thumb|300px|Portret van Chaucer uit een manuscript van de dichter Thomas Hoccleve, die Chaucer gekend zou hebben, waardoor dit het best gelijkende portret van Chaucer zou kunnen zijn. thumb|225px|Geoffrey Chaucer uit Speghts editie van 1602. thumb|225px|Chaucer en zijn wapenschild, Anoniem portret, 17e eeuw. Geoffrey Chaucer (Londen?, ca. 1343 – mogelijk 25 oktober 1400) wordt beschouwd als de belangrijkste schrijver uit de Middelengelse literatuur. Hij was de schepper van enkele van de meest geprezen dichtwerken uit de wereldliteratuur. Chaucer was niet alleen een uitzonderlijk begaafd auteur en dichter, maar leidde ook een druk openbaar leven als soldaat, hoveling, diplomaat en ambtenaar en vervulde een verscheidenheid aan openbare functies. Tijdens die carrière was hij de vertrouweling en protegé van drie opeenvolgende koningen, namelijk Eduard III (1312–1377), Richard II (1367–1400) en Hendrik IV (1367–1413). Toch vond Chaucer de tijd om duizenden versregels te schrijven die nu nog steeds door literatuurliefhebbers hooglijk gewaardeerd en bewonderd worden. Daarmee toonde hij aan dat het Engels uit zijn tijd (thans Middelengels genoemd) net zo goed gebruikt kon worden in de poëzie als het Frans of het Latijn, wat hem die titel van 'vader van de Engelse literatuur' bezorgde. Hoewel hij vele werken schreef, wordt hij het meest geroemd voor zijn onafgewerkte raamvertelling The Canterbury Tales.
Chaucers werk wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan onderwerpen, genres en stijlen. Hij belicht het menselijk streven naar een zinvol bestaan op veel verschillende manieren. In zijn werk combineert hij humor met ernst en relativeringsvermogen bij de behandeling van belangrijke filosofische vragen. Chaucer is een dichter van de liefde, die hij beschrijft van wellustig overspel tot spirituele eenheid met God. Hij biedt een uitgebreid zicht op de zwakheden en dwaasheden, maar ook op de edelmoedigheid van de mensheid.
Leven De naam Chaucer De naam Chaucer is een verfranste vorm van het Latijnse calcearius, dat "schoenmaker" betekent. De naam kwam in de oostelijke graafschappen van Londen op zijn vroegst voor in de tweede helft van de 13e eeuw. Sommigen van de Londense Chaucers woonden in Cordwainer Street, in het kwartier van de schoenmakers, maar een aantal van hen waren wijnhandelaars, onder wie zowel Chaucers vader John als zijn grootvader Robert.
thumb|Ipswich op de kaart. thumb|Eduard III en zijn zoon de Zwarte Prins (knielend), initiaal in een manuscript uit de 14e eeuw. thumb|Chaucer aan het hof van Eduard III, door Ford Madox Brown, 1847-1851, Art Gallery of New South Wales. thumb|Chaucers astrolabe, J.R. Smith, 1852.
Chaucers familie Verscheidene generaties van de familie Chaucer woonden in Ipswich, dat ongeveer 100 km ten noordoosten van Londen ligt. De stad exporteerde wol naar Vlaanderen en importeerde wijn uit Frankrijk, vandaar dat de familie actief was in de wijnhandel. In de late 13e eeuw vestigden Robert en Mary Chaucer, de grootouders van Geoffrey, zich in Londen, maar ze behielden hun eigendommen in Ipswich. Hun zoon John trouwde met Agnes Copton, de nicht van Hamo de Copton, de munter van de Tower of London. Toen Hamo de Copton in 1349, tijdens een pestepidemie, overleed, erfde Agnes al zijn bezittingen in Londen. In datzelfde jaar erfde John Chaucer al de bezittingen van zijn halfbroer Thomas Heyron. De ouders van Chaucer bezaten dus een aanzienlijk aantal eigendommen in Londen en net zoals de rest van zijn familie was John Chaucer wijnhandelaar.Riverside, pp. xv-xvi.
Kindertijd en jeugdjaren Chaucers geboortedatum is niet met zekerheid bekend. De meest voor de hand liggende aanwijzing daarvoor geeft hij zelf in een verklaring tijdens een proces in 1386.Chaucers deposition in 1386 Daarin zegt hij dat hij 'veertig jaar en meer' is, wat zijn geboortejaar situeert in het begin van de jaren 1340. Ook zijn geboorteplaats is onbekend, maar in die tijd bezaten de ouders van Chaucer onder andere een eigendom in Thames Street in de rijke wijk Vintry Ward in het hart van het kosmopolitische middeleeuwse Londen.Riverside, p. xvi. Er zijn geen documenten overgeleverd die iets over de schooltijd van Chaucer vertellen, maar uit zijn kennis van de Latijnse klassieken blijkt dat hij degelijk onderwijs heeft genoten, wat in die tijd gebruikelijk was voor de zonen van welvarende handelaars. In de buurt van Thames Street waren drie scholen, waaronder de aalmoezeniersschool van St. Paul's Cathedral.Riverside, p. xvii. In 1357 was Chaucer als page in dienst van Elizabeth de Burgh (1332–1363), 4e gravin van Ulster, echtgenote van prins Lionel van Antwerpen (1338–1368), 1e hertog van Clarence en zoon van koning Eduard III. In dat jaar deed de gravin enkele aankopen voor de jonge Chaucer, die vermeld zijn in haar gedeeltelijk overgeleverd huishoudboek.Crow and Olson, Life-Records, 13
Soldaat in de Honderdjarige Oorlog Toen Eduard III in 1359 tijdens de Honderdjarige Oorlog (1337–1453) Frankrijk binnenviel, ging Chaucer mee in het gevolg van prins Lionel en maakte hij deel uit van het Engelse leger. Tijdens het beleg van Reims werd Chaucer rond de jaarwisseling tot krijgsgevangene gemaakt in Rethel, ongeveer 40 km ten noordoosten van Reims. Eduard III betaalde in maart 1360 een bijdrage van £ 16 aan het losgeldChaucer, An Oxford Guide- hoofdstuk 1: 'Chaucer's life p.13. en Chaucer werd vrijgelaten. Het laatste verslag van Chaucer, toen hij in dienst van prins Lionel was, dateert van de vredesonderhandelingen in Calais in oktober 1360, toen de prins hem betaalde om brieven van Calais naar Engeland over te brengen. In de daaropvolgende jaren 1360–1366 heeft Chaucer hoogstwaarschijnlijk meerdere opdrachten uitgevoerd en reizen ondernomen. Zo kreeg hij in 1366 een vrijgeleide van Karel II van Navarra (1332–1387) om door Navarra te reizen. De reden voor deze reis is echter niet bekend.
Chaucers huwelijk met Filippa Roet In 1366 maakte Chaucer als 'esquire' deel uit van de Koninklijke Huishouding en kreeg hij van de koning een jaargeld voor bewezen en toekomstige diensten. In september van datzelfde jaar werd ook aan ene Filippa Chaucer een jaargeld toegekend voor haar functie als hofdame'domicella' of 'damoiselle' van koningin Filippa van Henegouwen. Daaruit blijkt dat ze toen met Chaucer getrouwd was. Over het leven van Filippa Chaucer staat niet veel met zekerheid vast. Als ze inderdaad geboren werd als Filippa (de) Roet,De suggestie dat ze de dochter van Payne De Roet was ontstond in de zestiende eeuw. wat vaak beweerd wordt,Evans, p. 13. dan was ze de zuster van Katherine Swynfordgeboren als Katherine de Roet en de dochter van Payneof Paen de Roet.of (de) Roet of (de) Roelt Payne de Roet was een Vlaamse heraut uit Henegouwen, die in het gevolg van koningin Filippa in 1328 naar Engeland kwam en in dienst trad van koning Eduard III. Filippa werd opeenvolgend hofdame van gravin Elizabeth, van koningin Filippa en van Constance van Castilië, de tweede vrouw van Jan van Gent. Katherine Swynford was jarenlang de minnares van Jan van Gent en zou uiteindelijk in 1396 ook met hem trouwen. Het huwelijk van Chaucer met Filippa kan een verklaring zijn voor de vele gunsten die Jan van Gent hem verleende. In 1386 werd Filippa Chaucer opgenomen in de broederschap van de kathedraal van Lincoln in het gezelschap van Hendrik, graaf van Derby, de latere koning Hendrik IV, Sir Thomas de Swynford en andere hooggeplaatste personen. Filippa Chaucer overleed waarschijnlijk in 1387, aangezien de aan haar toegekende toelage toen wegviel.Skeat, ref. 44.
Afstammelingen Het is niet met zekerheid bekend hoeveel kinderen Chaucer en Filippa hadden. Hun zoon Thomas Chaucer (ca. 1367–1434) maakte carrière als hoofdbutler van vier koningen (1404–1434), afgezant in Frankrijk en Speaker van het Britse Lagerhuis. Thomas Chaucer gebruikte het zegel met het wapen en de naam van zijn vader. Door zijn huwelijk met Maud Burghersh, erfgename van een groot fortuin en door annuïteiten van Jan van Gent, Richard II en Hendrik IV, werd hij een zeer vooraanstaand en welvarend man. Hun enige dochter Alice Chaucer, kleindochter van Geoffrey Chaucer, trouwde met William de la Pole, 1st Duke of Suffolk. De enige zoon van Alice en William, achterkleinzoon van Chaucer, was John de la Pole, 2nd Duke of Suffolk. Door zijn huwelijk met Elizabeth of York, Duchess of Suffolk, werd hij de schoonbroer van twee Engelse koningen, Eduard IV en Richard III. Van John de la Pole en Elizabeth zijn elf kinderen bekend. De oudste daarvan, John de la Pole, 1st Earl of Lincoln (ca. 1462-1487), achter-achterkleinzoon van Chaucer, was een voorbestemde troonopvolger van zijn oom Richard III. In een document uit 1403 in Carmarthen Castle wordt samen met Thomas Chaucer ook melding gemaakt van Lewis Chaucer. Chaucer schreef voor hem in 1391 A Treatise on the Astrolabe:
Lewis Chaucer werd dus in ca. 1381 geboren. Twee vermeende dochters van Chaucer zijn Elizabeth Chaucy, een non in Barking Abbey, en Agnes Chaucer, die aanwezig zou zijn geweest bij de kroning van Hendrik IV. Er zijn echter geen documenten die hen met zekerheid identificeren als Chaucers kinderen.
Carrière thumb|Een bladzijde van The Romaunt of the Rose, ca. 1440, uit het MS Hunter-manuscript. thumb|Troilus and Criseyde, Illustratie uit de Kelmscott Chaucer, 1896. thumb|Facsimile uit 1905 van een origineel manuscript van Anelida and Arcite uit 1477, bewaard in de University of Cambridge.
Late jaren 1360 Chaucer maakte sinds 1367 deel uit van een groep jonge mannen in dienst van de koning. Aan het hof voerden ze allerlei opdrachten uit en vaak werden ze naar alle uithoeken van Engeland gestuurd om de belangen van de koning te behartigen. Soms deden ze dienst in het leger en af en toe werden ze als gezant naar het buitenland gezonden. Als beloning voor hun bewezen diensten kregen ze uitrusting, een dagelijks loon, annuïteiten en benoemingen in openbare functies.Riverside, p. xviii. Mogelijk studeerde Chaucer tijdens deze periode rechten in de Inner Temple, een van de Inns of Court in Londen. Zijn beschrijving van de 'Manciple' en de 'Man of Law' in de General Prologue van The Canterbury Tales toont dat hij op de hoogte was van de werking van de Inns of Court en de praktijken van de advocaten aldaar. De ambten die hij later uitoefende, vereisten het gebruik van kanselarijletters en Franse of Latijnse wettelijke formules, allemaal vaardigheden die onderwezen werden in de Inns of Court. Chaucers carrière als dichter begon aan het einde van de jaren 1360, toen hij vertalingen maakte van Franse gedichten. Zijn korte gedicht Complaint of Venus is gebaseerd op het werk van Otton de Graunson, een ridder uit Savoye, die in dienst was van Jan van Gent en dus bekend in de entourage van Chaucer.Wogan-Browne, p. 27. Zijn eerste lange gedicht, The Romaunt of the Rose, was een getrouwe vertaling van het Franse Roman de la rose van Guillaume de Lorris. Chaucer was ook bevriend met de Franse dichter en kroniekschrijver Jean Froissart,Evans, p. 12. met wie hij in 1368 in het gevolg van Lionel van Antwerpen naar Milaan reisde om het huwelijk van Lionel met Violante Visconti, de dochter van Galeazzo Visconti, bij te wonen. Ook Petrarca was mogelijk op dat huwelijk aanwezig. The Book of the Duchess, Chaucers eerste belangrijke gedicht, is in deze periode ontstaan. Het is een elegie voor Blanche van Lancaster, de eerste vrouw van Jan van Gent, die in 1369 overleed.
Jaren 1370 en 1380 Gedurende de jaren 1370 en de jaren 1380 vermeed Chaucer betrokkenheid bij diverse politieke conflicten. Dat kan de reden geweest zijn voor het opvallende gebrek aan historische verwijzingen in zijn werk.