Joseph Lanjouw (Amsterdam, 21 augustus 1902 – Bilthoven, 5 januari 1984) was een Nederlands hoogleraar plantkunde.
Lanjouw studeerde vanaf 1922 biologie aan de Rijksuniversiteit Utrecht. Hij behaalde in 1929 het doctoraal examen en promoveerde in 1931 bij A.A. Pulle op het proefschrift The Euphorbiaceae of Surinam. De studie van de Surinaamse plantenwereld, zou verder het hoofdthema van Lanjouws wetenschappelijk onderzoek blijven. Na zijn promotie bleef Lanjouw als conservator verbonden aan het Botanisch Museum en Herbarium.
thumb|Lanjouw als rector van de Universiteit Utrecht in 1969
In 1948 nam hij als leider van de botanische sectie deel aan de Natuurwetenschappelijke Expeditie Suriname. Hij werd in 1948 benoemd tot hoogleraar aan de Utrechts universiteit in de bijzondere plantkunde en de leer van de verspreiding der planten, als opvolger van Pulle. Internationale betekenis kreeg hij door zijn activiteiten in de botanische nomenclatuur; zo nam hij het initiatief tot de oprichting van de International Association for Plant Taxonomy en was hoofdredacteur van het bijbehorende tijdschrift Taxon en de eerste auteur (voorzitter van de redactiecommissie) van de eerste vier edities van de hernoemde International Code of Botanical Nomenclature. Wetenschappelijke erkenning kreeg hij onder andere door zijn benoeming tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, (KNAW) in 1958.
Literatuur (1968). Compendium van Pteridophyta en Spermatophyta. Academische Paperback. Oosthoek's Uitgeversmaatschappij NV
Zie ook Lijst van vegetatiekundigen
Externe link Catalogus Professorum Rheno-Traiectinae
Categorie:Nederlands botanicus Categorie:Vegetatiekundige Categorie:Lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Categorie:Rector magnificus van de Universiteit Utrecht