Patton is een Amerikaanse film uit 1970 van Franklin J. Schaffner over het leven van Generaal George Smith Patton Jr. met in de hoofdrol George C. Scott.
Het scenario van de film is gebaseerd op de boeken, Patton: Ordeal and Triumph (1964) van Ladislas Farago en A Soldier's Story (1951) van Omar N. Bradley. Patton was een groot succes in de bioscopen waar een omzet van 28 miljoen dollar werd behaald in de VS. In totaal bracht de film 61,7 miljoen dollar op. De film won zeven Oscars, waaronder die van beste film.
In 2003 werd Patton vanwege culturele, historische en esthetische kwaliteiten opgenomen voor conservatie in het National Film Registry van het Amerikaanse Library of Congress.
Verhaal
Begin 1943. Generaal George Patton is benoemd tot bevelhebber van het tweede Korps van het Amerikaanse leger in Noord-Afrika. Het korps is gedemoraliseerd na een verpletterende nederlaag tegen het Duitse Afrika Korps bij de Kasserinepas. Patton weet de discipline te herstellen en leidt het korps naar de overwinning bij El Guettar. Tijdens de slag verliest Patton zijn adjudant, kapitein Jenson, die wordt vervangen door kolonel Codman. Tijdens een rit door Noord-Afrika praat Patton over zijn geloof in reïncarnatie en leidt zijn staf naar plek waar volgens hem de slag bij Zama heeft plaatsgevonden in 202 v.Chr. en dat hij daar bij was in een ander leven.
Niet lang daarna landen de Amerikanen en de Britten op Sicilië. Patton is geobsedeerd door zijn verlangen om als eerste Messina, de belangrijkste stad van Sicilië, binnen te trekken. Hij wil koste wat kost zijn gehate Britse concurrent, Montgomery, voor zijn. Zijn onderbevelhebber, generaal Bradley, verwijt Patton dat hij te veel Amerikaanse levens in de waagschaal stelt om zijn ambitie waar te maken. Maar Patton is niet onder de indruk. Hij gaat tekeer tegen zijn officieren en weet steeds een oponthoud uit de weg te ruimen. Zo schiet hij bijvoorbeeld persoonlijk twee muilezels dood die het Amerikaanse konvooi tegenhouden. Hij bereikt Messina uiteindelijk als eerste. Maar dan slaat het noodlot toe. Als hij een Amerikaans veldhospitaal bezoekt is hij diep onder de indruk van de gewonde soldaten. Hij ontsteekt echter in grote woede als een van de soldaten blijkt te kampen met een shellshock. In de ogen van Patton is de man een lafaard en hij slaat hem. Het incident lekt uit en Patton wordt van zijn commando ontheven.
Maandenlang zit Patton zonder commando. Uiteindelijk krijgt hij het bevel over de Eerste Amerikaanse Legergroep in Zuidoost-Engeland. Maar dit commando is al even fictief als de hele legergroep. Het is bedoeld als misleiding voor de D-day landingen van 6 juni 1944. Om de Duitsers ervan te overtuigen dat de Geallieerden zullen landen bij Calais, is een nep-legergroep bedacht compleet met namaak-tanks van kunststof en houten namaak-vliegtuigen (Operatie Fortitude). Aangezien de Duitsers Patton beschouwen als de beste geallieerde generaal verwachten ze ook dat hij het opperbevel krijgt over de legers die zullen landen bij de invasie (in werkelijkheid was dit overigens zijn grote rivaal, Montgomery). Na de invasie krijgt Patton een echt commando, bevelhebber van het Amerikaanse derde leger. Patton leidt zijn mannen door Frankrijk en bevrijdt onder andere Parijs. Als de Duitsers de tegenaanvallen inzetten in de Ardennen, leidt Patton het ontzettingsleger van de omsingelde Amerikanen in de Slag om Bastenaken.
Na de Tweede Wereldoorlog maakt Patton deel uit van het bezettingsleger van Duitsland. Op een overwinningsfeest beledigt hij een Russische generaal en noemt de man een 'klootzak'. De Rus is echter net zo ruw in de mond en noemt Patton ook een 'klootzak'. Waarna beide mannen met elkaar klinken. Maar Patton is niet gewend om zijn mening voor zich te houden. Tegenover een groep persmensen zegt hij dat de NSDAP, de partij van Hitler net zo iets was als de Amerikaanse politieke partijen. Dit kost hem andermaal zijn commando. Patton loopt met zijn hond, Willy, weg en overdenkt het lot van een zegevierende generaal bij de Romeinen. Zelfs tijdens diens triomftocht in Rome, liep er altijd een slaaf mee, die de kroon van de overwinning meedroeg en de generaal in het oor fluisterde dat alle glorie vluchtig is.
Rolverdeling
| George C. Scott || Generaal George Patton |- | Karl Malden || Generaal Omar Bradley |- | Stephen Young || Kapitein Chester B. Hansen |- | Michael Strong || Brigade-generaal Hobart Carver |- | Michael Bates || Veldmaarschalk Bernard Montgomery |- | Frank Latimore || Luitenant-generaal Henry Davenport |- | Morgan Paull || Kapitein Richard N. Jenson |- | Karl Michael Vogler || Veldmaarschalk Erwin Rommel |- | Siegfried Rauch || Kapitein Steiger |- | Richard Münch || Generaal Alfred Jodl |- | John Barrie || Veldmaarschalk Arthur Coningham |- | John Doucette || Generaal-majoor Lucian Truscott |- | Paul Stevens || Kolonel Charles R. Codman |- | Jack Gwillim || Generaal Harold Alexander |- | Gerald Flood || Veldmaarschalk Arthur Tedder |- | Ed Binns || Generaal Walter B. Smith |- | Peter Barkworth || Kolonel John Welkin |- | Lawrence Dobkin || Kolonel Gaston Bell |- | Lionel Murton || Aalmoezenier James H. O'Neill |- | Douglas Wilmer || Generaal-majoor Francis de Guingand |- | James Edwards || Sergeant William George Meeks |- | Tim Considine || Korporaal Charles Kuhl |- | Carey Loftin || Bradleys chauffeur |- | Bill Hickman || Pattons chauffeur |- | Abraxas Aaran || Willy
Preproductie Voorgeschiedenis In 1949 begon brigadegeneraal Frank McCarthy een idee uit te werken om een film te maken over het leven van generaal George S. Patton. McCarthy had tijdens de Tweede Wereldoorlog gediend in de staf van Patton en kende de generaal goed. De komende twintig jaar zou McCarthy, inmiddels gepensioneerd, aan zijn plan werken. In 1953 kreeg het idee meer vorm en werd een team van producenten gevormd om de film voor te bereiden. De werktitel van de film werd Patton, Salute to a Rebel. De familie van Patton werd benaderd om toegang te krijgen tot de dagboeken van Patton, maar die toegang werd geweigerd. In 1966 schreef de toen nog onbekende Francis Ford Coppola de eerste versie van het scenario. Drie jaar later werd de film in productie genomen en werd het scenario van Coppola bewerkt door Edmund H. North. Voor de regie werden John Huston, Henry Hathaway en Fred Zinnemann benaderd. Maar zij weigerden alle drie. Uiteindelijk werd William Wyler gecontracteerd, maar hij kreeg ruzie met George C. Scott over het scenario en vertrok, waarna Franklin J. Schaffner werd uitverkoren voor de regie.
Acteurs Aanvankelijk was acteur Rod Steiger aangezocht voor de rol van Patton, maar hij weigerde; een beslissing die hij later zou betreuren. Ook Lee Marvin, Robert Mitchum en Burt Lancaster zagen van de rol af, terwijl John Wayne die de rol graag had willen spelen door de producent werd afgewezen.
Scenario Geschiedenis Het scenario voor de film stamde uit 1966. Francis Ford Coppola schreef het op basis van de biografie van Ladislas Farago, Patton: Ordeal and Triumph, en de memoires van generaal Omar Bradley, A Soldier's Story. De producenten van de film hadden verzocht om toegang te krijgen tot de dagboeken van Patton zelf maar dit werd door de familie geweigerd. Ongelukkig genoeg kwam het verzoek van de producenten bij de familie binnen op de dag van de begrafenis van de weduwe van Patton, Beatrice Ayer Patton. Niet alleen kregen de producenten geen toegang tot de dagboeken, de familie weigerde eveneens elke medewerking aan de filmproductie. Coppola baseerde zich dus op reeds bekend materiaal. Zijn scenario werd echter door de studio afgekeurd en Coppola werd ontslagen. De voornaamste reden was de openingsspeech van Patton aan het begin van de film, waarin de nodige krachttermen werden gebruikt. In 1969 werd het scenario van Coppola opgediept uit het archief en bewerkt door Edmund H. North.Op het commentaar van de DVD van Patton stelt Coppola dat hij en North nooit hebben samengewerkt en ze elkaar pas ontmoet hebben bij de Oscaruitreiking van 1971.
De bronnen Het scenario van Patton is dus gebaseerd op secundaire bronnen, met name op de memoires van Omar Bradley. Bradley, die ook als adviseur voor de film zou fungeren, was weliswaar goed bekend geweest met Patton, maar was geen vriend van de generaal. Beide mannen verschilden fundamenteel van karakter. Patton was een man die de publiciteit naar zich toe trok, altijd in vol ornaat, goed voor confronterende uitspraken tijdens persconferenties en met name een generaal die zijn succes op het slagveld goed uitbuitte. Bradley was minstens zo'n goede strateeg als Patton, maar veel meer ingetogen. Bradley zag eruit als een gewone soldaat en was absoluut geen showman. Dit beïnvloedde de relatie van beide mannen en uiteindelijk ook de visie van Bradley op Patton. Het scenario van Patton is om die reden meer gekleurd met de mening van Bradley over Patton. Historicus S.L.A. Marshall die zowel Bradley als Patton persoonlijk heeft gekend, was van mening dat Patton in de film wordt afgeschilderd als een 'gloriezoekende clown', zonder enige nuance aan te brengen in het karakter van het personage. De echte Patton krijgen we volgens Marshall niet te zien.
Productie Locaties Patton werd grotendeels opgenomen in Spanje grotendeels bij Almería in Andalusië. Ook de opnames die moeten spelen in Afrika en Sicilië werden daar opgenomen. Met uitzondering van de scène die speelt rondom het oude Carthago, die werd opgenomen in Volubilis, een oude Romeinse stad in de buurt van Meknes in Marokko. De scène waarbij Patton samen met koning Mohammed V de Marokkaanse troepen inspecteert is opgenomen in het koninklijk paleis van Rabat in Marokko. Zelfs de winterscènes die spelen rondom de periode van het Ardennenoffensief werden opgenomen in Spanje en wel bij Segovia. De woestijnscènes rondom de slag met het Afrika Korps werden opgenomen bij Cabo de Gata bij Almería.
Opnamen Er werd gefilmd tussen 3 februari 1969 en augustus 1969. Het budget bedroeg circa 12 miljoen dollar en bijna de helft ging op aan soldaten en wapens van het Spaanse leger. De Spaanse soldaten waren ingehuurd als figurant. George C. Scott weigerde aanvankelijk om de speech te doen die gebruikt zou worden voor de opening van de film. Hij was bang dat hij al zijn kruit zou verschieten aan deze imponerende scène en dat die de rest van zijn prestaties in de film zou overschaduwen. Regisseur Schaffner loog tegen de acteur toen hij zei dat de scène aan het einde van de film zou komen. Overigens was de scène zeker imponerend. Diverse soldaten die de film zagen, gingen automatisch in de houding staan, op het moment dat Patton opkomt en er "ten hut!" (in de houding) wordt geroepen. Dit kwam deels omdat deze scène zonder enige introductie of filmtitel gelijk in beeld komt.
Historie en fictie
De mythe