Dit artikel gaat over de geschiedenis van het Zwitserse kanton Aargau.
Van de prehistorie tot de Romeinse tijd De oudste archeologische vondsten zijn gevonden in het Fricktal, in het westen van het gebied dat we nu het kanton Aargau noemen. Bij Zeiningen is een 150.000 jaar oude vuistbijl aangetroffen en bij Stein een 50.000 jaar oude stenen bijl van een neanderthaler. Aan het einde van het Weichselien, ca. 10.000 jaar geleden joegen mensen op rendieren en wilde paarden. In Magden zijn sporen gevonden van een kamp van jager/verzamelaars. Na het smelten van de gletsjers en de dikke ijslagen ontstond er een veenlandschap, later ontstonden er uitgebreide wouden. Jagers, vissers en verzamelaars vestigden zich langs rivieren en meren en op hogergelegen bergterrassen.
In de periode van 4500 tot 4200 v.Chr. vestigden zich boeren in Aargau. Met name in de omgeving van de huidige gemeenten Wettingen en Würenlos zijn sporen van landbouwers uit de Steentijd gevonden. Uit 3500 v.Chr. stamt een gevonden grafveld aan de Goffersberg bij Lenzburg. Verder zijn sporen van boerennederzettingen gevonden bij Untersiggenthal, Mönthal en Suhr. In de nieuwe steentijd ontstonden er nederzettingen aan de Hallwilersee. Belangrijke archeologische vondsten werden gedaan Sarmenstorf en Spreitenbach waren grafvelden uit de ca. 2400 v.Chr. werden gevonden.
Uit de overgangsperiode van nieuwe steentijd naar bronstijd (2400 tot 1800 v.Chr.) zijn maar weinig sporen gevonden. Een van de zeldzame vondsten uit die tijd was een dubbel graf uit Zurzach. Tussen 1600 en 1800 v.Chr. nam de bevolking in Aargau toe; de bevolking woonde niet meer alleen langs de rivieren, meren en op de bergterrassen, maar men ging ook in hogergelegen gebieden, waar men zich beter beschermd vond. De beter bekende vondsten uit de Bronstijd zijn gevonden bij de Wittnauer Horn (Wittnau), waar een nederzetting was die tot in de La Tène-periode was bewoond. Verdere nederzettingen werden gevonden bij de Chestenberg (Möriken-Wildegg).
De ijzertijd begon met de Hallstattcultuur omstreeks 750 v.Chr. Er zijn veel graven gevonden uit deze periode, met name in Freiambt. De wegen langs de Reuss groeiden uit tot belangrijke handelswegen. Bij Unterlunkhofen is het grootste graf uit deze periode aangetroffen. Het graf is recent opgegraven en bestaat uit 63 grafheuvels. Andere graven uit de ijzertijd zijn aangetroffen in Reinach, Schupfart, Seon en Wohlen.
In de 1e eeuw v.Chr. werd Midden-Zwitserland bevolkt door de Keltische stam der Helvetii. Grote Helvetische nederzettingen bevonden zich bij Mellingen en Baden. In De Bello Gallico noemt de Romeinse veldheer Julius Caesar 12 verhoogde nederzettingen in Midden-Zwitserland, Oppodum, genoemd.
De Keltische Helvetii werden ernstig bedreigd door de Germanen uit het noorden en besloten daarom onder leiding van hun aanvoerder Orgetorix (61 v.Chr.) naar Gallië te trekken. Hun opmars werd echter tot stilstand gebracht door de Romeinen onder Julius Caesar. De Romeinen dwongen de Helvetii naar hun land terug te keren en om hun steden en dorpen op te bouwen en Romeinse suprematie te erkennen.
Romeinse tijd thumb|right|Het Amphitheater in Augusta Raurica
Enige jaren na de bezetting van het land der Helvetii vestigden zich Romeinen op grote schaal in het gebied en de Romeinse stad Augusta Raurica, de oudste Romeinse stad langs de Rijn, werd gesticht (45 v.Chr.). Augusta Raurica (thans Kaiseraugst) bevond zich in het uiterste noordwesten van Aargau. In de periode hierna legden de Romeinen de kolonisatie voor de duur van ca. 30 jaar stil in verband met de moord op Julius Caesar en de daaropvolgende burgeroorlog. In 15 v.Chr. ontstond op het Windischer Plateau een militaire standplaats bij de samenkomst van diverse rivieren. Waar zich nu de stad Windisch bevindt ontstond in 14 n. Chr. de Castra Vindonissa. Hier kwamen twee belangrijke Romeinse wegen bijeen. De grootste Romeinse landerijen in Aargau bevonden zich bij Oberentfelden en Zofingen. Grotere nederzettingen bevonden zich bij Zurchach (Tenedo) en Baden (Aqua Helveticae). Ook toen stond Baden al bekend om haar warmwaterbronnen en ontstonden er Romeinse thermen. In Vindonissa en bij Lenzburg ontstonden amfitheaters.
Vanaf de 2e eeuw n.Chr. nam de handel in Aargau toe, met name de handel met Italië, Zuid-Gallië en de Germaanse landen. Luxegoederen en ruwe materialen werden geïmporteerd en geëxporteerd werden voornamelijk vlees, honing en kaas. In Aargau nam de handnijverheid toe. Veel mensen waren werkzaam als pottenbakkers, met name in Baden, Kaiseraugst, Windisch, Lenzburg, Ziegeleien, Ziegeleien, Hunzenschwil, Kaisten, Kölliken, Steinbrüche, Mägenwil en Würenlos. De producten van de bronssmid Gemellianus uit Baden waren bekend in het hele rijk. De welvaart van dit deel van het Romeinse Rijk nam toe.
In de 3e eeuw was het gedaan met de vrede en rust. Alemannen vielen met regelmaat het gebied wat we nu Aargau noemen, binnen. In 213 en in 233 waren de Romeinen nog in staat de aanvallen van de Alemannen af te slaan, maar in 259 trokken de Alemannen plunderend en moordend door Aargau. De Romeinen moesten zich terugtrekken achter de Alpen en konden pas in 270 de invallers verdrijven. Het gevolg was dat de Romeinen Noord-Zwitserland extra Castella inrichtten en haar legioenen versterkten.
In de 4e eeuw ondernamen de Alemannen opnieuw aanvallen op de noordgrens van het Romeinse Rijk en werden de grensforten door de Romeinen verder versterkt. Tussen 401 en 406 trokken de Romeinen zich definitief uit de Alpen terug. Aargau viel in handen van de Alemannen en de infrastructuur en de door de Romeinen gestichte nederzettingen vervielen.
Middeleeuwen thumb|right|Aargau in de 8e eeuw thumb|right|Aargau in de 10e eeuw
Het lag in de intentie van de Alemannen om hun gebied verder uit te breiden naar West-Frankrijk. Echter, in 497 werd hen een halt toegeroepen toen ze de oorlog tegen de Franken verloren. De Alemannen waren gedwongen de heerschappij der Franken te erkennen. Tussen 507 en 536 was het zuidelijke deel van Aaraga Oost-Gotisch. Zij werden echter in de loop van de tijd verdreven door de Franken. De macht van de Franken over de Alemannen was beperkt en sinds het midden van de 7e eeuw verloor de Frankische dynastie der Merovingen steeds meer van haar invloed op de Alemannen die sindsdien een eigen hertogdom oprichtten. In 746 viel het rijk der Alemannen in handen van de Karolingen en werd het hertogdom opgeheven.
Afgezien van graven zijn er maar weinig archeologische vondsten gevonden uit de tijd van de Alemannen.
De Karolingers deelden hun rijk op in gouwen (Duits: Gaue) op werden bestuurd door graven. Zo ontstond ook de Aar-Gau, die voor het eerst 768 werd genoemd (pagus Aregaue, in 778 als pagus Aragougensis).
Ten noorden van Windisch kwamen drie gouwen samen kwamen, namelijk Aargau, Augstgau en Thurgau. Aargau werd in 870 op het Middenrijk veroverd en het kwam aan Bourgondië. In de 10e eeuw werd Aargau in twee nieuwe gouwen verdeeld, namelijk Oberaargau en Unteraargau. Het noorden van het huidige kanton Aargau lag in Frickgau en Sisgau, het oosten lag in de Zürigau. In 1033 kwam het gebied dat het huidige kanton Aargau omvat aan het Heilige Roomse Rijk.
Kerstening Sinds de Romeinse tijd werden er pogingen ondernomen om Aargau te winnen voor het christendom. Vanaf de 4e eeuw werden er kerken gesticht. De Heilige Verena die uit Thebe (Egypte) vestigde zich in de 4e eeuw in het castellum Tenedo (Zurzach) waar zij tot haar dood in 344 de zieken genas en de armen hielp. Zurzach ontwikkelde zich hierna tot een pelgrimsoord. Augusta Raurica werd in 346 de standplaats van een bisschop. In de 7e eeuw werd de zetel van de bisschop verplaatst naar Bazel. Vindonissa was in de 6e eeuw ook de zetel van een bisschop, maar deze zetel werd daarna verplaatst naar Konstanz (Bisdom Konstanz).
Lange tijd gingen vooral de Gallo-Romeinen over tot het christendom, terwijl de Alemannen nog geruime tijd heiden bleven. De Merovingen slaagden (4e tot 7e eeuw) erin om de bevolking tot het christendom te bekeren.
Aargau staat niet bekend om haar grote steden. De verstedelijking kwam pas laat opgang. Pas in de 13de eeuw nam de verstedelijking toe. Steden die in de middeleeuwen ontstonden waren onder andere Rheinfelden, Brugg, Baden, Lenzburg, Aarau (thans hoofdstad), Bremgarten en Klingnau.
thumb|right|Het Klooster Königsfelden in 1669
Ook ontstonden er tal van kloosters. Er ontstonden in totaal dertien kloosters, allen centra van onderwijs, cultuur en kunst. Belangrijke kloosters waren onder andere Muri (Benedictijner), Wettingen (Cisterciënzers) en Königsfelden (Franciscanen). Sommige kloosters (abdijen) verwierven grote macht.
Opkomst der Habsburgers Tijdens de middeleeuwen werden tal van kastelen gebouwd in Aargau. Het in de 11e eeuw gebouwde Slot Lenzburg werd bewoond door de graven van Lenzburg. De Graven van Lenzburg waren machtige heersers. In 1173 stierf het geslacht echter uit. Keizer Frederik I Barbarossa regelde op het Slot Lenzburg zijn opvolging en vermaakte een groot deel van zijn bezit aan Paltsgraaf Otto, de latere graaf van Luxemburg en Bourgondië. Na Otto's overlijden in 1200 kwam het grootste deel van Aargau aan de Graven van Kyburg, die op hun beurt weer werden opgevolgd door het geslacht Zähringer. In 1264 stierf dit geslacht echter uit.
Andere belangrijke adellijke families die bezittingen in Aargau hadden waren de geslachten Graven van Froburg, de Vrijheren van Regensberg en de heren van Hallwyl.
Een geslacht dat steeds machtiger werd in het Alpengebied was het geslacht Habsburg dat in de loop van de 11e eeuw van uit de Elzas naar Zwitserland kwam er haar stamslot Habichtsburg (= Havikenburcht) liet bouwen. De plek waar het stamslot staat is de huidige gemeente Habsburg. Dankzij een handige familiepolitiek vielen de meeste bezittingen van uitgestorven adellijke geslachten in handen van de Habsburgers. Later verkreeg het hoofd van het Huis Habsburg de titel van hertog.
In de 13e eeuw was een groot deel van Aargau en de oerkantons alsook Oostenrijk in handen van de Habsburgers. In 1315 leden de Oostenrijkse troepen een verpletterende nederlaag bij de Slag bij Morgarten waar de goed bewapende Oostenrijkse troepen in de pan werden gehakt door een leger van slecht bewapende maar gemotiveerde verzetsstrijders uit de kantons Uri, Schwyz en Unterwalden. In 1351 vielen troepen uit Zürich Oost-Aargau binnen en vernielden de steden Baden en Siggenthal, alsook de kastelen Freudenau bij Untersiggenthal. Gecombineerde Franse en Engelse troepen verwoestten in 1375 steden, kloosters en kastelen in het Middenland. In Aargau, dat er vergeleken met de westelijke gebieden nog relatief goed vanaf kwam, werd de stad Lenzburg zwaar beschadigd en later weer opgebouwd. Na de Slag bij Sempach (1386) verzwakte de positie van de landadel aanzienlijk.
Deel van het Eedgenootschap