thumb|150px|Vlag van het historische hertogdom Bourgondië 150px|thumb|right|Eerste wapen van de graven van Bourgondië 150px|right|thumb|Rond 1280 doet Otto IV afstand van het wapen met arend en neemt een wapen aan dat zijn toenadering tot Frankrijk onderstreept thumb|150px|right|Wapen van de Capetingse hertogen van Bourgondië thumb|150px|right|Wapen van de hertogen van Valois-Bourgondië
Hier volgt een lijst van koningen, hertogen en (palts)graven van Bourgondië.
Koningen van het "koninkrijk Bourgondië" De eerste koningen van Bourgondië, waren heersers over de stammen der Bourgonden. Onder koning Gundomar II verloren de Bourgonden hun zelfstandigheid en werd het rijk ingenomen door Theodebert I in 534, het gebied werd een onderdeel van het Frankische rijk.
Periode Naam Opmerking ? - 406 Gibikka Eerste bekende koning 406 - 411 Godomar Zoon van Gebikka 406 - 436 Gundahar Zoon van Gebikka 436 - 470 Gundioc Zoon of familielid van Gundahar 470 - 480 Chilperik I Broer van Gundioc 480 - 516 Gundobad Zoon van Gundioc, regeerde samen met Chilperik II, Godegisel en Gundomar 473 - 493 Chilperik II Zoon van Gundioc 473 - 486 Gundomar Zoon van Gundioc 473 - 501 Godegisel Zoon van Gundioc 516 - 524 Sigismund Zoon van Gundobad 524 - 534 Gundomar II Laatste koning, broer van Sigismund
Frankisch deelrijk Bourgondië Het Frankische deelrijk van Bourgondië ontstond na de verovering van het Bourgondische koninkrijk in 534 door de Franken en was van 561 tot de fragmentatie in de 9e eeuw, een van de drie kerngebieden van het Frankische rijk.
Eerst verdeelden de drie heersende Frankische koningen Chlotarius I, zijn broer Childebert I en hun neef Theudebert I het Bourgondische koninkrijk onderling, evenals de rest van het Frankische koninkrijk dat gefragmenteerd was onder de erfgenamen van Clovis I. Nadat Theudebert's zoon en Childebert stierven zonder mannelijk nageslacht, viel geheel Bourgogne in 558 met Chlotarius I in het hele Frankische koninkrijk. Periode Naam OpmerkingMerovingen534–558 Childebert I Zoon van Clovis I en de Bourgondische prinses Clothilde558–561 Chlotharius I Zoon van Clovis I en Clothilde561–592 Gontram Zoon van Chlotarius I, koning van Bourgondië, Marseille en Arles592–595 Childebert II Zoon van Sigebert I, kleinzoon van Chlotharius I, koning van Austrasië en Bourgondië als de geadopteerde en opvolgende zoon van zijn oom Gonthram596–613 Theuderik II zoon van Childebert II, Koning van Bourgondië met Orléans als hoofdstad613-613 Sigebert II Bastaardzoon van Theuderik II, koning van Bourgondië en van Austrasië613–629 Chlotharius II Zoon van Chilperik I, Kleinzoon van Chlotarius I, koning van Neustrië en Aquitanië629–639 Dagobert Oudste zoon van koning Chlotharius II639–657 Clovis II Zoon van de Dagobert I, koning van Neustrië en Bourgondië657–673 Chlotharius III Zoon van Clovis II, koning van Neustrië en Bourgondië. Zijn regeerperiode markeerde het definitieve einde van de volmondige Merovingische monarchie, omdat vanaf dat moment de hofmeiers (in 714 Stamvader Karel Martel van de Karolingen als opvolger van de Merovingen) de werkelijke macht gingen uitoefenden.673-673 Theuderich II Zoon van Clovis II, koning van Neustrië, Austrasië en Bourgondië, onttroont in 673, opnieuw op troon gezet in 675. Supervisie van hofmeier Ebroin673–675 Childerik II Zoon van Clovis II675–691 Theuderik III Opnieuw op troon gezet in 675 na overlijden childerik II, na eerder afgezet te zijn 691–695 Clovis III Zoon van Theuderik II, ook wel Clovis IV. De hofmeier Pepijn van Herstal oefende in zijn naam de macht uit. Vanaf koning Clovis IV begonnen de hofmeiers daadwerkelijk te regeren in 's konings naam.695–711 Childebert III Zoon van Theuderik III. Zijn hofmeier, Pepijn van Herstal oefende in zijn naam de macht uit over Bourgondië. 711–715 Dagobert III Zoon van Childebert III, koning van Austrasië, Neustrië en Bourgondië. Echte leiding berustte bij zijn hofmeier Pepijn van Herstal tot deze in 714 overleed. Daarna regeerde de buitenechtelijke zoon van Pepijn van Herstal, Karel Martel, de stamvader van de Karolingen.715–720 Chilperik II Zoon van Childerik II, koning van Neustrië en Bourgondië. Laatste Merovinger die over een zekere mate van gezag beschikte. Marionet in de handen van Karel Martel.720–737 Theuderik IV Zoon van koning Dagobert III, koning Austrasië, Neustrië en Bourgondië. Werd door hofmeier Karel Martel, de eigenlijke heerser, op de troon gezet na het overlijden van koning Chilperik II.Interregnum 737–743743–751 Childerik III Zoon van Chilperik II. De laatste koning van de Merovingische dynastie. De troon was al zeven jaar leeg, totdat de hofmeiers, Carloman en Pepijn de Korte (zonen van Karel Martel), in 743 besloten om Childerik als koning te erkennen. In 751 zette Pepijn de Korte hem af, om zichzelf vervolgens tot koning te kronen. Hiermee kwam een einde aan het tijdperk van de Merovingers.Karolingen751–768 Pepijn de Korte Koning der Franken, was vanaf 741 hofmeier en vanaf 751 tot zijn dood de eerste koning der Franken uit het Karolingische huis. Zoon van Hofmeijer Karel Martel768–814 Karel de Grote Zoon van Pepijn de Korte, Koning der Franken, Keizer Heilige Roomse rijk814–840 Lodewijk de Vrome Zoon van Karel de Grote, Koning der Franken, Keizer Heilige Roomse rijk823–855 Lotharius I Zoon van Lodewijk de Vrome, Koning der Franken, Keizer Heilige Roomse rijkverdrag van Prüm855–863 Karel van Provence Zoon van Lotharius I, na zijn dood werd Lotharius' Middenrijk onder zijn zoons verdeeld. Karel kreeg hierbij Provence, evenals gebied in Bourgondië en Arles toegewezen door het verdrag van Prüm. SPLITSING BOURGONDIE
Na de dood van Lodewijk de Vrome (840) werd de verdeling van het Karolingische rijk geregeld door het Verdrag van Verdun (843) onder zijn drie overlevende zonen:
Karel de Kale verkreeg West-Francië. Lotharius I (de oudste) verkreeg Middenrijk Lodewijk de Duitser verkreeg Oost-Francië
Hierdoor wordt het Bourgondische gebied gesplitst in twee delen:
een kleiner deel in het noordwesten in West-Francië. Dit wordt het latere hertogdom Bourgondië, ongeveer waar tegenwoordig de regio Bourgogne zich bevindt. een groter keizerlijk Bourgondië in het centrum, oosten en zuiden, vallend in het Middenrijk Opper-Bourgondië en Neder-Bourgondië.
Het Middenrijk werd na de dood van Lotharius I in 855 verdeeld tussen zijn zonen: Lodewijk II, Lotharius II en Karel van Provence. Karel verkreeg daarmee het middelste deel, het koninkrijk Bourgondië (ook koninkrijk Provence genoemd).
Na de dood van Karel van Provence in 863 werd het koninkrijk Bourgogne opnieuw verdeeld, maar in naam bleef het nog een tijd bestaan.
Het lager gelegen zuidelijke deel van Bourgondië, koninkrijk Provence, (het latere graafschap Provence en Cisjuranië) ging over op zijn broer Lodewijk II van Italië (-875) het noorden (het latere Vrijgraafschap Bourgondië en Transjuranië) ging over naar zijn andere broer, Lotharius II (-869) koning van Lotharingen.
Zo ontstonden dus in de jaren 879-888 drie nieuwe staten die de naam 'Bourgondië' zouden dragen, waarvan twee koninkrijken en één hertogdom en werd Lotharingen toegewezen aan Oost-Francië.
Hertogdom:
Hertogdom Bourgondië in het noordwesten (onder Richard I de Rechtsbrenger, 880); door een goede verhouding met de West-Frankische koningen Lodewijk III (-882) en Karloman II (-884), slaagde Richard I erin met hun deel van Bourgondië beleend te worden.
Koninkrijk:
Opper-Bourgondië (of Hoog-Bourgondië), dat zich situeert in het huidige westen van Zwitserland en de France-Comté: eerst markgraafschap in de koninkrijken Midden-Francië (843-855) en Lotharingen (855-869), vanaf 888 een eigen koninkrijk. Bij de dood van keizer Karel de Dikke, in 888, koos de adel van Opper-Bourgondië markgraaf Rudolf I tot koning. De streek tussen Rhône en Saône splitste af van het West-Frankische rijk en werd het koninkrijk Burgundia Transjurana, beter bekend als koninkrijk Opper-Bourgondië (het latere Vrijgraafschap Bourgondië en Transjuranië). Neder-Bourgondië (in het zuiden, tot aan de oevers van de Middellandse Zee: de gebieden Provence en Cisjuranië), met de naam koninkrijk Neder-Bourgondië of "Bourgogne-Provence". Van 855 tot 863 en van 879 tot 927 was het een volledig onafhankelijk koninkrijk. In 933 ging het op in het koninkrijk Bourgondië, Koninkrijk Arelat.
In 1033 eindigde de onafhankelijkheid van het koninkrijk en ging het titulaire koningschap (zonder echte macht) over op de Rooms-Duitse keizer.
Op het grondgebied van het koninkrijk bestonden en ontstonden verschillende semi-onafhankelijke graafschappen waaronder graafschap Bourgondië. Vanaf het einde van de dertiende eeuw werd dit betwist tussen de hertogen van Bourgondië, de koningen van Frankrijk en de keizers van het Heilige Roomse Rijk. Vanaf omstreeks 1360 is er sprake van het Vrijgraafschap Bourgondië en gaat het om een allodiaal graafschap.
Frankisch koninkrijk Bourgondië Boso van Provence maakte gebruik van de chaos in het Frankische rijk. Hij stichtte een onafhankelijk rijk, waarbij hij geen afstammeling was van Karel de Grote, zoals dat wel het geval was in de omringende rijken. Hij behoorde tot de adellijke familie der Bosoniden. Nadat keizer Karel de Dikke was afgezet, verkoos de adel van Opper-Bourgondië Rudolf I in 888 tot koning. Vanaf Rudolf II omvatte het rijk ook Neder-Bourgondië en wordt het ook koninkrijk Arelat genoemd.
Bij de dood van Rudolf III in 1032 brak een opvolgingsstrijd los tussen keizer Koenraad II, die door de overleden koning als erfgenaam was aangeduid, en Odo II van Blois, de rechtstreekse erfgenaam van Rudolf III. De strijd tussen de twee neven werd beslecht in het voordeel van de keizer, die het koninkrijk opneemt in het keizerrijk.
Periode Naam Opmerking 879 - 888 Bosso Zwager van Karel de Kale, eerste koning die geen Karolinger was 888 - 912 Rudolf I De adel van Opper-Bourgondië verkoos Rudolf in 888 tot koning 912 - 937 Rudolf II Zoon van Rudolf I 937 - 993 Koenraad Zoon van Rudolf II 993 - 1032 Rudolf III Zoon van Koenraad
Hertogen van Bourgondië