right|300px|Luchtfoto N.V. Papierfabriek Maasmond (1873-1951) was een papierfabriek gevestigd te Keizersveer op de noordoever van de Bergsche Maas, op een terrein behorend tot de Gemeente Dussen. De fabriek was voor de oorlog niet alleen de grootste en belangrijkste werkgever in de Gemeente Dussen maar had ook maatschappelijk gezien een grote invloed.

De fabriek werd in 1873 opgericht en in 1945 door oorlogsgeweld verwoest.

De strostofperiode (1873-1898) De geschiedenis van de papierfabriek valt grofweg in vier periodes in te delen. Te beginnen met de oudste periode vanaf de oprichting in 1873 tot 1898. De oprichters waren verenigd in de Maatschappij ter bereiding en verkoop van grondstof voor en ter vervaardiging van papier. In eerste instantie als strostoffabriek maar al snel overschakelend op de productie van halfstof op basis van lompen, naast de bestaande strostofproductie. Door de sterk stijgende vraag naar papier in die periode en de beperkte beschikbaarheid van lompen werd er koortsachtig gezocht naar alternatieve grondstoffen voor het maken van papier. Papierstof op basis van stro, het zogenaamde strostof, is in die tijd sterk in opmars, maar uiteindelijk zal houtslijp, maar vooral zuivere cellulose, gewonnen uit hout, de basisgrondstof voor papierfabricage worden. In het eerste productiejaar produceert de fabriek 1.440 ton strostof dat vooral bestemd is voor verwerking in Engelse papierfabrieken. Er zijn dat jaar 60 medewerkers in dienst waaronder 25 vrouwen. In 1878 staat de teller al op 102 werknemers. De energie wordt opgewekt door een drietal stoomketels van 50 P.K. In die periode gaat de fabriek tweemaal in andere handen over. Hierbij is volgens de verslagen van Commissaris der Koningin, opgesteld naar aanleiding van bezoeken aan de Gemeentes Raamsdonk en Dussen, "behoorlijk veel Hollandsch kapitaal verloren gegaan".

Auguste Chantrenne Van de oorspronkelijke oprichters is wel wat, maar niets met zekerheid bekend, behalve dat zij het bedrijf al vrij snel overdoen aan een Belgische vennootschap gesticht door Auguste Chantrenne een Belgische fabrikant van machines voor de papierindustrie en de Engelse industriëlen Evans & Owen. In 1882 begint het aantal personeesleden terug te lopen en in 1887 wordt de fabriek geheel buiten werking gesteld. Door overlijden c.q. terugtreden van de Engelse vennoten doet Chantrenne noodgedwongen - de precieze feiten zijn niet achterhaald kunnen worden, maar vermoedelijk ten gevolge van de matige resultaten - de zaak in 1891 van de hand aan de Engelsman Albert E. Reed, een oud-werknemer van Evans & Owen die voor zich zelf begonnen is en de grondlegger zou worden van het Reed concern dat later zal fuseren tot de multinational Reed Elsevier. Hij brengt zijn Nederlandse belang onder in een statutair te Londen opgerichte Dutch Paper Pulp Company Ltd.

Werkomstandigheden Door de heersende crisis in de tweede helft van de negentiende eeuw is er weinig werk in de landbouwsector en zijn veel mensen gedwongen hun heil in de opkomende industrie te zoeken, waar echter de arbeidsomstandigheden schrijnend zijn. In de jaren tachtig van de negentiende eeuw begint er weliswaar in sociaal opzicht wat in beweging te komen, maar toch zullen bij de Maasmond, net als in de meeste andere fabrieken trouwens, de omstandigheden voor mens en milieu nog ronduit slecht geweest zijn. Werktijden van ’s morgens 6 tot ’s avonds 10 uur, kinderarbeid, zwaar lichamelijk werk onder allerbelabberdste en gevaarlijke omstandigheden met continu latent brand- en ontploffingsgevaar en voortdurende blootstelling aan fijne stofdeeltjes en agressieve chemicaliën. Berucht zijn de bleekton of -kast, waar de halfstof in verbinding gebracht wordt met chloorkalk vermengd met zoutzuur en later, als de papierproductie op gang komt, de natte partij (het eerste deel van de papierbaan) met het hoge zwavelzuurgehalte. Te duchten zijn ook de ziektes, waaronder de gevreesde zwarte - of “gewone” pokken, die vooral bij de verwerking van onvoldoende ontsmette lompen op de loer liggen, of de lompenziekte, een chronische ontsteking van de luchtwegen door het inademen van stofdeeltjes. Stof is trouwens een algemeen probleem bij papierfabricage evenals de warmte die bij het productieproces vrijkomt en die op zomerse dagen soms ondragelijke vormen aanneemt. Dat geldt ook voor de stank die vooral op de maalzolder dikwijls niet te harden is, gevoegd bij de milieuvervuiling door lozing van veel witwater (afvalwater) en zwarte rook uitbrakende schoorstenen. Het is gebruikelijk in de beginfase van de industriële revolutie in Nederland maar evenzo daarbuiten.

Net als het veelal ontbreken van beschermende maatregelen voor de werknemers, waardoor bedrijfsongevallen als een rode draad door de bedrijfsgeschiedenis lopen, en soms zelfs een dodelijke afloop kennen.

Papierproductie opgestart (1898-1919) Onder de vlag van Reed wordt de geproduceerde papierpulp in de papierfabrieken van Reed in Engeland tot papier verwerkt. In 1898 wordt de halfstoffabriek te Keizersveer echter omgevormd tot een echte papierfabriek, wat het startpunt is van de tweede periode.

Onder leiding van de nieuw aangestelde directeur de Engelsman Ernest C. Reed, een ondernemend man wiens interesse en vaardigheden vooral op technische vlak liggen, wordt de verdere uitbouw ter hand genomen. De door het graven van de Bergsche Maas noodzakelijk geworden overgang naar de Gemeente Dussen - de papierfabriek ligt immers op de noordoever, waardoor het logischer is dat dit gedeelte van Raamsdonk onder bestuur van Dussen komt - wordt door directeur Reed betreurd omdat hij problemen voorziet met de burgemeester van Dussen, Van Honsewijk, die een landbouwer is en weinig kaas gegeten heeft van industriële bedrijvigheid. Met name verwacht Reed moeilijkheden bij het verwerven van hinderwetvergunningen en goedkeuring tot het verrichten van overwerk e.d. Bij het aantrekken van de noodzakelijke papierproductiekennis ondergaat Keizersveer als het ware een invasie van Engelse papiermakers en andere technici. Veelal nemen zij hun intrek in de woningen bij de fabriek, maar soms ook in de omliggende dorpen of zijn ze in pension bij kostgezinnen. Men gaat bij de uitbouw van de fabriek zo voortvarend werk dat deze in het eerste decennium van de twintigste eeuw uitgroeit tot een van de modernste papierfabrieken van Nederland.

Nadeel is dat directeur Reed de winstgevendheid van de fabriek niet alleen aanwendt voor noodzakelijke vernieuwingen en uitbreidingen maar de revenuen ook deels in eigen zak laat verdwijnen. Gedurende de roerige maar voor de Nederlandse papierindustrie uitermate winstgevende jaren van de Eerste Wereldoorlog, rijpt bij hem het plan om zijn inspanningen van de afgelopen jaren te verzilveren. Hij neemt de beide Nederlandse productievestigingen in Keizersveer en Maasniel (Roermond) over van het Reed-concern. De oorlogswinst wordt op schimmige wijze naar Engeland weggesluisd en beide fabrieken worden enkele maanden later in 1918 op het toppunt van winstgevendheid voor een kleine 1,5 miljoen gulden verkocht aan een groep Nederlandse investeerders, die daarnaast ook nog eens negen ton op tafel mogen leggen voor de overname van voorraden. bedrijfskapitaal en overige "losse" goederen.

In Nederlandse handen (1919-1940) Met deze overgang wordt de derde fase ingeluid. Met een aandelenkapitaal van negen ton, een hypotheek van zeven en een halve ton en een bankkrediet van ruim zeven ton wordt het interbellum ingezet. Het aandelenkapitaal wordt voor een belangrijk deel ingebracht door de familie Proost, eigenaren van papiergroothandel P. Proost en Zonen te Amsterdam en een van de belangrijkste klanten van de Maasmond. Daarnaast blijft ook Ernest Reed grootaandeelhouder en steunt bovendien de zittende Raamsdonksveerse directieleden, Van Dongen Torman en Van Suylekom, financieel bij hun aankoop van een pakket aandelen. De opgerichte Raad van Commissarissen benoemt Ulco Proost Sr. als gedelegeerd commissaris.

De papierindustrie krijgt na de oorlogsjaren te kampen met een economische teruggang en bovendien wordt de zittende directie na enige jaren ontslagen, omdat ze zich met kolenverkooptransacties voor eigen gewin heeft beziggehouden. De aankoop blijkt dan ook te hoog gegrepen, want door de hoge banklening en dito rentelasten bezit het conjunctuurgevoelige bedrijf geen enkele weerstandsbuffer om aan de snel verslechterende economische omstandigheden het hoofd te kunnen bieden. De aandeelhouders doen noodgedwongen afstand van hun aandelen en het bedrijf komt volledig onder curatele van de Amsterdamsche Bank. Toch probeert deze, nadat de conjunctuur weer wat is aangetrokken, door ingehouden winsten in de fabriek te investeren, de zaak weer vlot te trekken, waar men deels ook in slaagt. De economische crisis van de jaren dertig is echter opnieuw een lelijke streep door de rekening, al is er in de laatste jaren voor de Tweede Wereldoorlog sprake van een opmerkelijk herstel.

Ondanks de fluctuerende resultaten groeit de Maasmond in de jaren tussen Eerste – en Tweede Wereldoorlog uit tot een bedrijf van formaat waar jaarlijks op vijf papiermachines ongeveer tien miljoen kilogram papier geproduceerd wordt van allerlei soorten. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt - uniek voor Nederland - de "productie van gestreken papier in één gang" opgestart. Een nieuw- en veelbelovend papierproduct. Met Van Gelder Zonen, Berghuizer Papierfabriek en Koninklijke Nederlandse Papierfabriek behoort het tot de top vier van de Nederlandse papierindustrie. Zo’n 440 medewerkers, deels in ploegendienst, zijn er te werk gesteld.

Directeur F.X. Braun Als grootste werkgever vervult de papierfabriek ook een belangrijke maatschappelijke rol in de Gemeente Dussen. De oorspronkelijk in 1919 als bedrijfsleider aangestelde Franciscus X. Braun, maar vanaf 1926 samen met Van Suylekom, later met Ernst Waller en in de oorlog met Pieter Breman de directie vormend, is volgens overlevering een autoritaire baas. Toch is hij zich daarnaast terdege bewust van zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid als directielid van de Maasmond. Zo is hij in de loop der jaren tot aan de Tweede Wereldoorlog lid van het Burgerlijk Armbestuur Dussen, voorzitter van het Oranjecomité, voorzitter van de vereniging Hank Vooruit die zich beijvert voor betere woningen en infrastructuur en bevordering van het vreemdelingenverkeer door het organiseren van festiviteiten, oprichter van de Ziekenhuisvereniging Eigen Hulp - waarvan alle werknemers van de Maasmond gratis lid zijn - en oprichter van het Crisiscomité dat ter versterking van de steunkas in 1938 de eerste profwielerronde van Dussen organiseert. Overigens blijkt Brauns veronderstelde Duitse nationaliteit op een misverstand te berusten. Hij is geboren in België en Belgisch staatsburger. Omdat dit voor directieleden statutair vereist is, laat hij zich bij zijn aanstelling tot directeur van de Maasmond in 1927 samen met zijn gezin tot Nederlander naturaliseren.