijn leiding eindigde Sjachtar met één punt boven Dynamo Kiev, waardoor het voor het eerst kampioen van Oekraïne werd. In de beker won Sjachtar op 26 mei 2002 de finale na een verlenging tegen datzelfde Dynamo Kiev, waardoor Sjachtar de nationale dubbel won. Anatolij Tymosjtsjoek werd dat jaar als eerste Sjachtar-speler in een onafhankelijk Oekraïne verkozen tot Oekraïens voetballer van het jaar. In 2003 en 2004 eindigde Sjachtar met drie punten achterstand op Dynamo Kiev als tweede. In 2004 gebeurde dat onder leiding van Bernd Schuster. Hij vertrok richting het eind van het seizoen, voordat Sjachtar op 30 mei 2004 de bekerfinale tegen FK Dnipro met 2–0 won. Enkele dagen voor die bekerfinale was Mircea Lucescu aangesteld als hoofdtrainer.

Na de aanstelling van Lucescu haalde Achmetov veel (half-)Brazilianen naar Sjachtar. Brandão zat er al en binnen een jaar na de komst Lucescu tekenden ook Matuzalém, Elano en Jádson bij Sjachtar. Shmelyov, Mykyta, How Mircea Lucescu put Shakhtar on the map UEFA, 23 mei 2016. Gearchiveerd op 2 maart 2023. In de verdediging stonden veel zelf opgeleide spelers.Sjachtar Donetsk is bijna alles kwijt maar de Brazilianen bleven NOS, 17 oktober 2017. Gearchiveerd op 1 maart 2023. In Lucescu's eerste volledige seizoen bij Sjachtar eindigde de club na overwinningen op Celtic FC en FC Barcelona als derde in een UEFA Champions League-groep met ook AC Milan. Sjachtar won in de UEFA Cup vervolgens van Schalke 04, maar werd uitgeschakeld door AZ. Later dat seizoen werd Sjachtar voor een tweede keer landskampioen, door met zeven punten voorsprong op Dynamo Kiev als eerste te eindigen. In de finale van het bekertoernooi verloor Sjachtar op 29 mei 2005 met 1–0 van de grote concurrent Dynamo Kiev. Sjachtar wist wel van Dynamo Kiev te winnen toen het op 9 juli 2005 na een strafschoppenserie voor het eerst in de clubgeschiedenis de Oekraïense supercup won.

In 2006 wist Sjachtar de landstitel van 2005 te prolongeren. Sjachtar had het hele competitieseizoen slechts één keer verloren en eindigde het seizoen met hetzelfde puntenaantal als Dynamo Kiev. Daarop werd besloten om een "Golden Match" te laten spelen tussen Sjachtar Donetsk en Dynamo Kiev voor de landstitel in Kryvy Rih. Sjachtar won die wedstrijd na een verlenging, dankzij een treffer van Julius Aghahowa. Untitled UEFA, 5 mei 2009 In het seizoen 2006/07 eindigde Sjachtar in zowel de competitie als het bekertoernooi als tweede achter Dynamo Kiev. In 2006 en 2007 werd Tymosjtsjoek voor een tweede en derde keer benoemd tot Oekraïens voetballer van het jaar. Sjachtar won in 2008 voor een tweede keer de Oekraïense dubbel door de competitie en de beker te winnen. Enkele maanden later won Sjachtar ook voor een tweede keer in de clubgeschiedenis de Oekraïense supercup, door met een strafschoppenserie van Dynamo Kiev te winnen.

thumb|Jádson maakt het winnende doelpunt in de UEFA Cupfinale. Sjachtar won op 9 december 2008 met 3–2 uit bij FC Barcelona, de uiteindelijke winnaar van de UEFA Champions League. Sjachtar eindigde als derde in een groep met ook Sporting Lissabon en FC Basel en stroomde door naar de UEFA Cup. In de UEFA Cup wist Sjachtar Tottenham Hotspur, CSKA Moskou en Olympique Marseille uit te schakelen. In de halve finales volgde een Oekraïens onderonsje met Dynamo Kiev. De thuiswedstrijd eindigde in een 1–1 gelijkspel en Sjachtar won de thuiswedstrijd met 2–1. Op 20 mei 2009 speelde Sjachtar de UEFA Cupfinale in Istanboel tegen Werder Bremen. Sjachtar behaalde het grootste succes in zijn clubhistorie door met 2–1 te winnen. Luiz Adriano opende de score en na een tegentreffer van Naldo maakte Jádson in de verlenging het winnende doelpunt. Sjachtar werd zodoende de eerste club uit onafhankelijk Oekraïne met een internationale prijs en de laatste winnaar van de UEFA Cup voordat het werd omgedoopt tot de UEFA Europa League. In de binnenlandse competities eindigde Sjachtar als tweede, achter Dynamo Kiev in de competitie en achter Vorskla Poltava in het bekertoernooi. Sjachtar speelde op 28 augustus 2009 in Monaco om de UEFA Super Cup. Sjachtar hield lang stand, maar FC Barcelona won de wedstrijd door een doelpunt van Pedro in de verlenging.

thumb|Team van 2012-2013