De Korinthische Oorlog (395-387 v.Chr.) was een militair conflict in de Griekse oudheid tussen Sparta en vier geallieerde staten, Thebe, Athene, Korinthe en Argos, die aanvankelijk gesteund werden door Perzië. De onmiddellijke aanleiding van de oorlog was een lokaal conflict in het noordwesten van Griekenland, waarin zowel Thebe als Sparta tussenbeide kwamen. De diepere oorzaak lag in de vijandigheid tegen Sparta, uitgelokt door Sparta's dominantie van de Griekse politiek in de negen jaar sinds het einde van de Peloponnesische Oorlog., art. Corinthian War, in OCD³ (1996), p. .
De oorlog werd op twee fronten uitgevochten, aan land nabij Korinthe en Thebe en op zee in de Egeïsche Zee. Aan land behaalden de Spartanen al vroeg meerdere overwinningen in belangrijke veldslagen, maar ze waren niet in staat hun winst te consolideren. De landoorlog liep al snel uit op een patstelling. Op zee werd de Spartaanse vloot al vroeg beslissend verslagen door een Perzische vloot, een gebeurtenis die een definitief einde betekende van Spartaanse pogingen om een marine op te bouwen. Athene buitte de situatie uit in verschillende zeecampagnes door enkele eilanden te veroveren die in de 5e eeuw nog tot het Delische Bond behoorden.
Opgeschrikt door deze Atheense successen verplaatsen de Perzen hun steun van de alliantie naar Sparta. Deze afvalligheid dwong de alliantie tot vredesbesprekingen. De Vrede van Antalcidas, vaak genoemd de Koningsvrede, maakte in 387 v.Chr. een einde aan de oorlog. Dit verdrag bepaalde dat Perzië de controle kreeg over geheel Ionië, en dat alle andere Griekse steden onafhankelijk zouden zijn. Sparta zou de bewaker van deze vrede zijn, met de bevoegdheid om de clausules af te dwingen. Het effect van de oorlog was derhalve de bevestiging van Perzisch vermogen zich in Griekse machtsverhoudingen te mengen en van Sparta's hegemonie in het Griekse politieke systeem., The Ancient Greeks: A critical history, Londen, 1983, pp. 556-559.
Aanleidingen voor de oorlog thumb|250px|Ligging van de steden.
Tijdens de Peloponnesische Oorlog, die in 404 v.Chr. was geëindigd, had Sparta de hulp genoten van bijna elke staat van Griekenland en het Perzische Rijk, en in de maanden en jaren die na deze oorlog kwamen, lijfden ze een aantal van de eilanden in de Egeïsche Zee in. Deze sterke hulpbasis werd echter verbroken in de jaren na de oorlog. Ondanks het feit dat de overwinning was behaald door samen te werken met andere stadstaten kreeg alleen Sparta het geld dat ze hadden gekregen door de verslagen stadstaten te plunderen en de betalingen te innen die ze hadden gekregen van het vroegere Atheense Rijk.Fine, The Ancient Greeks, 547 Sparta raakte nog verder vervreemd van haar bondgenoten toen ze in 402 v.Chr. Elis, een lid van de Peloponnesische Bond, aanvielen en onderwierpen, omdat het de Spartanen had gemaakt tijdens de Pelopponnesische Oorlog. Korinthe en Thebe weigerden om troepen te sturen om Sparta te helpen tijdens haar veldtocht tegen Elis.Xenophon, Hellenica 3.2.25
Thebe, Korinthe en Athene weigerden ook om deel te nemen aan een Spartaanse expeditie naar Ionië in 398 voor Christus. De Thebanen gingen zelfs zo ver dat ze het offer van de Spartaanse koning Agesilaüs lieten mislukken toen deze het probeerde te doen in hun grondgebied voor zijn vertrek.Pausanias, Beschrijving van Griekenland 3.9.2–4. Gearchiveerd op 1 september 2023. Ondanks de afwezigheid van deze stadstaten kon Agesilaüs zijn veldtocht tot een goed einde brengen tegen de Perzen in Lydië. Hij kon zo ver naar het binnenland marcheren dat hij Sardis bereikte. De satraap Tissaphernes werd geëxecuteerd op bevel van de Perzische koning omdat hij Agesilaüs niet had kunnen verslaan, en zijn opvolger, Tithraustes, overhaalde de Spartanen om meer naar het noorden te gaan, naar de satrapie van Pharnabazus. Agesilaüs deed dit, maar begon ondertussen ook een aanzienlijke vloot te verzamelen.Xenophon, Hellenica 3.4.25–29
Omdat hij Agesilaüs' leger niet kon verslaan, besloot Pharnabazus om Agesilaüs te dwingen om zich terug te trekken door in Griekenland voor problemen te zorgen. Hij liet Timocrates van Rhodos naar Griekenland gaan om 10.000 darieken te betalen aan de grote stadstaten om hen aan te sporen om zich tegen Sparta te verzetten.Xenophon (3.5.1) zegt dat Tithraustes, en niet Pharnabazus, Timocrates zon, maar volgens de Hellenica Oxyrhynchia was het Pharnabazus. Voor chronologische redenen wordt dit voorgenomen. The Ancient Greeks, 548. Gearchiveerd op 1 september 2023. Timocrates ging naar Athene, Thebe, Korinthe en Argos, en kon hen overtuigen om zich tegen de Spartanen te verzetten.Xenophon (3.5.2) zegt dat de Atheners het geld niet accepteerden. De Hellenica Oxyrhynchia zegt het omgekeerde. George Cawkwell zegt in zijn noten bij Rex Warners vertaling van Xenophon dat het mogelijk is dat Xenophon dit ontkent wegens zijn sympathie voor Thrasybulus (p.174). Gearchiveerd op 1 september 2023. De Thebanen, die al eerder hun afgunst tegenover Sparta hadden getoond, ondernamen acties om een oorlog te beginnen.
Vroege gebeurtenissen (395 v.Chr.) Eerste gevechten Xenophon zegt dat de Thebanen, die de vijandelijkheden niet zelf wilde openen tegen Sparta, in plaats daarvan hun bondgenoten, de Lokriërs, aanspoorden om belastingen te innen in gebied dat zowel geclaimd werd door zowel Lokris en Phocis. Als antwoord vielen de Phociërs Lokris binnen, en plunderden het gebied. De Lokriërs vroegen Thebe om hulp, en de Thebanen vielen het Phocische gebied binnen; de Phociërs vroegen op hun beurt weer hulp aan hun bondgenoot, Sparta, en de Spartanen, die blij waren om een aanleiding te hebben om de Thebanen aan te vallen, bevalen hun leger om zich klaar te maken.Xenophon, Hellenica 3.5.3–5 Een Thebaanse ambassade werd naar Athene gestuurd om om hulp te vragen; de Atheners stemden om Thebe te steunen, en er werd een eeuwigdurende alliantie gesloten tussen Athene en Thebe.Fine, The Ancient Greeks, 548–9
Het Spartaanse plan omsloot twee legers, een onder Lysander en het andere onder Pausanias, die zich moesten aansluiten bij de Boeotische stad Halartius, en deze stad moesten aanvallen.Xenophon, Hellenica 3.5.6–7 Lysander, die aankwam voor Pausanias, kon de stad Orchomenos overtuigen om een opstand te beginnen tegen de Thebanen en ging verder naar Haliartus met zijn troepen en een leger van de Orchomeniërs. Daar werd hij gedood tijdens de slag bij Haliartus nadat hij zijn leger te dicht bij de muren van de stad had gebracht; de slag eindigde onbeslist, met de Spartanen die eerst zware verliezen hadden geleden maar toen een achtervolgende groep Thebanen verslagen hadden. Pausanias, die een dag later aankwam, nam de lichamen van de Spartaanse gesneuvelden terug tijdens een wapenstilstand, en keerde terug naar Sparta. Daar werd er een proces tegen hem aangespannen omdat hij te laat was aangekomen om Lysander te helpen op het aangewezen tijdstip. Hij vluchtte naar Tegea voor hij kon berecht worden.Xenophon, Hellenica 3.5.17–25
Alliantie tegen Sparta wordt groter Na deze gebeurtenissen maakten zowel de Spartanen als hun tegenstanders zich klaar voor de serieuzere gevechten die nog zouden komen. In het laatste deel van 395 v.Chr. begonnen ook Korinthe en Argos de oorlog als bondgenoten van Athene en Thebe. Er werd een raad gevormd in Korinthe om deze alliantie te leiden. De bondgenoten zonden toen afgezanten naar een aantal kleinere stadstaten en kregen hulp van velen van hen.Diodorus Siculus, Bibliotheca Historica 14.82.1–3. Gearchiveerd op 1 september 2023.
Gealarmeerd door deze ontwikkelingen maakten de Spartanen zich klaar om een leger te sturen tegen deze nieuwe alliantie, en zonden een boodschapper naar Agesilaüs om hem te bevelen dat hij terug moest keren naar Griekenland. Deze bevelen waren een teleurstelling voor Agesilaüs, die had uitgekeken naar een verdere veldtocht tegen de Perzen. Hij keerde dus terug naar Griekenland met zijn troepen, stak de Hellespont over en marcheerde westwaarts door Thracië.Xenophon, Hellenica 4.2.1–8
Oorlog op land en zee (394 v.Chr.) Nemea
Na een kort gevecht tussen Thebe en Phocis waarin Thebe als overwinning uitkwam, verzamelden de bondgenoten een groot leger in Korinthe. Er werd een aanzienlijk leger vanuit Sparta gestuurd om dit leger te weerstaan. De legers stonden tegenover elkaar bij de rivier de Nemea, in Korinthisch gebied, waar de Spartanen een beslissende overwinning behaalden. Zoals zoveel gebeurde in hoplietengevechten versloeg de rechterflank van de Spartanen de Atheners terwijl de Thebanen, Argiven en Korinthiërs de verschillende Peloponnesiërs versloegen tegenover hen; toen vielen de Spartanen de Argiven, Korinthiërs en Thebanen aan en doodden hen toen ze terugkeerden nadat ze de verslagen Peloponnesiërs hadden achtervolgd. Het bondgenotenleger verloor 2.800 man, terwijl de Spartanen en hun bondgenoten slechts 1.100 man verloren.Voor de slag, zie Xenophon, Hellenica 4.2.16–23 en Diodorus, Bibliotheca historica 14.83.1–2
Knidos
thumb|350px|Griekenland en Klein-Azië, gescheiden door de Egeïsche Zee.
De volgende grote confrontatie van de oorlog vond plaats op zee, waar zowel de Perzen als de Spartanen een grote vloot hadden verzameld tijdens Agesilaüs' veldtocht in Azië. Door schepen te werven van de Egeïsche stadstaten die onder zijn controle vielen had Agesilaüs een vloot van 120 triremen kunnen verzamelen, die hij onder leiding van zijn schoonbroer Peisander, die nog nooit de leiding had gehad over een vloot, plaatste.Xenophon, Hellenica 3.4.27–29 De Perzen hadden ondertussen een Fenicische, Cilicische en Cypriotische vloot verzameld, en hadden deze onder leiding van de ervaren Atheense admiraal Conon, die Rhodos had veroverd in 396 voor Christus, geplaatst. Deze twee vloten raakten slaags met elkaar bij Cnidus in 394 voor Christus. De Spartanen vochten vastberaden, vooral in de nabijheid van Peisanders schip, maar werden uiteindelijk overrompeld; grote aantallen schepen zonken of werden veroverd, en de Spartaanse vloot was in wezen weggevaagd van de zee. Na deze overwinning zeilden Conon en Pharnabazus langs de kust van Ionië, waarbij ze de Spartaanse gouverneurs en garnizoenen verdreven uit de steden, maar ze konden de Spartaanse basissen te Abydos en Sestos, die onder leiding vielen van Dercylidas, niet veroveren.Fine, The Ancient Greeks, 546–7
Coronea
Op dit moment was Agesilaüs' leger aangekomen in Boeotië, nadat ze aanvallen hadden afgeweerd van de Thessaliërs toen ze door hun land marcheerden. Hier stonden de legers van Agesilaüs en dat van verschillende staten van de anti-Spartaanse alliantie tegenover elkaar. Agesilaüs leger van Azië, vooral samengesteld uit vrij gemaakte heloten en huurlingenveteranen van de Tienduizend, werd aangevuld door een half Spartaans regiment uit Orchomenus, en een ander half regiment dat over de Golf van Korinthe was gezet. De vijandige legers kwamen elkaar tegen te Coronea, in Thebaans gebied. Zoals bij Nemea, kwamen beide rechtervleugels als winnaar uit de strijd, met de Thebanen die doorbraken terwijl de rest van hun bondgenoten werd verslagen. De Thebanen, die zagen dat de rest van hun leger was verslagen, hergroepeerden zich en probeerden om terug te keren naar hun kamp. Agesilaüs viel hen aan en in het gevecht dat volgde werd er een aantal gedood voor de rest konden doorbreken en zich weer bij hun bondgenoten konden aansluiten.Voor de slag, zie Xenophon, Hellenica 4.3.15–20 en Diodorus, Bibliotheca historica 14.84.1–2 Na deze overwinning zeilde Agesilaüs over de Golf van Korinthe en keerde terug naar Sparta.
Latere gebeurtenissen (393–388 v.Chr.)