thumb|Reliëfportret van Le Sage ten Broek op zijn graf te Grave Joachim George le Sage ten Broek (Groningen, 27 november 1775 - Grave, 11 juli 1847)http://www.cubra.nl/dodenakker/sagetenbroek.htm Website Cubra.nl/Dodenakker. Gearchiveerd op 15 april 2023. was een Nederlands notaris, schrijver, historicus en journalist. Hij was een belangrijke rooms-katholieke emancipator, polemist en apologeet. Voorts schreef hij gedichten, waarin hij zich een epigoon van Hendrik Tollens toont.
Vroege jaren Joachim le Sage ten Broek werd in 1775 geboren als de zoon van de hoogleraar filosofie en predikant Johan Jacob le Sage ten Broek, die vanwege zijn patriottistische opvattingen door het Oranjegezinde Rotterdams stadsbestuur in oktober 1787 van zijn ambt werd ontheven en door de kerkenraad als lidmaat gecensureerd, waarna hij uitweek naar Antwerpen, waar hij fungeerde als predikant voor de uitgeweken patriottische protestanten. Ook preekte hij in 1792 tijdens de Eerste Coalitieoorlog in het Duits voor de Oostenrijkse troepen. Zijn vader werd reeds in de jaren 1785 en 1786 van onrechtzinnigheid beschuldigd, omdat hij leerde dat Jezus Christus niet alleen voor de uitverkorenen gestorven was, maar voor alle mensen. Tevens zou hij zijn zoon toevertrouwen hoe spijtig hij het vond dat de hervormden het sacrament van de biecht hadden afgeschaft. Onder leiding van zijn vader bekwaamde Joachim zich in verschillende takken van wetenschap; het beoefenen van dicht- en schilderkunst was voor hem de aangenaamste ontspanning. Zijn leermeester in de tekenkunst was de Vlaamse katholieke neoclassicistische schilder Balthasar-Paul Ommeganck (1772-1826), bekend om zijn voorstellingen van vee. In Antwerpen schreef hij zijn eerste gedicht: een jeugdige parodie op de paters Kapucijnen, dat tevens een cynische verwijzing naar het Heilig Sacrament en de moeder Gods bevatte. Daarnaast schreef hij vermoedelijk nog andere anti-katholieke spotgedichten die niet bewaard zijn gebleven. Over zijn godsdienstige ingesteldheid weten we zeer weinig, behalve dat hij reeds als kind niet geheel vrij was van twijfel:
thumb|300px|Balthasar-Paul Ommeganck: Landschap met herders (1796) Met aandoening herinner ik mij dikwijls, dat ik, nog een zeer klein kind zijnde, altoos met onwillenkeurige angst bevangen werd, als ik hoorde spreken van Roomschen, Gereformeerden, Luthersen, Remonstranten, mennisten, enzovoorts, en dan mijn kinderlijk gebed tot God opzond om te mogen weten, wie van al deze gezindten de ware was: want dat de waarheid slechts een is, begreep ik toen reeds.
Toen het gezin na de omwenteling van 1795 was teruggekeerd in Nederland, liet zijn vader, die hem voor het predikambt of de medicijnen bestemd had, zijn zoon, niet zonder enige weerzin, zich op de rechtsgeleerdheid en het notariaat toeleggen (zijn broer Hendrik Willem zou uiteindelijk wel predikant worden). In 1800 huwde Joachim George met Wilhelmina van Lil, dochter van een gefortuneerd koopman in vlas te Rotterdam. Hoewel het huwelijk hem een zeker comfort en geluk verschafte, gaf hij zich vooral over aan zijn godsdienstige overpeinzingen. In 1808 kreeg hij van koning Lodewijk Napoleon een aanstelling als notaris in Rotterdam, waar hij tot de val van het Franse keizerrijk zou blijven. Vervolgens vertrok hij naar Naaldwijk, Loosduinen.
Overgang naar de Katholieke Kerk thumb|Jacques-Bénigne Bossuet, Hyacinthe Rigaud, Louvre Bij zijn terugkeer naar Rotterdam waren er nog geen 'katholiceerende neigingen' bij Le Sage ten Broek aan te wijzen, hoewel zijn pleegzoon Josué Witz later schreef dat de 'luister der katholieke plechtigheden, de prachtige kerken en kloosters, de ontelbare te Antwerpen aanwezige kunstschatten' een diepe indruk achterlieten'. Zelf zou Le Sage ten Broek Antwerpen nooit noemen als het ging over zijn godsdienstige omkeer. Hij probeerde tijdens de eerste jaren in Nederland een vurig en 'ieverig' protestant te zijn en hoorde 'predikatiën bij andere gezindheden, behalve bij de Roomsch-Katholijken; hiertoe had ik nog geen den minsten aandrang'. Vooral koesterde hij een diepe bewondering voor een huisvriend van zijn vader ds. J. Sharp, die hij zonder uitzondering ‘den geleerden Sharp’ noemt en die opvallend vrij was van antipapistische sentimenten daar hij van mening was dat zowel protestanten als katholieken dezelfde grondwaarheden van het christendom beleden.
In de loop van de tijd begon Le Sage ten Broek echter steeds meer een afkeer te ontwikkelen van het godsdienstig rationalisme en individualisme binnen de toenmalige Gereformeerde Kerk. Met name de natuurlijke neiging van het protestantisme tot versplintering, hetgeen, volgens Le Sage ten Broek, voortkwam uit het feit dat de gemeenschappen van de reformatie het leergezag hadden verworpen, begon hij steeds meer als een ongerijmdheid te ervaren. De heilige Schrift alleen kon de verdeeldheid van de waarheid niet opheffen. Integendeel, de Bijbel leidde in zijn ogen slechts tot verwarring en eigengereidheid. Zo verhaalde hij later dat hij door het lezen van de Bijbel steeds meer tot ongeloof was vervallen, met name omdat hij een tegenstelling ervoer tussen het Woord van God en de gereformeerde leer:
Ik was volkomen overtuigd geworden, dat elk in den Bijbel vinden kan, wat hij er in zoekt: omdat elk er zijn gevoelen in vinden wil, en niets gemakkelijker te overtuigen is dan eigenliefde, zoo had ik als kind alles wat men mij had voorgepraat daarin gevonden; als jongeling vond ik daarin grond voor mijne twijfelingen; en in meergevorderde jaren zelfs gronden voor het ongeloof.
Steeds sterker voelde hij de noodzaak dat er: 'buiten den Bijbel, een onfeilbaar middel bestaan moet, 't welk zeggen kan wat waarlijk Schriftuur is, en wat de ware zin is der Schriftuur'. Het werk Histoire des variations des églises protestantes van de Franse bisschop, schrijver en theoloog Jacques-Bénigne Bossuet (1627-1704), een van de belangrijke theoretici van het absolutisme in de 18e eeuw, opende zijn ogen en zou uiteindelijk de doorslag hebben gegeven voor zijn overstap naar de katholieke kerk in 1806. Allereerst was dit vooral een keuze van het verstand. Zelf schreef hij hierover:
Het licht der waarheid in mijne ziel ging op. Hetgeen deze geleerde bisschop schrijft stemde met mijne ondervinding volmaakt overeen. Ik onderzocht verder en mijn verstand ontdekte zoveel schoonheid in de Leer der Katholieke Kerk, dat mijn hart haar genegen werd en ik eindelijk voor hoogmoed en eigenliefde zo verschrikkelijke hinderpalen stellende gedachte: Wat zullen de mensen van mij zeggen? Wat zullen ze mij aandoen? Zal men mij niet voor dom aanzien?
Niettemin beloofde hij met 'een opgeruimd hart gehoorzaamheid aan deze kerk'. In augustus 1806 ontving Le Sage ten Broek het heilig Vormsel en de eerste heilige Communie en werd daarmee opgenomen in de katholieke kerk. Vermoedelijk is hij niet herdoopt omdat zijn vader, orthodox en nauwgezet als hij was, er voor had gezorgd dat zijn zoon geen ongeldig doopsel zou ontvangen. Zijn broer Hendrik was niet geamuseerd en zou hem later bitter toewerpen: 'gij hadt toch de Roomsche kerk kunnen leeren kennen gedurende ons verblijf in het bijgeloovige Antwerpen.'
Strijd tegen de vrijzinnigheid en het protestantisme Zijn overstap naar de katholieke kerk zou Le Sage ten Broek verdedigen in zijn vlammende apologie 'Over de voortreflijkheid van de leer der Rooms-Katholijke Kerk', waarin hij een antwoord trachtte te geven op de vraag hoe een weldenkend en erudiet mens rooms-katholiek kon worden:
Eene tweede reden voor de uitgave van dit werkje is, om op een openbare wijze aan Roomschen en Onroomschen plegtig te betuigen, dat ik den Katholijken godsdienst uit volle overtuiging omhelsd heb, en tevens met leedwezen te belijden, dat hij eenen geruimen tijd na mijne verandering juist alleen mijn verstand boeide, zonder dat deszelfs heilige voorschriften en genadevolle hulpmiddelen mijn hart genoegzaam troffen om er mijne handelingen naar te regelen... De godsdienst overwon en ik ben ook deze openlijke hulde aan de waarheid schuldig, opdat diegeenen welke ik misschien door mijne levenswijze, of het tekortkomen in mijne verplichtingen mogt geërgerd hebben, dit niet aan den Godsdienst, maar aan mijne krankheid wijten.
Verder opende hij hierin de frontale aanval op het protestantisme, het cultuurrelativisme en het liberale idee van vrijheid en tolerantie. Het boek was voornamelijk gericht op protestanten en bij zijn verdediging van de katholieke leer beriep hij zich daarom voornamelijk op de heilige Schrift; vele schriftuurlijke bewijzen haalde Le Sage ten Broek aan om zijn keuze voor de katholieke kerk te rechtvaardigen. Het boek ontketende een ongemeen felle publicatiestrijd, waaraan onder andere ds. J.J. Scholten, president van het Provinciaal kerkbestuur Noord-Brabant, en de protestantse Nederlandse dichter en historicus Willem Bilderdijk deelnam die in zijn open brief 'Aan den heer Le Sage ten Broek, in antwoord op zijnen openbare brief aan Mr. W. Bilderdijk.'(1829) Le Sage bekritiseerde op diens geloofsopvattingen, met name op de katholieke claim op onfeilbaarheid:
Ik ben aan den anderen kant zeer overtuigd dat de Hervorming, in meer dan een opzicht te verr' is gegaan, en wenschte met almijn hart een hereeniging met de Moederkerk, indien zy slechts mogelyk ware. En zy zoude het zyn, kon zy afzien van haar onfeilbaarheid. Beginsel, voor menschen, van menschen niet aan te nemen; en dat waar eens dwaling of wanbegrip insloop, allen toegang of te rug keer tot waarheid houdt afgesneden. Maar juist dit kan zy niet anders (Le Sage ten Broek zegt en onderstelt het met recht) dan tevens zich-zelve geheel te verloochenen.
Ook van ander zijde trachtte men deze vorm van deelneming van de katholieken aan het openbare leven met tegengeluiden te overstemmen. Ook protestanten van lager intellectueel allooi dan Bilderdijk betraden de arena. Zo verscheen niet lang na publicatie van 'Over de voortreflijkheid van de leer der Rooms-Katholijke Kerk' een pamflet onder de titel 'Over de voortreflijkheid van de leer der Hervormde Kerk' door Johannes Heynen, een vrome bakkersknecht te Amsterdam, die in een godsdienstige matheid was opgebracht, maar door zijn baas in aanraking was gekomen met de strengere hervormde kringen en die Le Sage ten broek bleef aanschrijven als 'Heer notaris':
Gij, Heer notaris, zijt tevoorschijn getreden als Goliath voor het leger der Philistijnen, en hebt den God van Israël gehoond door haar zo diep te verwerpen: doch ik kome als David tegen u, met eenen slinger en eenige steenen. De slinger is mijnen Pen; de steenen zijn de woorden des Heeren der heirscharen, der slagorden Israëls.
Niemand echter voelde zich geroepen om op Heynen te reageren. Ook een andere man uit het volk Nicolaas Bugter schreef een met Bijbelse citaten overladen brochure. Zijn optreden wekte echter het medelijden van de katholieken, daar hij zichzelf bestempelde als: 'eertijds Lid der Roomsche, doch na 1807 Lid der Protestantsche Kerk'. Zelfs de drukkers van de brochure, Hendriksen en Ulrich te Rotterdam plaatsten op de eerste bladzijde van de brochure de volgende waarschuwing, volgens G.W.C. Gorris 'een unicum in de geschiedenis der bibliografie':
Den Lezer gelieve de spelfouten die er mogten ingeslopen zijn, te verschonen; dewijl den schrijver, geen taalkundige is.
Als we de drukker één ding kunnen verwijten, is dat hij zich te voorzichtig heeft uitgedrukt: