Motmuggen (Psychodidae) zijn een familie van kleine insecten die behoren tot de orde tweevleugeligen en de onderorde muggen (Nematocera). De vleugels zijn vaak voorzien van gekleurde haren en worden bij veel soorten in rust gespreid gehouden. De muggen lijken hierdoor enigszins op kleine vlinders, waar ze hun naam aan danken.
Er zijn soorten die leven in door de mens aangelegde infrastructuur, zoals riolen, badkamers en andere bronnen van natte organische stoffen. De meest voorkomende soort is Clogmia albipunctata, die ook wel wc-motmug, aalputmotje, aalputmugje, rioolvliegje of latrinevliegje wordt genoemd. Deze soort heeft een wereldwijde verspreiding. De meeste motmuggen kunnen niet in door de mens aangepaste omgevingen leven.
Kenmerken Volwassen motmuggen hebben een driehoekig silhouet bij soorten die de vleugels gespreid houden, een deel van de soorten (genus Psychoda) houdt de vleugels echter als een dakje boven het lijf. Het lichaam wordt tot vier millimeter lang. Motmuggen zijn te herkennen aan de behaarde vleugels, bij de meeste soorten staan de haren uitsluitend op de vleugeladers, bij een enkele soort ook op het membraan tussen de aders (bij ons alleen Trichopsychoda hirtella). De lange antennes bestaan uit 14-16 segmenten met behaarde antennelidjes. Het zijn geen goede vliegers, daarom kruipen ze veel rond of maken korte springerige vluchtjes.De eieren zijn minuscuul klein, bruin of crèmekleurig. Ze worden gelegd in hoopjes van 10 tot 200 stuks. De larven zijn pootloos en wormachtig. Ze zijn witgrijs en de uiteinden zijn verhard en iets donkerder. Ze hebben een afmeting van ongeveer 9 mm. Na de verpopping, die 20 tot 40 uur duurt, komt de volwassen motmug tevoorschijn.
Levensgewoonten en levenscyclus Het volwassen individu legt haar eieren in vervuild, troebel water of in vochtig organisch materiaal. De larven voeden er zich met de rottende bestanddelen, bacteriën en schimmels. Deze voedingsbodems vindt men in de natuur, maar ook in menselijke omgeving: in de aflopen en overlopen van gootstenen waar voedingsresten achterblijven. De organische bestanddelen blijven dan achter op plaatsen met weinig stroming: in de naden en hoeken en onder de roosters. Men vindt de larven ook terug in afvoerbuizen van sanitaire installaties, wc's, dakgoten, mesthopen, beerputten enz. Ze gedijen het beste op gistende oppervlakten en bij warme temperaturen. Een volledige levenscyclus van ei tot volwassen individu duurt 1 à 3 weken. Het volwassen individu of imago leeft ongeveer twee weken. Zij voedt zich net zoals de larven met organische bestanddelen, bacteriën, schimmels en nectar. Tijdens de dag rusten de volwassenen in de schaduw, op muren van de douche en in de nabijheid van sanitaire buizen. 's Avonds worden ze actief en zijn ze te vinden op materiaal waarmee ze zich voeden. Ze komen dan af op licht. De volwassenen kunnen zich meer dan een kilometer laten meevoeren door de wind. Door hun kleine afmeting kunnen zij door smalle kieren van deuren of ramen. Een deel van de motmuggen is cultuurvolger en komt wereldwijd voor.
Hinder Motmuggen die op rottende voedselresten leven of in de natte organische substantie onder een lekkende rioleringsbuis kunnen in aanraking komen met voor de mens gevaarlijke bacteriën. De larven kunnen niet bijten of steken en brengen alleen indirect ziektes over. Ook de volwassen insecten richten geen directe schade aan. Alle muggen, en dus ook de motmug, hebben een steeksnuit al kan deze soort daar niet mee steken. De aanwezigheid van de motmug is hoogstens irritant, vooral als ze in grote aantallen voorkomen.Ze zijn zelfs nuttig omdat de larven de omzetting van het organisch materiaal bevorderen, de geur wegnemen en het vuil losmaken zodat het kan wegspoelen. Motmuggen en steekmuggen hebben totaal andere behoeftes als larve en komen nooit in elkaars territorium voor. In ruimtes met veel motmugjes zullen dus minder steekmuggen voorkomen. Ook de larven van de motmug zijn in stilstaande wateroppervlakken agressiever dan de steekmuglarven, en zullen ze zo wegconcurreren.
Preventie en bestrijding Preventieve maatregelen zijn het reinigen van aflopen met een flessenborstel en het spoelen van de afvoerbuizen met heet sodawater. Containers met organisch afval moeten goed afgesloten worden. Rottend materiaal als bladeren dient uit dakgoten en van daken verwijderd te worden. Er zal een inspectie op de aanwezigheid van smurrieachtige substanties rond het huis moeten plaatsvinden; stilstaand water in bloempotten e.d. moet weggegoten worden. De verluchtingspijp van de septische put kan het best worden afgesloten met een gaas met een zeer fijne maaswijdte. Kitranden in natte ruimtes zoals bij een bad of wastafel moeten worden nagekeken.
Om motmuggen te bestrijden dient de voedselbron van de larven te worden opgespoord en verwijderd, het wegvangen van de volwassen insecten heeft weinig zin. De motmug kan buitengehouden worden door de uitgangswegen van de mogelijke voedingsbronnen af te sluiten. Omdat de larven in extreme omgevingen kunnen leven, waar vrijwel geen zuurstof is, zal dit hun ontwikkeling niet stoppen, maar de muggen zullen wegblijven als de ruimte goed is afgesloten.
Taxonomie 300px|centerPsychodinae300px|centerSycorax300px|centerTrichomyiaSchema van de aders van de onderfamilies die in Nederland voorkomen. Tussen de R-vork en M-vork zitten bij de Psychodinae twee aders, bij de andere maar één ader. De familie is onderverdeeld in 6 onderfamilies die wereldwijd meer dan 3600 soorten in 115 genera bevatten.http://www.catalogueoflife.org (Peildatum 1 november 2025.) De Nederlandse lijst bevat 1 soort uit de onderfamilie Trichomyiinae, 1 soort van de onderfamilie Sycoracinae,https://waarneming.nl/waarneming/view/41756486?_popup=1 terwijl de overige 70 soorten behoren tot de onderfamilie Psychodinae. België is aanzienlijk beter onderzocht dan Nederland, 96 om 72 soorten. De taxonomie binnen de familie is nog lang niet uitgekristalliseerd, onderstaande onderverdeling is er een met minder genera dan het hierboven genoemde aantal van 115.
Onderfamilie Horaiellinae Enderlein, 1937 Genus Horaiella Tonnoir, 1933 Onderfamilie Bruchomyiinae Alexander, 1921 Genus Nemapalpus Macquart , 1838 Genus Bruchomyia Alexander 1920 (9 soorten in Zuid-Amerika) Genus Eutonnoiria Alexander (1940) (1 soort in Centraal Afrika) Onderfamilie Phlebotominae Rondani, 1840 Tribus : Hertigiini Abonnenc & Léger, 1976 Genus Chinius Leng, 1985 (2 soorten in China en Thailand). Genus Warileya Hertig, 1948 Tribus : Phlebotomini Rondani, 1840 Genus Brumptomyia França & Parrot, 1921 Genus Edentomyia Galati, Andrade-Filho, da Silva & Falcão, 2003 Genus Lutzomyia França, 1924 (Amerika) Genus Phlebotomus Rondani & Berté, 1840 Genus Sergentomyia França & Parrot, 1920 Onderfamilie Psychodinae Newman, 1834 Tribus : Maruinini Enderlein, 1937 Genus Alloeodidicrum Duckhouse, 1990 (Australië) Genus Didicrum Enderlein, 1937 Genus Eremolobulosa Duckhouse, 1990 (Australië) Genus Maruina Müller, 1895 (Nieuwe wereld) Genus Paratelmatoscopus Satchell, 1953 (Australië) Genus Rotundopteryx Duckhouse, 1990 (Australië) Tribus Setomimini Vaillant, 1982 Genus Arisemus Satchell, 1955 Genus Australopericoma Vaillant, 1975 Genus Balbagathis Quate, 1996 Genus Lobulosa Szabo, 1960 Genus Neoarisemus Botosaneanu & Vaillant, 1970 Genus Parasetomima Duckhouse, 1968 Genus Setomima Enderlein, 1937 Genus Tonnoiriella Vaillant, 1982 Tribus : Mormiini Enderlein, 1937 Genus Atrichbrunettia Satchell, 1953 Genus Brunettia Annandale, 1910 Genus Gerobrunettia Quate & Quate, 1967 Genus Mormia Enderlein, 1935 Tribus : Paramormiini Enderlein, 1937 Genus Clogmia Enderlein, 1937 Genus Eurygarka Quate, 1959 Genus Feuerborniella Vaillant, 1974 Genus Jungiella Vaillant, 1972 Genus Lepiseodina Enderlein, 1937 Genus Panimerus Eaton, 1913 Genus Paramormia Enderlein, 1935 Genus Peripsychoda Enderlein, 1935 Genus Philosepedon Eaton, 1904 Genus Telmatoscopus Eaton, 1904 Genus Threticus Eaton, 1904 Genus Trichopsychoda Tonnoir, 1922 Genus Vaillantodes Wagner, 2002 ( = Vaillantia Wagner, 1988, PREOCCUPIED) Tribus : Pericomaini (Enderlein, 1935)Voorheen Pericomini, maar bij de oorwurmen is er een tribus van diezelfde naam Genus Bazarella Vaillant, 1961 Genus Berdeniella Vaillant, 1976 Genus Boreoclytocerus Duckhouse, 1978 Genus Breviscapus Quate, 1955 Genus Clytocerus Haliday in Walker, 1856 Genus Lepidiella Enderlein, 1937 Genus Notiocharis Eaton, 1913 (Australië) Genus Pericoma Haliday, in Walker, 1856 Genus Pneumia Enderlein, 1935 (= Satchelliella Vaillant, 1979) Genus Saraiella Vaillant, 1981 Genus Stupkaiella Vaillant, 1973 Genus Szaboiella Vaillant, 1979 Genus Thornburghiella Vaillant, 1982 Genus Ulomyia Haliday, in Curtis, 1839 Tribus : Psychodini Quate, 1959 Genus Epacretron Quate, 1965 Genus Psychoda Latreille, 1796, waarin als subgenus opgenomen Tinearia Schellenberg, 1803 Onderfamilie Sycoracinae Jung, 1954 Genus Sycorax Haliday, in Curtis, 1839 Onderfamilie Trichomyiinae Tonnoir, 1922 Genus Trichomyia Haliday, in Curtis, 1839
In Nederland waargenomen soorten Genus: Bazarella Bazarella subneglecta Genus: Clogmia Clogmia albipunctata – wc-motmug Genus: Clytocerus Clytocerus dalii Clytocerus ocellaris Clytocerus splendidus Genus: Jungiella Jungiella consors Jungiella longicornis Jungiella soleata Genus Lepiseodina Lepiseodina latipennis Lepiseodina rothschildii Genus: Mormia Mormia acuminata Mormia albicornis Mormia caliginosa Genus: Panimerus Panimerus albifacies Panimerus albomaculatus Panimerus goetghebueri Panimerus notabilis Genus: Paramormia Paramormia fratercula Paramormia ustulata Genus: Pericoma Pericoma diversa Pericoma exquisita Pericoma fallax Pericoma trifasciata Genus: Peripsychoda Peripsychoda auriculata Peripsychoda fusca Genus: Philosepedon Philosepedon humeralis Philosepedon perdecorum Genus: Pneumia Pneumia canescens Pneumia compta Pneumia extricata Pneumia mutua Pneumia nubila Pneumia palustris Pneumia trivialis Genus: Psychoda Psychoda albipennis Psychoda alternata Psychoda brevicornis Psychoda cinerea Psychoda crassipenis Psychoda erminea Psychoda gemina Psychoda grisescens Psychoda lativentris Psychoda minuta Psychoda phalaenoides Psychoda pusilla Psychoda satchelli Psychoda setigera Psychoda sigma Psychoda trinodulosa Psychoda zetterstedti Genus: Seoda Seoda ambigua Seoda morula Seoda schlitzensis Seoda similis Genus: Tinearia zie onder Psychoda Genus: Tonnoiriella Tonnoiriella pulchra Genus: Trichomyia Trichomyia urbica Genus: Trichopsychoda Trichopsychoda hirtella Genus: Ulomyia Ulomyia annulata Ulomyia fuliginosa
Externe links Overzicht Psychodidae op waarneming.nl Incomplete veldgids voor Nederland en België Checklist Nederlandse soorten (wordt niet meer bijgewerkt sinds 2024)
Categorie:Dier uit het Nearctisch gebied Categorie:Dier uit het Neotropisch gebied Categorie:Dier uit het Afrotropisch gebied Categorie:Dier uit het Oriëntaals gebied