thumb|Heliconius erato
Heliconius is een geslacht van vlinders uit de onderfamilie Heliconiinae en de familie Nymphalidae. De soorten van dit Amerikaanse geslacht zijn de kleurrijkste uit deze onderfamilie. Het zijn langlevende, langzaamvliegende vlinders die vaak in tropische vlindertuinen worden gehouden. Er zijn exemplaren bekend die zeven tot acht maanden oud werden. Veel soorten leggen hun eieren op één enkele soort passiebloem, de specifieke waardplant van de rupsen. Andere soorten zijn minder specifiek en leggen hun eieren op meer soorten passiebloemen.
De meeste soorten komen voor in de Caraïben, Zuid- en Midden-Amerika. Heliconius charitonius heeft de noordelijkste verspreiding; deze soort komt voor tot in de zuidelijke Verenigde Staten.
Leggen van eieren De meeste soorten leggen een ei per keer, terwijl andere soorten hun eieren in cirkelvormige patronen leggen. Sommige soorten leggen een massa eieren per keer op nieuwe groeischeuten, terwijl andere soorten kleine clusters eieren leggen of de eieren leggen in netjes gerangschikte rijen. De eieren worden alleen op ranken, steunblaadjes en de punten van bladeren gelegd. Het duurt drie tot negen dagen voordat de eieren uitkomen.
Passiebloemen hebben in de loop van de evolutie technieken ontwikkeld om zich te wapenen tegen de vlinders. Ze ontwikkelden extraflorale nectarklieren die insecten als mieren aantrekken die de planten vervolgens beschermen tegen de vlinders. Ook zijn er extraflorale nectarklieren die op eitjes lijken (“schijneitjes”), waardoor de vlinders denken dat de plant al bezet is en deze verder ongemoeid laten. Dit is een voorbeeld van mimicry van Bates. Bij de passiebloemen en de vlinders is sprake van co-evolutie.
Rupsen De meeste rupsen beginnen hun leven met het opeten van de eierschaal voor de nutriënten, maar een aantal soorten verlaten de eierschaal meteen zodra ze zijn uitgekomen. De rupsen van de meeste soorten die een ei per keer leggen zijn kannibalistisch en zullen de concurrentie uitschakelen. Maar er zijn ook soorten waarbij de rupsen in grote gemeenschappen leven en de passiebloemen gezamenlijk consumeren.
Gedurende het larvale stadium van twee tot drie weken vervellen de rupsen vier keer. Aan het einde van het larvale stadium zoekt de rups een plek om een cocon te spinnen. Na 24 tot 48 uur verandert de rups in een pop. De poppen van zijn meestal wit tot beige. Ze zijn bedekt met veel stekels en hebben een aantal metaalkleurige plekken.
Poppen De poppen zijn meestal moeilijk te vinden omdat ze verborgen zitten en gecamoufleerd zijn. Meestal duurt het acht tot twaalf dagen voordat de volledige metamorfose heeft plaatsgevonden en de volwassen vlinder tevoorschijn komt. Voordat de vlinder uitkomt, wordt de pop doorschijnend en worden de kleuren van de vlinder zichtbaar. Voordat de vlinder uitkomt, pompt hij bloedt in zijn vleugels om deze te vergroten en te versterken. In dit stadium is de vlinder kwetsbaar en hij zal meestal in de ochtend uitkomen, waarbij hij zijn vleugels vergroot en een enzym uitscheidt om de vleugels te verharden. Dit duurt meestal maar een paar minuten, waarna de vlinder binnen een uur vliegklaar is.
Paring miniatuur|rechts|Heliconius sapho
Mannetjes van veel soorten hebben geurschubben met feromonen op hun achtervleugels en kunnen vrouwtjes veroveren door ze te besproeien met de feromonen. De mannetjes doen dit door de voorvleugels over de achtervleugels te wrijven terwijl ze fladderen, waardoor de feromonen vrijkomen. Als het vrouwtje het mannetje niet accepteert zal ze een klier op haar abdomen tonen en met haar vleugels fladderen om een geur te verspreiden die het mannetje afschrikt.
Bij sommige soorten kan het mannetje dagen bij een vrouwelijke pop blijven hangen. Vlak voordat het vrouwtje uitkomt, zal het mannetje de huid van de pop penetreren en met haar paren als ze uitkomt. Soms concurreren meerdere mannetjes om een vrouwelijke pop.
De verschillende soorten kunnen ook hybridiseren zoals tussen Heliconius melpomene en Heliconius cydno en tussen Heliconius erato en Heliconius himera.
Voeding en leefwijze van de volwassen vlinders Volwassen vlinders voeden zich zowel met nectar als met nutriënten die ze extraheren uit stuifmeel. Het eten van nutriënten uit stuifmeel zorgt ervoor dat deze vlinders langer leven dan de vlinders uit andere geslachten, omdat nectar alleen een bron van koolhydraten vormt en stuifmeel ook andere nutriënten bevat. Nadat ze stuifmeel hebben verzameld met hun roltong scheiden ze een vloeistof uit om het stuifmeel in suspensie te houden. De vlinders houden dit mengsel enkele uren bij zich. Uit het stuifmeel komen aminozuren en proteïnes vrij die door de vlinders worden opgenomen. De stuifmeelkorrels zelf worden door de vlinders niet verteerd. Door de mogelijkheid om zich met nutriënten uit stuifmeel te voeden, kunnen de vlinders wel enkele maanden leven. Ook kunnen de vlinders zich voeden met sap van rottend fruit.
De vlinders voeden zich met stuifmeel en nectar van planten uit de geslachten Lantana, Psiguria en Gurania. De vlinders zijn giftig doordat ze cyanogenen aanmaken van aminozuren, die ze uit stuifmeel halen.
De vlinders verzamelen zich tegen de avond en overnachten op gemeenschappelijke slaapplaatsen, waarbij ze op hun kop hangen.
Mimicry van Müller Mimicry van Müller is een fenomeen waarbij verschillende, gevaarlijke (bijvoorbeeld giftige) soorten elkaar in uiterlijk nabootsen. Dit treedt bij Heliconius onder andere op tussen Heliconius melpomene en Heliconius erato. Deze soorten komen in een groot aantal kleurvariaties voor waarbij vergelijkbare kleurvariaties van de twee soorten in hetzelfde verspreidingsgebied voorkomen.
thumb|Mimicry van Müller: de onderste rij toont Heliconius erato en de daarboven gelegen rij toont de corresponderende kleurvariaties bij Heliconius melpomene
Soorten Heliconius antiochus (, 1767) Heliconius arcuatus (, 1779) nomen oblitum Heliconius astraea , 1897 Heliconius atthis , 1847 Heliconius aventina , 1925 nomen dubium Heliconius besckei , 1857 Heliconius burneyi (, 1826) Heliconius charitonia (, 1767) - Zebravlinder Heliconius choarina (, 1872) Heliconius clysonymus , 1817 Heliconius clysonymus hygiana , 1867 Heliconius congener , 1890 Heliconius cydno , 1847 Heliconius cydno weymeri , 1896 Heliconius demeter , 1897 Heliconius demeter eratosignis (, 1925) Heliconius egeria (, 1775) Heliconius eleuchia , 1854 Heliconius eleuchia primularis , 1869 Heliconius elevatus , 1901 Heliconius elevatus lucian , 1960 Heliconius emilius , 1912 nom. dub. Heliconius ennius , 1891 Heliconius erato (, 1764) Heliconius erato amphitrite , 1901 Heliconius erato cyrbia (, 1819) Heliconius erato dignus , 1923 Heliconius erato favorinus , 1874 Heliconius erato hydara (, 1867) Heliconius erato microclea , 1907 Heliconius erato petiveranus (, 1847) Heliconius erato phyllis (, 1775) Heliconius ethilla (, 1819) Heliconius ethilla adela , 1912 Heliconius ethilla claudia , 1881 = Heliconius assimilis , 1921 Heliconius ethilla narcaea (, 1819) Heliconius ethra (, 1831) Heliconius fassli , 1912 nom. dub. Heliconius fruhstorferi , 1899 Heliconius hecale (, 1775) Heliconius hecale anderida (, 1852) Heliconius hecale humboldti , 1928 Heliconius hecale novatus , 1867 = Heliconius schulzi , 1899 Heliconius hecale paraensis , 1900 Heliconius hecale quitalena (, 1852) Heliconius hecale sulphureus , 1893 Heliconius hecale vetustus , 1873 Heliconius hecalesia , 1853 Heliconius hecalesia longarena (, 1875) Heliconius hecuba (, 1858) Heliconius hecuba crispus , 1885 Heliconius hermathena (, 1853) Heliconius heurippa (, 1853) Heliconius hewitsoni , 1875 Heliconius hierax , 1869 Heliconius himera , 1867 Heliconius hippola (, 1867) nom. dub. Heliconius hortense , 1844 Heliconius ismenius , 1817 Heliconius leucadia , 1862 Heliconius melpomene (, 1758) Heliconius melpomene aglaope , 1862 Heliconius melpomene amaryllis , 1862 Heliconius melpomene nanna , 1899 Heliconius melpomene penelope , 1894 Heliconius melpomene vulcanus (, 1865) Heliconius melpomene xenoclea (, 1853) Heliconius metaphorus (, 1883 Heliconius nattereri , 1865 Heliconius numata (, 1780) = Heliconius pione , 1816 Heliconius numata aulicus , 1884 Heliconius numata aurora , 1862 = Heliconius gradatus , 1893 Heliconius numata euphone , 1862 = Heliconius mixta , 1927 Heliconius numata ignotus , 1917 Heliconius pachinus , 1871 Heliconius pardalinus (, 1862) Heliconius pardalinus radiosus , 1873 = Heliconius fortunatus , 1884 Heliconius ricini (, 1758) Heliconius rubellius , 1892 nom. dub. Heliconius sapho (, 1782) Heliconius sara (, 1793) Heliconius seitzi , 1916 nom. dub. Heliconius seraphini , 1932 nom. dub. Heliconius sergestus , 1894 Heliconius telesiphe (, 1847) Heliconius timareta (, 1867) Heliconius wallacei , 1866 Heliconius wallacei clytia (, 1775) Heliconius wernickei , 1906 nom. dub. Heliconius xanthocles , 1862
Nomina nuda Heliconius celia , 1847 (nomen nudum) Heliconius choanita , 1865 (nom. nud.) Heliconius claudina , 1847 (nom. nud.) Heliconius cratena , 1865 (nom. nud.) Heliconius elvira , 1847 (nom. nud.) Heliconius eroxena , 1847 (nom. nud.) Heliconius marinetta , 1847 (nom. nud.) Heliconius matuna , 1865 (nom. nud.) Heliconius mexicanus , 1865 (nom. nud.) Heliconius nerina , 1847 (nom. nud.) Heliconius phaena , 1847 (nom. nud.) Heliconius siphelia , 1865 (nom. nud.) Heliconius tessala , 1865 (nom. nud.) Heliconius thusania , 1865 (nom. nud.) Heliconius vilis , 1865 (nom. nud.) Heliconius xithelia , 1865 (nom. nud.) Heliconius zerbinetta , 1847 (nom. nud.)
Niet meer in dit geslacht Heliconius aliphera (, 1819) =Eueides aliphera Heliconius aoede (, 1816) = Neruda aoede Heliconius doris (, 1771) = Laparus doris Heliconius godmani , 1882 = Neruda godmani Heliconius heliconioides , 1861 = Eueides heliconioides Heliconius metharme (, 1848) = Neruda metharme Heliconius procula (, 1847) = Eueides procula
Externe links Butterflies of the World, 1998, Firefly Books, Valerio Sbordoni, Saverio Forestiero Heliconius butterflies and Passiflora, Hoofdstuk 19, Ronald Boender in Passiflora Passionflowers of the World, Torsten Ulmer & John M. MacDougal with drawings by Bettina Ulmer, Timber Press, Passiebloemen, John Vanderplank, 1996, Nederlandse vertaling: Nationale Collectie Passiflora, Heliconius and related genera, 1994, Helmuth & Ruth Holzinger, Sciences Nat, Venette, pp. 1-328, pl. 1-51 Heliconius Butterflies, Dara O’Connor, Dave Ritchie, Jennifer Brenner, online versie hier Tree of Life: Heliconius Engelstalige site over Heliconius