Eksel (vroegere spelling: Exel) is een dorp in de Belgische provincie Limburg en een deelgemeente van Hechtel-Eksel in de Kempen, het was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1977.
Etymologie De eerste vermelding van Eksel is uit 714, als Ochinsala, de basisbenaming van het gehucht Hoksent aan de rivier de Dommel. Met Ochinsala wordt vermoedelijk bedoeld 'de woonplaats van Oko': een samentrekking van de persoonsnaam Oka/Oko en van sala dat zaal, woonplaats betekent (J. Mansion). In de 11e eeuw wordt Eksel vermeld als Ekinsala en in 1153 is sprake van Hecsele, een mogelijke samentrekking van agnis (ekster) en lauha (bosje op hoge zandgrond) (Gemeentekrediet).
Geschiedenis Op het huidige grondgebied van Eksel zijn kleine stenen voorwerpen aangetroffen uit het mesolithicum. Aan het Moeras den Hoog in de vallei van de Nete in Eksel werd een bronzen vlamvormige lanspunt uit de Bronstijd gevonden, die zich nu in de collectie van TRAM 41 in Turnhout bevindt.Marynissen, C. (1983). Inventaris van de archeologische verzameling van het Museum Taxandria te Turnhout. in Taxandria 53, p. 5-56. In 2013 werden bij archeologische opgravingen op het projectgebied Lang Voor, gelegen op 300 meter ten noorden van de kerk en het centrum, sporen uit de Metaaltijd en de middeleeuwen gevonden, waaronder aardewerk van een Harpstedt-achtige pot uit de late Bronstijd of vroege IJzertijd, fragmenten van een kooksteen, paalkuilen van zogenaamde spiekers (kleine opslagplaatsen) uit de volle middeleeuwen en fragmenten van een kogelpot uit de 13de eeuw.Van Horne, Kizzy (14/2/2013). Archeologen vinden sporen uit Middeleeuwen. in Het Nieuwsblad, p. 24; GVB (8/2/2013). Meer dan 100 resten uit middeleeuwen gevonden in Eksel. in Het Belang van Limburg, p. 44; SSB (8/2/2013). Archeologen vinden middeleeuwse sporen. in Het Laatste Nieuws, p. 21.
In de Romeinse tijd liep wellicht de Heirbaan Tongeren-Duurstede door Eksel. De straatnaam 'Heerstraat' herinnert hier mogelijk aan. Ook werden in het Ekselse gehucht De Winner Romeinse scherven, voorwerpen, waaronder een Harpstedt-urn, en een begraafplaats gevonden.Pauwels D. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kanton Peer, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N3, Brussel - Turnhout.; De Laet, S. (1961). Opgravingen en vondsten in de Limburgse Kempen. III. Opgravingen van een grafheuvel op "De Winner" te Eksel. in Limburg 40, p. 158-165. Gearchiveerd op 2 april 2015.
Van de vroeg-middeleeuwse (5de-8ste eeuw) Frankische landname bleven talrijke sporen in het landschap bewaard. Het Ekselse gehucht Hoksent of Hoxent aan de Dommel was oorspronkelijk een Frankische nederzetting. Deze oude landbouwlandschappen op plaggenbodems worden gekenmerkt door grote rechthoekige historisch stabiele percelen, met lengteas loodrecht op de straat. Op regelmatige afstand komen er plaatselijk langs de straat, oude rijhoeven voor met lengteas eveneens loodrecht op de weg. Eveneens een typisch Kempens landschapselement zijn de houtwallen als perceelscheiding.
De eerste vermelding van Eksel in geschiedkundige documenten zou dateren dateren uit 714 en is te vinden in het Liber Aureus, een boek dat enkele eeuwen later geschreven is. Op 27 juli 710 zou Berthilindis, dochter van een zekere Wigibald, al haar goederen, gelegen in Hoksent (Hoccascaute), schenken aan de Heilige Willibrordus, die er een kapel zou hebben gebouwd. MogelijkLeylijnen & Wichelroede - Kapellen bevond zich eerder op deze locatie een voorchristelijk heiligdom. De kapel was een der eerste in de wijde omgeving. Via Willibrord kwamen deze goederen in bezit van de Abdij van Echternach.
Buiten het Hoksent behoorde het verdere Ekselse grondgebied op het einde van de 7de eeuw tot het kroondomein van de Pepiniden. Het latere Eksel ontwikkelde zich als centrum van deze heerlijkheid Ochinsala, die zich uitstrekte tot Neerpelt, Brogel, Wijchmaal en Peer en aanvankelijk ook Overpelt, Hechtel en Houthalen omvatte. Tussen 697 en 701 schonk Pippijn II van Herstal dit vorstelijke territorium aan de Abdij van Sint-Truiden, zoals de eerste biograaf van Sint-Trudo, Donatus, vermeldt: traditit quicquid habere visus est in villa... cognominatur Ochinsala.Vaes, Jan (2016). De graven van Loon. Leuven: Davidsfonds, p. 62. Aangezien dit territorium veel groter was dan Hoksent, kreeg de kapel aldaar in 1177 de status van parochiekerk, in tegenstelling tot die in Hoksent, welke een veel kleiner gebied bediende. De parochie splitste zich vermoedelijk af van die van Peer.
In het gehucht De Winner op de grens met Overpelt vestigde de in 1121 gestichte Abdij van Floreffe in 1145 een uitgestrekte landbouwkolonie op gronden die door schenking waren verkregen. Na de ontginning werd het domein uitgebaat door werkbroeders onder leiding van een magister curiae (priester-rentmeester). De kolonie wordt in 12de-eeuwse bronnen omschreven als ville cuiusdam deserte, Escele nomine (1155), minoris Exele (1161), curtem de Exele (1179).Bussels, Dr. M (april 1948). "Het Oude Land van Loon", jaargang III-afl. 4.
In 1218 gaf abt Christiaan van de abdij van Sint-Truiden aan de heer van Eksel toestemming om een watermolen op te richten op de Dommel in het gehucht Hoksent. Arnold IV van Loon verkocht deze molen in 1259 aan de abdij van Floreffe, samen met de Bemvoortse Molen en de Wedelse Molen. De abdij van Floreffe behield de molen in bezit tot het einde van de 18de eeuw. Deze Kleine Molen ligt nu op het grondgebied van buurgemeente Overpelt.
Op een bepaald moment lagen in Eksel in de 12de en 13de eeuw zelfs eigendommen van vier abdijen en één grafkerk: van de abdijen van Floreffe, Sint-Truiden, Echternach en Averbode en van de Sint-Servaaskerk te Maastricht.Vaes, Jan (2016). De graven van Loon. Leuven: Davidsfonds, p. 64.
In de 13de eeuw behoort Eksel toe aan het graafschap Loon, daarna aan het prinsbisdom van Luik.
Omgrachte schansen werden in de tweede helft van de 16de eeuw aangelegd ter beveiliging van de bevolking van de omliggende dorpen en gehuchten. De schansen moesten de lokale bevolking beschermen tegen de rondtrekkende huurlingenlegers die de streek onveilig maakten tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Spaanse Successieoorlog (1701-1713). Op het grondgebied van Eksel, in het gehucht Hoksent langs de Schansdijkstraat en de Kenensdijk, zijn nog steeds de mooi bewaarde resten van een dergelijke schans te bezichtigen, compleet met grachten. Deze Hoxenterschans wordt voor het eerst vermeld in een brief uit 1580 van Adam van Randeroede, luitenant-drossaard van het ambt Pelt. Er is ook een schansreglement uit 1629 bewaard.Schansen in Limburg Een tweede schans lag op het grondgebied van het gehucht Locht en dateert van vermoedelijk 1624. Hier zijn geen zichtbare resten van bewaard gebleven. Beide verdedigingswerken werden in 1651 ingenomen en geplunderd door voorbijtrekkende Lorreinse troepen.
In vermoedelijk de eerste helft van de 16de eeuw richtte het prinsbisdom Luik in Eksel de eerste school op. Deze school bestond uit één klas en stond op het kerkhof bij de kerk. Wanneer de school precies werd opgericht, weet men niet.
Op 16 juni 1725 werd op de heide aan het drielandenpunt tussen het Hertogdom Brabant, het Prinsbisdom Luik en Nederland Leyn Wecks, de laatste, uit Eksel afkomstige 'heks' van Limburg, gewurgd en verbrand. Wecks was de dochter van de ongehuwde Anna Cuypers.Fernand Vanhemelryck (1991). Het gevecht met de duivel. Heksen in Vlaanderen. Leuven: Davidsfonds. In de legende leeft Leyn Wecks voort als de putheks van Heusden-Zolder. Het Suske en Wiske-album De mysterieuze mijn uit 1990 is hier gedeeltelijk op gebaseerd. De vermoedelijke plaats waar Leyn Wecks werd terechtgesteld, wordt vermeld op de 'Ferrariskaarten' uit 1777 als 'Montagne des sorcières ou Hexen Bergh'. Het moderne adres voor deze locatie is Kerkhovensesteenweg 547, Hechtel-Eksel.Geopunt Vlaanderen, thema historische kaarten.
Tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) trokken meermaals vreemde troepen door Eksel. Vanaf 1762 maakten de Bokkenrijders de Kempen en ook Eksel onveilig. Deze bende leefde van diefstal, chantage door middel van brandbrieven en brandstichting. De bende werd bestreden met een ongemeen bloedige repressie, vooral in het noorden van Limburg, waar Drossaard Joannes Mathias Clerx (1759-1840) uit Overpelt, Luitenant-Drossaerd van het ambt Stokkem, meer mensen liet berechten dan er ooit Bokkerijders waren geweest (een vijfhonderdtal in totaal). Clercx woonde op het domein Hobos, op de grens tussen Eksel en het Overpeltse gehucht Lindelhoeven. Het domein bestaat nog altijd en de omgeving werd in 2000 beschermd als landschap.Landschapsatlas Vlaanderen In de bronnen wordt hij soms aangeduid als Drossaerd Clercx van Eeksel.
Dezelfde Clercx nam tijdens de Franse Revolutie de leiding op zich van het plattelandsverzet tegen de sansculotten, de Boerenkrijg. Op 21-22 december 1798 werden vier Franse douaniers te Eksel door Brabanders vermoord. Als straf voor deze moorden werd het dorp in 1799 gedwongen 7.280 gulden als oorlogsschatting te betalen.
De 18de eeuw was sowieso een moeilijke tijd voor Eksel en de hele Limburgse Noorderkempen. De bevolking verarmde en trok uit de streek weg om elders een bron van inkomsten te zoeken. Een deel van de mannelijke bevolking trok van het voor- tot het najaar naar andere streken om er verschillende koopwaar aan de man te brengen. Zo ontstonden de teuten, die ook in Eksel tot in de 19de eeuw heel wat sporen hebben nagelaten. De familie Witters was een bekende teutenfamilie uit Eksel.
Tijdens de Tiendaagse Veldtocht in augustus 1831 staken Nederlandse soldaten in het Ekselse gehucht Locht, gelegen aan de baan Hasselt-Eindhoven, een huis in brand. De zieke knecht van boer Willems vond daarbij de dood.
thumb|Spoorlijn 18 ter hoogte van het voormalige station van Eksel
In 1868 werd in Eksel een spoorweghalte geopend op de Spoorlijn 18 Winterslag - Eindhoven die in dienst bleef tot 1957. Het stationsgebouw werd in 1967 afgebroken. Goederentransport werd wel nog tot in 1986 uitgevoerd. Op 5 januari 1986 reed de laatste trein tussen Houthalen en Eksel. De sporen werden in 1988 opgebroken. Op de overgebleven spoorwegbedding werd een fietspad aangelegd.
In 1896 kwamen de zusters Jozefienen vanuit Sint-Niklaas naar Eksel om daar het onderwijs voor meisjes te verzorgen. Er werd een klooster gebouwd aan de Kerkstraat, dat in 1994 werd gesloopt. Reeds in 1961 was een nieuw klooster gebouwd.
In 1904 verkocht de gemeente een grote lap heide aan de overheid. De Belgische staat plantte er dennenbomen aan. Het hout diende vooral als stuthout in de steenkoolmijnen. Het bos is een uitgestrekt natuurgebied genaamd Pijnven. Dit heidegebied ontstond op het einde van de 18de eeuw ten noordoosten van Eksel en overschreed de grens met Nederland. Het staat op kaarten uit die tijd aangeduid als La Grande Bruyère.Vergauwe, Ruben (2012). Studie omtrent bodemgenese en degradatieprocessen bij bronstijd grafheuvels in het zuiden van de Lage Landen. Universiteit Gent, Masterproef Archeologie, p. 128.
Op 27 september 1914, bij het begin van de Eerste Wereldoorlog, schoot een troepje Belgische vrijwilligers en rijkswachters in het gehucht de Locht een Duitse Huzaar dood. Duitse troepen brandden de dag erna als represaillemaatregel 27 boerderijen op de Locht volledig plat.
Enkele slachtoffers vielen toen, in 1940, enkele verdwaalde bommen neerkwamen. Op 8 maart 1945 kwamen enkele V1's, bedoeld voor Antwerpen, in Eksel neer. Ze richtten echter betrekkelijk weinig schade aan.
In 1977 fusioneerde Eksel met buurgemeente Hechtel tot Hechtel-Eksel. De wijk Kloosterbos van buurgemeente Overpelt werd toegevoegd aan het grondgebied van Eksel. Het oude wapenschild van Eksel wordt het wapenschild van de fusiegemeente.: Afbeelding wapenschild Het wapenschild werd toegekend op 23 oktober 1905 en is gebaseerd op het gemeentezegel van 1625.