Het jaar 1540 staat ook wel bekend als het grote zonnejaar. Het midden en westen van Europa hadden in 1540 een Mediterraan klimaat. In Bazel regende het in tien maanden slechts tien dagen.
De zomer van 1540 begon feitelijk al in februari. Het zonnige, meestal warme weer hield negen maanden aan. De rivieren vielen nagenoeg droog, waardoor de watermolens niet meer werkten en graan niet gemalen en brood niet gebakken kon worden. Af en toe bracht 'quaat weder' enige verfrissing, maar ook fatale branden. In Keulen stond zelfs de Rijn droog, en in Parijs liepen mensen over de bedding van de Seine zonder natte voeten te krijgen. Bos- en heidebranden waren aan de orde van de dag, maar ook dorpskernen en zelfs enkele steden raakten in brand. Het was uitzonderlijk droog en heet: tussen maart en augustus viel nauwelijks regen, en vooral van april tot en met juli was het extreem warm. In juli viel op verschillende plaatsen geen druppel.
Op vele plaatsen begonnen mensen druiven voor wijnbouw aan te planten, maar dat werd geen succes: na deze warme zomer volgden er drie slechte achter elkaar. Ook na de zomer hield het zonnige, warme en droge weer aan. Zelfs in oktober 1540 keerden zon en warmte terug, waarna het — afgezien van enkele korte regenbuien — tot de jaarwisseling droog en zonnig bleef.
Externe link De warmste zomer uit de geschiedenis - KNMI.nl
Categorie:1540 Categorie:Hittegolf in Europa