De vari of bonte maki, Spectrum Dieren Encyclopedie Deel 4 (1971, Uitgeverij Het Spectrum), p. 1287 (Varecia variegata) is een lemuur uit de familie van de maki's (Lemuridae). Hij is na de indri de grootste nog levende halfaap. De vari heeft een langharige vacht en een kraag die de oren en kin bedekt. Hij onderscheidt zich van de verwante rode vari (Varecia rubra) door de typische zwart-wittekening. Er worden drie geografische ondersoorten onderscheiden: de zwart-witte vari (V. v. variegata), de gordelvari (V. v. subcincta) en V. v. editorum.

Net als vrijwel alle lemuren is de vari endemisch op Madagaskar.Een klein aantal lemuren komt behalve op Madagaskar ook op enkele omliggende eilanden voor. Hij komt uitsluitend voor in regenwouden in het oosten en noordoosten van het eiland. Het is een dagactief dier dat het grootste deel van zijn tijd doorbrengt in de bovenste boomlagen. De meeste vari's leven in groepen met een complexe sociale structuur. Soortgenoten communiceren met elkaar middels een verscheidenheid aan geluiden. Bekend is het koor dat meerdere keren per dag wordt ingezet en waar alle leden van de groep aan meedoen.

Voor voedsel is de vari aangewezen op bossen met voldoende fruitbomen. Hij voedt zich onder andere met vruchten, nectar en bloemen. De vari vervult daarbij een belangrijke ecologische rol als bestuiver van planten en verspreider van zaden. Door het verdwijnen en versnipperen van zijn leefgebied wordt de vari in zijn voortbestaan bedreigd.

Uiterlijke kenmerken De vari is de grootste makisoort en wordt ongeveer zo groot als een terriër.Kleine Winkler Prins: Dieren encyclopedie deel 4: KAS - MAL (1980, Winkler Prins), p. 1263 Het is het de op een na grootste nog levende halfaap; de grootste is de indri (Indri indri), een lemuur met een overlappend verspreidingsgebied. De kop-romplengte van een volwassen vari bedraagt 43 tot 60 centimeter, met 55 centimeter als gemiddelde. De staartlengte varieert van 60 tot 65 centimeter, waarmee de vari de grootste totale lichaamslengte heeft onder de huidige halfapen.De indri heeft een nauwelijks zichtbare staart van vier à vijf centimeter. De Milne-Edwards' sifaka (Propithecus edwardsi) is de op een na grootste indriachtige (Indriidae) en is zwaarder dan de vari, maar heeft een kleinere kop-romplengte en lichaamslengte. Het gewicht van een volwassen vari in het wild varieert van 2,6 tot 4,1 kilogram, maar ligt meestal tussen 3 en 3,5 kilogram. Vrouwtjes zijn gemiddeld een weinig zwaarder dan mannetjes, maar vertonen verder geen verschil in uiterlijk.

De vari heeft een dicht behaarde vacht met lange, zachte haren. Het zwart-witte kleurpatroon is gelijk bij beide geslachten, maar varieert per leefgebied. Hoe meer naar het zuiden, hoe meer het wit in het patroon toeneemt., p. 171 Over het algemeen zijn de onderzijde, handen, voeten, schouders, de binnenkant van de ledematen en de kruin zwart. Ook de dichtbehaarde staart is meestal geheel zwart, al hebben sommige exemplaren witte ringen of een enkele witte streep over de gehele lengte. Durrell Wildlife Conservation Trust: Black & white lemur species factsheet (download) (juli 2006) Het gezicht is overwegend zwart, maar is bij de meeste vari's voor een deel peper- en zoutkleurig, met name op de neusbrug. De overige delen van het lichaam, waaronder de flanken, de rug, een gedeelte van de achterpoten en kraag zijn wit. Bij de noordelijke ondersoort, de gordelvari (V. v. subcincta), is het wit op de rug beperkt tot een doorlopende band net boven de taille.

De beharing van het gezicht is korter dan op de rest van het lichaam. De oren worden bedekt door een dikke witte kraag die doorloopt tot de keel, maar de kruin vrijlaat. Samen met de zwart-witte vacht dankt de vari hier zijn Engelse soortnaam aan: black-and-white ruffed lemur ('zwart-witte gekraagde lemuur'). De huid is zwart en zichtbaar op de snuit, de onderzijde van handen en voeten en rond de ogen. De iris rond de ogen is donkergeel van kleur.

In tegenstelling tot andere lemuren hebben de vari en de verwante rode vari (V. rubra) een grote, naar voren gerichte snuit, vergelijkbaar met die van een hond. Ook hebben ze een significante overbeet, die de vari onder andere in staat stelt om de schil van vruchten te schrapen. Net als alle lemuren heeft de vari een tandenkam voor het verzorgen van zijn vacht. Deze bestaat uit zes parallel naar boven stekende ondertanden met een geringe onderlinge afstand. Voor plekken waar hij met zijn bek niet bij kan gebruikt de vari de tweede teen van een van zijn achterpoten. Deze heeft speciaal voor dit doel een extra lange nagel.

Onderscheid met andere lemuren

De vari is door zijn zwart-witte vachtkleur eenvoudig te onderscheiden van de meeste andere lemuren. De verwante rode vari bijvoorbeeld heeft een overwegend rode kleur. In sommige delen van Madagaskar overlapt de habitat van de vari die van de indri. Deze lemuur heeft een zwart-witte vacht en leeft bovendien net als de vari voornamelijk hoog in de bomen. De indri heeft echter een nauwelijks zichtbare staart en neemt doorgaans een verticale houding aan, dit in tegenstelling tot de vari. Andere lemuren in het leefgebied van de vari wijken dermate in uiterlijk af dat er nauwelijks mogelijkheid bestaat tot verwarring.

Verspreiding en leefgebied thumb|Verspreidingsgebied van de vari en de rode vari in 2014 De vari komt uitsluitend voor in Madagaskar. Zowel de flora als de fauna van het eiland heeft een hoog endemisch gehalte. Zo komen alle inheemse zoogdieren nergens anders voor., p. 24 Dit geldt ook voor de lemuren, de infraorde waartoe de vari behoort., p. 85

In het wild wordt de vari alleen aangetroffen in het noorden en noordoosten van het eiland. De meeste vari's leven in de subtropische regenwouden aan de westzijde van de bergrug, die zich langs de gehele oostkust van het eiland uitstrekt. Hier komt de vari voor tot op een hoogte van 1350 meter. Zijn leefgebied is op veel plaatsen sterk versnipperd, maar de vari slaagt erin om in geïsoleerde bosfragmenten te overleven, zoals die in het Manomboreservaat en de omgeving van Kianjavato., p. 172

thumb|links|Leefgebied in Mantadia tijdens het droog seizoen. De vari leeft in deze periode voornamelijk in de bovenste boomlagen. De zuidelijke grens van het verspreidingsgebied is waarschijnlijk het Manomboreservaat. De noordelijke grens van het verspreidingsgebied overlapt het westelijke leefgebied van de rode vari (Varecia rubra), ter hoogte van de rivier de Antainambalana. In dit gebied komen kruisingen van beide soorten voor. Andere beschermde gebieden waar de vari voorkomt zijn onder andere de reservaten Ambatovaky, Betampona, Mangerivola en Marotandrano, en de nationale parken Mananara Nord, Mantadia, Ranomafana, Zahamena en Masoala, op het eiland Nosy Mangabe.

De regenwouden waar de vari leeft staan onder invloed van de passaatwinden vanuit het oosten van het eiland. Op de meeste plaatsen bedraagt de neerslag zo'n 1500 millimeter per jaar en ligt de temperatuur tussen de 15 en 25 °C. Er kunnen twee hoofdseizoenen worden onderscheiden: een warm regenseizoen van oktober tot april en een kouder droog seizoen van mei tot september. Deze periodes hebben een invloed op de leefwijze van de vari. Van mei tot augustus foerageert hij voornamelijk in de bovenste boomlagen, 15 tot 25 meter boven de grond. In deze periode zijn hier namelijk de meeste jonge bladeren en bloemen te vinden. Tijdens het natte seizoen brengt de vari zijn tijd meer door in de lagere boomlagen.

Populatie thumb|Vari in het Nationaal park Mantadia De vari kent een grotere verspreiding dan de rode vari, maar een significant kleinere populatie. In zijn verspreidingsgebied leven relatief meer mensen dan in het leefgebied van de rode vari en het gebied bevat in verhouding minder beschermde reservaten. De meeste groepen leven geïsoleerd in kleine bosfragmenten. Het aantal vari's in het wild werd in 2006 geschat op tussen de 1000 en 10 000 individuen.

De grootst bekende populatiedichtheid van de vari is op Nosy Mangabe, een eiland met een oppervlakte van 5,2 vierkante kilometer in de Baai van Antongil. Het zijn nakomelingen van vari's die hier in de jaren 1930 met succes naar toe waren verhuisd. In 2003 werden op het eiland 29 tot 43 exemplaren per vierkante kilometer geteld. In 2011 werden in het Nationaal park Ranomafana 25 vari's per vierkante kilometer geteld, de grootst bekende populatiedichtheid van vari's in hun oorspronkelijke leefgebied. Op de derde plaats komen de wouden rond Antanamalaza, waar 10 tot 15 dieren per vierkante kilometer werden geteld. In het Manomboreservaat huisden volgens een oude telling 0,4 tot 2,5 dieren per vierkante kilometer, maar in 2007 werden er geen meer aangetroffen.

Taxonomie en naamgeving thumb|Illustratie van de rode vari en de vari met het onderschrift Lemur varius, in Histoire physique, naturelle et politique de Madagascar door Alfred Grandidier (1890) , Histoire physique, naturelle et politique de Madagascar, Tome V, Atlas II (1890); Illustratie 129, gemaakt door John Gerrard Keulemans (1842–1912) De wetenschappelijke naam van de vari werd in 1792 door de Schotse schrijver en vertaler Robert Kerr voor het eerst geldig gepubliceerd als Lemur macaco variegatus, in het werk The Animal Kingdom.Dit is een vertaling van de eerste twee delen van Linnaeus' Systema naturae uit 1758. Kerr wilde het totale werk in vier delen publiceren, maar voltooide alleen de eerste twee betreffende de dierkunde. Aanvankelijk werden de vari en de rode vari als ondersoorten van de moormaki (nu Eulemur macaco) beschouwd. De Franse bioloog Étienne Geoffroy Saint-Hilaire plaatste in 1851 de vari's als ondersoorten in de nieuw beschreven soort Lemur varius. ITIS Standard Report: Lemur varius I. Geoffroy Saint-Hilaire, 1851

De Franse primatoloog Jean-Jacques Petter maakte in de jaren 1950 een groot aantal veldstudies van de lemuren in Madagaskar. Op basis van zijn bevindingen publiceerde hij in 1962 het (toen nog) monotypisch geslacht Varecia en beschreef de zwart-witte vari en de rode vari respectievelijk als Varecia variegata variegata en Varecia variegata rubra. , Mammal Species of the World: A Taxonomic and Geographic Reference, Volume 1 (2005, JHU Press)De twee overige ondersoorten worden in het kopje hieronder behandeld. In 2001 publiceerde de Australische primatoloog Colin Groves zijn werk Primate Taxonomy, waarin de rode vari als een volle soort wordt beschouwd. , Primate Taxonomy (2001, Smithsonian Institution Press) ITIS Standard Report: Varecia rubra (É. Geoffroy Saint-Hilaire, 1812)

De geslachtsnaam Varecia is afgeleid van varika, een Malagassische naam voor lemuren. Red-ruffed Lemur (Varecia rubra) Fact Sheet, 2015 Malagasy Dictionary and Madagascar Encyclopedia: Varika De soortnaam Variegata is afgeleid van variegātus, Latijn voor 'gevarieerd', een verwijzing naar de bontgekleurde vacht. Etymology of animal names: Varecia De vari wordt in Madagaskar varikandra genoemd. , Primates: Comparative Anatomy and Taxonomy (1953, Edinburgh University Press)

Ondersoorten De vachttekening van de vari varieert sterk, afhankelijk van de locatie van de habitat. In de noordelijke gebieden heeft de vari aanzienlijk minder zwart in zijn kleurpatroon dan zuidelijkere exemplaren. Op basis van het kleurpatroon en de verspreiding onderscheiden een aantal primatologen drie ondersoorten. De exacte verspreiding van de ondersoorten is onzeker. Door de uiterlijke overeenkomsten en het ontbreken van een duidelijke geografische scheiding bestaat er bovendien debat over de geldigheid van deze indeling. De verdeling in ondersoorten is als volgt: