Bazel is een plaats in de Belgische provincie Oost-Vlaanderen in het oosten van het Waasland aan de linkeroever van de Schelde.
Gemeente Tot aan de gemeentelijke herindeling van 1977 was het een zelfstandige gemeente en daarna een deelgemeente van Kruibeke, tot die in 2025 fuseerde, waardoor Bazel een deelgemeente werd van Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht.
Toponymie Op gezag van de plaatselijke heemkundige Alois Maris wordt aangenomen dat de oorsprong van de naam Bazel, of meer bepaald de oude benaming Barsela, een samenvoeging is van de Frankische woorden baar (bloot of woest) en sele of sela; dit laatste duidt op een woning die onder één dak ligt of zelfs uit één zaal bestaat.Alois Maris, Annalen van de Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas. - Sint-Niklaas : Koninklijke Oudheidkundige Kring van het Land van Waas , 1976, deel 79, pp. 165-187 Vergelijk ook met de Belgische dorpen Beerzel en Beersel. Barsela evolueerde over Baersele en Baersel tot Baesel, Basel en Bazel. De heren van Barsela bewoonden het Kasteel Wissekerke te Bazel.
Het naamsdeel 'bar' Er is echter ook een andere oorsprong mogelijk voor de bar of baar in het eerste deel van de naam. Zo kennen we ook de evolutie van de naam Baarsant, een teloorgegaan dorp ten noordoosten van het oude eiland Cadzand: van Bardesant over Burdasanda en Bersant tot Baarsant. En zelfs te Bazel kennen we een andere geschiedenis van het naamsdeel bar: in de naam van de reeds genoemde Barbierbeek (vroeger Bortbuerbeke) en het daaraan gelegen hof Bordebure. Het Vroegmiddelnederlands Woordenboek van de Schatkamer van de Nederlandse Taal verklaart bordebure als de samenstelling van het zelfstandig naamwoord bort 'plank' en het zelfstandig naamwoord bure 'kot', een planken kot.bordebure in het Vroegmiddelnederlands Woordenboek Dit evolueerde dan van Bord(e)bure via Borbuer en Burbuur tot Barbier. Het Hof Bordebure, dat later Oud Hof genoemd wordt (in tegenstelling misschien tot het 'nieuwere' hof van Wissekerke), stamt alvast uit dezelfde tijd en was lange tijd misschien zelfs belangrijker dan de zetel te Bazel van de heren van Barsele, te weten de heerlijkheid Wissekerke. Alvast op de Ferrariskaarten (1771-1778) was de bewoning rond het Oud Hof nog belangrijker dan die rond Wissekerke. Mogelijk is het hof Bordebure daarom de naamgever van het dorp Barsela. Alvast op de oudste landkaarten van de streek (vanaf Mercators tijd) vinden we wel Bazel en het voornoemd Oud Hof of Bordebure terug, maar nooit Wissekerke of Barsela.
Een andere mogelijkheid is, dat het deel bure in bordebure komt van het Frankisch voor grens, in welk geval de Bordeburebeek of Barbierbeek gewoon de grens van het domein van Borde-sele was. Niets is echter zeker van die tijd met zo weinig geschreven bronnen. Er is b.v. ook een Friese verklaring voor Bordebure: dan zou bord = boord of grens, en bure = huis, dus huis op de grens (gevormd door de Barbierbeek).
Verband met Borsele? Soms werd in plaats van Barsele ook Borsele geschreven, waarschijnlijk door verwarring met het Zeeuwse dorp Borssele (dat, om de verwarring te vergroten, bovendien banden had met een dorpje Wissenkerke). Tot omstreeks 1530 was Borssele een eiland. Pas bij de wederdrooglegging vanaf 1616 wordt dit gebied aan het eiland Zuid-Beveland gehecht, en ontstaat er een dorp Borssele. De heren van Borssele werden zeer invloedrijk in Zeeland en het graafschap Holland. Toch kozen ze te gelegener tijd ook partij voor de graaf van Vlaanderen in diens strubbelingen met de graaf van Holland omtrent het bezit van Zeeland. Zeker werden de heren van Borssele dan ook beloond met giften van de graaf van Vlaanderen. De bronnen die daarvan bewaard zijn, vermelden enkel giften in het betwiste gebied, namelijk de Vier Ambachten en Zeeland, maar geen in het Waasland.
Bovendien zien we nu meer naamsgelijkenis dan er toen in werkelijkheid was. De heren van Bazel worden al aangeduid als de Barsela sinds halfweg de 12e eeuw, met o.a. Boidinus of Boudin de Barsela in 1164 en zijn gelijknamige zoon in 1201. De vroegste vermeldingen die mogelijk aan Borssele refereren, zijn namen als Brumsale (976), Brumisela (1003), Brumsela (1040) en Brinisila (1161). De oudste vermeldingen die met zekerheid terug te voeren zijn tot Borssele en de heren van Borssele, betreffen steevast de naam de Bersalia. Van 1246 tot zeker 1299 wordt er gesproken over Nicolaus de Bersalia en zijn zonen Petrus en Henricus de Bersalia. Deze laatste, ook heer van Wisse of Wissekerke, had een zoon Raas, na 2 eerdere huwelijken waarschijnlijk een bastaard. Die wordt als bouwer van de burcht van Barsele in Bazel genoemd (zie verder). Hiervoor zijn echter geen andere argumenten te vinden dan gelijkenis van de namen Barsele en Borssele, en zoals gezegd de naam Wissekerke in Bazel zowel als op Zuid-Beveland (maar er is overigens ook een Wissenkerke op Noord-Beveland). Voorlopig is het dus wijs ervan uit te gaan dat Bazel en Borssele weinig gemeen hadden.
Geschiedenis Bazel is de oudste kern in het gebied, en omvatte oorspronkelijk ook de huidige mede-deelgemeenten Kruibeke en Rupelmonde, alsmede Steendorp, deelgemeente van Temse. In de vroege geschiedenis van Bazel worden die gebieden mee beschreven.
Prehistorie Van oorsprong was het grondgebied van Bazel moerassig, met heide en plekjes bos. De in 2011 opgegraven site in Sluis, op een zandrug in de riviervlakte van de oude Schelde, trof menselijke bewoning aan in het achtste millennium v.Chr.Crombé, P., Aluwé, K., Boudin, M. et al. "New evidence on the earliest domesticated animals and possible small-scale husbandry in Atlantic NW Europe", in: Scientific Reports 10, 20083 (2020). Dit is het Vroege Mesolithicum en het begin van het Midden-Mesolithicum. Daarna werd de site verlaten tot er nieuwe bewoning kwam van het late zesde millennium tot de eerste helft van het vierde millennium v.Chr. Deze tweede fase komt overeen met het Late Mesolithicum en de overgang naar het Neolithicum, met de Swifterbantcultuur en de Michelsbergcultuur. Vondsten van gedomesticeerd graan en vee (koeien, schapen, geiten en varkens) behoren tot de vroegste landbouwproducten die zijn aangetroffen in de vlakte van Noordwest-Europa. Dit gebeurde nog in een jager-verzamelaar-context ca. 4800-4600 v.Chr.
Vóór 2011 gevonden artefacten dateren uit het neolithicum. Ze zijn aangetroffen op de Roomkouter te Steendorp. Het betreft onder meer een gebroken pijlpunt met schachtdoorn en weerhaken.
Recenter werd het gebied bewoond door Kelten, zeker langs de Scheldeboorden. Getuigen hiervan zijn onder meer de toponiemen die naar die rivier verwijzen (Scald in het Keltisch): Schauselebroek, Schaudries, 't Schoutheyt, en toponiemen met de Keltische uitgang rick, zoals Bolderik en Hemelrijk.
Waarschijnlijk werden de Kelten hier gevolgd door het Keltisch-Germaanse mengvolk der Menapiërs, alhoewel daarvan te Bazel geen sporen zijn gevonden.
Romeinse tijd Tussen 57 v.Chr. en 51 v.Chr. trok de Romein Gaius Fabius met zijn troepen het Waasland binnen. Hoog genoeg boven de moerassige Schelde-oevers legden de Romeinen een verharde weg aan van Antwerpen naar Temse, waarvan het tracé nu nog grotendeels gevolgd wordt door de gewestweg van Zwijndrecht naar Temse. Vermits er hogerop nog een belangrijkere Romeinse heirbaan van Burcht over Lokeren naar Gent liep (die trouwens tussen Velle en Sint-Niklaas de Hoge Heerweg heet), draagt die langs de Schelde-oevers plaatselijk de naam Lage Heirbaan of ook Nedere Heirweg.
Tot de vondst in 1998 van Romeinse afvalputten bij de kleiputten van Kruibeke, was er aan deze kant van de Schelde geen Romeinse nederzetting bekend die dichter bij Antwerpen lag dan degene die twintig jaar eerder te Bazel was gevonden. Op de Roomkouter in Steendorp was immers langs de Lage Heirbaan een nederzetting van Romeinse oud-legionairs. Ook steenbakkers woonden daar, die dus reeds vroeg de Boomse klei hadden ontdekt. Nu nog worden op de Steenakkers aldaar stenen naar boven geploegd. Er zou ook een bewoningskern (vicus) geweest zijn hoog op de Hanewijk. In het hart van het Bazelse dorp dan weer, in de achtertuin van het huis te Rupelmondestraat nr. 17, werden scherven gevonden van aardewerk uit de Romeinse tijd, benevens zo'n vijftig stukken van een eenvoudig oventje om ijzererts uit te smelten.
Kerstening Over de stichting van de parochie van Bazel is geen duidelijkheid. Genoemd worden Amandus van Gent en zijn gezellen (rond 680), Amelberga van Temse die halfweg de 8e eeuw actief was in buurgemeente Temse, en de markante Ursmarus, van wie verhaald wordt dat hij in het begin van de 8e eeuw een stamhoofd kidnapte om de bevolking te kerstenen.
Vroege inpoldering In die tijd, de 8e of 9e eeuw, zou ook al een eerste vorm van inpoldering van de Scheldeoevers begonnen zijn: broekdammen rond de moerassige grond (broek) beveiligden hoger gelegen gebieden, op grote afstand van de rivier, tegen het springtij, en buitendijks werden verhoogde gaanwegen aangelegd, met aan weerszijden afwateringsgrachten, om zich met droge voeten te kunnen verplaatsen. Beide termen komen nu nog veelvuldig voor in de lokale straatnamen.
De Vikings Vanaf de 9e eeuw echter maakte heel Europa kennis met de Vikings. Zij werden zelfs gesignaleerd op waterloopjes als de Barbierbeek, die op de grens van Bazel en Kruibeke in de Schelde uitmondt. De Barbierbeek immers was, naar het reliëf uitwijst, zeker bij hoogwater op de Schelde bevaarbaar tot aan de huidige autosnelweg E17.
Na Karel de Grote, en vooral na de verdeling van het Frankische rijk met het verdrag van Verdun (843), waren de koningen niet krachtig genoeg om het verweer tegen de Vikings te organiseren. De plaatselijke machthebbers moesten voor de verdediging instaan, en bouwden zo ook hun machtspositie uit. In die omstandigheden kreeg Boudewijn I met de IJzeren Arm, schoonzoon van koning Karel de Kale, de verantwoordelijkheid als graaf in het toenmalige Vlaanderen, dat een wisselend brede strook vanaf de kust omvatte. Aldus doken de stad Gent en het Waasland herhaaldelijk samen op als oerkern van het graafschap Vlaanderen. En in het Waasland werden al spoedig Bazel en zijn heren belangrijke spelers.
Na de dood van Boudewijn in 879 kregen de Vikings vier jaar lang nagenoeg vrij spel in Vlaanderen, terwijl de nieuwe (of eerste echte) graaf van Vlaanderen, zijn zoon Boudewijn II de Kale, 15 jaar oud, standhield in de burcht van Brugge. Vanaf 883 organiseerde Boudewijn II echter de verdediging tegen de Vikings, en liet een gordel van burchten oprichten langs de kustvlakten en rivieren van Vlaanderen. Ook langs de Schelde, die niet alleen een invalsweg was voor de Vikings, maar sinds het Verdrag van Verdun ook de grens tussen West-Francië (met het Vlaamse grondgebied) en Midden-Francië.
De eerste versterkingen right|thumb|400px|kasteel Wissekerke, vanop het bruggetje over de Daalstraatbeek