Centraal-Bosnië (Bosnisch: Srednjobosanski kanton; Kroatisch: Županija Središnja Bosna) is een van de tien kantons van de Federatie van Bosnië en Herzegovina, een van de twee entiteiten van Bosnië en Herzegovina. Het kanton ligt in het centrale bergachtige deel van het land. De hoofdstad van het kanton is de historische stad Travnik.
Geschiedenis
Oudheid en Romeinse overheersing Het gebied van het huidige Centraal-Bosnië wordt al sinds de steentijd bewoond. In de bronstijd en ijzertijd werd de regio bevolkt door Illyrische stammen, waarvan de Daesitiates het centrale bergland domineerden. Zij boden onder leiding van Bato de Daesitiaat hevig weerstand tegen de uitbreiding van het Romeinse Rijk tijdens de Bato opstand (6–9 n.Chr.).
Na de Romeinse verovering werd het gebied ingelijfd bij de provincie Romeinse provincie Dalmatia. De Romeinen ontgonnen op grote schaal de minerale bronnen in de regio; zo werden er goud- en zilvermijnen geopend rondom de huidige plaatsen Fojnica en Gornji Vakuf-Uskoplje. Tevens legden zij handels- en heerwegen aan die de Adriatische kust verbonden met de Pannonische vlakte.
Middeleeuws koninkrijk Bosnië Na de volksverhuizingen en de komst van de Slavische volkeren in de 6e en 7e eeuw ontwikkelde Centraal-Bosnië zich tot de politieke en culturele kern van de middeleeuwse Bosnische staat. In dit centrale berggebied ontstond eerst het Banaat Bosnië en later het Koninkrijk Bosnië, geregeerd door het koninklijk huis Kotromanić.
De regio herbergde meerdere koninklijke residenties en vestingen: Jajce: Werd in de 15e eeuw uitgebouwd door Hrvoje Vukčić Hrvatinić en diende onder koning Stjepan Tomašević als de laatste hoofdstad van het onafhankelijke koninkrijk. Bobovac: Gelegen nabij de grens met het huidige kanton Zenica-Doboj, fungeerde lange tijd als de zwaar beveiligde koninklijke burcht waar de Bosnische kroonjuwelen werden bewaard.
In de 14e eeuw vestigden de Franciscanen zich in de regio. De kloosters van Fojnica, Kreševo en Kraljeva Sutjeska werden belangrijke centra voor religie, cultuur en het behoud van historische documenten, waaronder het historische wapenboek van Fojnica (Fojnički grbovnik).
Ottomaanse periode (1463–1878) In 1463 veroverde het Ottomaanse Rijk onder leiding van sultan Mehmed II het Koninkrijk Bosnië. Koning Stjepan Tomašević werd bij Jajce gevangengenomen en geëxecuteerd. De val van het koninkrijk vormde het begin van de Honderdjarige Kroatisch-Ottomaanse Oorlog (1493–1593).
De Hongaars-Kroatische koning Matthias Corvinus wist Jajce echter snel te heroveren en richtte de Banaat van Jajce op. Deze militaire bufferzone in Centraal-Bosnië diende decennialang als een cruciale verdedigingslinie tegen verdere Ottomaanse expansie richting het westen. Pas in 1528 viel Jajce definitief in Ottomaanse handen, waarna Centraal-Bosnië veranderde in een strategische uitvalsbasis voor Ottomaanse veldtochten dieper in Kroatisch en Habsburgs gebied.
Onder Ottomaans bewind onderging de regio grote demografische en culturele veranderingen door de geleidelijke islamisering van een aanzienlijk deel van de bevolking. Nadat Sarajevo in 1697 tijdens de Grote Turks-Oostenrijkse Oorlog door Eugenius van Savoye werd platgebrand, werd Travnik aangewezen als de nieuwe zetel van de Ottomaanse viziers en de hoofdstad van de Eyalet van Bosnië. Travnik behield deze status van 1699 tot 1850, wat leidde tot een opbloei van Islamitische architectuur, waaronder de bouw van de Šarena moskee, klokkentorens (sahat-kula) en meerdere karavanserais.
Oostenrijks-Hongaars bewind en de wereldoorlogen (1878–1945) In 1878 bezette Oostenrijk-Hongarije Bosnië en Herzegovina na het Congres van Berlijn. Dit markeerde een periode van snelle modernisering en industrialisatie. Er werden smalspoorlijnen aangelegd om de bossen en mijnen te ontsluiten. In gemeenten zoals Vitez, Busovača en Gornji Vakuf-Uskoplje werden houtverwerkingsfabrieken en mijnen geopend.
Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 en de daaropvolgende val van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie in 1918, werd het gebied onderdeel van het Staat van Slovenen, Kroaten en Serven en later het Koninkrijk Joegoslavië.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Centraal-Bosnië ingelijfd bij de Onafhankelijke Staat Kroatië (NDH), een marionettenstaat van nazi-Duitsland en het fascistische Italië. De regio werd een belangrijk strijdtoneel voor de communistische Partizanen onder leiding van Josip Broz Tito. Op 29 en 30 november 1943 vond in Jajce de tweede zitting van de Antifascistische Raad voor de Volksbevrijding van Joegoslavië plaats, waar de grondslag werd gelegd voor de oprichting van het naoorlogse, Socialistische Federale Republiek Joegoslavië.
Socialistisch Joegoslavië (1945–1992) In de naoorlogse periode transformeerde het communistische bewind Centraal-Bosnië tot een centrum voor de zware industrie en defensie-industrie. Vanwege de beschutte geografische ligging in het centrale bergland vestigde het Joegoslavisch Volksleger (JNA) grootschalige militaire fabrieken in de regio, waaronder de Bratstvo-fabriek in Novi Travnik (gespecialiseerd in artillerie) en explosievenfabrieken in Vitez. Die fabriek heette Slobodan Princip Seljo (afgekort SPS), later bekend onder de naam Vitezit (of PS Vitezit). Dit was een van de grootste militaire explosieven- en munitiecomplexen van heel Joegoslavië en Zuidoost-Europa.
In dezelfde periode werd de regio ontwikkeld als toeristische bestemming. Het bergmassief Vlašić werd uitgebouwd tot een belangrijk wintersportcentrum, wat versnelde in de aanloop naar de Olympische Winterspelen 1984 in Sarajevo.
Burgeroorlog en oprichting van het kanton (1992–1995) Tijdens het uiteenvallen van Joegoslavië en het uitbreken van de Bosnische Burgeroorlog in 1992 raakte Centraal-Bosnië zwaar getroffen. Aanvankelijk vochten de Kroatische Defensieraad (HVO) en het door de Bosnische moslims gedomineerde regeringsleger van de Republiek Bosnië en Herzegovina (ARBiH) samen tegen de Servische strijdkrachten (VRS).
Vanaf eind 1992 en gedurende 1993 escaleerde echter het Kroatisch-Bosniak conflict binnen de burgeroorlog. De Lašva vallei (met steden als Vitez, Busovača en Novi Travnik) en de regio rond Gornji Vakuf-Uskoplje werden het toneel van hevige gevechten en etnische zuiveringen over en weer. Diverse enclaves lagen maandenlang onder zware belegering.
In maart 1994 ondertekenden de strijdende partijen het Akkoord van Washington, wat een einde maakte aan de gevechten tussen Kroaten en Bosniakken. Met dit akkoord werd de Federatie van Bosnië en Herzegovina opgericht, onderverdeeld in tien kantons. Vanwege de gemengde bevolkingssamenstelling kreeg het kanton Centraal-Bosnië (samen met Kanton Herzegovina-Neretva) de status van een kanton met bijzondere constitutionele regels, waarbij machtsdeling en gelijke vertegenwoordiging tussen Bosniakken en Kroaten wettelijk werden vastgelegd.
Geografie miniatuur|Het bergmassief Vlašić. Het kanton Centraal-Bosnië beslaat een oppervlakte van 3.189 km² en grenst aan de kantons Kanton 10, Kanton Herzegovina-Neretva, Kanton Sarajevo, Kanton Zenica-Doboj en aan de entiteit Republika Srpska.
Het terrein is voornamelijk bergachtig. Belangrijke bergen in het kanton zijn de Vlašić, Vranica, Raduša, Busovačka planina, Rostovo en Bjelašnica. De twee grootste rivieren die door het gebied stromen zijn de Vrbas en de Lašva.
Demografie Volgens de officiële volkstelling van 2013 telt Centraal-Bosnië 254.686 inwoners. Het is een van de twee kantons in de Federatie met een gemengde Bosniaks-Kroatische bevolking (naast het Kanton Herzegovina-Neretva).
Etnische samenstelling volgens de volkstelling van 2013: Bosniakken: 146.652 (57,6%) Kroaten: 97.629 (38,3%) Serviërs: 3.043 (1,2%) Overigen / niet gespecificeerd: 7.362 (2,9%)
Bestuurlijke indeling Het kanton is onderverdeeld in twaalf gemeenten:
Gemeente Inwoners (2013) Bugojno 31.470 Busovača 17.910 Dobretići 1.629 Donji Vakuf 13.985 Fojnica 12.354 Gornji Vakuf-Uskoplje 20.933 Jajce 27.258 Kiseljak 20.722 Kreševo 5.273 Novi Travnik 23.832 Travnik 53.482 Vitez 25.836
Economie en toerisme miniatuur|De historische vestingstad Jajce met de bekende Pliva waterval is een van de belangrijkste toeristische en natuurlijke trekpleisters. De economie van het kanton leunt van oudsher op de houtverwerkende industrie, metaalbewerking, textielindustrie en landbouw. In gemeenten zoals Vitez bevindt zich een grote economische zone met veel handel en private ondernemingen.
Toerisme vormt een belangrijke groeisector: Natuur en wintersport: Het bergmassief Vlašić is een van de bekendste wintersportgebieden van Bosnië en Herzegovina. Cultuurhistorie: De historische binnenstad en vesting van Travnik, evenals de middeleeuwse vesting en de beroemde waterval in het centrum van Jajce, trekken veel binnen- en buitenlandse bezoekers. Kloosters: In Fojnica en Kreševo bevinden zich eeuwenoude franciscanenkloosters met historische archieven en musea.
Categorie:Kanton van Bosnië en Herzegovina